• Home
  • Verlossing en Eeuwig leven – Nieuw Testamentische Verlossing
2 december, 2022
Charles E. Wiseman

-3-

De Betekenis -of “Gered”

De woorden “gered,” “redden,” en “verlossing” zoals die in het Nieuwe Testament gevonden worden, worden vaak zonder onderscheid gebruikt om de heersende leer over verlossing te ondersteunen. Eeuwenlang hebben theologen en predikers ten onrechte aangenomen dat deze woorden altijd hetzelfde betekenen of naar hetzelfde verwijzen door de hele Schrift heen. Hier ligt dan de centrale oorzaak van de dwaling en verwarring betreffende de bijbelse heilsboodschap. Hun lukraak gebruik van deze woorden en hun verzuim om te kwalificeren en uit te leggen wat ze in elk vers betekenen, heeft geleid tot een valse verlossingsleer. Dit wordt duidelijk in de inconsistente en tegenstrijdige dingen die zij zeggen over dit onderwerp.

Het woord dat in het Nieuwe Testament gebruikt wordt voor “gered” of “redden” is vertaald van het Griekse woord sozo (sode’-zo) dat Strong’s nr. 4982 is. Het betekent “redden, d.w.z. verlossen of profeet (lit. of fig.): -genezen, bewaren, redden, goed doen, heel zijn of heel maken. “Het woord ‘verlossing’ in het Nieuwe Testament komt van het Griekse woord soteria (so-tay-ree’ -ah) dat betekent “redding of veiligheid (lichamelijk of moreel):-verlossen, gezondheid, verlossing, redden, behouden; verdediging of verdediger.”

Het is duidelijk dat de woorden redden, gered of verlossing kunnen worden toegepast op een groot aantal verschillende dingen, of kunnen worden gebruikt in verschillende situaties en in verschillende contexten. Een objectieve lezing van de Schrift onthult dat deze woorden in verschillende verzen verschillend worden gebruikt, en alleen een dergelijke uiteenzetting brengt consistentie in de hele Bijbel.

Toch is de gebruikelijke uitleg die door alle theologen, predikanten en evangelisten wordt gebruikt om deze woorden altijd te gebruiken om hetzelfde algemene ding te betekenen – onze “redding”. Met onze redding wordt bedoeld ons voorrecht om naar de hemel te gaan als we “gered worden” door bepaalde dingen te doen, zoals in Jezus te geloven. Het toepassen van deze interpretatie op elk geval waarin de woorden gered, behouden of verlossing voorkomen, leidt tot veel inconsistentie en doet grote schade aan de ware boodschap van verlossing. Verdere verwarring en dwaling wordt geschapen door ook de begrippen eeuwig leven, verlossing, rechtvaardiging, aanneming en verzoening aan deze algemene definitie van verlossing toe te voegen.

De Bijbel heeft in feite veel verschillende verslagen en boodschappen over het onderwerp verlossing, die worden gepresenteerd door woorden als gered, verlost, heil, enz. De verschillende heilsboodschappen kunnen nooit worden opgevat als allemaal dezelfde soort verlossing, net zo min als de verschillende gebruiken van het woord “Heer” zouden kunnen worden opgevat als hetzelfde te betekenen of te verwijzen naar dezelfde persoon. Elk vers maakt duidelijk waarvan de persoon of personen gered worden, en hoe ze gered worden, en dus wat “gered” betekent in dat vers.

De verschillende manieren om gered te worden

Wij horen vaak theologen of predikanten zeggen dat er maar één manier is om gered te worden, en zij hebben elk hun eigen theorie over hoe dit moet gebeuren. Zoals een evangelist zei:

Wat moet ik doen om gered te worden? “Geloof in de Here Jezus Christus, en gij zult zalig worden!” Er is Gods plan van redding, het enige plan waarin Hij voorziet voor iedere man, vrouw en kind die ooit op de wereld is gebracht.

Is er maar één manier om gered te worden volgens het Nieuwe Testament? Hierover bestaan tegenstrijdige meningen en als wij het N.T. bekijken, vinden wij de reden en de bron van een dergelijk conflict. Wij vinden dat in algemene zin redding in feite op verschillende manieren wordt bereikt:

Wie gelooft en zich laat dopen, zal zalig worden (Marcus 16:16).

In deze woorden van Christus worden twee dingen vereist om gered te worden: geloven en gedoopt worden. Blijkbaar moeten beide daden worden gedaan om redding te verkrijgen. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnengaat, zal hij behouden worden (Johannes 10:9).

Hier moet de deur, die de wegen van God voorstelt zoals Christus die heeft gebracht, worden binnengegaan voordat iemand kan worden gered.

Wij geloven dat wij door de genade van de Here Jezus Christus behouden zullen worden (Handelingen 15:11).

Hier zegt de apostel Petrus dat onze hoop om gered te worden door de genade van Christus is, en dus niet door ons geloof in Hem.

Gelooft in de Here Jezus Christus, en gij zult zalig worden (Handelingen 16:31).

Toen Paulus en Silas in de gevangenis zaten werden zij op wonderbaarlijke wijze uit hun boeien bevrijd en gingen de gevangenisdeuren open, waarna de bewaker hun vroeg wat hij moest doen om behouden te worden. Het antwoord was slechts geloven, maar zij lieten zich ook dopen (v. 33).

  • Want wij zijn gered door de hoop (Rom. 8, 24). De hoop waarover gesproken wordt is de hoop op de dingen die niet gezien worden, zoals God, de hemel, de heilige Geest, enz. Dus door hoop te hebben in zulke dingen kunnen wij gered worden.
  • Zij die volharden tot het einde, zullen zalig worden (Matt. 24:13). Men wordt gered door moeilijke tijden te doorstaan, volgens dit vers.
  • Indien gij met uw mond de Here Jezus belijdt, en in uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij zalig worden (Rom. 10:9).

