• Home
  • Wie dode Jezus Christus? – Conclusie & waarschuwing
5 december, 2022
Sheldon Emry

Met zoveel bewijs in de Bijbel, zou iedereen die het Woord van God gelooft, moeten weten wie Jezus Christus heeft vermoord. En aangezien de Heilige Schrift vertelt over de verdere dood en vervolging van gelovigen door de handen van deze zelfde mensen, en aangezien de geschiedenis van de laatste 1900 jaar overvloedig bewijs geeft van hun voortdurende haat tegen alles van Christus en Zijn christelijke volk, zou het misschien in het voordeel van het christendom zijn om iets verder te studeren in de hoop de toekomstige relatie te voorzien tussen christenen en die …. die zeggen dat zij Joden zijn,…. (Openbaring 2:9).

Ten eerste moet men begrijpen dat de mensen die ten tijde van Christus de zetels van de religieuze macht in het oude Jeruzalem bezetten GEEN ISRAËLIETEN WAREN! Zij waren afstammelingen van Ismaël en Esau, die zich hadden vermengd met Kanaänieten en daardoor een volk hadden voortgebracht dat eeuwig vijandig stond tegenover het ware Israël, zoals wij zullen zien.

De anderen die in de verte toekeken, …. die Jezus uit Galilea volgden, …. waren WARE ISRAELIETEN! (Mattheüs 27:55; Marcus 15:40-41; Lucas 23:27; Johannes 19:25-26) Zij hadden geloofd, zoals Jezus had gezegd dat het volk Israël dat zou doen, en de schapen (Israël) “volgen Hem; want zij kennen Zijn stem, en Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken ze, en zij volgen Mij”. (Johannes 10:4,27) Alleen Israëlieten, uit alle volkeren ter wereld, worden in de Heilige Schrift schapen genoemd.

Vóór Zijn kruisiging had Jezus Zijn moordenaars duidelijk geïdentificeerd als een niet-Israëlisch volk. Sprekend tot hen in Johannes 8, zei Hij dat zij Abrahams zaad waren (vs. 37), maar Hij ontkende dat zij Abrahams kinderen waren (vs. 37). De nakomelingen van Ismaël, Abrahams zoon van Hagar, worden Abrahams zaad genoemd in Genesis 21:13, maar nergens worden zij of de nakomelingen van Esau kinderen genoemd. In Genesis 22:16 noemt de Almachtige God Abrahams andere zoon Isaak uw enige zoon, wat aangeeft dat zij alleen door Isaak zonen of kinderen zouden worden genoemd.

Ditzelfde patroon werd gevolgd in de verwerping van Ezau en zijn nakomelingen en de uitverkiezing van Jakob (Israël) en zijn nakomelingen.

Jezus Christus, die het einde van het begin kent, wist dat de schriftgeleerden en Farizeeën en de overpriesters tot wie Hij sprak, geen Israëlieten waren, maar de nakomelingen van Ismaël of Esau. Dat zij wisten dat Hij hun afkomst kende, blijkt uit hun valse uitroep: Wij zijn niet uit hoererij geboren; wij hebben één Vader, namelijk God (Joh. 8:41). Ezau wordt in Hebreeën 12:16 een hoereerder genoemd. Hij trouwde niet van zijn eigen ras, maar met vrouwen van de Hethieten, Kanaänieten en Ismaëlieten (Ismaëls kleindochter), die Izaäk en Rebekka tot verdriet waren (Genesis 26:34; 36:2-3). Genesis 36 maakt duidelijk dat Ezau’s nakomelingen bekend zouden staan als Edomieten, wat “Roden” betekent. De moeder van Ismaël was niet Abrahams wettige vrouw, waardoor haar nakomelingen ook nooit kinderen werden genoemd.

