• Home
  • Waarom de Kerk niet het lichaam is van Christus – Deel 14

Hoofdstuk 22

Dus als God de rest verblindt, welke hoop hebben zij dan?

Hun hoop ligt in het systeem van de wet dat zij hebben afgeworpen. Zij mogen God danken dat God zijn eigen wet NIET heeft afgedankt, want door zijn eigen wet belooft hij hen te redden.

Ex. 21:26, 27 “Wanneer ook iemand het oog van zijn dienstknecht, of het oog van zijn dienstmaagd slaat, en verderft het, hij zal hem vrij laten gaan voor zijn oog.
27 En indien hij een tand van zijn dienstknecht, of een tand van zijn dienstmaagd uitslaat, zo zal hij hem vrijlaten voor zijn tand.”

Ons volk, wij allen, zijn in de gevangenschap van door de mens gemaakte systemen, dat is de verdrukking of de problemen van Jakob. Futuristen plaatsen dit graag in het nog komende, alsof het verleden een picknick is. Vergeet niet dat “Jakob” staat voor de stammen van Israël en dat hun problemen begonnen toen hun koninkrijk werd onderworpen aan het Beestensysteem (wereldorde). Zij kregen niet alleen hun wens om hun eigen wetgevers te hebben, zoals we hebben gelezen in Samuël, God deed het beter! Hij gaf hun vreemde wetgevers, immers, wetten maken in plaats van toegeven aan Gods wet is om te beginnen al ‘vreemd’.

Dus kregen ze 7 tijden van verdrukking, meestal GROTE verdrukking, 2520 jaar lang. Degenen die verblind zijn in dit systeem(wereld) zijn degenen in de kerken en degenen in de politieke seculiere wereld van ‘-ismen’. In blindheid dienen zij dus vreemde wetten en wetgevers. Alleen God kan hen bevrijden. Ex. 21:26, 27 is de norm die God stelt en wat God is. God is als het ware de man in bovenstaande verzen, Hij heeft zijn knecht (Jakob: Israëlieten) met blindheid geslagen. Daarmee neemt God door zijn EIGEN norm of ‘zwaard der wet’ de volledige verantwoording daarvoor op zich.

Zoals geschreven staat: “Wat dan? Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden. (Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag.” (Romeinen 11:7-8)

“Zij weten niet, en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan.” Jesaja 44:18

Daarom zal God hen in overeenstemming met zijn wet bevrijden, omdat hij de Meester is die de knecht in blindheid heeft geslagen, zoals we zojuist in Romeinen en Jesaja hebben gelezen.

Na dit gelezen te hebben, moet ‘de Rest’ zich niet gekleineerd voelen.

Laten we eerlijk zijn, de Rest heeft God gekleineerd door zijn wet te overtreden, maar toch heeft hij in zijn grote goedheid velen van hen gespaard omwille van zijn uitverkorenen. Dat is op zichzelf al een vorm van redding die plaatsvindt omdat het Overblijfsel in hun midden is. We zouden het als het ware kunnen zien als een trickledown effect van redding. Anders zouden ze zonder dit als Sodom en Gomorra zijn. Maar zij zijn onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg. Ze kozen er zelf voor om wetten te maken. Dat willen is van het vlees. Het betekent verwekt van beneden. Het betekent deel uitmaken van de natuurlijke orde van leven en dood cycli. Het betekent niet de levensadem hebben, maar biologisch leven.

Voor hen is de Overblijfsel op zijn best dwaas, op zijn slechtst radicaal. Op zijn minst is de Overblijfsel altijd bespot door de Rest. De Kerken en de Rest hebben de Overblijfselen zelfs vervolgd. Toch hebben zij van de Rest hun bestaan te danken aan de Overblijfsel. Lees die verzen van Romeinen 9:27-29 nog eens.

Wanneer de Rest dit eindelijk erkent, dan zullen zij volledig gered zijn, want dat betekent dat hun ogen geopend zijn. Zowel de Rest als het Overblijfsel moeten dit weten, en dat alles in zijn eigen volgorde van behoud. Niemand kan die volgorde veranderen.

