• Home
  • Ik zal jullie Elia de profeet zenden – Deel 1

Dit zijn de laatste woorden van het Oude Testament:

“Zie, Ik zal u Elia zenden, de profeet, vóór de komst van de grote en vreselijke dag des HEREN; en hij zal het hart der vaderen keren tot de kinderen, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kom en de aarde met een vloek sla.” Maleachi 4:5-6

Een studie van de bovenstaande profetie wordt hierin gepresenteerd om vast te stellen of er een toekomstige vervulling zal zijn; en zo ja, of dit zal gebeuren door een letterlijke opstanding van Elia of op een andere manier, zodat we Gods belofte correct kunnen begrijpen en niet misleid zullen worden door valse beweringen die gedaan zouden kunnen worden in de naam van Elia of in de naam van zijn Heer en de onze, Jezus Christus.

Deze studie is enigszins ingekort en bewerkt uit preken van Pastor Sheldon Emry.

IK ZAL JULLIE ELIA, DE PROFEET, ZENDEN

Ik ben ervan overtuigd dat de vervulling van de profetie van Elia, de profeet, in de laatste twee verzen van het Oude Testament, veel te maken heeft met wat er in de toekomst gaat gebeuren, hier in Amerika.

Ik geloof dat je zult zien dat er iets heel erg belangrijks is aan de laatste twee verzen in het Oude Testament. Er moet een reden zijn waarom God Almachtige, van alle profetieën die Hij ons gaf, deze twee verzen aan het einde van de Oude Schrift van de Bijbel liet staan die algemeen gebruikt werden onder het Israëlische volk.

Laten we het lezen in Maleachi 4, verzen 5 en 6, want dit is de profetie waar we het over zullen hebben in de rest van de Schrift waar ik naar verwijs.

“Zie, Ik zal u Elia zenden, de profeet, vóór de komst van de grote en vreselijke dag des Heren. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen keren, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kom en de aarde met een vloek sla.”

WAT CHRISTUS OVER ELIA ZEI

Hij zei niet alleen dat Ik hem zou sturen om iets te doen, maar blijkbaar is het ook zo dat wat de profeet Elia ook gaat doen, het moet gebeuren, anders zal God de aarde met een vloek moeten slaan. Het is dus een heel belangrijke profetie. Ga nu met me mee naar het boek Matteüs, want we gaan enkele dingen lezen over een vervulling van een deel van deze profetie, met betrekking tot Elia, en wat Christus erover zei. Ga eerst naar Matteüs 16, vers 13.

Is het Jezus?

In dit vers is er bewijs dat sommige mensen dachten dat Jezus deze Elia was, die zou komen:

“Toen Jezus in de kusten van Caesarea Filippi kwam, vroeg Hij aan Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik de Zoon des mensen ben? En zij zeiden: Sommigen zeggen dat gij Johannes de Doper zijt, anderen Elia en weer anderen Jeremia of een van de profeten. Mattheüs 16:13-14

De mensen wisten iets van deze profetieën, want zij waren Israëliërs die veel van het Oude Testament afwisten. Ze dachten, althans sommigen van hen dachten, dat Jezus deze Elia was.

“Hij zei tegen hen: Maar wie zegt gij dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Zoon van de levende God. Matteüs 16:15-16

Jezus gaf hiermee aan dat Hij niet Elia was. Jezus was de Christus, de zoon van de Levende God. Hij vervulde dus niet de profetie van Elia. Dit wordt ook verteld in Marcus 8 en Lucas 9, waardoor drie getuigen van dezelfde identificatie dat Jezus deze profetie van Elia niet vervulde. Ga nu naar Mattheüs, hoofdstuk 17, waar staat:

“En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes, zijn broeder, en bracht hen op een hoge berg, En werd voor hun aangezicht getransfigureerd; en zijn aangezicht straalde als de zon en zijn kleding was wit als het licht. En zie, er verschenen hun Mozes en Elias, met Hem sprekende.” Matteüs 17:1-3

Opgemerkt moet worden dat Elias Grieks is voor Elia. Dit is de transfiguratie op de berg, waar Christus werd veranderd. Hij verscheen blijkbaar alsof Hij wit was en gloeide; maar bij Hem waren twee andere mannen. En van alle heiligen uit het Oude Testament in de Schrift waren Mozes en Elia blijkbaar de twee belangrijkste, tenminste wat dit incident betreft. Dus deze drie apostelen zagen Christus veranderen en ze zagen Mozes en Elia bij Hem.