Hier stelt Paulus de daad van gered te worden aan twee voorwaarden die beide vervuld moeten worden, namelijk mondeling belijden dat Jezus de Heer is en geloven dat God Hem heeft opgewekt.

  • Ontvang met zachtmoedigheid het geënte woord, dat bij machte is uw zielen te redden (Jakobus 1:21).

Jakobus beweert dat het Woord van God ons kan redden, wanneer het op de juiste wijze in ons is geënt of geïmplanteerd.

  • Want godvruchtig berouw werkt bekering tot zaligheid (2 Kor. 7:10).

Dit vers wordt vaak aangehaald om aan te tonen dat bekering nodig is om gered te worden, samen met Lukas 13:3 en 2 Petr. 3:9.

  • Wie de naam des Heren aanroept, zal zalig worden (Rom. 10:13).

Christus “aanroepen” betekent tot Hem bidden, want Paulus neemt het citaat uit het Oude Testament dat spreekt over Jehovah als Heer, die moet worden aangeroepen (Joël 2:32), en past het op Jezus toe. Door tot Jezus te bidden kan men dus gered worden.

  • Bovendien, broeders, ik verkondig u het evangelie dat ik u verkondigd heb… Door hetwelk ook gij behouden zijt, indien gij gedenkt, hetgeen ik u verkondigd heb (1 Kor. 15:1 2).

Blijkbaar als we Paulus’ “evangelie” horen en geloven en gedenken, kunnen we dan gered worden, maar we zullen niet gered worden als we “tevergeefs geloven”.

  • Want uit genade zijt gij behouden (Ef. 2:5, 8).

Uit dit vers zou blijken dat gered worden iets is dat door de genade van God geschiedt, en dat wij niets hoeven te doen.

  • De vrouw … zal behouden worden in het baren, indien zij blijft in geloof en naastenliefde en heiligheid met nuchterheid (1 Tim. 2:15). Hoewel de vrouw geloof en naastenliefde en heiligheid moet hebben, wordt zij niet door deze dingen behouden. Zij wordt veeleer gered door het baren van kinderen. Dit is de oorzaak van de redding waarover hier gesproken wordt.
  • Ook nu redt de doop ons, door de opstanding van Jezus Christus (1 Petrus 3:21).

Aangezien Christus reeds is opgestaan, is de boodschap hier dat wij nu door de doop gered worden.

-Jezus is ook bij machte hen, die door Hem tot God komen, tot het uiterste te zeggen (Hebr. 7:25).

Door dit vers is Jezus het instrument van redding, maar alleen voor hen die eerst door Hem tot God komen. Men moet dus op een bepaalde manier tot God komen om gered te worden.

  • En of wij verdrukt worden, het is tot uw troost en zaligheid (2 Kor. 1:6).

Het punt dat hier wordt gemaakt is dat onze ervaringen van verdrukking en getroost worden elk bestaan om onze redding tot stand te brengen.

  • Daarom, mijn geliefden, werk aan uw eigen heil, zoals u altijd gehoorzaamd hebt (Filipp. 2:12).

Paulus vertelde de Filippenzen dat zij nu, in Paulus’ afwezigheid, hun redding zelf moeten bewerken. Hun redding was duidelijk in hun macht omdat zij bepaalde dingen van Paulus hadden geleerd.

Er zijn nog meer van dergelijke verzen die genoemd zouden kunnen worden, evenals die welke in het Oude Testament worden gepresenteerd, om verder te illustreren dat er meer dan één manier is om “gered” te worden. Men kan ofwel zeggen dat elk van deze wijzen hem kan redden, of dat ze allemaal vereist zijn, of dat er een schijnbare tegenstrijdigheid is in wat de Bijbel over deze zaak zegt.

Als wordt beweerd dat aan al deze dingen moet worden voldaan om “gered” te worden, dan is redding een zeer moeilijke taak. Veel van deze manieren moeten op een bepaalde manier gedaan worden of er moet aan bepaalde criteria voldaan worden om ze waar of geldig te maken. Berouw is meer dan spijt hebben, het vereist overtuiging en je afkeren van je vroegere wegen, en er zou meer over dit onderwerp gezegd kunnen worden. De doop wordt op verschillende manieren verricht door verschillende christelijke groeperingen, maar niet alle manieren kunnen correct zijn om iemand te “redden”. Er wordt gezegd dat bidden nodig is om gered te worden, maar veel gebeden worden tevergeefs verricht en God hoort ze niet, dus zullen ze niet “gered” worden. Sommigen zeggen dat geloof werken vereist om volledig te zijn, anderen zeggen van niet. Zelfs Martin Luther was hier niet zeker van. De wijze waarop deze dingen gedaan moeten worden om gered te worden moet volgens de Schrift zijn, en er is nooit overeenstemming over de verwerkingsmethode. Het lijkt erop dat als we al deze dingen moeten doen om “gered” te worden, het een zeer grote opdracht is, en er is weinig kans voor iemand om gered te worden. Maar dan moeten we ons afvragen: wat is redding, of waarvan moeten we gered worden? Het lijkt logisch dat dit antwoord ons ook zou vertellen welke van deze wijzen van redding nodig zijn.

Als wordt beweerd dat slechts één van deze wijzen nodig is om “gered” te worden (d.w.z. slechts één manier om gered te worden), dan is er een duidelijk conflict. En als we alle religieuze denominaties observeren, zien we dat er inderdaad geschil en conflict is over wat men moet doen om gered te worden. Ik heb hier een artikel voor me liggen met de titel: “Is de Waterdoop noodzakelijk om gered te worden?” Het is geschreven door een Baptisten predikant die de vraag met een nadrukkelijk “Nee!” beantwoordt. Het artikel is geschreven als reactie op een predikant van de Church of Christ, die in een radioprogramma verschillende uitspraken deed, die erop neerkwamen dat de doop noodzakelijk is voor de redding. Maar welke van de twee is juist? Feit is, dat beiden in dwaling verkeren, daar geen van beiden heeft gekwalificeerd waarvan je gered bent. De twee predikanten zullen dus alle dagen van hun leven met elkaar redetwisten en twisten.