Jezus herstelde het koninkrijk aan de Israëlieten in 33 na Christus door klein te beginnen, als een mosterdzaadje bij de 120 in de bovenzaal. Maar niet lang daarna wilden de Israëlieten die nu christenen worden genoemd, al “terug” naar de geroepen religieuze structuren waaruit zij waren geroepen. Zij werden 40 jaar op de proef gesteld, van 33 tot 74 na Christus, toen de staatsgodsdienst van Judea door de Romeinen werd vernietigd. De boodschap drong niet door. Ze hadden als het ware een gouden kalf nodig. Het gouden kalf was een witgewassen synagoge-apparaat, het kerkelijke apparaat. Het had een andere Jezus nodig. Het eerste gemeenschapstijdperk was van 33 tot 64 na Christus, waarin velen hun eerste liefde, de wet handhavende Jezus, verlieten voor een wet dodende Jezus. Met dat standpunt lieten ze al degenen van de Joodse religie toe, 64 tot 313 na Christus. Dit was de opkomst van de papas. Dit was toen kerkvaders als Origenes meenden het recht te hebben theologie uit te vinden en uitvinden deed hij! Hij geloofde dat ‘zielen’ gehoorzame geesten waren voordat God een materieel universum maakte. Deze zielen vielen dan van God af en kregen dan vlees en stoffelijke lichamen om in te wonen. Dit is zo’n flauw en onnozel idee, maar toch was dat een kenmerk van de rebellie tegen Gods woord. Hij was ook voorstander van het drie-eenheid idee voordat het veranderde in, aanbid dit of sterf. Dus de rebellie werd steeds erger, waar het nu is. De geschiedenis van het kerkelijk apparaat is een lang en smerig religieus spoor van bedriegerij in de duisternis van vleselijke meningen en wetteloosheid, dat heeft geleid tot een moeras van denominaties, scheuringen en moorden. Het is een systeem van vallen en opstaan, oorzaak en gevolg.

Door hun eerste liefde te dumpen, en een Jezus te scheppen die hun systeem gezegend zou noemen, moesten zij de hulp inroepen van hen die ervaren zijn in het maken van religieuze structuren, de Joden. Openbaring 2:9 “…Ik ken de godslastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn (ιουδαιους, Judeeërs) en het niet zijn (beweren verwanten te zijn van de rest van de bekeerde Israëlieten), maar de synagoge (vergaderplaats/kerk) van satan zijn.” In de Griekse tekst zijn alle letters hoofdletters. In de meeste moderne talen gebruiken we bij het vertalen hoofdletters en kleine letters. De vertalers kozen ervoor satan te schrijven met een hoofdletter “S” en de rest als kleine letters. Dat is misleiding. Dit bedrog behandelt een zelfstandig naamwoord als een persoonsnaam, en geeft het idee van een antropomorfische en gepersonaliseerde satan. Dat hele idee is een overblijfsel van het heidense pantheon dat altijd een of andere kwade of bedrieglijke god bevatte. Het hoort niet thuis in het monotheïsme. Vertalers die dit moedwillig doen, zijn zelf tegenstanders die hen tot satan maken. De bijbel gebruikt veel termen die gebruikt zouden kunnen worden als antropomorfische wezens, zoals:

Van de zonde wordt gezegd dat hij voor Kaïns deur hurkt (Genesis 4:7), maar dat betekent niet dat de zonde een soort fysiek beest is. Salomo spreekt van een locutieve vogel (Prediker 10:20), en Jesaja van zingende bergen en handgeklapte bomen (Jesaja 55:12).

Satan is een zelfstandig naamwoord, dat “tegenstander of hinderaar” betekent.

Het vers betekent eenvoudigweg dit, zij van de kerkstructuur van Judea zijn in ons midden alsof ze aan onze kant staan, maar dat zijn ze niet, ze zijn in plaats daarvan van de kerk van opstand tegen Gods koninkrijk en lokken ons erin.

Veel Israëlieten die pas uit de staatsgodsdienst van Judea waren geroepen, waren uit hun comfortzone. Weg was de structuur van de clubverering die zij hadden gekend. Zij waren als hun voorouders, die alleen de wegen van Egypte kenden, en hadden een man en structuur boven zich nodig, een tussenpersoon, geen directe verbinding met Jezus. Zij trachtten hun ongemak te overwinnen in een gestructureerd trapsgewijs of gelaagd systeem van opzieners; met opzieners van opzieners. Dit leidde op zijn beurt tot rivaliteit en machtswellust en strijd tussen opzieners. Het duurde niet lang in de eerste jaren van de kerkgeschiedenis voordat de bisschoppen van Rome het oppergezag opeisten over de bisschoppen van de rest van het toenmalige christendom, over bisschoppen als die van Alexandrië, Constantinopel, Damascus enzovoort… Het resultaat? Welke sociopaat zou de top hond zijn om de alfa wolf te behagen. Dat is de ellendige piramidestructuur van de Nicolaieten, die Jezus haatte.