Dan lezen we in vers 9:

“En toen zij van de berg afkwamen, droeg Jezus hen op, zeggende: Vertel het visioen aan niemand, totdat de Zoon des mensen uit de doden opgewekt is.” Matteüs 17:9

Nu, Christus zei tegen hen dat ze een visioen zagen, zoals ze moesten “Vertel het visioen aan niemand;” Dus, ik zou aannemen dat deze visionaire-verschijning van Elia in de gedaanteverandering op de berg geen vervulling was van de profetie van Maleachi; want wat dat visioen ook was, hij vervulde geen andere dingen van de profetie. Hij wendde de harten van de kinderen niet af, of iets wat de Elia van de profetie zou doen. Het was slechts een visioen.

Laten we verder gaan:

“En Zijn discipelen vroegen Hem, zeggende: Waarom zeggen dan de schriftgeleerden, dat Elias eerst komen moet?” Mattheüs 17:10

Zij zeiden: “Welnu, wij hebben Elia gezien; nu vertelt u ons dat het een visioen is, en u vertelt ons dat we het aan niemand mogen vertellen. Waarom zeiden de schriftgeleerden nu dat Elia eerst moest komen?”

“En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Elias zal waarlijk eerst komen en alles herstellen.

Maar Ik zeg u, dat Elias reeds gekomen is, en zij hebben Hem niet gekend, maar Hem gedaan hebben, wat zij opgesomd hebben. Zo zal ook de Zoon des mensen van hen lijden. Toen begrepen de discipelen dat Hij tot hen sprak van Johannes de Doper.”

IS HET JOHANNES DE DOPER?

Nu, meestal wordt dit begrepen en het is vrij duidelijk dat Christus zei: “Ja, Elia moet eerst komen, en Elia ZAL eerst komen.” De discipelen begrepen dat Hij Johannes de Doper bedoelde. Keer nu terug naar Matteüs 11, want dit brengt Johannes de Doper in beeld.

“En terwijl zij vertrokken, begon Jezus tot de scharen te zeggen aangaande Johannes…..”.
Matteüs 11:7

Dit is Jezus Christus die over Johannes de Doper spreekt. Laten we alles lezen wat Hij zegt en zien waar of hoe Johannes de Doper in deze Elia profetie komt.

“Maar wat wilde gij zien? Een man gekleed in zachte kleding? Zie, zij die zachte kleding dragen zijn in koningshuizen. Maar wat wilde gij zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, en meer dan een profeet.” Mattheüs 11:7-8

Christus zegt: Ja, jullie hebben Johannes de Doper gezien, en hij is niet alleen een profeet, maar hij is meer dan een profeet.

Want deze is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht, die voor uw aangezicht uw weg zal bereiden.” Mattheüs 11:10

Zo vaak lezen mensen dit en nemen ze aan dat dit definitief, positief bewijs is dat Johannes de Doper Elia was, die zou komen: maar als je nog eens terugkeert naar Maleachi, zul je merken dat het specifieke vers dat Jezus Christus aanhaalde, toen Hij het over Johannes de Doper had, niet Maleachi 4:5-6 was, maar eigenlijk Maleachi 3:1, waarin staat:

“Zie, Ik zal mijn bode zenden, en hij zal de weg voor mijn aangezicht bereiden; en de Here, die gij zoekt, zal plotseling in zijn tempel komen, ja, de bode des verbonds, die gij u verlustigt; zie, Hij zal komen, zegt de HERE der heerscharen.” Maleachi 3:1

Wij geloven dat Jezus Christus de boodschapper van het verbond was. En Jezus zegt dat Johannes de Doper degene is die als boodschapper kwam om de weg voor Hem te bereiden. Hij citeerde niet Maleachi 4:5-6; Hij citeerde Maleachi 3:1.

In Matteüs 11:11 gaat Jezus verder:

”Voorwaar, Ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er geen grotere opgestaan dan Johannes de Doper:….” Matteüs l1:l1

Nogmaals, Johannes de Doper was iemand heel bijzonder. Hij zegt dat hij een groot profeet is, en hij is “meer dan een profeet”; en onder mannen die uit vrouwen geboren zijn, is er geen grotere dan Johannes de Doper.