Dus de verwarring en het schijnbare conflict tussen deze verzen bestaat omdat niemand ooit specificeert of kwalificeert waarvan men gered moet worden. Wat betekent of verwijst elk vers wanneer de woorden “redden” of “gered” worden gebruikt? Iedereen heeft altijd aangenomen dat er één universeel leerstellig concept moet worden toegepast op het woord “gered”, en dus is er maar één ding waarvan we gered kunnen worden. Dit is de basis van alle dwaling en verdraaiing over het onderwerp verlossing. We moeten dus een aantal van deze “verlossingsverzen” analyseren om precies te begrijpen waarvan de persoon of personen waarover gesproken wordt, gered is of zijn.
Waarvan zijn wij gered?

Geen idee of concept in de Schrift kan juist begrepen worden als er geen overeenstemming is over de betekenis of het gebruik van bepaalde woorden die geschreven of gesproken zijn. Alle verwarring over dit onderwerp van verlossing begint op te klaren zodra we identificeren wat bedoeld wordt met “gered” of “verlossing,” omdat het zal helpen om te laten zien waarvan we gered moeten worden, of waarvan we niet gered zijn.

Als we de Schrift onderzoeken, vinden we dat het concept van redding verwijst naar gered worden van veel verschillende dingen, en niet kan worden opgevat als één ding in alle verzen. De volgende zijn enkele van de dingen waarvoor gered worden geldt:

1) In Handelingen 2:38 verklaart Petrus dat wij ons moeten “bekeren en gedoopt worden … tot vergeving van de zonden”. Dit vers wordt door velen aangehaald als een manier voor redding. Petrus probeerde de Israëlieten in Jeruzalem aan te sporen zich te bekeren van hun goddeloze wegen. Maar waarvan zou de bekering van deze mensen door middel van bekering en doop hen redden? Nadat Petrus hen heeft aangespoord zich te bekeren en zich te laten dopen, zegt hij tot hen: “Redt u van dit verdorven geslacht” -(v. 40). Hun bekering en doop brengt hen tot een nauwere relatie met God, en redt hen van een pervers volk en een perverse levensstijl. De hier genoemde redding door bekering en doop heeft niets te maken met “naar de hemel gaan”. Hoewel zij de Heilige Geest ontvingen, was de redding niet geestelijk, want deze inwoning van de Geest bracht een verandering in hun levensstijl teweeg, en bracht een gemeenschap onder hen tot stand “met blijdschap en eenvoudigheid van hart”.

2) Petrus bevestigt de aard van de redding door de doop door deze te vergelijken met de grote zondvloed, toen Noach “een ark bereidde tot redding van zijn huis, waardoor [God] de wereld veroordeelde” (Heb 11:7). Het woord redden is hetzelfde woord dat vertaald wordt met verlossing (#4991). Petrus spreekt over de ark van Noach, “waarin enkelen, dat wil zeggen acht zielen, door het water gered werden”. Hij zegt dan:

Op dezelfde wijze redt ook nu de doop ons door het antwoord van een goed geweten jegens God (1 Petr. 3:20-21).

Noach en zijn gezin werden gered van het water door de ark, maar werden ook gered van een veroordeelde wereld en verdorven mensen door het water. Het water spoelde alle goddeloosheid in het land weg, wat Petrus vergelijkt met de doop die “ook nu ons redt”. Redt ons van wat? Van een verdorven en perverse wereld en levensstijl, omdat de doop ons zal brengen tot het vragen naar “een goed geweten jegens God” (3: 22). Het zal ons dus redden van een “slecht geweten” (Hebr. 10:22). Paulus spreekt over de doop als een “nieuwe levenswandel” (Rom. 6, 4), waardoor wij gered worden van ons oude zondige leven, of onze “oude mens”, die “bedorven is naar de bedrieglijke begeerten” (Ef. 4, 22). Het concept van de doop is om iemand te zuiveren van datgene wat vleselijk of goddeloos is. Dat is waar het ons van redt, waardoor we een “nieuwe mens” kunnen worden. Het is een persoonlijke verlossing.

3) Toen Christus en de discipelen in een schip waren en er een hevige storm opstak, zeiden de discipelen tot Christus: “Heer, red ons, wij vergaan” (Matth. 8:25). Christus zeide tot hen: “Waarom zijt gij bevreesd, gij kleingelovigen?” Het punt is dat als zij geloof hadden, het hen zou redden (sozo); niet van een brandende hel, maar van de tijdelijke gevaren die men in het leven tegenkomt, zoals een woeste zee. Zij werden gered van het vergaan. Het woord “vergaan” wordt gebruikt om aan te geven wanneer iemand niet gered wordt van een gevaar.

4) In het verhaal van de vrouw die ziek was en bloed verloor, staat dat zij het kleed van Christus aanraakte in de overtuiging dat het haar “gezond” zou maken. Toen zij Zijn kleed aanraakte werd zij onmiddellijk genezen van de kwaal. Jezus vroeg: “Wie heeft mijn kleren aangeraakt? De vrouw gaf toe dat zij dat had gedaan en Christus zei tegen haar:

Dochter, uw geloof heeft u gezond gemaakt; ga heen in vrede, en word gezond van uw plaag (Marcus 5:34).