De kerken hebben gekeken naar Jeremia 30 en hebben op de een of andere manier niet gezien dat de profetieën worden beschreven als verleden tijd ten tijde van Paulus’ verslag. Door dit falen zien zij het als een nooit eindigende, nog te komen, of zij “vergeestelijken” het, wat betekent, de betekenis vervalsen, want vergeestelijken betekent een betekenis veranderen in een toespeling, toespeling zelf betekent “spelen met” of “spotten”.

30 “Het woord dat tot Jeremia kwam van de HEERE, zeggende,”

2 “Zo spreekt de HERE, de God van Israël, zeggende: Schrijf u al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, in een boek.”

“Want zie, de dagen komen, zegt de Here, dat Ik de gevangenschap van Mijn volk Israël en Juda zal terugbrengen, zegt de Here; en Ik zal hen terugbrengen naar het land dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen er heer en meester over zijn.”

Terugbrengen van de gevangenschap verwijst naar het met geweld ingenomen koninkrijk, zodat de gevangenschap opnieuw begint. Gedurende 100 jaar was Judea vrij van het beestensysteem van 164 voor Christus tot 64 voor Christus. De Farizeeën namen het in door geweld, geweld tegen Gods woord en door burgeroorlogen binnen Judea met rivalen, in dat toneel kwam Jezus. Niet om de staatskerk van Judea te bevrijden, maar het volk dat erin gevangen zat en daarna alle verwanten daarbuiten.

4 “EN DIT ZIJN DE WOORDEN DIE DE HEER SPRAK OVER ISRAËL EN JUDA;”

5 “Zo zei de Heer: Gij zult een geluid van vrees horen, er is vrees en er is geen vrede.”

7 “Want die dag is groot, en er is geen andere; en het is een tijd van rechtschapenheid voor Jakob; maar hij zal daaruit gered worden.”

Welke dag, of welke tijd? Het einde van het Tijdperk, het Pascha Tijdperk, of anders gezegd, het Oude Verbond Tijdperk. De staatskerk van Juda en haar apparaten van moord en vervolging van hen die geroepen wilden worden, zullen worden verpletterd als nooit tevoren. Paulus heeft enorm geleden onder de handen van de Jodengodsdienst. “…ik heb veel harder gewerkt, vaker in de gevangenis gezeten, ben zwaarder gegeseld en steeds weer aan de dood blootgesteld. Vijf keer kreeg ik van de Joden de veertig zweepslagen min één. Drie keer werd ik met roeden geslagen, één keer werd ik gestenigd, nog eens drie keer…” 2 Korintiërs 11:23 Veertig zweepslagen min één was een straf die zo zwaar was dat het slachtoffer op het randje van de dood werd gebracht, waarbij de laatste zweepslag werd ingehouden.

8 “Te dien dage, zegt de Here, zal Ik het juk van hun hals breken en hun banden verbreken, en zij zullen geen vreemden meer dienen:”

Het juk gebroken is de wet van het vlees die hen regeert is gebroken en de banden gebroken zijn door Gods waarheid die hen vrijmaakt van de wet van slavernij. De vleselijke wetten zijn onmogelijk af te schudden door onze eigen inspanningen en zij zijn de weg die een “doodswerk” levensstijl is. De Israëlieten stonden onder andere naties, maar met het tijdperk van het Nieuwe Verbond werd elk gebied dat door de verloren Israëlieten in Europa was gevestigd, tot naties die zelfbesturende naties werden, het christendom genaamd.

9 “Maar zij zullen de HERE, hun God, dienen, en David, hun koning, die Ik hun zal doen opstaan.”

Hier wordt gesproken over Jezus als David, hun koning. Hij wordt tot hen opgewekt, in vers 3 zien we dat het gaat om het volk van Juda en Israël, de verdeelde huizen, en dat Gods wet hun wet zal zijn, vandaar “zij zullen de Here, hun God, dienen” zoals vervuld in het Overblijfsel dat dit verkregen heeft. De Rest wordt christenen genoemd zonder Gods wet, maar hun opleiding begon op het niveau van tarwe en onkruid.

