• Home
  • Waarom de Kerk niet het lichaam is van Christus – Deel 17

Hoofdstuk 27

De hoer en de rest

Iedereen die de wetten van God niet in zich heeft stromen door het Hoofd, dat Jezus is, is van een lichaam zonder Zijn hoofd. Een lichaam zonder dit is dus gediskwalificeerd als Zoon van God, en op zijn beurt gediskwalificeerd als deel van het Lichaam van Christus. Dat is geen slecht nieuws. God had een vrouw nodig, zijn Zoon ook. De Zoon heeft een lichaam in wording, maar nog geen vrouw.

Want nu is de “vrouw in wording” onder een ander hoofd, een andere Jezus en een ander systeem. Zij is een lichaam dat de wetten van een beestensysteem via een kerkelijk apparaat of politieke kromming als hoofd heeft.

Het hoofdsysteem van de aanstaande vrouw is georganiseerde religie (politieke -ismen zijn ook religies). DAT hoofd en het lichaam van het kerkvolk vormen samen een lichaam. Het is een hoer. Als Israëlieten leven naar de wetten van anderen noemt God dat hoererij en degene die dat doet, ook een hoer als die zijn vrouw moet zijn. Dus de hoer is niet de katholieke kerk zoals de reformatoren dachten. Dat was het in hun tijd, maar sindsdien heeft zij vele dochters gekregen en is zij slechts het hoofd. Zij die hun wegen geven om de wegen van dat hoofd te zijn, zijn haar lichaam. Samen vormen zij de hoer. Dit lichaam rijdt op vele wateren, naties en volkeren, want het is multiraciaal van aard en dronken van het bloed van allen die het doorzagen.

Uit Openbaring 17… “Kom hier, ik zal u het oordeel tonen van de grote hoer die op vele wateren zit:”

2 “Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij.”

3 “En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der gods lastering, en had zeven hoofden en tien hoornen.”

4 “En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij.”

5 “En op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde.”.

Een moeder kan alleen een moeder zijn als zij nakomelingen heeft en haar nakomelingen zijn alle andere kerken die protesteerden en zich afkeerden, maar alleen om haar wegen na te bootsen. De appel valt niet ver van de boom.

6 “En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, als ik haar zag, met grote verwondering.”

15 “En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen.”

Daniël spreekt over de systemen van het Beest

Beest betekent de mens die Gods wet vervangt door zijn eigen wet. Het betekent niet een systeem gemaakt door een super slechte spook(geest, demoon). Het ene systeem van beestachtige wetten volgde op het andere en het laatste is een uitwas van de concurrent van het Heilige Roomse Rijk: het financiële systeem van de Scharlaken of de Rode, of de Roth. Zij worden niet gedekt door het schild van Jezus, maar door een rood schild dat de Roden beschermt. Het schild wordt gehanteerd door de valse adel van de Roden, de Edomieten, en hun afschermende valse adel zijn de Rode schilden, of Rode-schilden; Rothschilds. Hun opkomst is de laatste ‘show’ van de Beestsystemen. Dit spreekt van de dag (tijdperk) waarop Esau, ook wel Edom genoemd (wat ‘Rood’ betekent) het juk van Jakob afwerpt.

Jakob is gezamenlijk de Verloren Israëlieten. Esau/Edom is collectief de valse Israëlieten. Het geloofssysteem van Edom Rood wordt de Jodenreligie genoemd. De Joden worden afgeschermd of anders gezegd, aangemoedigd en gemachtigd, zelfs heilig genoemd door een systeem, betaald door de Rode schilden-Rothschilds. Het Christendom is gekomen onder het juk van de roden, de Edomieten. Het zuurdesem van de Farizeeën, wier godsdienst het levensbloed is van de Roodschilden, heeft nu de massa van Jakobs Israëlitische stam gezuurd. Daarmee is het Pinkstertijdperk geëindigd en is het volledig verzwolgen en opgeslokt in de godsdienst van de Joden, waaruit het zo lang geleden is voortgekomen.