De woorden “gezond” en “gezond gemaakt” zijn hier vertaald van het Griekse woord sozo, dat genezen, bevrijden, redden betekent. Zij was dus “gered” (heel gemaakt) door haar geloof. Waarvan was zij gered? Van de lichamelijke kwaal waaraan zij twaalf jaar lang had geleden, zoals Christus zei – “en word gezond (gered of genezen) van uw plaag.” Gered betekent hier genezen worden, het betekent niet dat ze een paspoort naar de hemel kreeg.

5) Het boek Judas verwijst ons naar hoe God “het volk uit Egypteland redde, en daarna degenen verdelgde die niet geloofden” (Judas 1:5). De ongelovigen waren veroordeeld en waren omgekomen, zij waren niet veroordeeld tot een eeuwigheid in een brandende hel. Geloof of geloven in God of Christus brengt Goddelijke gunst, bescherming en genezing over ons, waardoor ons leven behouden blijft en we gered worden van problemen en verdrukkingen. Het heeft niets te maken met “naar de hemel gaan” of gevrijwaard blijven van de verdoemenis van een brandende hel. Als wij in God (of Christus) geloven, zijn wij gehoorzaam aan Hem en volgen wij Zijn geboden. Zij die niet geloven volgen Gods woord niet en zijn geschikt voor straf, verdrukking en verlies van Gods Goddelijke bescherming (d.w.z. zij zullen omkomen).

6) Toen Paulus een openbare preek hield, sprak hij over het heil voor alle mensen die in een regering samenleven:

Ik vermaan dan, dat allereerst voor alle mensen smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen worden gedaan;

Voor koningen en voor allen die in gezag zijn, opdat wij een stil en vreedzaam leven mogen leiden in alle godsvrucht en eerlijkheid.

Want dit is goed en aanvaardbaar in de ogen van God, onze Heiland;

Die wil dat alle mensen zalig worden, en zich bekeren tot de kennis der waarheid (1 Tim. 2:1-4).

Paulus sprak tot een Gemeente of ecclesia, en stelde gered worden gelijk met het komen tot de kennis der waarheid. Wanneer zij die de burgerlijke macht hebben tot kennis van de waarheid komen, stelt dit ons in staat een rustig en vredig leven te leiden, en brengt het godsvrucht en eerlijkheid in de samenleving voort. Het is een boodschap van redding voor de ecclesia of gemeenschap, want wanneer Gods wil wordt gevolgd, worden zij gered van de corruptie, oneerlijkheid en onderdrukking die het gevolg zijn van de heerschappij en de wet van de mens.

God wil dat alle mensen tot de kennis van de waarheid komen of “gered worden”. Paulus zegt niet: “Hij wil allen redden”, maar “wil dat alle mensen gered worden”, wat de mogelijkheid inhoudt dat de mens het aanneemt of verwerpt. De mens kan de waarheid aanvaarden of verwerpen en kan dus de redding die de waarheid brengt aanvaarden of verwerpen. Het is duidelijk dat als we het woord “gered” interpreteren als naar de hemel gaan, deze verzen geen zin hebben.

7) Op een keer riep Christus Zijn twaalf discipelen bijeen om hen te vertellen over enkele toekomstige gebeurtenissen die grote verdrukking en rampspoed met zich meebrachten. Maar Jezus biedt hun een troost aan :

En gij zult door alle mensen gehaat worden om Mijns Naams wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden (Matt. 10:22).

Jezus zei dus dat de discipelen gered zouden worden. Bedoelde Hij daarmee dat zij naar de hemel zouden gaan, of dat zij zouden herrijzen? Nee, dat bedoelde Hij niet. Waarvan zouden zij dan gered worden? De verzen spreken over de komende verwoesting van Jeruzalem en de dood en het lijden die daarop zouden volgen, waarvan “geen vlees behouden zou worden,” tenzij “die dagen verkort zouden worden” (Matt. 24:22). Maar Christus verzekerde hen dat de verdrukking zou worden verkort, en dat zij er “van gered” zouden worden. Een parallelle passage hiermee zegt: “Maar geen haar van uw hoofd zal verloren gaan” (Luk. 21:18). Het is duidelijk een tijdelijke verlossing.

8) In Handelingen 27 werden de apostel Paulus en andere gevangenen in een schip naar ltalië gezonden. De vaart werd “gevaarlijk” en Paulus waarschuwde de bemanning en de soldaten dat voortzetting van de reis zou leiden “tot pijn en veel schade” aan het schip en aan hun leven (vv. 9-10). Zij luisterden niet naar Paulus maar zeilden door en de wind werd zeer sterk en de zee raasde die het schip heen en weer zwiepte. Toen dit verscheidene dagen aanhield, realiseerden zij zich dat “alle hoop dat wij gered zouden worden, vervlogen was” (v. 20). Paulus werd bezocht door een “engel van God” en vertelde de bemanning dat hij geloofde dat God hen zou redden. Toen bleek dat zij land naderden, zouden de “scheepslieden uit het schip vluchten”, maar Paulus zei tot hen: “Tenzij gij in het schip blijft, kunt gij niet behouden worden” (Handelingen 27:31). Het schip liep uiteindelijk aan de grond, en “zij ontkwamen allen veilig aan land” (v. 44).

Het woord “gered” in dit vers is hetzelfde woord (soza) dat gebruikt wordt in de vaak geciteerde verzen over redding. Zij waren gered van verwonding en schade door de verwoestingen van de zee. Merk op dat Paulus’ geloof in God een factor was in hun “redding”. Hierna hadden de mannen in het schip veertien dagen zonder voedsel gezeten, en Paulus biedt hun wat voedsel aan zeggende: “Daarom bid ik u, dat gij spijze neemt, want dit is voor uw gezondheid, want er zal geen haar van uw hoofd vallen. (Handelingen 27:34). Het woord “gezondheid” is hetzelfde woord dat gebruikt wordt voor redding (#4991). Zij werden gered van honger en ondervoeding door het eten van het vlees.