10 “Daarom vreest gij niet, o mijn knecht Jakob, zegt de HEERE, en wordt niet ontsteld, o Israël; want zie, Ik zal u redden van verre, en uw zaad uit het land van hun gevangenschap; en Jakob zal terugkeren, en in rust zijn, en stilte zijn, en niemand zal hem bang maken.”

Jakob is de patriarch en staat symbool voor de hele twee huizen, en deze zijn uit het land van hun gevangenschap gehaald, dat in het Midden-Oosten lag, en zij zijn naar Europa getrokken en hebben daar geprobeerd het christendom op te bouwen. Dit is in symboliek, de taal is symbolisch. Terugkeren betekent dat zij die God als hun Wetgever hebben, naar Hem zijn teruggekeerd, zoals de verloren zoon. Hun hart is teruggekeerd naar Gods wil.

11 “Want Ik ben met u, zegt de HEERE, om u te redden; al maak Ik een volledig einde aan alle volken waar Ik u verstrooid heb, toch zal Ik geen volledig einde aan u maken; maar Ik zal u in mate corrigeren en u niet geheel ongestraft laten.”

De bestraffing geschiedt in stadia van soorten van bestraffing, het zeven, dorsen of verpletteren; dit zal in een volgend hoofdstuk worden behandeld. Het Overblijfsel is van Hem, de Rest zal van Hem zijn door correctiemaatregelen.

22 “En gij zult mijn volk zijn en ik zal uw God zijn.”

Tot nu toe heeft alleen het Overblijfsel Gods Wet, dit betekent dat God hun God is. Maar God verklaart dat hij Jezus de autoriteit heeft gegeven om te oordelen waarbij hij de nodige maatregelen zal uitvoeren om de rest in het gareel te trekken, dan zullen ook zij de zijne zijn.

23 “Zie, de wervelwind van de HEER gaat uit met woede, een voortdurende wervelwind; hij zal met pijn vallen op het hoofd van de goddelozen”.

Zij die Gods wet niet liefhebben en haar in plaats daarvan doodnagelen, doen God geweld aan en zijn dus naar Gods maatstaf goddeloos. De geschiedenis van De Rest is als in een wervelwind geworpen. De werking van de wervelwind ontwortelt datgene wat geen stand kan houden.

Daarom is Gods goedheid, zijn belofte, vervuld in het overblijfsel, maar er is een voortdurende wervelwind om te corrigeren, namelijk De Rest.

“De Rest” raakt verstrikt in eindeloze wervelwinden, meegesleurd door leugen na leugen waarbij zij elkaar doden. De leugens zijn het zwaard waardoor ze leven en sterven. De Rest volgt gemakkelijk honden die eigendom zijn van wolven, omdat hun hart wordt geleid door de wet van het beest. De uitkomst van de wet van de beesten was en is verschrikkelijk; de Engelsen tegen de Boeren en de Duitsers, of de Duitsers tegen de Fransen en de Fransen tegen de Nederlanders en de “Yankees” tegen de “Confederates” enzovoort. Uit welke wervelwind de kerken en hun farizeeër-maatjes ook putten, de rest volgt met gretigheid, ongeduldig om de ander een bloedig lesje te leren. Zij kozen mensen tot wetgever/makers en wie leeft bij ‘hun zwaard’ zal door dat zwaard sterven. Dit kan niet worden ontkend. Jezus heeft onlangs bewezen dat het zo is. De gelovigen waren het hoofd in de fout om de reinen onrein te noemen, zij noemden de niet-gevaccineerden, die rein waren, die niet door big pharma waren besmet, onrein. Iedereen die geen vaccinatie nam, werd beschouwd als Oma-moordenaars en moest worden gemeden of opgesloten voor het welzijn van de rest. De honden op de kansels vertelden de leugens van de wolf door Gods woord te negeren, erger nog door Gods woord te verdraaien, het heilige pneuma, de heilige geest, de heilige toestand te lasteren, de onheilige geest, de toestand van de goddelozen uit te vergroten.

Zij hebben Gods wet afgeworpen en over zichzelf gebracht wat wij lezen in 1 Samuel 8:

4 “Toen verzamelden al de oudsten van Israël zich en kwamen tot Samuël …5 en zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; maak ons nu een koning om ons te oordelen zoals alle volken.”

