• Home
  • Verlossing en Eeuwig leven – Het oordeel en het eeuwige leven
2 december, 2022
Charles E. Wiseman

-6-

Hoewel de Messiaanse verlossing een academische kwestie is, dat wil zeggen, buiten ons vermogen om er iets aan te doen, is het eindresultaat van wat ermee wordt bereikt. De Messiaanse verlossing was om voor ons onsterfelijkheid te bereiken door de opstanding. Het eindresultaat van die onsterfelijkheid zal echter afhankelijk zijn van wat wij in dit leven doen, of beter gezegd van hoe God onze werken in dit leven beoordeelt.

Zoals wij gezien hebben, heeft Christus dikwijls verwezen naar het idee dat de dingen die wij in dit leven doen, van invloed zullen zijn op de status of de aard van het volgende leven. Dit was het punt achter de gelijkenis van de talenten en de gelijkenis van de ponden. De talenten of ponden staan voor de vaardigheden, bekwaamheden, middelen en mogelijkheden die God ons heeft gegeven. De manier waarop wij met deze dingen omgaan om Gods wil op aarde te bevorderen, zal een effect hebben op ons oordeel in het volgende leven. Jezus stelde de handelingen van zaaien en oogsten ook voor als het doen van Gods wil en het verspreiden van Zijn woord, een taak waarbij vele personen betrokken zijn:

En wie maait, ontvangt loon, en verzamelt vrucht tot in het eeuwige leven; opdat beide, die zaaien en die maaien, zich tezamen verblijden (Johannes 4:36).

De profeten en Christus waren de eerste zaaiers van het Woord en de apostelen de maaiers, maar zij werden ook zaaiers en hun discipelen maaiers, en zo gaat het proces voort. Hier wordt het begrip eeuwig leven in de toekomende tijd gesproken. Dus het “loon” dat verdiend wordt en de “vrucht” die verzameld wordt door hen die oogsten en zaaien, staan in verband met persoonlijke beloningen, niet alleen in dit leven, maar ook in het volgende leven of het opgestane leven. De beloning is het “eeuwige leven”. Paulus zinspeelde ook op dit concept toen hij zei:

Ik plantte, Apollos gaf water, maar God deed groeien. . . Wie nu plant en wie water geeft, zijn één; en ieder zal zijn loon ontvangen naar zijn eigen arbeid (1 Korin. 3:6, 8).

Hier hebben we weer vele werkers in dezelfde bediening en dienst aan God die één doel moeten hebben, hoewel iedere werker afzonderlijk verantwoordelijk is voor “zijn eigen arbeid”. Hij zal dus “zijn eigen beloning” of loon ontvangen. Paulus spreekt over de dag des oordeels, wanneer “ieders werk door vuur zal worden geopenbaard”. Als het werk dit vuur overleeft heeft hij een “beloning”, maar als het werk zal worden “verbrand” zal hij “verlies lijden, maar hijzelf zal gered worden” (verzen 13-15). Het is interessant dat wanneer iemand het niet eens is met de leer of het werk van een ander, zij zeggen dat hij zal “branden in de hel”, wat betekent dat hij niet in de hemel zal zijn. Maar Paulus zegt dat zijn werk zal worden verbrand, niet de persoon. De persoon kan iets doen dat tegen de wil of de weg van God ingaat, maar hij zal toch worden opgewekt of worden “gered” van het vuur. Maar wat men ook plant, dat zal de aard van zijn beloning zijn:

God is niet bespot, want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie naar zijn vlees zaait, zal naar zijn vlees verderf oogsten, maar wie naar de Geest zaait, zal naar de Geest eeuwig leven oogsten. (Gal. 6:7-8).