9) Gebed, of het aanroepen van de Heer, kan mensen van veel verschillende dingen redden. Jakobus zegt: “Het gebed des geloofs zal de zieke redden, en de Here zal hem opwekken” (Jakobus 5:15). Toen Petrus in de gevangenis was gezet, “bad hij zonder ophouden” (Handelingen 12:5). Er staat opgetekend dat een “engel van de Heer” tot Petrus kwam en hem bevrijdde van zijn ketenen en de engel leidde hem uit de gevangenis. Petrus zei later dat Gods engel “mij uit de hand van Herodes bevrijd heeft” (Handelingen 12:11). Het woord bevrijden betekent vrijgelaten of gered. Paulus bad tot God voor Israël “opdat zij behouden zouden worden” (Rom 10,1). De redding waarover gesproken wordt is om Israël terug te brengen in de juiste relatie met God. Zoals Paulus uitlegt: “Hoewel zij een ijver voor God hebben”, “hebben zij zich niet onderworpen aan de gerechtigheid van God” (v. 3). Paulus wil met zijn gebed dat Israël gered wordt door hun relatie met God te herstellen door hun geloof in Christus. Zo zegt hij: “Indien gij met uw mond de Here Jezus zult belijden, zult gij zalig worden” (Rom. 10:9).

10) Eén van de redenen waarom Christus in de wereld kwam, was om de wereld te redden van goddeloosheid en duisternis, zoals Jezus zegt:

Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door hem behouden zou worden (Joh. 3:17).

Waarvan is de wereld gered? Van de “duisternis” die inherent is aan de wereld. Christus als het “licht dat in de wereld is gekomen” zal de mensen wegleiden van hun “slechte daden” (v. 19).

Ik ben gekomen tot een licht in de wereld, opdat een ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft… Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden (Johannes 12:46-47).

Christus als “een licht dat in de wereld gekomen is”, zal gelovigen, en daarmee de wereld, redden van een leven in “duisternis”. Jezus zei ook dat Hij “het licht der wereld was; wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben” (Johannes 8:12). Deze duisternis vertegenwoordigt de toestand van onwetendheid, dwaling, blindheid, ongeloof en goddeloosheid in de wereld. Christus gaf Zijn licht aan Zijn discipelen en droeg hen op het onder de andere mensen te verspreiden (Matt. 5:14-16). De wereld in het algemeen is dus gered door de komst van Christus. Het gaat dan om een tijdelijke verlossing, want Johannes 3:16 zegt niet: “Want alzo lief heeft God de hemel gehad”, maar wel de “wereld”. Met andere woorden, God doet iets ten bate van de mens in de “wereld”, niet in de hemel, en zal Zijn volk gebruiken om deze boodschap te verspreiden, zoals Paulus en Barnabas verklaarden:

Zo heeft de Here ons geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht voor de volken, opdat gij heil moogt zijn tot aan de uiteinden der aarde (Handelingen 13:47).

Het was een van Christus’ missies of doelstellingen om de wereld te verlichten. Zo zou Hij door Zijn volk “een licht voor de volkeren” zijn. We hoeven ons alleen maar af te vragen hoe de wereld eruit zou zien zonder het christelijke Westen. In elk deel van de wereld waar zijn invloed zich heeft verspreid, is er een verheffing van cultuur en beschaving geweest, een hogere levensstandaard, beter bestuur, en algemene vrede. Het christendom is een licht geweest dat de weg heeft gebaand naar een nieuw en beter leven. Het “licht” heeft tot doel de duisternis op aarde uit te roeien, niet in de hemel. Dit is de meer prominente verlossingsboodschap in het Nieuwe Testament. Waarom is dit zo? Omdat wij er niets aan kunnen doen dat wij naar de hemel gaan of uit de dood worden opgewekt, dat verlossing uit onze handen ligt. Maar we kunnen wel iets doen aan de duisternis die de aarde teistert. Christus is niet gekomen om de weg naar de hemel te verlichten of om ons de weg te wijzen hoe we kunnen opstaan. Maar Hij is wel gekomen om redding te brengen door een “licht voor de wereld” te zijn, en een “nieuw leven” aan te bieden.

11) In 1 Timotheüs hoofdstuk 4 spreekt Paulus over een goede bedienaar van Jezus Christus te zijn, godslasterlijke en oude wijven fabels te vermijden, uzelf te oefenen tot godsvrucht, een voorbeeld te zijn voor de gelovigen, en geeft andere dergelijke instructies. Hij eindigt met te zeggen:

Let op uzelf en op de leer, blijf daarin, want door dit te doen zult gij uzelf redden en hen die u horen (1 Tim. 4:16).

Het woord “redden” wordt hier gebruikt in dezelfde zin als “uw eigen redding bewerken” (Fil. 2:12). Paulus vertelt Timotheüs over de gaven en de leer die hij nu heeft ontvangen en hoe hij ze moet gebruiken, zodat hij en anderen er profijt van kunnen hebben. Door deze instructies op te volgen zal het hem behoeden voor een goddeloos leven en zal zijn ambtswerk behouden blijven.

12) Toen Christus met Zijn discipelen naar Jericho trok, hoorde een blinde, Bartimeüs genaamd, dat Jezus nabij was en riep uit: “Jezus, Gij zoon van David, ontferm U over mij.” Jezus riep de blinde man en vroeg wat Hij voor hem moest doen. De blinde man vroeg of hij zijn gezichtsvermogen mocht ontvangen. Jezus zei:

En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u gezond gemaakt. En terstond ontving hij zijn gezichtsvermogen, en volgde Jezus op den weg (Markus 10:52).

De woorden “gezond gemaakt” zijn vertaald van hetzelfde Griekse woord dat ook vertaald wordt met “gered”, (sozo, #4982). Christus vertelde de man dus dat zijn geloof hem had “gered”. Maar waarvan was hij gered? Het antwoord is van blindheid.