Jezus nam het koninkrijk weg van de Joodse leiders in 33 na Christus, die het hadden gestolen van de Israëlieten rond 100 voor Christus. Het werd teruggegeven aan de Israëlieten, die toen Christenen werden genoemd. Vanaf 1917 begonnen deze christenen te geloven in joodse fabels en begonnen zij het koninkrijk terug te geven aan het nageslacht van de vroegere dieven. Tegen 1994 had het dievengebroed het volledig terug. Het zuurdesem had alles gezuurd.

Het was de plicht van de Christenen om vol te houden tot Christus terugkwam. Het Overblijfsel deed dat. De Rest begon echter hun eigen versie van vasthouden aan het koninkrijk te bouwen, door kerken te maken die leeg waren van Gods wet. Opdat de kerk in aanmerking zou komen om dit beest te berijden, moest het kerksysteem worden aangekleed of bedekt met wetten om zijn recht om te heersen te rechtvaardigen; zonder Gods wet maakte het zijn eigen wetten. Uiteindelijk werden de wetten van het Rode/Edom beest gezuurd door de wetten van de kerken. Zij zijn goed gekleed in het rood voor Babylon, maar naakt voor de waarheid van God.

Alleen wanneer onze verwanten in dit systeem bevrijd zijn van dat hoofdsysteem zijn zij daar van verlost, alleen dan kunnen zij beginnen aan het lange proces van dagelijks sterven om te groeien in de ware “pneuma” ware heilige geest/wet, en wanneer zij voldoende gerijpt zijn om tot de Vader te zeggen: “Ja Heer, al Uw oordelen zijn rechtvaardig,” vanuit onbesneden harten kunnen zij de bedekking van Gods Wet aantrekken, een kleed dat wit en rein is. Alleen dan is de hoer gereinigd om de bruid te worden.

Daarvoor moeten ze gereinigd worden door Gods vurige wet. Dat is de vuurzee. Het is niet de hel die door de kerken wordt onderwezen, het is een staat van zuivering waarin alle drek/onreinheid wordt gereinigd of uitgebrand. De dag (tijdperk) des Heren brandt als een oven. Het zuurdesem moet worden verbrand om fijne tarwebroden te krijgen. Het zuurdesem moet worden uitgebrand, niet de tarwe.

Het historische bewijs dat aantoont dat de kerken en hun leden een andere wetgever hebben, is zo goed samengevat.

De bepalingen van het Corpus Juris Civilis, of Codex Justinianus beïnvloedden ook het kerkelijk recht van de rooms-katholieke kerk; er werd gezegd dat ecclesia vivit lege romana, de kerk leeft bij het Romeinse recht. Dat systeem werd overgedragen aan de protestantse landen, vandaar dat de wetten van die landen Latijnse titels hebben.

Met de wet van God aan het kruis genageld en de kerkelijke wet op zijn plaats, heeft de zonde sindsdien in overvloed geheerst (denk aan de woorden van Paulus in Efeziërs 2:1-3). Door die zonde leefden zij in Gods wervelwind. Die wervelwind van de geschiedenis steekt keer op keer de kop op. Voor elke actie is er een gelijke en tegengestelde reactie. Of zoals Newton het uitdrukte: “Tegenover elke actie staat altijd een gelijke reactie; of, de wederzijdse acties van twee lichamen op elkaar zijn altijd gelijk, en gericht op tegengestelde delen”. Of zoals Jezus het zei: Je oogst wat je zaait.