God zal oordelen naar werken, die zaad zijn dat gezaaid is voor de eeuwigheid van hetzij vreugde of wee. Jezus zei ook: “Werkt naar de spijze, die het eeuwige leven duurt” (Joh. 6:27), en “Verzamelt voor uzelf schatten in de hemelen” (Matth. 6:20). Dit is een verwijzing naar de beloning die men in de opstanding ontvangt voor de goede daden die men op aarde heeft verricht, en dit zijn de doeleinden waarnaar men moet streven.

Het oordeel is het enige aspect dat de persoonlijke, de nationale en de Messiaanse verlossing gemeen hebben. In elk van beide gevallen is het oordeel overeenkomstig de werken of het houden van de wet. Met andere woorden, verlossing sluit het oordeel in het komende leven niet uit – “Het is de mens gegeven eenmaal te sterven, maar daarna het oordeel” (Hebr. 9:27). De functie van de Messiaanse verlossing was ons te verlossen van de vloek van de wet, niet van het oordeel van de wet. Dus terwijl Christus onze zonden en de wet uitwiste, werd dit alleen gedaan met betrekking tot de zaak die de dood betrof – “het loon van de zonde is de dood. “Het heeft betrekking op de afschaffing van de doodstraf die onze zonden over ons hebben gebracht, zodat wij hersteld konden worden in Adams status in Eden, d.w.z. het recht bezittend om wederopgestaan te worden. Het bloed van Christus heeft geen invloed op de zonde of de wet met het oog op het oordeel door de wet, hetzij nu in dit leven of in het volgende leven (Rom. 2:12).

Wat de Bijbel openbaart over het toekomstige oordeel, levert ook verder bewijs dat geloof geen vereiste is om te worden opgewekt. In feite is het niet nodig goed of rechtvaardig te zijn, want zelfs de onrechtvaardigen zullen worden opgewekt, zoals de apostel Paulus verklaarde: “Er zal een opstanding zijn van de doden, zowel van de rechtvaardigen als van de onrechtvaardigen” (Handelingen 24:15). In het boek Daniël staat ook dat de onrechtvaardigen zullen worden opgewekt:

En velen van hen, die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, sommigen tot het eeuwige leven, anderen tot schande en eeuwige verachting (Dan. 12:2).

Zij die gestorven zijn, worden “slapende” genoemd. Zoals hier wordt afgeleid, zullen niet allen die “slapen” worden gewekt of opgewekt, alleen zij van het zaad van Adam kunnen ooit de opstanding verkrijgen. Van degenen die worden opgewekt, is er een duidelijk verschil in hun status. Sommigen worden beloond en sommigen worden gestraft. In het bovenstaande citaat is “eeuwig leven” niet de opstanding, maar is het een beloning of status van sommigen van hen die zijn opgewekt. Deze status wordt onderscheiden van de “schande” en “eeuwige verachting” die anderen zullen hebben die ook zijn opgewekt. Dit begrip wordt herhaald door Christus, die, nadat hij gesproken heeft over hen die in dit leven niets voor Hem gedaan hebben, zegt: “En dezen zullen heengaan in de eeuwige straf; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven” (Matt. 25:46).

De onrechtvaardigen en de onrechtvaardigen zullen worden opgewekt tot een “eeuwige straf”. Dus een ongelovige zal ook worden opgewekt. Maar wat is zijn status? Geloof zal ongetwijfeld van invloed zijn op iemands status in het hiernamaals, maar het geeft op zichzelf nog geen recht op eeuwig leven in de letterlijke zin van het woord. Geloof geeft eerder aan dat men eeuwig leven heeft in de metaforische zin, en in de opstanding zal men het hebben in de kwalitatieve zin als een beloning. Zo wordt “eeuwige straf” ook in kwalitatieve zin gebruikt om de status te beschrijven die men in de opstanding zal hebben. Het kan niet betekenen dat men in het graf achterblijft, want zoiets kan men niet bezitten als men dood is en niet bestaat.