13) Toen een man, wiens dochter bijna dood was, zich naar Jezus begaf, zei hij tot Hem: “Kom en leg uw handen op haar, opdat zij gezond wordt; en zij zal leven” (Markus 5:23). Het woord “genezen” is sozo, gewoonlijk vertaald met “gered”. Een van de belangrijkste definities van verlossing is “genezen” of “de gezondheid herstellen”. De man werd gezegd de Meester niet lastig te vallen met zijn probleem. Maar Jezus reageerde op zijn smeekbede:

Maar toen Jezus het hoorde, antwoordde Hij hem, zeggende: Vrees niet; geloof alleen, en zij zal gezond gemaakt worden (Lukas 8:50).

Ook hier is de term “gezond gemaakt” het Griekse woord sozo, of “gered”. Jezus ging naar het huis van de man, maar het meisje was al dood. Hij nam de hand van het dode meisje en zei: “Meid sta op.” Het meisje was “gered” van de dood door het geloof van haar vader.

14) Het woord gered (sozo) wordt vaak gebruikt in verband met het behoud van het fysieke leven – d.w.z.: “Is het geoorloofd het leven te redden, of te doden?” (Marcus 3:4; Lucas 6:9). Christus zei dat Hij “het leven van mensen niet wilde vernietigen, maar redden” (Lucas 9:56). Toen Petrus in het water begon te zinken “riep hij: Here, red mij” (Matt. 14:30). Toen de discipelen bang waren om te verdrinken, riepen zij tot Jezus: “Heer, red ons, wij vergaan” (Matth. 8:25).

15) De voorgaande voorbeelden van het gebruik van sozo (gered), moeten ons helpen te begrijpen wat bedoeld wordt met een van de meest geciteerde verlossingsverzen door moderne predikers, dat is:

Gelooft in de Here Jezus Christus, en gij zult behouden worden, en uw huis (Handelingen 16:31).

Dit werd door Paulus en Silas gesproken tot de bewaarder van de gevangenis waarin Paulus en Silas waren opgesloten. Door een Goddelijk wonder werden alle deuren van de gevangenis geopend, en werden ieders banden losgemaakt. Toen de bewaarder ontdekte dat alle deuren geopend waren, dacht hij dat allen ontsnapt waren en stond op het punt zichzelf te doden, toen Paulus hem toeriep dat zij nog steeds in de gevangenis waren. Toen vroeg de bewaker hen: “Heren, wat moet ik doen om gered te worden?” Het antwoord was Handelingen 16:31. Waarvan zou de bewaarder gered worden? De bewaarder was zojuist getuige geweest van de wonderbaarlijke redding van Paulus en Silas uit hun banden en van de deuren van de gevangeniscel. De redding die hij wenste, en die hij zou ontvangen als hij het geloof van Paulus en Silas had, zou van tijdelijke aard zijn. En deze verlossing zou zich uitstrekken tot zijn “huis”, zoals het geloof van de vader van het dode meisje haar redde van de dood. Als de bewaarder had gevraagd: “Wat moet ik doen om naar de hemel te gaan”, dan zouden predikers vandaag de dag reden hebben om Handelingen 16:31 aan te halen als een gaan-naar-de-hemel vers.

16) Toen Jezus aan de kust van het land Gennesaret aankwam, kenden velen daar Hem en renden naar Hem toe, terwijl anderen zieken in bedden naar Hem toe droegen. Dan zegt de Schrift:

En waar Hij ook kwam, in dorpen, of steden, of op het land, legden zij de zieken op straat, en verzochten Hem, dat zij alleen de rand van Zijn kleed mochten aanraken; en zovelen Hem aanraakten, werden gezond (Markus 6:56).

Hier werden de mensen die Christus aanraakten “gezond gemaakt”, dat is het Griekse woord sozo, d.w.z. gered. Waarvan werden de mensen gered? Van hun lichamelijke ziekten en kwalen.

17) Een vrouw, die een zondares was, had ontdekt dat Jezus aan het eten was in het huis van Simon de Farizeeër. Zij ging naar Hem toe en waste Zijn voeten met haar tranen en veegde ze af met haar haren, en zalfde Zijn voeten met olie. Jezus zeide tot haar:

Uw zonden zijn u vergeven… Uw geloof heeft u gered; ga heen in vrede (Lucas 7:48, 50).

Waarvan was zij gered? Duidelijk van haar zonden en van haar oude zondige leven. Hoewel deze redding een geestelijk aspect heeft – namelijk de vergeving van zonden – was het eigenlijke effect van de redding van tijdelijke aard. De verlossing was voor het welzijn en de verbetering van de vrouw in haar huidige leven. Jezus zei niet dat zij naar de hemel zou gaan, maar dat zij “in vrede moest heengaan”. De vrede die zij ontving was de vrucht van haar redding.

18) Tijdens hun bezoek aan de tempel kwamen Petrus en Johannes een man tegen die vanaf zijn geboorte verlamd was, en Petrus genas de man (Handelingen 4:1-8). Vanwege dit wonder en hun prediking werden Petrus en Johannes gegrepen door de officieren van de tempel. Toen Petrus gevraagd werd naar hun bevoegdheid om zulke dingen te doen, antwoordde hij:

Als wij heden onderzocht worden van de goede daad gedaan aan de verlamde man, door welke middelen hij gezond gemaakt is (Handelingen 4:9).

De term “gezond gemaakt” is hier weer het Griekse woord voor “gered”. Petrus zei dat de man gered was van zijn zwakheden.

19) In Lukas 1 lezen we over ‘Zacharias die een profetie geeft waarin staat dat “de Here, de God van Israël, Zijn volk bezocht en verlost heeft, opdat wij van onze vijanden gered zouden worden” (v. 71).