Deze “Joden” zijn van de duivel(tegenstander)

Jezus Christus ontkende de claim van de Joden om zonen van God te zijn, want Hij antwoordde: “Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben.” (Johannes 8:42). Daarna liet Hij een profetie en een waarschuwing achter over wat dat gemengde ras in de toekomst zou doen. “Gij zijt van uw vader, de duivel, en de begeerten van uw vader zult gij doen. Hij was een moordenaar vanaf het begin, en verbleef niet in de waarheid, want er is geen waarheid in hem. Wanneer hij een leugen spreekt, spreekt hij uit zichzelf; want hij is een leugenaar en de vader ervan.” (Vers 44)

“Joden” zullen geen christenen worden

Om er zeker van te zijn dat wij zouden begrijpen dat deze Edomieten nooit naar Gods Woord zouden luisteren, d.w.z. nooit christenen zouden worden, zei Jezus verder tegen hen: Wie uit God is (de nakomelingen van Jakob-Israël) hoort Gods woorden; gij hoort ze niet, omdat gij niet uit God zijt (vs. 47). Christenen die zich altijd hebben afgevraagd waarom de Joden weigeren Gods Woord in Christus te horen (te geloven) hoeven zich dit niet langer af te vragen.

De naam van de Israëlieten veranderd

Het boek Handelingen vertelt het verhaal van het begin van de roeping van de ware zonen van God, de Israëlieten (Johannes 1:12), en de verandering van hun naam in christus (Handelingen 11:26). Dat Israël een naamsverandering zou ondergaan, en dat de nieuwe naam de Naam van hun Heer zou zijn, wordt geprofeteerd in Jesaja 62:2: Gij zult genoemd worden bij een nieuwe naam, die de mond des Heren zal noemen. In Jesaja 65 spreekt God tot de vijanden van Israël: “En gij zult voor Mijn uitverkorenen uw naam laten vervloeken, want de Here GOD zal u doden en Zijn dienaren bij een andere naam noemen.”

Zelfs zo ver terug als Mozes, vinden we dat God tegen Aaron en zijn zonen (zijn nakomelingen, die de priesterlijke lijn vormden) zei dat zij Mijn naam op de kinderen van Israël zullen zetten, en Ik zal hen zegenen (Numeri 6:22-27). Welk ras wordt nu christen genoemd en heeft de nieuwe naam van de God van Israël op zich laten zetten? Welk ras is door God gezegend boven alle andere rassen? Wel, het ware Israël, het Kaukasische ras, de Angelsaksische, Keltische, Germaanse, Scandinavische en aanverwante volkeren, de afstammelingen van de verstrooide stammen van Israël!

Binnen een paar honderd jaar na de opstanding van Jezus, toen het verhaal van Christus tot ons ras doordrong, werden de andere goden (Griekse, Romeinse, Scandinavische) terzijde geschoven, en werd het christendom door onze Europese voorouders aanvaard als de enige ware godsdienst. Deze Europese naties werden spoedig bekend, zelfs in de ogen van de heidenen, als “christelijke naties”, of gezamenlijk als “christendom”, wat “de heerschappij van Christus” betekent. Zeker, als de heidenen kunnen zien dat het blanke ras naar Christus is genoemd, en dat God ons heeft gezegend, wordt het tijd dat het blanke ras zelf zijn eigen Israëlische identiteit gaat erkennen!

(Voor een dramatisch verslag van de overdracht van het evangelie aan onze voorouders in Europa, lees mijn boek: “Paulus en Jozef van Arimathea, missionarissen voor de heidenen”).