Hoofdstuk 28

De Belial-kerk zal worden uitgespuwd

“Waarschijnlijk zijn er in deze twee jaar (342-3 na Chr.) meer christenen afgeslacht door christenen dan door alle vervolgingen van christenen door heidenen in de geschiedenis van Rome” schrijft historicus Will Durant over de nasleep van de uitkomst van het Concilie van Nicea. Om die twee jaar in een historisch perspectief te plaatsen: De heidense goden Romeinse Rijk hadden christenen vervolgd omdat ze hen zagen als een bedreiging voor alles wat het rijk was. De ouden hadden geen perspectief op een leven na de dood of opstanding. De Romeinen geloofden dat de beschaving ooit zou eindigen en dat dat einde absoluut was. Ze hadden geen concept van een almachtige scheppergod. “De Romeinse godsdienst was niet gebaseerd op goddelijke genade, maar op wederzijds vertrouwen (fides) tussen god en mens. Het doel van de Romeinse godsdienst was zich te verzekeren van de medewerking, welwillendheid en “vrede” van de goden (pax deorum). De Romeinen geloofden dat deze goddelijke hulp hen in staat zou stellen de onbekende krachten om hen heen, die ontzag en angst (religio) inboezemden, te beheersen en zo met succes te leven.” Britannica

Degenen die beweerden christen te zijn hadden over het algemeen slechts een oppervlakkig begrip van wat het betekende om christen te zijn, maar hun afwijzing van de Romeinse goden was genoeg om de Romeinen het einde van de beschaving te laten vrezen. Helaas werd het gebrek aan begrip van Gods plan in stand gehouden door priesters die een manier zagen om te heersen over een groeiende onderklasse. Een inkomen verdienen zonder hard te werken is altijd een afgunstige baan voor sociopaten. Maar Rome kwam zwaar neer op deze nieuwe kracht die het Christendom heette. Uiteindelijk werd Constantijn met zijn impulsieve behoefte aan goddelijke steun, en vanaf 312 na Christus, door een verstrengeld en groeiend proces, het christendom de officiële godsdienst van het rijk. Eindelijk konden de sociopathische priesters regeren. Tegen die tijd was het een rommeltje geworden van door de mens gemaakte theologie en dat moest worden uitgezocht. Rome had stabiliteit nodig, maar in plaats van zich tot Gods regels (wetten) te wenden, wendden de heersers zich tot het priesterambacht dat zij hadden gesanctioneerd om de zaken van de mens met goddelijke zegeningen te besturen. Die opstandige bende machtige sociopaten beheersten nu de hele beschaafde wereldorde. En zo ontstond het Concilie van Nicea. De regels stonden vast, iedereen moest zich houden aan de wet van de heersers die geleid werden door de meest ongeremde van de priesterlijke macht. In deze tijd was het Christen tegen Christen waar Will Durant het over had.

Toch heeft Jezus zo’n driehonderd jaar eerder de onreine geest (denkbeelden, leringen, principes) van de Farizeeën toen uitgeroeid:

“Wanneer de onreine geest van den mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben. En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd. Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven andere geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste.”… Lucas 11:24-26. Dit is meer dan een verhaal over de gezondheid van een persoon, het is een gelijkenis of parabel van de kerken.

Jezus herstelde het huis, de natie der Israëlieten op de Pinksterdag 33 na Christus. Hij reinigde het van de staatskerk van de Farizeeën, een instelling van onreine geest/leer. Hij deed dit door gelovigen naar buiten te roepen en hen te vullen met heilige leringen/gedachten/manieren. Maar het wonder van Pinksteren nam af naarmate meer en meer mensen zich verloren voelden zonder de “gouden kalveren” of het priesterambacht. En dus maakten zij een Jezus naar hun evenbeeld, een gouden lam, één die vriendelijk en liefdevol zou kijken naar hun verwerping van de Wet van de Vader en één die hen toestond koningen te installeren zoals de andere volken. Dat is de smerige tijdgeest van elk kerkelijk tijdperk. Het gaf ons in totaal zeven smerige manieren, zeven onreine geesten of onreine tijdperken. Met elk tijdperk kwam er een slechte vervallen toestand bij, totdat aan het eind van de 7 tijdperken het lichaam nog onreiner was dan toen het onder de Farizeeën was, voordat Jezus het gereinigd had.