“… niettegenstaande hij die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, groter is dan hij.” Matteüs 11:11

Nu denk ik dat hij er heel duidelijk op wijst dat wat Johannes de Doper ook is, hij een sterfelijk mens is, want de minste in het koninkrijk (en we hebben het over het koninkrijk na de opstanding) zou groter zijn dan deze Johannes. Daarom moet Johannes, ondanks hoe groot een profeet hij was, gewoon een sterfelijk mens zijn geweest.

In feite vermeldt Jakobus in het laatste hoofdstuk dat Elias net als de rest van ons was. Maar hij is een groot man, volgens Christus. Dan gaat Jezus verder:

“En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe ondergaat het Koninkrijk der hemelen geweld, en de gewelddadigen nemen het met geweld. Want alle profeten en de wet profeteerden tot Jobn toe. En indien gij het wilt aannemen, dit is Elias, die komen zou. Wie oren heeft om te horen, die hore.” Matteüs 11:12-15

Als je dit zo leest, lijkt het erop dat Christus opnieuw zei dat Johannes de Doper Elias was, die zou komen. Hij zei een keer dat Hij kwam en dat zij met Hem deden wat zij wilden. Nu zegt Hij, sprekend over Johannes de Doper: “Dit is Elias die komen moest,” maar je zult merken dat Hij, voordat Hij zegt: “Dit is Elias die komen moest,” zegt: “Want alle profeten en de wet profeteerden tot Johannes.” Met andere woorden, er vond daar iets plaats, niet alleen een man, maar Hij noemt de wet en de profeten, en dan zegt Hij: “Dit is Elias die moest komen.” Zoals je je waarschijnlijk realiseert, ga ik je laten zien dat Johannes de Doper NIET alle profetieën vervulde van Elia die komen zou. Er is een grotere vervulling en ik heb een groot vermoeden, broeder, zuster, dat jij en ik en de meesten van ons hier zullen leven om deze vervulling te zien. We zullen je daar iets van laten zien terwijl we verdergaan.

DE ONTKENNING VAN JOHANNES DE DOPER

Laten we naar Johannes 1 gaan, want we willen luisteren naar het getuigenis van Johannes zelf. In het eerste deel van het eerste hoofdstuk van Johannes staat een geweldige beschrijving van Jezus Christus; en dan, vanaf het 19e vers, wordt Johannes de Doper beschreven. Ik wil dat je dit beschouwt in het licht van de dingen die we hebben gelezen, want we gaan zien of Johannes de Doper wel of niet de vervulling was van Elia die zou komen. Vanaf vers 19: “En dit is het verslag van Johannes.” Een paar verzen later wordt hij definitief geïdentificeerd als Johannes de Doper.

“En dit is het verslag van Johannes, toen de Joden priesters en Levieten uit Jeruzalem uitzonden om hem te vragen: Wie zijt gij? En hij bekende, en loochende niet, maar bekende: Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zei: Dat ben ik niet. Zijt gij die profeet? En hij antwoordde: Nee. Johannes 1:19-21

Dus hier spreekt Johannes de Doper schijnbaar tegen wat Jezus Christus al had gezegd, namelijk dat deze Johannes “Elias was die komen zou”. De ondervragers vragen aan Johannes: “Zijt gij die profeet? En hij antwoordde: Nee. Hij ontkende het twee keer. “Nee, ik ben Elia niet.”

“Toen zeiden zij tot hem: Wie zijt gij? Opdat wij antwoord zouden geven aan hen die ons gezonden hebben. Wat zegt gij van uzelf?

Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maak den weg des Heren recht, gelijk de profeet Ezaias gezegd heeft.” Johannes 1:22-23

Johannes verwees opnieuw naar hetzelfde idee dat hij degene zou zijn die de weg van de Heer zou bereiden; en hij citeerde in feite Jesaja toen hij, Johannes, zei: “Ik ben de stem van iemand die in de woestijn roept: Maak de weg van de Heer recht, zoals de profeet Esaias heeft gezegd. Keer terug naar Jesaja 40, want dit is belangrijk om het ambt van Johannes de Doper te begrijpen, zodat we vervolgens de grotere vervulling van deze profetie van Elia, die nog moet gebeuren, kunnen begrijpen.

“De stem van hem die roept in de woestijn: Bereidt de weg van de HEER, maakt in de woestijn een weg vrij voor onze God. Jesaja 40:3

Johannes de Doper, die dit vers citeerde, zei eenvoudigweg: “Ik ben Elia niet, maar ik ben degene die Jesaja 40, vers 3, vervult.” Hij citeerde het zodat ze zeker zouden begrijpen wat hij vervulde. Laten we Maleachi 3, vers 1 nog eens lezen, om dat bekend in ons geheugen te houden, want het sluit nauw aan bij Jesaja 40:3.