Edomieten blijven “Joden”

Er was geen naamsverandering van de Ismaël-Esau-Edomietische Joden, of Judeeërs, die de religieuze heersers waren in Jeruzalem en die, zoals we gezien hebben, de moordenaars waren van Jezus Christus. Zij weigerden de woorden van onze Heer te horen, zoals Christus heeft gezegd, en zij behielden de naam “Jood”. Hun nakomelingen tot in de laatste 1900 jaar bleven de naam “Jood” dragen, in vervulling van de profetie van Jesaja die wij zojuist aanhaalden, dat de vijanden van het ware Israël: hun naam tot een vloek zouden laten zijn voor Mijn uitverkorenen. En hun eigen vloek, dat Zijn bloed op ons en onze kinderen rust, blijft vandaag de dag nog steeds bij hen. Die kan niet worden weggenomen, tenzij of totdat zij zich bekeren en christenen worden in waarheid en gerechtigheid. Maar als de woorden van onze Heer waar zijn in hun spreken, zullen zij zich niet bekeren, want Hij zei tegen hen: “Maar gij gelooft niet, want gij behoort niet tot mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb” (Johannes 10:26, nadruk toegevoegd).

Voor degenen die nog steeds enigszins verward zijn over het gebruik van de term “Jood” in het Nieuwe Testament, bedenk dat het vertaald is van een Grieks woord dat betekent “Judeeër” of “een inwoner van Judea”. Het was geen religieuze term, noch een raciale term als zodanig in die tijd, maar werd genoemd naar iedereen die in Judea woonde, behalve de Romeinen. Daarom noemde de vrouw bij de put in Johannes 4:9 Jezus een Jood, of Judeeër. Daarom ook werd Petrus in Marcus 14:70 en in Lucas 22:59 een Galileeër genoemd. Pilatus vroeg Jezus zelfs of Hij een Galileeër was toen hij hoorde dat Jezus uit Galilea kwam. Beide woorden hadden een geografische betekenis tot na de dood en opstanding van Jezus. Toen, en dit is het belangrijkste om te begrijpen, waren de enige mensen die de naam “Jood” behielden degenen die Jezus Christus verwierpen, en wiens nakomelingen dat nog steeds doen! Zij waren de niet-Israëlieten, zoals we in deze studie hebben gezien, terwijl de ware afstammelingen van Israël Christus aanvaardden en bekend werden als christenen.

Het is waarschijnlijk waar dat de meeste inwoners van Jeruzalem en Judea Edomieten waren, want Jezus koos zijn discipelen uit Galilea, behalve Judas; en in Handelingen 2, bij de uitstorting van de Heilige Geest, zeiden de toeschouwers: “Zie, zijn niet allen welke Galilears spreken?”

Jezus ging terug naar het hoofdkwartier van de Kanaänitische Joden om de profetie te vervullen dat Zijn vijanden Hem zouden kruisigen.

(Voor een meer volledige studie over de identiteit van onze 20e-eeuwse Joden, zou u mijn artikel “Een open brief aan elke predikant die leert dat de Joden Israël zijn” moeten lezen. (Beschikbaar in de Sheldon Emry Memorial Library)

Vandaag in het Christendom

Nu miljoenen van deze Ismaël-Esau-Canaanitische mensen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn, maar de synagoge van satan, alle naties van het christendom bevolken, waar zij actief zijn in alle fasen van de samenleving, de regering en de godsdienst, zou het ons goed kunnen doen te beseffen dat zij zich altijd al in de samenleving van het ware Israël hebben binnengedrongen voor hun eigen doeleinden, en Christus beschreef deze eigenschap toen Hij tegen hen zei: “…. De begeerten (verlangens en ambities) van uw vader (de duivel) zult gij doen.”

In Amerika en andere Israëlische naties hebben zij zich een weg gebaand naar machtige posities in de regering en in de beroepen. Velen zitten in semi-religieuze organisaties, die beweren te streven naar “burgerrechten”, “betere omstandigheden voor de armen” en “verbetering van ras of persoonlijke relaties tussen mensen”. Anderen leiden “vredes”- of “anti-oorlogs”-groepen, die allemaal op de een of andere manier een vernietigend effect hebben op onze christelijke samenleving.

