• Home
  • Paulus en Jozef van Arimathea – Deel 4

Hoofdstuk 4

Wie waren deze “heidenen”?

Inwoners van Spanje waren Israëlieten

We hebben gezien dat het Evangelie niet alleen werd gehoord, maar ook gemakkelijk werd geloofd in West- en Noord-Europa. Volgens het lang verloren hoofdstuk van het boek Handelingen werden Paulus en het Woord enthousiast ontvangen in Spanje. Dit was niet de kille haat van de “Joden” tegen het Evangelie, noch de merkwaardige onverschilligheid van de heidenen. Dit was het welkom van Israëlieten! Hoe weet ik dat het Israëlieten waren? Wel, laten we eens kijken naar aanwijzingen die in elk aardrijkskundeboek en in elk geschiedenis- en maatschappijleerboek in Amerika staan; waar ze tenminste in Amerikaanse schoollokalen getuigen, zo niet van de religieuze kansels. Kaarten van Europa tonen Spanje en Portugal op het “Iberisch Schiereiland.” Elke taalleraar zal u vertellen dat “Iberia” “land van de Hebreeën” betekent. Ook de Spaanse rivier Ebro is afgeleid van Eber, de grootvader van de Hebreeërs. De rivier Guadalquiveir was oorspronkelijk Wadi-al-Hibri, wat in het Moors “de rivier van de Hebreeërs” betekent. De moderne Spaanse stad Cádiz was oorspronkelijk Gaderia, of “stad van Gad”. Het werd zo genoemd toen mannen van de stammen Gad en Uan de mijnen in “Iberia” bewerkten tijdens de regering van koning Salomo in Israël, 1000 jaar voordat Paulus naar Spanje kwam!

Er is een oude grafsteen in Sagunto, Spanje met dit grafschrift in het Hebreeuws: Dit is het graf van Adoniram, een officier van koning Salomo, die schatting kwam innen, en stierf op de (onleesbare) dag”. Spanje, en waarschijnlijk ook Frankrijk en Italië, waren aan Salomo onderworpen en betaalden belasting voor militaire en politieke bescherming, maar waren geen veroverde volkeren!

Zij waren geen “Joden”

Ja, deze mensen die zich op de hellingen verzamelden om een man te horen van wie zij geloofden dat hij “door God gezonden” was, waren afstammelingen van het volk Israël. Hun voorvaderen hadden het oude Palestina verlaten lang voor de Babylonische gevangenschap van 597 v. Chr. van het Zuidelijke Koninkrijk Juda, en de Assyrische gevangenschap van 721 v. Chr. van het Noordelijke of tienstammige Huis Israël. Aangezien het woord “jood” voor het eerst in de Schrift wordt gebruikt in 2 Koningen 16:6, en dan alleen verwijst naar het volk dat in het Zuidelijke, of Juda, Koninkrijk woonde, kan het nooit zijn toegepast op deze Israëlieten die eerder in Spanje hadden gewoond, “jood” werd toegepast op een deel van Israël. Bijbelstudenten weten ook dat de term “jood” nooit werd toegepast op het Noordelijke, of de tien stammen Koninkrijk, dus er is geen reden om verbaasd te zijn dat er Israëlieten waren in een groot deel van Europa die nooit onder de titel “jood” hadden geleefd.

Israëlieten naar Britse eilanden

Vanuit Spanje voeren deze zeevarende Danieten, Gadieten en andere Israëlieten, zowel voor als na de tijd van Salomo, langs de westkust van Frankrijk naar de “eilanden van de zee”, Ierland en Engeland. Ierland is in feite de moderne Engelse spelling van de oude eilandnaam “Hibernia”, oftewel “Hebreeuws land”. Ierse kroniekschrijvers die schrijven over de oorsprong van hun volk, voeren hen terug tot Spanje, de Milesiërs van de eilanden in de Middellandse Zee en de “Dananen”. De “Dananen” worden geïdentificeerd als de stam van Dan, en de Milesiërs zijn terug te voeren tot ten zuiden van het Kaukasusgebergte, het gebied dat wij kennen als de locatie van de Assyrische gevangenschap van het Tienstammenhuis van Israël! Het is veelzeggend dat Ierse historici aantonen dat twee van de zonen van de eerste Milesische koning die voet zette in Ierland Heber de Schone en Heber de Bruine heetten! Het is van een meer oude “Heber” tussen Noach en Abraham dat we de raciale naam “Hebreeër” krijgen.

Niet alleen hun geschiedenis, maar veel van de poëzie van Engeland, Ierland en Schotland weerspiegelt de kennis van hun oude voorouders. Thomas Moore, de Bard van Erin, schreef de volgende prachtige regels ter herinnering aan de aankomst van zijn volk in Ierland vanuit Spanje:

In Ierland, en andere delen van de Britse eilanden, verkenden en vestigden deze “zwervers onder de volkeren” zich, zoals hun nakomelingen dat in de afgelopen eeuwen hebben gedaan in Noord-Amerika, Zuid-Afrika en Australië. Naast agrarische rijkdom waren metalen uit Brittannië en Ierland een van hun belangrijkste handelsbronnen; daarmee ging de profetie van Israël in vervulling dat zij “de voornaamste dingen van de oude bergen, en de kostbare dingen van de eeuwige heuvels” zouden hebben. (Gen. 49:25; Deut. 33:1516)

Dat deze mijnbouw belangrijk was, wordt door vele oude historici bevestigd. Herodotus schreef in zijn Boek 3: “Ik kan niet met zekerheid spreken, noch ben ik bekend met de eilanden genaamd de Cassiteriden (oude Griekse naam van de Britse eilanden die “tingeilanden” betekenen, waar wij ons woord “casserole” vandaan halen), vanwaar tin naar ons wordt gebracht … het is niettemin zeker dat zowel ons tin als ons barnsteen wordt aangevoerd vanuit deze uiterst afgelegen gebieden … in het uiterste westen van Europa.”