Het kiezen van eigen leiders, beweren de oudsten, stelt hen in staat te leven als de andere volken, de niet-christenen, DUS het kiezen van eigen gecentraliseerde leiders is een Heidens gebruik! De “oudsten” zijn de leiders die de vertegenwoordigers zijn, zoals priesters, hoofden van bedrijven zoals de kamer van koophandel, de intellectuele vertegenwoordigers in zetels van geleerdheid en die van leiders van handelsgilden zoals de vrijmetselaars van die tijd. In hun ogen hielden Gods wetten de internationale handel, de enorme winsten en het streven naar monopolies tegen.

6 “Maar het ontstemde Samuel, toen zij zeiden: Geef ons een koning om over ons te oordelen. En Samuel bad tot de HEER.”

Ze begrepen hoe God hen zou oordelen als ze leefden zoals ze wilden, en ze hielden er niet van om beperkt te worden in het uitbuiten van goedkope arbeiders zoals in de andere volken gebeurde. Zij hadden koningen nodig die graag verrijkt zouden worden, waarbij de ouderen verrijkte elites zouden worden. Om dat te bereiken, zouden alle anderen als ondergeschikten moeten zwoegen om de elites vrij te houden van hard werken. In hun systeem komt de redding door uitbuiting van de behoeftigen, wat zij rechtvaardigen met: we doen het allemaal goed, onze rijkdom sijpelt door naar iedereen. Een eerlijk loon betekent voor hen, dat elites gelijker zijn dan anderen, dus enorme inkomens voor schuifelende arbeiders met lage inkomens. Geef net genoeg om een opstand te voorkomen, maar niet te veel om ze klaar te houden als kanonnenvoer. Ze kunnen doneren aan goede doelen om te pronken met hun vrijgevigheid, maar alleen als de donatie aftrekbaar is van de belasting, meestal voor doelen die passen bij de verrijking van hun gekozen koningen.

7 “En de HERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles wat zij tot u zeggen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, opdat Ik niet over hen zou heersen.”

Zij die God afwijzen door Zijn Wet af te werpen, zullen een wervelwind oogsten. Zij schijnen te denken dat God geen begrip heeft voor de behoeften van de mens, alleen de mens kan dat begrijpen. Niets is minder waar. Mensen kiezen anderen om voor hen te regeren. Dit is gebaseerd op hun eigen basisbehoeften en het betekent dat ze de meest basale mensen kiezen. Zij die van onderen zijn geboren, kunnen nooit een goede roeping krijgen, een machtsgreep gebaseerd op beloften van onderen is alles wat ze kunnen doen. Dit betekent dat in zo’n systeem/kosmos/wereld alleen sociopaten aan de top komen.

Ingestemde leiders kunnen een hogere roeping niet begrijpen zonder dat God hem in de hoogte roept. Een worm kan zich niet voorstellen wat het is om een vogel te zijn.

Dus zegt God tegen Samuel dat hij het volk moet vertellen wat de machthebbers zullen doen, en dat hebben ze sindsdien gedaan:

9 “Nu dan, luister naar hun stem; maar protesteer toch plechtig tegen hen, en toon hun de wijze van de koning die over hen zal regeren.”

10 “En Samuel vertelde al de woorden des HEREN aan het volk, dat hem een koning vroeg.”

11 “En hij zeide: Dit zal de wijze zijn van den koning, die over u regeren zal: Hij zal uw zonen nemen, en hen voor zich aanstellen, voor zijn wagens, en om zijn ruiters te zijn; en sommigen zullen voor zijn wagens lopen.”

12 “En hij zal hem aanstellen tot aanvoerders over duizenden, en tot aanvoerders over vijftigen; en hij zal hen stellen om zijn grond te bewerken, en om zijn oogst te oogsten, en om zijn oorlogswerktuigen en zijn strijdwagens te maken.”
13 “En hij zal uw dochters nemen tot banketbakkers, en tot koks, en tot bakkers.”

14 “En hij zal uw velden, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden nemen, het beste daarvan, en hij zal ze aan zijn dienaren geven.”

15 “En hij zal het tiende van uw zaad en van uw wijngaarden nemen, en aan zijn officieren en zijn knechten geven.”

16 “En hij zal uw herenknechten nemen, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezels, en hij zal ze tot zijn werk stellen.”

17 “Hij zal het tiende deel van uw schapen nemen; en gij zult zijn knechten zijn.”