Hun meest effectieve methode wordt beschreven door Lucas in zijn verhaal over hun poging om Christus te vernietigen. “En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten in hetzelfde uur om Hem de handen op te leggen; en zij vreesden het volk en hielden Hem in de gaten, en zonden spionnen uit, die zich zouden voordoen als rechtvaardigen, opdat zij Zijn woorden zouden grijpen, opdat zij Hem zouden overleveren aan de macht en het gezag van de stadhouder” (Lucas 20:19,20).

Vandaag de dag vinden we “humanitairen”, “filantropen” met hun miljoenenstichtingen, “mensenrechtenwerkers”, “liberalen” in politiek en religie, en anderen die zich voordoen als rechtvaardigen, die roepen om “gelijkheid”, “gerechtigheid voor de armen”, “liefde”, “geen discriminatie”, enz. De meesten proberen iets van Jezus aan te halen, en grijpen zijn woorden als het ware aan voor bedrog.

Collectief werken ze allemaal naar één doel toe – het aannemen van talloze wetten en regels, zodat ze (christenen) kunnen overleveren aan de macht en het gezag van de gouverneur (regering).

“Bekeerde” Joden en valse predikanten

De zogenaamde “bekeerde Jood” is welbekend in christelijke kringen, .altijd de naam van Christus aanvoerend, terwijl hij Joodse belangen behartigt! Men vraagt zich af hoeveel “bekeerde” professoren, predikanten, zondagsschoolleraren, schrijvers van boeken en traktaten, en redacteuren van zogenaamde “christelijke” publicaties tegenwoordig eigenlijk spionnen zijn die door de moderne schriftgeleerden en farizeeërs zijn uitgezonden om “zich voor te doen als rechtvaardige mannen” om het onoplettende christendom in de val te lokken.

Paulus profeteert over hen en zegt over satans(vijandelijke) dienaren: “Want zulken zijn valse apostelen, bedrieglijke werkers, die zich veranderen in apostelen van Christus….. als dienaren der gerechtigheid” (christelijke dienaren) (2 Korintiërs 11:13-15). Tegen het midden van de 20e eeuw hebben zij het christendom gevuld met Joodse fabels (Titus 1:14).

Joodse ondermijning en revolutie

Dat degenen die het werk van de Joden doen niet altijd van hun ras zijn, wordt verteld in Handelingen 17: “Maar de Joden die niet geloofden (de niet-Israëlieten), door afgunst bewogen, namen enkele onzedelijke mannen van het laagste soort tot zich en verzamelden een gezelschap (menigte) en brachten de hele stad in rep en roer….” (vs. 5). (vs. 5).

Dezelfde techniek wordt vandaag de dag in Amerika gebruikt. De Joden en hun agenten roepen iets antichristelijks, en brengen dan een menigte onzedelijke mensen van het laagste soort bijeen om de stad (of de natie) in rep en roer te brengen. Deze “demonstranten”, die meestal criminele ontaarden of drugsverslaafden zijn, krijgen dan ruime publiciteit in de door de Joden gecontroleerde nieuwsmedia. De demonstraties, en de dreiging van meer geweld, worden dan door deze antichristen gebruikt om lokale of nationale autoriteiten te dwingen hun eisen in te willigen. Als er tijdens de demonstraties geweld wordt gebruikt, krijgt de politie de schuld (net als de Romeinse soldaten in de tijd van Christus) of de menigte zelf; en de Joden slagen erin hun rol te verbergen voor het publiek en de niet-joodse autoriteiten. Deze geheimhouding wordt vergemakkelijkt door valse “patriotten” die de woede van het volk tegen de menigte richten in plaats van tegen de Joden die de menigte manipuleren!

Op deze manier worden wetten en gebruiken veranderd; en het publiek beseft nauwelijks hoe dit tot stand is gekomen! Dan komt er een afbraak van het burgerlijk gezag, waarbij Joodse rechters (en ” Burgerlijke Vrijheden ” vakbonden) de politie dwingen om de laagste criminelen (zoals Barabbas) op de samenleving los te laten onder het voorwendsel van het volgen van de wet.