Toen Jezus aan de Judeeërs uitlegde dat de Vader Hem het leven in Zichzelf heeft gegeven, en ook het gezag om het oordeel uit te voeren, had Hij het over het oordeel over hen die recht hebben op leven, dat wil zeggen, zij die het recht hebben om opgewekt te worden. Dit is niet beperkt tot hen die geloven, want Jezus zegt:

Verwonder u hierover niet, want de ure komt, in welke allen, die in de graven zijn, zijn stem zullen horen,

En zullen tevoorschijn komen; zij, die goed gedaan hebben, tot de opstanding des levens; en zij, die kwaad gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis (Johannes 5:28-29).

Het lijkt logisch dat termen als “opstanding der verdoemenis”, “eeuwige straf”, “eeuwige verdoemenis” en “eeuwige verachting” alle betrekking hebben op hetzelfde. Zij hebben betrekking op de grote dag des oordeels, waarop God degenen oordeelt die Hij heeft doen herrijzen, en hun de hun toekomende beloningen en straffen geeft. Zoals in de gelijkenis van de ponden in Lukas 19, worden sommigen veel beloond, anderen weinig, terwijl anderen geen beloning ontvangen maar alleen veroordeling of bestraffing. Het zijn de laatsten die een “eeuwige straf” ondergaan, want de straffen die zij ontvangen zijn, evenals de beloningen van de rechtvaardigen, een blijvende en definitieve voorwaarde van hun onsterfelijke leven. Het wordt dus een “verdoemenis” genoemd. Aan de andere kant worden degenen die beloningen ontvangen, hoe klein ook, beschouwd als zijnde opgewekt tot “eeuwig leven”. Het oordeel van zowel beloningen als straffen is voor eeuwig en blijvend, want dit oordeel is een “eeuwig oordeel” (Hebr. 6:2). Het oordeel vindt blijkbaar plaats na de opstanding (Openb. 20). En waarover worden wij geoordeeld? De daden en werken die wij in dit leven hebben gedaan:

Wij moeten allen verschijnen voor de rechterstoel van Christus, opdat een ieder ontvangt hetgeen in zijn lichaam geschied is, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad (2 Kor. 5:10).

Want de Zoon des mensen zal komen in heerlijkheid en zal dan een ieder belonen naar zijn werken (Matth. 16:27).

De verdeling tussen beloningen en straffen is misschien niet zo gepolariseerd en discreet als wordt aangegeven met termen als eeuwig leven en eeuwige verachting. Maar veeleer zijn er, net als bij de verdeling van goed en kwaad, gradaties en verschillende graden tussen beide. Maar één ding wordt maar al te duidelijk en logisch gemaakt, en dat is dat er geen gelijkheid van status is in de opstanding. Als iedereen op hetzelfde niveau en dezelfde status zou worden geplaatst, of als de beloningen en straffen slechts tijdelijk zouden zijn, dan zijn alle vermaningen om goed te doen, rechtvaardig te zijn, de wet te houden, of de wegen van God te volgen ijdele en lege woorden. Er zou geen reden zijn om godvruchtig te zijn of iets voor God te doen, want het zou er niet toe doen, omdat iedereen na zijn opstanding dezelfde status zou hebben.

Als er geen toekomstige staat van beloningen en straffen is, dan zou het verstandig zijn om materialistisch en seculier te zijn; om te liegen, te stelen, te bedriegen, of te doden om vooruit te komen in dit leven omdat het geen verschil zal maken wanneer we worden opgewekt. Het idee dat allen in de opstanding in een gelukzalige en verheerlijkte staat van bestaan zullen verkeren, op gelijke voet staande in de tegenwoordigheid van God, is een humanistische opvatting van de dingen. Paulus zegt duidelijk dat niet alle personen gelijk zullen zijn in de opstanding:

Er is een heerlijkheid van de zon, een andere heerlijkheid van de maan, en een andere heerlijkheid van de sterren; want de ene ster verschilt van de andere ster in heerlijkheid.

Zo is het ook met de opstanding van de doden (1 Kor. 15:41-42).