Judas 1:4 “Want er zijn sommige mensen ingeslopen, die eertijds tot ditzelfde oordeel te voren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade onzes Gods veranderen in ontuchtigheid, en den enigen Heerser, God, en onzen Heere Jezus Christus verloochenen.”

Mat 13:25 “En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.”.

Citaat van Bertrand L. Comparet

“Wij hebben deze kwestie van de zeven “gemeenten” aan het begin van deze zaak besproken en wij zagen dat deze zeven verschillende perioden symboliseerden in de geschiedenis van de christelijke “gemeenschap (door de traditie Kerk genoemd)” – vanaf de tijd van de opstanding van Jezus de Christus tot heden. Deze kandelaars of lampenstandaards vertegenwoordigen dus de christelijke “Gemeenschap”, of eigenlijk, aangezien we deze symboliek voor het eerst oppakken in het Oude Testament in Zacharia, vertegenwoordigt het niet alleen de christelijke “Gemeenschap”, maar het vertegenwoordigt de Tempel onder het Oude Testament. Vergeet niet dat zowel de tempel van het Oude Testament als de christelijke “gemeenschap” van het Nieuwe Testament verschillende perioden van infiltratie en corruptie door de vijand hebben doorgemaakt, waarin zij er niet in slaagden hun lichtgevende doelstellingen te verwezenlijken. Maar af en toe kwamen er goede mensen binnen, die het werk weer oppakten.

Ja dit zijn de 7 Kerken van Openbaring en Jezus was de engel (boodschapper, drager van boodschappen, licht of waarheidsgever) hij was het licht van elk, maar elk had zuurdesem dat in hun klomp tarwedeeg sloop, zozeer zelfs dat Jezus tegen iedereen die niet gesmoord was in elk tijdperk, zei uit de kerken te komen die het overnamen.

Trouw aan de oproep, kwamen de Ecclesia / Uitgeroepenen / verwante gelovigen, uit de kerken van elk van de zeven kerktijden. Nadat Jezus de sterke punten van elk kerktijdperk heeft opgesomd, somt hij vervolgens hun zwakke punten op. Vervolgens spoort hij degenen die de geest/het onderwijs van de boodschapper (Jezus) kunnen horen aan om te vertrekken met deze opdracht: “Wie een oor heeft, laat hem horen wat de geest tot de ‘vergaderingen’ zegt…”. Dit wijst erop dat in elk tijdperk de vergaderingen gestopt zijn met het horen van Jezus. Er zijn er die geroepen zijn om te horen en er zijn er die dat niet doen.

De oproep om weg te gaan en naar buiten te komen is niet voor niets gegeven en wordt in deze verzen duidelijk uiteengezet:

2 Korintiërs 6:14-17 KJV

14 “Gaat niet ongelijk met ongelovigen om; want welke gemeenschap heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid en welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis?”

Kerkgangers zouden zeggen dat ze niet ongelovig zijn, maar, zoals herhaaldelijk blijkt, hebben ze ‘een andere Jezus’. Hun Jezus is er een die past bij hun wens om vrij te zijn van Gods wet en vrij om hun eigen regels en wetten te maken. Dit kwalificeert hen als ongelovigen. Zie nogmaals Efeziërs 2:1-3 waarin ons wordt verteld dat zij het systeem van de mensen en hun wegen volgen.

15 “En welke overeenstemming heeft Christus met Belial? of welk deel heeft hij die gelooft met een ongelovige?”

16 “En welke overeenkomst heeft de tempel van God met afgoden? Want gij zijt de tempel van de levende God; zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en in hen wandelen; en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.”