Amerika lijdt onder deze zelfde revolutionaire techniek, geperfectioneerd gedurende 1900 jaar praktijken. Andere naties zijn al onder antichristelijke controle gevallen door dezelfde methoden. Als onze christelijke mensen vertrouwd waren met Gods Woord, zouden zij een blik werpen op de ontuchtige kerels die tegen onze natie worden verzameld en deze, en andere gebeurtenissen van de dag, herkennen als onderdeel van de eindtijdstrijd tegen Israël, voorspeld in heel Gods Heilige Woord. Maar de meesten zijn bijna volledig onwetend over de Bijbel – tot op het punt dat zij niet eens onze identiteit als Israëlieten kennen, noch die van de Joden als Kanaänieten. Zij zijn misleid door spionnen die zich voordoen als rechtvaardige mensen, die ons politieke systeem, de nieuwsmedia en de kerken overnemen.

“Demon-Stratos”

Het gebruik door het antichristelijke element van het woord “demonstranten” om hun meutes te beschrijven heeft een grote betekenis. Het komt niet van ons gebruik van het woord om te laten zien door een voorbeeld, of te onderwijzen door te doen, maar van twee Griekse woorden. Het eerste is “demon”, wat “duivel” betekent, en het tweede is “stratos”, wat “leger” betekent. Letterlijk betekent het dus een “duivelsleger”. Het is waarschijnlijk dat zij dit woord met opzet kozen. Vergeet niet dat onze Heer tegen hen zei: Gij zijt van uw vader, de duivel, en de begeerten van uw vader zult gij doen.

De volgende keer dat u een van hun demonstraties ziet en verbaasd bent over hun totale verdorvenheid, bedenk dan dat u kijkt naar een “duivelsleger” dat oprukt tegen Christus en en de hele wereld! Jezus voorspelde hun vijandschap tegen ons. Vlak voor Zijn kruisiging vertelde onze Heer Zijn volgelingen over de toekomstige vervolging van christenen door deze Edomitische Joden. Hij zei: “Denk aan het woord dat Ik u gezegd heb: De knecht is niet groter dan zijn heer. Indien zij Mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen; indien zij Mijn uitspraak hebben bewaard, zullen zij ook de uwe bewaren.” Als zij de uitspraken van Jezus haatten, zullen zij de uitspraken (leringen) van zijn volgelingen haten.

Hij ging verder: “Maar al deze dingen zullen zij u doen omwille van mijn naam, omdat zij Hem niet kennen die mij gezonden heeft.” Ze zullen christenen vervolgen, omdat ze God niet kennen! Toch zijn veel christenen misleid om te denken dat de Joden God aanbidden. Christus zegt dat ze Hem niet kennen.

Dan legt Hij uit waarom Hij naar Jeruzalem en Judea kwam om te getuigen tegen deze Edomieten. “Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, hadden zij geen zonde gehad; maar nu hebben zij geen dekmantel (of excuus) voor hun zonde; maar nu hebben zij zowel Mij als Mijn Vader gezien en gehaat.” Elke predikant die leert dat de Joden misschien niet van Jezus houden, maar dat zij God, de Vader, liefhebben, is een leugenaar.

“Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, hadden zij geen zonde gehad; maar nu hebben zij geen dekmantel (of excuus) voor hun zonde; maar nu hebben zij zowel Mij als Mijn Vader gezien en gehaat.” Elke dominee die leert dat de Joden misschien niet van Jezus houden, maar dat zij God, de Vader, liefhebben, is een leugenaar.

En dan citeert Jezus de Oude Schrift om aan te geven over wie Hij gesproken heeft. “Maar dit geschiedde, opdat het woord vervuld zou worden, dat in hun wet geschreven staat: Zij hebben Mij zonder oorzaak gehaat.”