Christus zou Zijn volk redden van vijanden van vlees en bloed.

20) Toen Jezus aan het kruis hing, bespotten velen van het volk, de over priesters, de Schriftgeleerden en de oudsten Hem, zeggende:

Gij, die de tempel verwoest, en hem in drie dagen opbouwt, redt Uzelven. Indien Gij Gods Zoon zijt, kom dan van het kruis af. Hij heeft anderen gered, zichzelf kan hij niet redden (Matt 27:40, 42).

Het volk, de Schriftgeleerden en de overpriesters gebruikten hetzelfde woord “gered” dat predikanten tegenwoordig gebruiken om te preken over ontsnappen aan de hel en naar de hemel gaan. Maar hier wordt het gebruikt om te beweren dat Christus Zichzelf lichamelijk zou moeten redden van gekruisigd te worden.

21) Tijdens hun onderneming in het land van Gadarenen, kwamen Christus en Zijn discipelen een man tegen “bezeten van duivelen” of van een “onreine geest”. Jezus zond de duivels of onreine geesten uit de man in varkens. Degenen die dit zagen, vertelden anderen hoe “hij die van de duivelen bezeten was, genezen was” (Lucas 8:36). De man was sozo, of gered van de kwelling van de onreine geesten in hem.

22) Evenzo merkte Paulus, toen hij de kreupele man te Lystra ontmoette, op en bemerkte hij dat deze man “geloof had om genezen te worden” (Handelingen 14:9). Paulus zei hem op te staan en te lopen, wat hij deed. De man was genezen of gered (sozo) van zijn gebrek.

23) Nadat de apostelen op de Pinksterdag met de heilige Geest waren vervuld, stond Petrus temidden van het volk en herhaalde een profetie van Joël:

En het zal geschieden, dat een ieder, die de naam des Heren zal aanroepen, zalig zal worden (Handelingen 2:21).

Dit is uit Joël 2:32, waar Joël spreekt over “de grote en verschrikkelijke dag van God” (v. 31). Het is een tijd waarin Gods grote “wonderen in de hemelen en op de aarde” zal openbaren, wanneer de “zon in duisternis zal worden veranderd en de maan in bloed.” Dit zal gebeuren “in de laatste dagen”, dat wil zeggen in de dagen van de Messias (Jes. 2:2). Het zou een tijd van moeilijkheden worden, maar zij die God aanroepen zullen van deze gebeurtenissen worden gered. Joël zegt dat zulke personen “verlost zullen worden” van deze dingen. Petrus zegt dat christenen gered moesten worden van de fysieke rampen die zij zouden meemaken vlak voor de verwoesting van Jeruzalem (Matt. 24:9-16). Paulus herhaalt ook de profetische regel van Joël met dezelfde bedoeling om een geestelijke verandering bij de mensen teweeg te brengen om een tijdelijke redding te veroorzaken (Rom. 10:13). Dit is wat bidden en aanbidden teweegbrengt. Het zorgt ervoor dat mensen in gerechtigheid wandelen en zo goddelijk gered worden van een systeem of levensstijl die belemmerd wordt door afgoderij, oneerlijkheid en armoede.

24) Paulus, die schrijft over de gebeurtenissen die voorafgaan aan de “dag des Heren” die komen zal, geeft enkele vermaningen voor deze tijden:

Dan zal de goddeloze geopenbaard worden… met alle ongerechtige misleiding in hen die verloren gaan; omdat zij de liefde der waarheid niet ontvangen hebben, opdat zij behouden zouden worden (Il Thess. 2:8, 10).

Paulus spreekt over een voortdurend probleem waarvan mensen gered moeten worden, omdat “het tegenwoordig deelwoord suggereert dat het proces van vergaan al in werking is (vgl. 1 Kor. 1:18). “Waarheid is hier datgene wat redding brengt. Zij die de waarheid verwerpen, zullen niet gered worden van die goddeloze die bedrog gebruikt om ongerechtigheid te bevorderen, en gaan dus ten onder (vgl. 2 Kor. 2, 15-16). Daarentegen heiligt Hij degenen die “God van meet af aan tot het heil heeft uitverkoren” met de “Geest der waarheid” (v. 13). De waarheid – redt ons van dwaling, kwaad en bedrog.

25) In Romeinen 11 legt Paulus uit hoe God Israël nog steeds als zijn volk heeft, en hen weer bijeen zal brengen. Hij zegt ook:

En alzo zal gans Israël zalig worden; gelijk geschreven staat: Uit Sion zal de Bevrijder komen, en zal de goddeloosheid van Jakob afkeren: Want dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen (Rom. 11:26-27).

Dit vers heeft ook te maken met verlossing in dit leven op aarde. Maar het spreekt over verlossing in nationale zin in plaats van persoonlijke. Het is een belofte van verlossing voor Israël als natie. Waarvan zullen zij gered worden? Zij moeten gered of verlost worden van “goddeloosheid” door Christus. Het “verbond” verwijst naar het Nieuwe Verbond dat aan Israël beloofd is en waarbij de woorden van God “niet zullen wijken uit uw mond, noch uit de mond van uw zaad, tot in eeuwigheid” (Jesaja 59:20-21). Met andere woorden, God zal Zijn wetten in hun verstand en hart leggen (Hebr. 8:10). Dit redt hen van hun goddeloze wegen.

