• Home
  • Waarom de Kerk niet het lichaam is van Christus – Deel 12

Hoofdstuk 20

Pas altijd op voor het zuurdesem van de Farizeeën, een waarschuwing die de meeste kerkvaders negeerden en in plaats daarvan het zuurdesem van meet af aan opzochten

Een beetje van de leer van de Farizeeën zal de hele massa van de christenen die voor hun leer en ideeën vallen, verzuren. De meeste zogenaamde kerkvaders hebben op de een of andere manier verzuimd te lezen in het boek Handelingen, waarin onomwonden duidelijk wordt gemaakt dat Jezus in 33 na Christus het Koninkrijk aan de Israëlieten zou herstellen. Zij verzuimden ook Romeinen 11 te lezen, waarin staat dat God de Israëlieten NIET had verstoten, dat Hij degenen die Hij KENDE verloste en in Romeinen 9 dat Jezus kwam om Hen, die God kende, te redden van HUN zonden. Zij zagen ook Romeinen 8 over het hoofd, waar degenen die Hij voorbestemd was om naar de gelijkenis van Zijn Zoon te worden, om gerechtvaardigd en uiteindelijk verheerlijkt te worden. Zij hadden geen idee waar de feesten die God aan de Israëlieten gaf voor stonden. Toch was alles duidelijk te lezen, zelfs in het Nieuwe Testament.

Toch worden deze vroege kerkvaders door de gevestigde kerken geprezen als grote beheerders van de evangeliën en het grootste deel van het Nieuwe Testament. Hoe is het dan mogelijk dat zij deze en vele andere hoofdstukken over het hoofd hebben gezien? Het had toch de olifant in de kamer moeten zijn, die hen bewust zou hebben gemaakt van de grote zonde die vervangingstheologie is? Hoe konden de protestanten, zoals Johannes Calvijn (1509-1564) en Johannes Cocceius (1609-1669), door de jaren en eeuwen heen, na alle doden door de katholieke kerk en haar vervolgingen, en de roep om bijbels in elke taal, knutselen aan de Verbondstheologie, waarvan de wortels veel verder teruggaan?

Antwoord: Galaten 5:7-9 “Gij liept wel; wie heeft u verhinderd der waarheid niet gehoorzaam te zijn? Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept. Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.”

De overtuiging komt van degenen die zij raadpleegden

Ook al veroordeelden de kerken tot in de twintigste eeuw, zowel de katholieke als de protestantse, de Joden, zij raadpleegden hen altijd. In hun dubbelzinnigheid moesten zij de Joden neerzetten als een ras dat uit de gratie was gevallen. Zij waren het immers die God had verstoten en met die verstoting had God gefaald in zijn vroegere plan, maar ach, waarom geen plan B om anderen te vinden die daarin meegingen. Zeg nooit doodt God, sta op en probeer het met een tweede keuze. Dat alternatief was het geven van de zegeningen, maar zonder de saaie details van Gods wet aan degenen van het kerkelijk apparaat en allen die daarin meegezogen worden. Dus Gods wetten waren gewoon een slecht idee, laat deze gemengde partij mensheid onder een kerkelijk apparaat wetten maken die duidelijk beter zijn dan die van God, en Jezus lacht verder. Dat is het huiveringwekkende verhaal van de kerken.

Maar voor de Bijbelse OT-versies zochten de kerken juist degenen die God volgens hen afwees. Misschien omdat het kerkelijk apparaat hetzelfde systeem is als het Judeese staatsapparaat. De Jodenreligie is dezelfde als die van de kerken, oplichterij. Beiden zijn bedgenoten geworden, omdat beiden de schapen willen plunderen. De financiële adviseur van het hoofd van de Anglicaanse kerk, koningin Elizabeth II en nu koning Charles, was bijvoorbeeld Evelyn de Rothschild (de laatste heeft inmiddels zijn klompen gepoetst). Wie is dan het hoofd van die kerk? Zeker niet Jezus.

Sinds het begin van het kerkelijk tijdperk groeide en groeide “dat zuurdesem” en na verloop van tijd werden deze “klompjes zuurdesem” gebundeld en gecodificeerd als de theologische kerkwetten van de mens. Deze werden gecodificeerd met behulp van de wetboeken van Justinianus 529 na Christus. De Geitenkoppen (leiders van bokken) en ‘de Rest’ (in plaats van het Restant), lieten de zandige basis van de Wetten van de Mens codificeren. Hun meesterstunt? De Codex Justinianus. De onderliggende bewering van de Codex dat de wil van de keizer (en niet die van God) oppermachtig was in alle aspecten van het leven, was van grote invloed op de latere ontwikkeling van de Byzantijnse Kerk, maar uiteindelijk van het hele Westerse en kerkelijke recht. Wanneer de Tien Geboden werden gebruikt, werden deze niet geïnterpreteerd door Gods wet, maar door het witgewassen, Romeinse recht.

Veel wetsvoorstellen hielpen het orthodoxe christendom veilig te stellen als de staatsgodsdienst van het rijk, waarbij kerk en staat werden verenigd en iedereen die niet was aangesloten bij de “christelijke kerk” een niet-burger werd. Ze versterkten hun macht met vele lagen van angst zonder een greintje waarheid, want hun ‘waarheid’ was allemaal nep. Hun heerschappij over het volk was gebouwd op de verachtelijke bewering dat men alleen door hun circus gered wordt.

“Extra Ecclasiam Nulla Salus”… natuurlijk wordt deze bewering in hun valse heilige taal, het Latijn, gedaan om te betekenen: “Buiten de kerk is er geen redding”. Nog een andere kerkelijke leugen. Redding is met Jezus, niet met een club. Weer een mythe ontkracht.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>