“Zie, Ik zal mijn bode zenden, en hij zal de weg voor mijn aangezicht bereiden; en de Here, die gij zoekt, zal plotseling in zijn tempel komen, ja, de bode des verbonds, die gij liefhebt; zie, Hij zal komen, zegt de Here der heerscharen.” Maleachi 3:1

Dit is wat Christus aanhaalde over Johannes. Samen maken ze het duidelijk, Johannes vervulde Maleachi 3:1 en Jesaja 40:3.

Laten we verder lezen in het eerste hoofdstuk van Johannes, vers 24:

“En zij, die gezonden waren, behoorden tot de Farizeeën. En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, als gij niet die Christus, noch Elias, noch die profeet zijt?
Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water; maar er is iemand onder u, die gij niet kent; Hij is het, die na mij komt, vóór mij wordt verkozen, wiens schoenveter ik niet waardig ben los te maken.” Johannes 1:24-27

Dan gaat hij verder, en de beschrijving komt van de Heer Jezus Christus. Maar hij gaat heel ver om duidelijk te maken dat hij NIET Elia is, ook al hebben we letterlijk gelezen dat Jezus Christus zei dat Johannes de Doper dat was.

We hebben het volgende al gezien:

* Elia zou komen vóór de grote en vreselijke dag van de Heer;
* Sommige mensen dachten dat Jezus Elia was en Hij ontkende dat;
* Jezus zei dat Elia zou komen, en de discipelen begrepen dat Hij het over Johannes de Doper had;
* Johannes de Doper zei: “Nee, ik ben Elia niet” en hij verwees naar Jesaja 40:3 om aan te geven wat hij wel was.

ZACHARIAS EN JOHANNES

Laten we naar het eerste hoofdstuk van Lucas gaan en misschien kunnen we dan beter begrijpen wat al deze dingen betekenen, om te zien dat ze niet tegenstrijdig zijn. Dit is het verhaal van Zacharias, de vader van Johannes de Doper, die priester was in Israël. Hij en zijn vrouw waren hoogbejaard en hadden geen kinderen. Toen verscheen er een engel aan Zacharias in vers 11 en in de verzen die daarop volgen staat:

“En er verscheen hem een engel van de Heer … En toen Zacharias hem zag, werd hij onrustig en vrees kwam over hem. Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, … want uw gebed is verhoord; en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren, en gij zult hem Johannes noemen. En gij zult vreugde en blijdschap hebben; en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Want hij zal groot zijn in de ogen des Heren, En velen van de kinderen Israëls zullen zich tot de Here, hun God, wenden.” Lucas 1: 11-16

Denk aan wat Christus over Johannes de Doper zei: “Er was geen grotere dan Johannes de Doper.”

DE HARTEN VAN DE KINDEREN NAAR DE VADER KEREN

Weet je nog, in de profetie van Elia, dat hij de kinderen naar de vaders zou keren en de vaders naar de kinderen. Nu gaat Johannes veel van de kinderen van Israël naar de Heer, hun God, keren.

“En Hij zal voor Zijn aangezicht gaan in de geest en de kracht van Elias, om het hart der vaderen te keren tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de wijsheid der rechtvaardigen; om een volk gereed te maken, dat voor de Here bereid is.” Lucas 1:17

Nu zul je merken hoe dit past in de andere dingen die Christus kon zeggen, “Deze Johannes de Doper is Elias die komen zou,” omdat de engel al had geprofeteerd dat Johannes de Doper zou gaan IN DE GEEST EN DE KRACHT van Elia. Johannes de Doper kon echt zeggen dat hij Elia niet was, maar hij had de geest en de kracht van Elia.

Je zult dit verderop wat beter begrijpen, als we gaan kijken wie en waar Elia was, want hij was een geweldige profeet. Johannes de Doper moest gaan in de geest en de kracht van Elia; en hij deed nogal fantastische en fabelachtige dingen voor de Heer, in de geest en de kracht.

