• Home
  • Wie was Lazarus, de bedelaar?(4)
12 aug 2022
Dood & Eeuwig leven
Sheldon Emry

Hoofdstuk 4

En er was een zekere bedelaar, Lazarus genaamd, die vol zweren aan zijn poort lag, en verlangde gevoed te worden met de kruimels die van de tafel van de rijke man vielen; bovendien kwamen de honden en likten zijn zweren.

De lezer heeft waarschijnlijk al herkend dat Lazarus symbool staat voor het WARE ISRAEL, dat meer dan 700 jaar voor Christus van God was gescheiden en verstoten. De naam LAZARUS is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam ELEAZAR. Eleazar betekent “God is een Helper”, en voordat Israël werd gescheiden, kon het vroeger over God zeggen: “Gij zijt mijn hulp en mijn Bevrijder.” (Ps. 40:17)

Maar na Israëls scheiding (Jer. 3:8) werd zij verstoten en tot een “bedelaar” gemaakt. In Lukas 16 noemt Jezus Israël bij de Griekse naam LAZARUS, wat “zonder hulp” betekent (Young’s Concordance).

Het Griekse woord dat in Lukas 16 vertaald wordt met BEDELAAR wordt slechts twee keer in de Bijbel gebruikt, beide keren hier in deze gelijkenis. Het woord is PTOCHOS, wat “hurkend, ineenkrimpend” betekent. Niet noodzakelijkerwijs arm in geld, maar iemand in een onderdanige staat voor een ander. Lazarus was niet persé arm in geld, maar hij was in een onderdanige staat.

Deze bedelaar, Lazarus, moest bedelen om de kruimels van de tafel van de rijke man. De Farizeeën uit Christus’ tijd waren rijk geworden door middel van woeker, wat zij in Babylon hadden geleerd (zie Nehemia 5). De geschiedenis vertelt ons dat de Farizeeën hun woeker bankstelsel door het gehele Romeinse Rijk opzetten, en deze praktijk ging door in de Middeleeuwen, en bereikte uiteindelijk een hoogtepunt in onze huidige internationale en wereldbanken.

In het huidige Amerika verwijderen de Edomitische Farizeeërs opnieuw Gods Woord uit onze scholen en uit de regering. Zij confisqueren elk jaar miljarden dollars van de belastingbetalers als woekerbetalingen, en het volk moet bedelen om hoge lonen om de rijken te betalen. Zoals de ware Judeeërs in Christus’ dagen op hun hurken moesten gaan zitten voor de Edomitische Farizeeërs, zo moeten ook nu de ware Israëlieten van het christelijke Angelsaksenland bij de banken bedelen om te kunnen blijven betalen.

Christus stelde Israël in deze gelijkenis voor als iemand die op zijn hurken moest gaan zitten voor de rijke man. Hij zei verder dat de “honden kwamen en zijn zweren likten”. Wat of wie zijn de “honden?” Jezus identificeerde hen in Mattheüs 15:

Daarna ging Jezus heen en vertrok naar de kusten van Tyrus en Sidon.

En zie, uit diezelfde kusten kwam een vrouw van Kanaän, die tot Hem riep en zeide: Ontferm U over mij, Heer, Gij Zoon van David, mijn dochter is door een duivel hevig gekweld.

Maar Hij antwoordde haar geen woord. En Zijn discipelen kwamen en smeekten Hem, zeggende: Zend haar weg, want zij roept ons na.

Maar Hij antwoordde en zeide: Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.

Toen kwam zij en aanbad Hem, zeggende: Heer, help mij.

Maar Hij antwoordde en zeide: Het is niet gepast het brood der kinderen te nemen en het aan de HONDEN te werpen.

Hier noemde Jezus de ware Israëlieten KINDEREN, maar de Kanaänietische vrouw, die een niet- Israëliet was, noemde Hij een HOND.

En zij zeide: Waarachtig, Heer, toch eten de honden van de kruimels, die van de tafel van hun meester vallen.