18 “En gij zult te dien dage roepen om uw koning, die gij u gekozen zult hebben; en de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.”

19 “Doch het volk weigerde de stem van Samuel te gehoorzamen; en zij zeiden: Neen, maar wij zullen een koning over ons hebben.”

Samengevat: Zij, de uitverkorenen, zullen alles bezitten en jullie zullen betalen en dienen. Zelfs wat je bezit is eigenlijk een lening van hen. Zij bezitten de boerderij, jullie worden het vee. Allen die instemden met Gods waarschuwing deden dat omdat zij geloofden dat zij geschikt waren om hun eigen verlossing te maken. Zij zullen zich niet het slachtoffer laten worden van Gods waarschuwing omdat zij de middelen hebben om de koningen te kopen en koning-makers te zijn waarvan zij hopen dat zij hen zullen dienen. Wanneer leiders tegen het volk ingaan, horen we het volk altijd roepen: “Denk eraan, jullie dienen ons!” Door de eeuwen heen zien zij volkomen over het hoofd wat God zei: Gij zult hen dienen. Wolven geven zich nooit vrijwillig over aan schapen. Sociopaten dienen nooit moedwillig degenen die onder hen staan. Terecht kunnen we dan na al die tijd vragen:

“Wat dan? Israël heeft niet verkregen wat hij zoekt, maar de uitverkiezing heeft het verkregen, en de overigen waren verblind.” Gods voorspelling (belofte) faalde niet. Het kwam allemaal uit.

Dus Gods voorspelling (belofte) dat het Huis Israël en het Huis Juda samen zullen komen onder één Koning en Priester en gered zullen worden ten tijde van Christus als onderdeel van het Nieuwe Verbond werd vervuld. Het Overblijfsel zegt: Wij hebben geen andere Koning en Priester dan Jezus.

De Rest zegt, laat ons verkiezingen en democratie hebben en wij zullen Jezus dienen na onze dood en leven als spoken in de wolken, en dat is wat ze kregen, verkiezingen, democratie en oorlogen voor de doelen van sociopaten. Het bewolkte pluizige spul in hun dromen.

Het punt dat iedereen lijkt te missen is dat het eerst voor het overblijfsel was. De eerste vruchten, de eerste oogst, om allen te verzamelen om het Lichaam van Christus te zijn. De rest wordt nog steeds klaargemaakt om de belofte waardig te zijn, EN dat moet vervuld worden als ze klaargemaakt zijn. Die belofte lezen we in Openbaring 21:2 “En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.”

Dit spreekt van een lichaam dat uit het niets lijkt te verschijnen. Zij van dat lichaam waren er altijd al in de geschiedenis, maar zij werden in de ogen van Christus nog niet als bruid waardig gezien. Ze werden gezien terwijl ze in de wereldorde verbleven en de wereldorde handhaafden. Zij waren en zijn de bedenkers, de smeden, de bouwers en vormgevers van dat systeem van beestachtige wetten. Dat is de “Kosmos” of “wereld” waarvan Jezus zei, dat hij er geen deel van uitmaakt. En het Overblijfsel ook niet, het Overblijfsel is door de Rest gemaakt om in de marge van die beestachtige kosmos/wereld te leven. Wanneer het Overblijfsel gezien (erkend) zal worden en zo met hun hoofd de Wetgever wordt, niet de wettenmaker, dan krijgt de Rest de kans om hun vuile vodden (hun ‘rode’ wetten) af te wassen en zo wit als sneeuw te worden, DAN en niet eerder zullen zij gezien worden als waardig en rein gemaakt om een passende bruid te worden. Zij zijn dus NIET het Lichaam van Christus, maar zij zullen de Bruid van Christus zijn. De één is de Bruidegom, de ander de Bruid. Meer details later. In de tussentijd.

De kerken hebben geleerd dat hun apparaat op de een of andere manier een nieuw iets is dat los van het Joodse systeem is ontstaan. Deze mythe moest worden uitgevonden om Vervangingstheologie te creëren. De waarheid is dat het door farizeeërs geleide apparaat een kerk was. Jezus riep Israëlieten binnen die kerk op om eruit te komen. Zij die eruit kwamen waren de Ecclesia. Geen enkele kerk is ooit een Ecclesia geweest. Jezus waarschuwde toen de geroepenen NIET te leren van de Farizeeën, maar waarschuwde ook dat het zou gebeuren, vandaar de waarschuwing: Pas op voor het zuurdesem van de Farizeeën.