Er is één heel belangrijk ding in deze profetie van Johannes de Doper, en dat is de reden waarom ik geloof dat hij slechts een gedeeltelijke profetie van Elia vervulde. Er staat dat hij (Johannes) voor Hem (de Heer) uit zal gaan in de geest en de kracht van Elias (Elia) om “de harten van de vaderen naar de kinderen te keren.” In de profetie van Elia moest hij twee dingen doen: de harten van de vaders naar de kinderen keren en de harten van de kinderen naar de vaders keren. Let op, er is geen profetie voor Johannes de Doper, dat hij de kinderen naar de vaders zou keren. Ik ga jullie laten zien dat dit voor mij een enorme betekenis heeft voor wat er gaat gebeuren aan het einde van dit tijdperk.

Ons volk, de Angelsaksische, Keltische, Germaanse en verwante volkeren, zijn misschien wel de beste mensen ter wereld geweest om plannen te maken voor de toekomst. Met andere woorden, de vaders denken na over wat er met de kinderen gaat gebeuren. Het is een eigenschap van het ras, voortkomend uit de prediking van het evangelie, dat onze mensen rekening houden met de kinderen. Maar de grote nood voor ons in deze eindtijd is dat we teruggaan en onze vaders leren kennen. Zie je wat ik bedoel? We moeten teruggaan en uitzoeken wat de vaders deden, en ik wil je vanuit de Schrift laten zien dat de wanhopige behoefte vandaag, datgene wat Johannes de Doper NIET voorspeld was te doen, maar wat Elia moest doen, is om de kinderen naar de vaders te keren, wat niet gedaan is. We moeten ons richten op de geschiedenis van ons ras.

Er staat een hele vermaning van de Heer in Jesaja 51, in de eerste drie verzen:

“Hoort naar Mij, gij die de gerechtigheid volgt,…. Dat betekent jullie christelijke Israëlieten, jullie gelovigen in de Heer, die de gerechtigheid, de Jezus Christus, proberen na te volgen.
…gij die de HEERE zoekt; kijkt naar de rots, vanwaar gij gehouwen zijt, en naar het gat van de kuil, vanwaar gij gegraven zijt. (Kijk terug naar waar gij vandaan komt.) Kijk naar Abraham, uw vader, en naar Sara, die u gebaard heeft; want Ik heb hem alleen geroepen, en heb hem gezegend, en hem vermeerderd.” Jesaja 51:1-2

Stel je eens voor: we zijn hier in de jaren zeventig van de vorige eeuw, op weg naar het jaar 2000, en we kunnen bijna niemand zover krijgen om terug te kijken en na te denken over het verbazingwekkende, ontzagwekkende dat de Almachtige God deed. Hij koos één man uit, duizenden jaren geleden. Van alle mensen die op aarde leefden, koos God één man uit en zei: “Ik ga jou hoog verheffen boven alle mensen die op aarde zijn en ik ga de rest van de aarde zegenen door jou, Abraham, één man.”

God zegt via de profeet Jesaja tegen Israël: “Jullie, mensen die gerechtigheid volgen, ik wil dat jullie terugkijken naar jullie vader, Abraham, en zien wat ik tegen hem zei en wat ik met hem deed, en waarom.” Dan voegt hij er in het volgende vers aan toe, wat er in MOET staan zodat we kunnen zien waarom we terug moeten kijken naar de vaderen:

“Want de HEERE zal Sion troosten; Hij zal al haar woestenijen troosten; en Hij zal haar woestijn maken als Eden, en haar woestijn als de tuin van de HEERE; vreugde en blijdschap zullen daarin gevonden worden, dankzegging, en de stem van melodie.” Jesaja 51:3

Wat kan dat anders zijn dan een profetie van het Koninkrijk? Maar VOORDAT dat Koninkrijk komt, kijk je terug naar je vader Abraham en je moeder Sara, die jou gebaard heeft.

Ga naar een andere profeet, Ezechiël:

“En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op de tiende dag der maand, dat sommigen uit de oudsten van Israël kwamen om de HEERE te verzoeken, en zij zaten voor mijn aangezicht.” Ezechiël 20:1

Dit is Ezechiël die schrijft:

“Toen kwam het woord van de HEERE tot mij, zeggende, Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israël en zeg tot hen: Zo zegt de Here GOD: Zijt gij gekomen om Mij te ondervragen? Gelijk Ik leef, zegt de Here GOD, zal Ik door u niet worden ondervraagd. Wilt gij hen oordelen, mensenzoon, wilt gij hen oordelen? Laat hen de gruwelen van hun vaderen kennen.” Ezechiël 20:2-4

En hij gaat verder met Ezechiël te laten zien dat hij niet wil dat Ezechiël voor deze mensen bidt. Hij wil alleen dat Ezechiël hen vertelt over hun vaderen. “Vertel hun de gruwelen van hun vaderen. Vertel hen de geschiedenis van Israël. Vertel hen wat jullie grootvaders en overgrootvaders verkeerd deden in de ogen van God.”