De verschillende lichamen die de mensen in de opstanding hebben, komen overeen met de verschillende beloningen die zij ontvangen. God is rechtvaardig en de mensen zullen in het volgende leven boeten voor hun goddeloze en onwettige daden. Het besluit van de “eeuwige straf” is een oordeel van een rechtvaardige en soevereine God, die “geen aanzien des persoons heeft” (Hand. 10:34), en “die aan een ieder zal vergelden naar zijn daden” (Rom. 2:6).

Conclusie

Hoe meer men zich verdiept in de begrippen verlossing en eeuwig leven zoals die in de Bijbel worden gepresenteerd, hoe meer men dwaling en geringschatting vindt in wat er in de christelijke kerken over dergelijke zaken wordt gepredikt. Woorden hebben een verandering in betekenis ondergaan door verkeerde interpretatie, en de “gezonde leer” van de Schrift is vervangen door mysticisme en humanisme.

Verlossing is eerder een concept of boodschap dan een doctrine. Er is sprake van een doctrine wanneer een geheel van ideeën, overtuigingen en feiten wordt gebruikt om een specifiek principe of standpunt over het concept vast te stellen. De profeten, Jezus en de apostelen gaven allen doctrine of onderricht over het concept van verlossing en eeuwig Oaionios) leven. Maar hun ware doctrines zijn verdrongen door de door mensen gecreëerde doctrines van predikers en theologen.

De voornaamste oorzaak hiervan is gelegen in het gebruik van de farizeïsche methode van Bijbeluitleg. Dat wil zeggen, het toepassen van de schijnbare of letterlijke betekenis van een woord of uitdrukking om te interpreteren wat er gezegd was. Dus toen Christus naar Zichzelf verwees als de Tempel, en dat Hij deze in drie dagen zou herstellen nadat hij verwoest was, veroordeelden de Farizeeën Christus voor het belachelijke idee dat Hij hun grote Tempel in drie dagen zou kunnen herbouwen. Er zijn talrijke voorbeelden dat dit soort interpretatie werd gebruikt door de religieuze Farizeeën. De religieuze leiders van vandaag gebruiken ditzelfde type interpretatie om de ware leer van Christus te verdraaien. Wanneer zij woorden tegenkomen als leven, dood, eeuwig of gered, passen zij gemakkelijk een schijnbare betekenis op hen toe, waardoor zij een belachelijke leer creëren.

Een tweede groot probleem bij het begrijpen van de ware leer in de Bijbel is de praktijk van het geven van een universele toepassing aan woorden en begrippen. De mate waarin redding zich uitstrekt wordt bepaald door wat redding is, en de context waarin het gebruikt wordt, en door te kijken of de interpretatie overeenkomt met andere Bijbelse principes en leerstellingen.

De meeste christenen vermijden de taak om de context van een vers te bepalen en nemen hun toevlucht tot universalisme. Zij nemen dus de concepten van Gods liefde, barmhartigheid, genade en verlossing en strooien die lukraak in het rond zodat ze aan alle gevallen en situaties voldoen, of aan “alle mensen” of “wie” het maar wil. Het is de context van wat er gezegd wordt en de overeenstemming met andere Bijbelse leerstellingen die het gebruik of de toepassing van zulke dingen moet dicteren. Maar christenen hebben de slechte gewoonte om lukraak te zijn en woorden universele betekenissen te geven, of ze in een universele context toe te passen. Er is geen universele verlossingsleer waarin alle verzen die handelen over de woorden “gered” of “verlossing” hetzelfde betekenen, of op dezelfde situatie kunnen worden toegepast.