Zodra er een Ecclesia-tijdperk ontstond, vormden degenen die vrij wilden zijn van Gods wet een tegenbeweging om het tijdperk te infiltreren door hen die het zuurdesem van de Farizeeën zochten, zoals Hiëronymus deed: net als de meeste protestanten die zich tot de Masora-tekst wendden.

Kerken werden gevormd door hen die wilden heersen, om de taak van toezicht houden om te zetten in die van overheersen. Zo lezen we in Openbaring over elk kerkelijk tijdperk, dat iedereen die Gods wet zoekt, uit de kerken moest stappen, zich moest laten roepen, deel uitmaken van het Lichaam van Christus, niet deel blijven uitmaken van het Lichaam van de Hoer. Nu alle Kerken, in totaal 7 tijdperken, gekomen en gegaan zijn, is het enige “wet-strooi-apparaat” dat nog regeert, dat van de Edomitische wet. Het vuur dat gras verbrandt, de wet die het vlees verschroeit, het besprenkelt, degenen die nu het beest der aarde besturen zijn die Edomieten van Ashkenaz afkomst.

Ashkenaz; van (1) het zelfstandig naamwoord אש (‘esh), vuur, (2) כ (ke), zoals of als, en (3) het werkwoord נזה (naza), besprenkelen. De naam betekent dat zij de vurige wet hebben om alle andere wetten te besprenkelen en uit te branden in degenen over wie zij heersen.

Dit is de ware vervulling van Izaäk’s zegen over Ezau en de generaties die hij voortbracht. “En door uw zwaard zult gij leven, en uw broeder dienen; en het zal geschieden, wanneer gij de heerschappij zult hebben, dat gij zijn juk van uw hals zult afbreken.” Genesis 27:40. Esau’s Edomieten-Ashkenazim leven bij de vurige wet van hun hart, het is hun zwaard. Daarom zijn zij altijd de belangrijkste advocaten en bankiers over ons geweest. Nu is alle wet hun wet, hun blauwdruk is de Great Reset van de Edomiet Klaus Schwab die afstamt van de Rothschilds die zelf uit een lange lijn van Rabbijnen van de Bacharach-clan stammen.

Er was een vendetta gesticht ver terug in Genesis 27:38-41

“En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende. Toen antwoordde zijn vader Izak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn. En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken. En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.”

Het grootste aantal Edomieten van vandaag worden de Asjkenazim genoemd (Lees het boek, De Cipherers van Sefar). Zij worden, in Bijbelse voorspellingen, de berg Seir en Idumea genoemd. Vandaag is hun schild (bescherming) niet Jezus maar het is Rood, Edom, het Edomschild, de Rothschild en zij regeren niet met de Bijbel door hun zwaard, maar hun wet. Esau heeft destijds Jakob niet gedood omdat Izaäk de zegen liet vervullen dat Jakob-de-volkeren een lange regerende toekomst zouden hebben. Zouden de Edomieten dan zo lang haten om collectieve Jakob te doden?

Ezechiël 35:5 “Omdat gij een eeuwige vijandschap hebt, en hebt de kinderen Israëls doen wegvloeien door het geweld des zwaards, ten tijde huns verderfs, ten tijde der uiterste ongerechtigheid;”

Hoe lang hebben ze gehaat? Voortdurend, zonder einde. Tot op de dag van vandaag. De tijd van Jakobs benauwdheid duurde 2560 jaar vanaf hun gevangenschap tot aan de heerschappij van de beestensystemen. Toen het kerkelijk tijdperk eindigde, was die tijd voorbij. De wet is dat als de misdadiger zijn schulden niet kan afbetalen, hij in gevangenschap wordt verkocht om die schuld af te werken. De Israëlieten van de Rest hebben altijd systematisch Gods wet overtreden en zijn daarom sindsdien in dienst van de Beestensystemen geweest. Toen 2560 jaar voorbij waren, was de schuld betaald. Nu had Esau ons overgenomen en hun heerschappij is om ons allemaal te doden.

“En gij zult weten, dat Ik, de HEERE, al uw lasteringen gehoord heb, die gij tegen de bergen Israëls gesproken hebt, zeggende: Zij zijn verwoest, zij zijn ons ter spijze gegeven.” Ez. 35:12

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>