Alle citaten in de vier voorgaande paragrafen komen uit Johannes 15:20-25. Zij zouden christenen duidelijk genoeg moeten waarschuwen voor de haat van de Joden tegen alle christenen. De laatste zin die Jezus aanhaalt komt uit Psalm 35, waarin zij door God worden aangeduid als mijn vijanden.

Dat diezelfde vijanden degenen zouden zijn die Hem zouden kruisigen, wordt voorspeld in Psalm 69. In vers 4 zegt Hij: “Zij hebben Mij zonder reden gekruisigd en noemt hen mijn vijanden. In vers 21 zegt Hij: “Zij gaven Mij ook gal voor mijn spijs, en in mijn dorst gaven zij Mij azijn te drinken.” Aan het kruis gaven Jezus’ kruisigers Hem gal en azijn te drinken! In Psalm 69 worden zij geïdentificeerd als Zijn vijanden, niet als Israëlieten.

Om het argument te weerleggen dat Lucas 23:36 zegt dat de soldaten Hem de azijn gaven, wil ik erop aandringen dat u alle verslagen in de vier Evangeliën leest. Alleen in Lucas worden soldaten genoemd in verband met de azijn, en daar staat dat ze die Hem kwamen aanbieden. Er staat niet dat Hij het aannam! Maar in de andere drie Evangeliën zegt elke schrijver dat Zijn kruisvaarders Hem azijn en gal gaven, en dat Hij het aannam! Psalm 69:21 wordt dus niet vervuld door de Romeinse soldaten, die Jezus nooit Zijn vijanden noemde, maar door de Joden die Hem daadwerkelijk aan het kruis spijkerden!

Zij mochten geen christenen worden!

Psalm 69 gaat zelfs verder met te profeteren dat zij die Hem azijn en gal gaven, nooit zouden worden wat wij christenen zouden noemen. Want zij vervolgen Hem, die Gij geslagen hebt en zij spreken tot verdriet van hen, die Gij verwond hebt (in de kantlijn staat van Uw gewonden, wat Jezus zou betekenen). Voeg ongerechtigheid toe aan hun ongerechtigheid: EN LAAT HEN NIET KOMEN IN UW RECHTVAARDIGHEID. Laat hen uit het boek der levenden worden weggevaagd, en niet met de rechtvaardigen worden geschreven (verzen 26-28). Nogmaals, hoe dwaas is het om te denken dat wij tot de vijanden van Christus kunnen prediken en hen kunnen bekeren. Als Gods Heilige Woord zegt dat het niet zal gebeuren; dan zal het niet gebeuren. Psalm 69 verifieert wat Jezus zei tegen de Edomitische Joden dat zij Zijn woorden niet wilden horen.

Wat is onze hoop?

Wij van het ware Israël moeten erkennen dat onze bevrijding in de handen ligt van een Almachtige God. Wij moeten weten, zoals Christus wist, toen Hij Pilatus zei: “Gij hebt geen macht tegen Mij, tenzij u die van boven gegeven is” (Johannes 19:11).
Mozes vertelde onze voorouders dat ongehoorzaamheid bepaalde straffen over Israël zou brengen. Eén straf was dat “de vreemdeling (niet-Israëliet) die in u is, boven u zeer hoog en gij zult zeer laag komen” (Deuteronomium 28:43). De Amerikaanse regering wordt op alle niveaus overgedragen in de handen van Joden, negers en andere niet-Israëlieten. IDe profetie wordt vervuld.