Toen antwoordde Jezus en zeide tot haar: O vrouw, groot is uw geloof; het zij u, gelijk gij wilt. En haar dochter werd vanaf dat uur gezond. (Matt. 15:21-28)

Deze passage bevestigt het Schriftuurlijke principe dat niet-Israëlieten onder de band van het verbond kunnen komen en Christenen kunnen worden door geloof in de Here Jezus Christus. Maar zij worden NIET de KINDEREN VAN ABRAHAM genoemd, maar eenvoudig gelovigen, of CHRISTENEN.

Uit Jezus’ woorden blijkt dat met “honden” niet-Israëlitische mensen worden bedoeld. De verloren schapen van het huis Israëls waren verstoten uit het land Palestina en waren naar het noorden en westen getrokken onder de volken, de “honden”. Ezechiël 34 beschrijft hun verstoten toestand. Zij waren slecht gevoed, want zij hadden Gods Woord niet meer; hun ziekten (van de zonde) werden niet genezen, en zij werden wreed onderdrukt door hun burgerlijke en religieuze leiders. (Ezech. 34:3-4)

Toen Jesaja Israël voorstelde in haar zondige toestand, zei hij:

Van de voetzool af tot aan het hoofd toe is het niet gezond, maar zijn er wonden en kneuzingen en rottende zweren, die niet gesloten zijn, noch verbonden, noch met zalf verzacht. (Jes. 1:6)

Zo stelde Jezus Lazarus (Israël) voor als iemand die zweren heeft en leeft zonder fatsoen of rijkdom, met “honden” om hem te troosten. Zoals de honden van Lazarus, hoewel zij weinig voor ons kunnen doen, nu de Christenen van Amerika en andere Westerse naties in status worden verlaagd, overal waar de “honden”, d.w.z. de gekleurde, of niet-Israëlitische Mensen, niet totaal tegen ons gekant zijn door Rode Bolsjewistische, anti-christelijke propaganda, betuigen zij respect en verering voor “de Christenen,” de meesten verkiezen de Christelijke naties boven het Communistische Systeem.

Van Lazarus werd gezegd dat hij gestorven was en naar zijn beloning, Abrahams boezem, was gegaan. Paulus schreef:

Hij die dood is, is bevrijd (letterlijk: “gerechtvaardigd”) van de zonde.

Indien wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven. (Rom. 6:7, 8)

Met andere woorden, een christen is iemand die met Christus sterft. Dit is de enige manier om in aanmerking te komen om “Abrahams boezem” te beërven. Aangezien ons wordt verteld dat Lazarus op deze wijze werd beloond, moet zijn “dood” zijn aanvaarding van een geloof in Jezus Christus zijn geweest.

Maar wat wordt bedoeld met “Abrahams boezem”?

Een Romeinse centuriër die een zieke bediende had, kwam eens naar Jezus met het verzoek hem te genezen. Jezus zei over de centurio:

. . . Voorwaar, Ik zeg u: Zo’n groot geloof heb Ik niet gevonden, niet in Israël.

En Ik zeg u, velen zullen met Abraham, Izaäk en Jakob aanzitten IN HET KONINKRIJK DER HEMELEN.

Maar de kinderen des koninkrijks zullen in de buitenste duisternis worden uitgeworpen; daar zal geween zijn en tandengeknars.

Een andere gelijkenis legde Hij hun voor, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een man, die goed zaad zaaide in zijn Akker.

Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide tussen het koren, en ging zijn weg. (Matt. 13:24, 25)

Dit is de gelijkenis van het kaf en het koren. De discipelen begrepen de betekenis van de gelijkenis niet, daarom vroegen zij Jezus later om de uitleg. Jezus gaf hun de ware uitleg:

. Wie het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen, (Christus) (Matt. 8:10-12)

Waar zullen deze gelovigen zijn met Abraham, Izaäk en Jakob? In het Koninkrijk der hemelen (of van God). “Abrahams boezem’ is ‘het koninkrijk van God’. Waar is het? Lucas 13:28-29 vertelt ons:

Er zal geween en tandengeknars zijn, wanneer gij zult zien Abraham, en Izaäk, en Jakob, en al de profeten, in het Koninkrijk Gods, en gij zelf zult uitgeworpen worden.

En zij zullen komen van het oosten, en van het westen, en van het noorden, en van het zuiden, en zullen zetelen in het Koninkrijk Gods.