Het onvermogen om onderscheid te maken is ook de reden dat alle predikers en theologen gefaald hebben om onderscheid te maken tussen persoonlijke verlossing, en de Messiaanse verlossing. In de verzen die spreken over geloven in Christus of vertrouwen op God om “gered” te worden, gaat het dus allemaal over persoonlijke verlossing. Niet één van deze verzen heeft betrekking op de Messiaanse verlossing, die de verzoening door het offerbloed van Christus inhoudt. Maar predikers hebben zonder onderscheid de aspecten van deze twee verschillende soorten verlossing door elkaar gehaald, wat een zeer inconsistente en vervormde hybride verlossingsleer heeft opgeleverd.

Persoonlijke verlossing kan op bijna iedereen van toepassing zijn. Maar de Messiaanse verlossing, die de Adamitische mens redde van de tweede dood, is alleen van toepassing op de ware nakomelingen van Adam – ongeveer 9% van de wereldbevolking. Van die groep zal misschien een minderheid de beloning of status van “eeuwig leven” beërven. De beperking en begrenzing van zo iets groots valt niet goed bij het menselijk hart. De mens wil universele gelijkheid, ongeacht wat de Bijbel of de natuur onthult van het tegendeel. Daarom hebben predikanten het nodig gevonden om de reikwijdte van deze verlossing uit te breiden tot “een ieder die wil geloven”. Zo krijgen zij grotere gemeenten, meer inkomsten, en minder conflicten met de wereld. De manier waarop zij de Messiaanse verlossing hebben verbreed (en dus vervormd) is door het te vermengen met persoonlijke verlossing.

Deze hybride verlossingsleer heeft, samen met letterlijke interpretaties, een nieuwe verlossingsleer voortgebracht die een vooropgezet idee in de geest van christenen produceert over wat de woorden “gered” of “eeuwig leven” betekenen.

Zonder te beschrijven waarvan men gered moet worden, of wat voor soort verlossing het betreft, is alles wat predikers hebben gedaan, brabbelen over dit onderwerp van verlossing. Zij zullen over dit onderwerp blijven babbelen omdat het zeer moeilijk is eeuwen van corrupte indoctrinatie en een levenslange blootstelling eraan te overwinnen. De meeste christenen zijn nu zo geconditioneerd over wat “gered” betekent, dat zij niet eens de logische en natuurlijke vragen kunnen stellen die zij normaal zouden stellen om de zaak te verduidelijken. Zij zijn zo geconditioneerd dat hun verstand automatisch in de doctrinaire sleur van de door mensen gemaakte verlossingsleer valt, waardoor zij niet in staat zijn het onderwerp rationeel te onderzoeken en te onderzoeken. Voor hen geldt: gered is gered, het betekent allemaal hetzelfde en dat is altijd zo geweest. Dus alles wat zij zeggen over redding of iemand die “gered” is, is zinloos gebabbel.

Wat christenen moeten doen is hun ogen van de hemel halen en ze in plaats daarvan richten op datgene waar Christus het meest bezorgd over was – ons dagelijks leven op de planeet aarde. Het enige waar we in het volgende leven enige controle over hebben is onze status van beloning of straf, die bepaald wordt door onze dagelijkse werken op aarde.

Christenen moeten ook leren dat het concept van verlossing bestaat onder een verscheidenheid van andere termen dan het woord “gered”. Het bestaat ook door het gebruik van termen als genezen, behouden, hersteld, verlost, geholpen, veilig gemaakt, heel gemaakt, bevrijd, gewroken, verdedigd, gered, beschermd, gezondheid en overwinning. Zelfs waar zulke woorden niet bestaan kan het begrip gevonden worden.

Ook moet verlossing niet altijd verward worden met de begrippen verlossing of bekering. Verlossing is het ruimere en meer omvattende begrip. Zo kan een bekering of een verlossing een redding zijn, maar het is niet juist om te zeggen dat redding hetzelfde is als verlossing of bekering.

Hoewel verlossing de meest overheersende boodschap in de Bijbel is, is het de meest verkeerd begrepen boodschap geworden, voornamelijk omdat de mens niet tevreden is met wat God over deze zaak heeft verordend.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>