De profetie wordt vervuld

Maar bevrijding wordt ook beloofd aan Israël in hetzelfde Boek, waaruit we gelezen hebben, in duizend verzen, te talrijk om in dit korte traktaat te citeren. Maar laten we eindigen met een van de beloften die welsprekend laat zien dat onze verlossing en bevrijding komt van dezelfde Christus die de vijanden van Israël dachten te hebben gedood. Zacharia gaf het toen hij vervuld werd met de Heilige Geest, en profeteerde, zeggende: “Gezegend zij de Here God van Israël, want Hij heeft Zijn volk bezocht en verlost, en heeft voor ons een hoorn des heils opgericht in het huis van Zijn knecht David; zoals Hij gesproken heeft door de mond van Zijn heilige profeten, die er zijn sinds het begin der wereld: Om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten, om de aan onze vaderen beloofde barmhartigheid te vervullen en Zijn heilig verbond te gedenken; de eed die Hij aan onze vader Abraham gezworen heeft, dat Hij ons zou geven, dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden, Hem zonder vrees zouden dienen in heiligheid en gerechtigheid voor Zijn aangezicht, al de dagen van ons leven.” (Lucas 1:67, 75) En aangezien dat leven eeuwig zal zijn, zullen wij niet alleen worden verlost uit de hand van Israëls vijanden, maar zullen wij ook worden verlost in het Koninkrijk van God. Jezus Christus ZAL heersen en regeren in gerechtigheid en Hij heeft ons voor onze God tot koningen en priesters gemaakt; en wij zullen heersen op de aarde (Openbaring 5:10).

Het is waarschijnlijk dat deze Edomitische (Rode) Joden nog enige tijd zullen zegevieren over de ware Israëlieten. Aangezien zij door God worden gebruikt om ons te straffen voor onze ongehoorzaamheid, zal hun macht over ons slechts voortduren totdat wij ons van onze zonden bekeren en ons als volk tot God wenden voor bevrijding. Vanwege onze speciale bloedverbondsrelatie met Jezus Christus zal hun macht over ons dan worden gebroken.

Dat onze bevrijding zal komen wanneer wij ons tot God en Zijn Woord wenden, wordt duidelijk gemaakt in honderden profetieën. 2 Kronieken 7:14 belooft niet alleen bevrijding bij gehoorzaamheid, maar identificeert het Israëlitische volk als Mijn volk dat door Mijn Naam wordt geroepen. Joël 2:17 is een speciaal gebed dat we zullen bidden om bevrijd te worden van vreemde of heidense heerschappij. Spaar Uw volk, o Heer, en geef Uw erfenis niet tot smaad, dat de heidenen over hen heersen; waarom zouden zij onder het volk zeggen: Waar is hun God? De volgende verzen beloven onmiddellijke vrijlating, en hoofdstuk 3 beschrijft de grote, wereldse strijd die alle heidense heerschappij over Israël zal vernietigen. (Voor een meer volledige beschrijving van deze strijd en oorlog waarin de macht van onze vijand zal worden vernietigd, lees mijn “The Bible Says Russia Will Invade America, and be defeated”) Dit is te vinden in de Sheldon Emry Memorial Library.

De toekomstige vernietiging van de Edomitische vijanden van Jezus Christus, en ons aandeel in hun vernietiging, wordt ook voorspeld in de Bijbel: “En het huis van Jakob zal een vuur zijn, en het huis van Jozef een vlam, en het huis van Esau (Edom) een stoppel, en zij zullen in hen ontsteken en hen verteren, en er zal van het huis van Esau niets overblijven. Want de HEERE heeft gesproken: er zullen redders komen op de berg Sion om het huis van Ezau te oordelen, en het koninkrijk zal van de HEERE zijn (Obadja 18-21).

“En te dien dage zal er geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de HERE der heerscharen” (Zacharia 14:21).

“Maar de vijanden van Mij, die niet willen dat Ik over hen heers, brengen hen hierheen en doden hen voor Mijn aangezicht. (Lucas 19:27) – en anderen.

Zowel beloning als wraak zijn in de handen van de levende God. De onbekeerlijke moordenaars van Jezus zullen falen in hun poging om christelijk-Israël te vernietigen, zoals zij faalden in hun poging om Jezus Christus te vernietigen, omdat Zijn Bloed, vergoten aan het kruis op Golgotha, ons heeft verlost van onze vijanden en van de hand van allen die ons haten.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>