Deze passage zegt niet dat al deze godvruchtige mensen OP NAAR DE HEMEL zullen gaan, maar dat zij uit alle richtingen naar één plaats op aarde zullen komen.

Mattheüs 13 geeft een gelijkenis die zonder enige twijfel bewijst dat het Koninkrijk Gods op aarde is:

HET VELD IS DE WERELD; het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk, maar het onkruid zijn de kinderen van de goddeloze. (Matt. 13:37, 38)

Waar is het Koninkrijk der hemelen? Het is in het VELD, en HET VELD IS DE
WERELD. Daarom is het Koninkrijk der hemelen in de wereld, waar het onkruid in gezaaid kan worden. In feite beschreef Jezus Christus het Koninkrijk van God als een plaats waar zowel het onkruid als het graan samen zouden opgroeien tot de oogst, dat is “het einde van de wereld (tijdperk)”. Het Koninkrijk is NU hier op aarde.

Jezus zei in dezelfde gelijkenis dat God Zijn engelen zou zenden. . .

. …en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen al wat overtreedt, en al wat ongerechtigheid doet.

En zij zullen hen werpen in een oven van vuur; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon (waar?) IN HET KONINKRIJK VAN HUN VADER. Wie die oren heeft om te horen, laat hem horen. (Matt. 13:41-43)

Zullen deze goddeloze onkruid voor eeuwig gefolterd worden in een brandende hel? Neen, want wij hebben reeds aangetoond, dat Ezau-Edom zal worden verbrand in een vlam, aangestoken door het huis Israëls (Obedja 18), en Maleachi 4 breidt deze straf uit tot “allen, die goddeloos handelen:”

Want zie, de dag komt, die zal branden als een oven; en alle hoogmoedigen, ja, en allen, die goddeloos handelen, zullen stoppelen zijn, en de dag, die komt, zal hen verbranden, spreekt de Here der heerscharen. dat hij hun noch wortel, noch tak (of nageslacht) zal overlaten.

En gij zult de goddelozen vertreden, want zij zullen as zijn onder uw voetzolen op de dag dat Ik dit zal doen, spreekt de Here der heerscharen. (Maleachi 4:1, 3)

Jesaja beschrijft ook deze dag, waarop de goddelozen zullen worden verbrand (niet voor eeuwig gemarteld):

Want zie, de Here zal komen met VUUR, en met Zijn wagens als een wervelwind, om Zijn toorn met razernij en Zijn berisping met vlammen van vuur te vergelden.

Want door VUUR en door Zijn ZWAARD zal de Here pleiten tegen alle vlees; en DE SLACHTOFFERS des Heren zullen velen zijn.

En zij zullen uitgaan, en de Karkassen aanschouwen van de mensen, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden; en zij zullen een gruwel zijn voor alle vlees. (Jes. 66:15, 16, 24)

Door het verhaal van Jezus over de rijke man en Lazarus verkeerd te onderwijzen, begaan de predikanten twee misdaden tegen het volk:

1. Ze versterken hun valse leer over de hel, en

2. Ze verbergen de ware leer van Jezus die zou onthullen dat de wereld al geregeerd wordt door “de antichrist” (welke heerschappij predikanten volhouden dat deze “nog toekomstig” is). De meeste kerken zijn een deel van dat huidige, “antichristelijke”, wereldheersende systeem!

Jezus zei in Mattheüs 24:4-5: “Ziet toe, dat niemand u verleide, want velen zullen komen in Mijn Naam (komen in Jezus’ Naam), zeggende: Ik ben Christus (zeggende dat Jezus de Christus is), en zullen velen verleiden.” U wordt niet misleid door openlijke antichristen; u wordt misleid door hen die in Jezus’ Naam komen en dan valse dingen onderwijzen!

Ik bid dat dit boekje over De Rijke Man en Lazarus velen van u ertoe zal brengen alle kerkelijke doctrines (tradities) te onderzoeken.

Moge God u zegenen als u Zijn waarheid zoekt, in Jezus Christus.

Wij hebben alle Bijbelstudies op deze website geplaatst zodat u deze op elk moment, op uw gemak, kunt lezen. 

>