Nogmaals, de kerken zeggen: “er is geen heil buiten de kerk”, dat alleen al maakt de kerk tot een afgod. Waarom? Omdat de tempel van God de broeders zijn, niet een instituut dat de heilige geest aan het kruis heeft genageld! De Tempel bestaat uit individuen die één zijn met Gods heilige geest, het Woord. Het Woord is God, het Woord is de Wet, levend en in leven en NIET aan het kruis genageld. De wetten van mensen zijn dode werken. Dit vers zegt dat God (het Woord) in zijn volk woont als hij hun God is, of beter gezegd, hun wetgever. Als hij niet hun wetgever is, dan is hij niet hun God!

17 “Daarom kom uit hun midden en wees afgezonderd, zegt de Heer, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u ontvangen.”

De kerken zijn het onreine ding, gevuld met de dode werken van een dode mensenwet, het is een valse en rode bedekking, smerig en onrein waardoor het lijkt alsof, zoals een broeder met zijn wrange gevoel voor humor zei, “Jezus stierf voor hun broodjes ham”.

Wij zijn de tempel van de levende God, niet een instelling en haar apparaten. De Rest beweert dat zij in God geloven, maar omdat zij niet geloven in de Wet van God, noch dat Jezus kwam om die doeltreffender te maken, zijn zij dan ONGELOVIGEN! Als de Tien Geboden vrij zijn om te worden geïnterpreteerd door een ander systeem dan de Wetten die zij invoeren, dan is wie dat beweert misleid of een bedrieger. Ze kunnen het zijn; Belial.

“Belial” is een Hebreeuws woord “gebruikt om de goddeloze of waardeloze te karakteriseren”. De etymologie van het woord wordt vaak begrepen als “waardeloos”, van twee gemeenschappelijke woorden: beli- (בְּלִי “zonder-“) en ya’al (יָעַל “van waarde zijn”).

Elke christelijke instelling die zegt dat de Wet van God nu aan het kruis genageld is, dus geen actuele waarde meer heeft, en “wij vrij zijn van die wet”, is een instelling die waardeloos is. De Wet van God is NIET waardeloos. Christenen zonder de wet zijn werkers der ongerechtigheid. Het betekent dat de kerken waardeloos zijn, dat zijn ze: Belial! Heb daarom geen gemeenschap met hen. In het beste geval kunnen wij onder hen zoeken wie van Boven verwekt is en hem/haar dan uitnodigen uit die entiteit te komen, zoals Jezus deed uit de staatskerk (synagoge) van Judea.

Jezus woont in de Tempel van de levende God, in ons, wij van de Ecclesia, niet in de “Clubs van Belial”. Het concept van waardigheid is van God uit, niet van de mens. Hoezeer een kerk ook aanspraak maakt op Jezus als hoofd, zonder de hoeksteen die de ware Jezus is die leeft naar de wet van zijn Vader, werken zij tevergeefs met een andere Jezus die de mens de wet van de mens laat doen.

“Nu dan zijt gij (Israëlieten van de verstrooiing) geen vreemdelingen en buitenlanders meer, maar medeburgers met de heiligen (de Uitgeroepenen), en van het huisgezin Gods”; (Huisgezin betekent familie, dus God is de Vader als wetgever, dan een Zoon van hoofd en lichaam, en verloofde te zijn) en bent gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarbij Jezus Christus zelf de voornaamste hoeksteen is; (Deze gingen niet over de vrije wil, maar over Gods wil) In wie het gehele gebouw, dat goed in elkaar zit, groeit tot een heilige tempel in de Heer: “(Die tempel is niet het apparaat van de kerk) In wie ook gij zijt samengebouwd tot een woonplaats van God door de Geest.” Efeziërs 2:19-20 De katholieke traditie is dus onzin, de hoeksteen van de tempel is niet Petrus, maar Jezus.

Elke vergadering die tot kerk is omgevormd wordt waardeloos, het worden clubs vol mensen die Gods wet aan het kruis hebben genageld. Ze eren priesters die kerkelijke wetten goedkeuren die geworteld zijn in de “Wetten van Justinianus”, ze zijn onrein geworden, ze zijn Belial geworden. Wat zegt Mattheus?