Een verdraaide verlossingsleer

Vele andere verzen zouden kunnen worden aangehaald om het punt te bewijzen dat de woorden “redden” en “gered”, zoals afgeleid van het Griekse woord soza, hoofdzakelijk verwijzen naar een tijdelijke redding. Het Griekse woord “sozo” komt 110 keer voor in het Nieuwe Testament. Van die 110 keer heeft meer dan 95 % betrekking op de een of andere manier van verlossing in dit fysieke leven (hetzij persoonlijke of nationale verlossing), terwijl het woord slechts in 5 % van de gevallen betrekking heeft op de hemel, de opstanding, onsterfelijkheid of iets in het volgende leven. Zelfs dingen die van geestelijke aard zijn, zoals de inwoning van de Heilige Geest, de vergeving van zonden, of het plaatsen van Gods wetten in onze gedachten en harten, werden gedaan voor ons welzijn en onze redding in dit leven. Toch wordt 100% van de nadruk door de kerken gelegd op het gebruik van het woord sozo om te betekenen dat je naar de hemel gaat als je sterft, terwijl het woord dit in feite nooit specifiek betekent.

De basisintentie en betekenis achter het Griekse woord sozo (redden, gered, genezen, heel maken, enz.) is om het idee over te brengen van bevrijd zijn van gevaar, schade, of welke negatieve situatie of toestand dan ook. Na bevrijd of verlost te zijn van de schadelijke toestand, zou iemand in een veilige of geheelde toestand zijn. Dat is wat redding of gered worden is, het is een toestand of conditie die men kan verkrijgen. De Bijbel beschrijft vele manieren waarop deze toestand kan worden verkregen.

Dus het woord “gered” kan en werd gebruikt in een verscheidenheid van contexten die verschillende betekenissen overbrengen; en zodra wij vaststellen of verklaren waarvan iemand gered is, hebben wij dan de definitie van “gered”. Maar de definitie die in één geval wordt afgeleid, kan niet noodzakelijk worden toegepast op ander gebruik van het woord. Toch is dit precies wat predikanten en theologen hebben gedaan. Zij hebben een universele betekenis en interpretatie van het woord “gered” ontwikkeld, en hebben een “verlossingsleer” gevestigd. Zo hebben christenen een vooropgezet idee over de betekenis van het woord “gered” (sozo) dat niet door de Schrift wordt ondersteund.

Laten we enkele veel voorkomende vragen analyseren die verband houden met het onderwerp verlossing, zoals:

  • “Ben je gered?”
  • “Zijn er werken nodig om je te redden?
  • “Moet men gedoopt worden om gered te worden?”
  • “Kunnen alleen blanke christenen gered worden?

Dit zijn stuk voor stuk onjuiste en onvolledige vragen, en dus kunnen ze alleen met een onjuist antwoord beantwoord worden. Geen van deze vragen zegt waar men van gered moet worden. Het enige gezonde en logische antwoord op elke vraag is te vragen: “Gered van wat?” Dit dwingt de oorspronkelijke vraag volledig en rationeel te maken. Alleen als men weet waarvan men gered moet worden, kan men ja of nee antwoorden.

Als iemand u zou vragen: “Bent u in nood?” zou u hem heel vreemd aankijken. Uw natuurlijke en logische antwoord zou zijn: “In nood waarvan?” De gestelde vraag was onvolledig en onjuist en heeft geen zin zoals ze gesteld is. Er zijn honderden dingen die iemand nodig kan hebben, of waarvan iemand gered kan worden, maar in de verwrongen leer van de verlossing is er maar één ding waarvan iemand gered kan worden – een brandende hel. En door gered te worden van de hel, gaat men naar de hemel. Dit is alles wat verlossing vandaag de dag voor christenen betekent. Maar die interpretatie past in geen enkele van de verzen die over het woord “sozo” gaan. In feite past die interpretatie in geen enkele verlossingsboodschap in de Bijbel.”.

Toen de Bijbel geschreven werd, waren de woorden die gebruikt werden voor ‘gered’ of ‘verlossing’ gewone woorden, die niet de leerstellige bagage droegen die ze vandaag de dag hebben. Het waren gewoon woorden, en net als alle andere woorden werden ze begrepen door de context waarin ze werden gebruikt. Het woord “gered”, of “sozo” in het Grieks, was geen leerstuk en riep geen beeld op van een leerstellig concept, zoals het vandaag de dag doet. Wanneer Jezus of de apostelen het woord sozo gebruikten, hadden zij dus geen vooropgezet idee van naar de hemel gaan of bevrijding uit de hel. De context waarin het woord gebruikt werd, gaf aan waarvan men gered werd.

Theologen en predikanten hebben de woorden “redden”, “gered” en “verlossing” zo uitgelegd dat ze de specifieke betekenis hebben van naar de hemel gaan, en hebben die valse definitie universeel toegepast op alle gevallen waarin die woorden worden gebruikt. Maar dat is niet het gebruik dat Christus en de apostelen toepasten op gered worden, omdat het hen in de eerste plaats ging om een tijdelijke redding in dit leven. Waarom is dat? Het antwoord is overduidelijk en logisch: omdat dat de toestand is waarin wij verkeren, en God wilde dat Zijn kinderen hier en nu een zo goed mogelijk leven zouden hebben. Daarom gaf Hij ons wetten en de christelijke weg om ons te leiden in ons leven en ons te redden van de moeilijkheden en goddeloosheid die in deze wereld bestaan.

Zaken als geloof, hoop, doop, lofprijzing, bekering, gebed, aanbidding en goede werken maken allemaal deel uit van de christelijke levensstijl die van invloed zijn op onze redding hier en nu in dit leven en deze wereld waarin wij bestaan. Het begin van de christelijke weg is geloof in Christus. Geloof en hoop worden dus beschouwd als de eerste en belangrijkste stap om gered te worden in ons dagelijks leven. Een dergelijk geloof zal ertoe leiden dat men de wegen van God zal volgen, waardoor men bewaard zal blijven voor zonde en een pervers leven. Dit was de overheersende heilsboodschap waarover Christus en de apostelen spraken. Het is niet de enige heilsboodschap of zelfs de belangrijkste, maar het is wel de boodschap die ons in ons bestaan nu aangaat.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>