Polybius, de Griekse historicus uit de 2e eeuw voor Christus, schreef: “Sommigen zullen zich afvragen waarom wij, na zo lang over Libië en Iberia (Spanje) te hebben gesproken, niet vollediger hebben gesproken over de uitmonding bij de zuilen van Hercules, noch over de binnenzee, noch over de Britse eilanden en de tinwinning, noch over de goud- en zilvermijnen van Ibernia (Ierland).” Aristoteles stelt in zijn De Mundo: “Voorbij de pilaren van Hercules stroomt de oceaan rond de aarde. In deze oceaan bevinden zich echter twee eilanden, en die zijn zeer groot, en worden Britannisch, Albiaans en Ierne genoemd.” Plinius schrijft: “Het hele Romeinse Rijk kreeg metaal en tin geleverd uit Britannia Ook Griekenland kreeg tin en diverse metalen uit dezelfde bron zo vroeg als 907 voor Christus”. Stel je voor, 900 jaar voor Christus!

Dat de eilanden van Brittannië goed bekend waren bij mediterrane geografen,
wordt aangetoond door de kaart, op de vorige pagina, getekend rond 250 voor Christus door de Griek Eratosthenes. De kaart is verbazingwekkend nauwkeurig van de Middellandse Zee, West-Europa en de eilanden van Brittannië. Toch was dit een tijd waarin weinig bekend was over Afrika voorbij de Indus rivier, of de noordelijke Russische landen, en niets over China, of zelfs Scandinavië. Merk op dat Eratosthenes de naam Iberia (Hebreeuws land) gebruikte voor het Spaanse schiereiland.

Britten geïdentificeerd als Israëlieten

Ptolemaeus, een van de bekendste historici uit de oudheid, identificeert de bevolking van de Britse eilanden als volgt: “Zij werden bevolkt door afstammelingen van het Hebreeuwse ras, die bedreven waren in het smelten en uitblonken in het bewerken van metalen.” Ja, Israëlieten op de Britse eilanden duizend jaar voor Christus, en het staat zo geschreven in de oude geschiedenisboeken!

Druïdisme – Heidens of Hebreeuws?

Er is een boekwerk nodig om de leugens te weerleggen die in de Christelijke wereld zijn verspreid over de Druïden uit het oude Britannië. Valse beschuldigingen van verering van heidense goden tot mensenoffers zijn tegen hen ingebracht, onze voorouders, uit bronnen binnen en buiten de Rooms Katholieke kerk. Toch zal de waarheid uitkomen, en niemand minder dan de eminente archeoloog Sir Flinders Petrie onderzocht de grond rond en onder het altaar in Stonehenge en vond slechts de verbrande beenderen van schapen en geiten. In plaats van mensenoffers waren de offers van de Druïden identiek aan de oude Hebreeuwse!

De Druïden onderwezen een morele code en Caesar schreef in 54 v. Chr. over hun godsdienst: “De Druïden maken de onsterfelijkheid van de ziel tot de basis van al hun leer, en beschouwen dit als de voornaamste stimulans en reden voor een deugdzaam leven.” Hij gaf als een van de redenen voor de slechte prestatie van zijn Romeinse legioen tegen de Britse strijdwagens en ruiters dat de Britten geloofden in een opstanding tot het eeuwige leven en daarom niet bang waren voor de dood! Dit was Brittannië, 80 jaar voordat het bloed van Christus de grond besmeurde op Golgotha!

De Druïden onderwezen de komst van de Messias. Israël typeerde Hem door een zondebok en andere emblemen; de Druïden spraken over de komst van een “genezer van alle kwalen”. Zij gebruikten het embleem van de maretak (wij hangen het nog steeds op met Kerstmis), identiek aan de “takll van de Israëlische profeten”. Taliesin, een aartsdruïde uit de vroege christelijke dagen in Groot-Brittannië schreef: “Christus, het Woord van het begin, was vanaf het begin onze leraar, en wij hebben Zijn leer nooit uit het oog verloren”. Het christendom was iets nieuws in Azië (Klein-Azië), maar er is nooit een tijd geweest dat de Druïden van Brittannië de leer ervan niet aanhingen.” Zij hadden zelfs een naam voor deze “Genezer van alle kwalen,” en zij spraken het uit als “Yesu.” Toen Jozef van Arimathea en de anderen kwamen en vertelden over een Messias die “Jezus” heette, degene die de opstanding uit de dood onderwees, en dat Hij was gestorven en uit het graf was opgestaan, wist Druïdisch Brittannië dat hun Messias was gekomen. Joseph en de anderen, voorzien van land en huizen door het koninklijk huis van Brittannië, en met de volledige medewerking van het Druïdisch priesterschap, brachten het christendom naar Brittannië binnen tien jaar na de opstanding van Jezus. Het is een schande dat moderne christelijke predikanten niets weten van, of weigeren te geloven in, deze glorieuze geschiedenis van hen die Jezus “in het vlees” kenden.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>