Mattheüs 5:13 KJV “Gij zijt het zout der aarde; maar indien het zout zijn smaak verloren heeft, waarmede zal het gezouten worden? Dan is het voor niets meer goed, dan om uitgeworpen te worden, en door mensen onder de voet te worden gelopen”.

Voor niets goed betekent waardeloos, Belial. Dit is geen verwijzing naar moslims of joden, maar naar hen die beweren christen te zijn.

Christenen zijn bedoeld om de “aarde” te zouten. Zout bewaart wat bewaard moet worden en doodt wat moet verwelken. De “aarde” is het koninkrijk van de Adamieten die de christenen moeten bewaren. Om hen op te heffen uit het feit dat ze van beneden zijn verwekt. De enige manier om dat te doen is het zout of de smaakmaker toe te passen, Gods Heilige Wet die van Boven verwekt is. De kerken hebben die zoute wet niet, noch hebben zij die gebruikt om de aarde(lingen) en de hun toevertrouwde heerschappijen te zouten. Zij hebben de volmaakte wet verworpen en wat overblijft is de nutteloze wet, Belial-wet.

Psalm 19:7, 8 “De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende. De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.”

We lezen in vers 8 dat Gods volmaakte wet onze ogen verlicht. Zonder deze zijn onze ogen verblind. Dus als de kerken Gods wet verwerpen, verblinden ze zichzelf. Alleen met open ogen of besneden ogen en oren kan iemand een waar christen zijn. Alleen dan begint men de heilige geest te kennen, iets wat de Drie-eenheidsleer heeft verborgen (zie het volgende hoofdstuk).

Zij die horen zijn zij die een besneden hart hebben en oren en ogen hebben om het licht van het woord, de wet, binnen te laten. Zij die die wet verwerpen, verwerpen Gods licht omdat hun hart onbesneden is en onrein is geworden door zelfwetgeving. De wet van God bepaalt wat rein en onrein is, en zout verwijdert het onreine en behoudt het reine. Zonder de wet is het onderscheid niet kenbaar.

Ezechiël 12.2 “Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.”.

Zij hadden de wet van God toen al verworpen, zelfs in de tijd van Ezechiël.

Jeremia 5.21 “Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.”

Zij hadden alleen oren die gekieteld wilden worden door woorden die zij mooi vinden, waardoor de priesters konden beslissen wat goed of fout is volgens menselijke verkiezing.

Jeremia 6.10 “Tot wie zal ik spreken en betuigen, dat zij het horen? Ziet, hun oor is onbesneden, dat zij niet kunnen toeluisteren; ziet, het woord des HEEREN is hun tot een smaad, zij hebben geen lust daartoe.”

Jeremia maakt duidelijk dat het woord van de Heer voor hen een verwijt is, zoals het vandaag de dag is, en dat zij niet konden wachten om Gods woord aan het kruis te nagelen. Hun vlees bedekt het zaad dat in hun hart is geplant, waardoor het zaad niet kan worden ontstoken door het licht van de wet. Daarmee zijn ze Belial. Waardeloos.

Jezus vestigt de aandacht op de oren: “Wie oren heeft om te horen, laat hem horen.”

In het NT is het Stefanus die in zijn preek voor het Sanhedrin een duidelijk verband legt tussen doofheid voor de Wet en “onbesnedenheid”:

Handelingen 7:51 “Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.”

Stefanus richt zich hier niet tot ongelovige mensen, noch tot de Ecclesia, maar tot hen die beweren te geloven. Zij die ongeveer 30 jaar leefden na die grote dag in 33 na Christus die leidde tot het begin van het Nieuwe Verbond. We zien dus dezelfde doofheid in het OT en het NT, en het is een doofheid voor God, zijn Woord, zijn wet, de Heilige Geest. Zij die de Heilige Geest tegenstaan, verzetten zich tegen de wet.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>