Nu weet ik dat het vandaag de dag in de prediking een groot goed is om te zeggen: “Oh, we gaan verder in een nieuw tijdperk en een nieuwe toekomst, en is dat niet geweldig? Het maakt niet uit wat er in het verleden is gebeurd; je hoeft alleen maar naar de toekomst te kijken.”

Welnu, om de een of andere reden gaf de Almachtige God een profetie dat Elia zou komen en niet alleen de vaders naar de kinderen zou keren, maar de kinderen naar de vaders; en Johannes de Doper deed dat niet, en hier vinden we terug in de geschriften van de profeten uit het Oude Israël, dat God het heel belangrijk vond dat Israël terugkeek naar hun vaders.

HET GEBED VAN DANIËL

Vervolgens zullen we Daniël 9 bekijken, het grote hoofdstuk dat het gebed van Daniël beschrijft. In vers 3 staat:

“En ik richtte mijn aangezicht tot de Here God, om te zoeken door gebed en smeking, met vasten, met rouwgewaad en met as.” Daniël 9:3

En Daniël gaat verder en bidt:

“En ik bad tot den HEERE, mijn God, en deed mijn belijdenis, en zeide: Een Heere, de grote en gevreesde God, Die het verbond bewaart en barmhartigheid betoont aan hen, die Hem liefhebben, en aan hen, die Zijn geboden bewaren.” Daniël 9:4

Daniël zette zijn hart op om de Here te zoeken, en de Here legde het in zijn hart om de zonden te belijden, niet alleen van hemzelf, maar ook van zijn volk en zijn vaderen. De vaderen van Israël hebben gezondigd – generaties geleden keerde mijn volk zich af van de Here God, de Almachtige.” Daniël zag in dat het niet op dat moment was gebeurd, zelfs niet vorig jaar, maar generaties geleden, en de manier om de weg terug naar God te vinden was door terug te kijken en te zien wat er met de vaderen van Israël was gebeurd. Israël.

Daniël gaat verder in vers 8:

“Here, ons komt verwarring van aangezicht toe, onze koningen, onze vorsten en onze vaderen, omdat wij tegen U gezondigd hebben.” Daniël 9:8

Daniël was in gevangenschap in Babylon. De vijanden van Israël hadden de stad Jeruzalem veroverd en deze mensen gevangen genomen; ze hadden de stad in brand gestoken, alles verwoest, de oude tempel en alles wat hen dierbaar was; maar toen Daniël bad, zei hij niets over de Babyloniërs – niets.

DE ZONDEN VAN DE VADERS

Hij zei niet: “Die verdomde communisten, we weten wat ze gedaan hebben, die slechte communisten, die liberalen.” Hij zei helemaal niets. Hij zei: “Wij hebben gezondigd.” Wij, Gods volk Israël, hebben gezondigd. Niet alleen dat, maar onze prinsen en onze koningen, onze oudsten en onze vaders, lang geleden, generaties lang, hebben gezondigd. Daniël kreeg wijsheid, zoals je weet, van God om dat te begrijpen.

“In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van de HEERE tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo, de profeet, zeggende,
De HEERE is zeer ontstemd geweest over uw vaderen.” Zacharia 1:1-2

Hij zei niet: “Nu doen jullie mensen VANDAAG iets verkeerds.” Hij zei dat de Heer (verleden tijd) zeer ontstemd was over jullie voorouders – mensen die jullie zijn voorgegaan.

“Daarom zeg tot hen: Zo zegt de HEERE der heerscharen: Keert u tot Mij, zegt de HEERE der heerscharen, en Ik zal Mij tot u keren, zegt de HEERE der heerscharen.

Weest niet als uw vaderen, tot wie de vorige profeten geroepen hebben, zeggende: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Wendt u nu af van uw boze wegen en van uw boze daden; maar zij hebben niet naar Mij geluisterd, noch Mij gehoorzaamd, spreekt de HEERE.” Zacharia 1:3-4

Weet je, er is iets tragisch onder mijn zogenaamde conservatieve en patriottische vrienden. Ze hebben het verkeerde idee dat als we teruggaan en precies doen zoals onze voorvaderen deden, alles goed komt. Maar lang geleden in Israël zei God: “Ga terug en kijk naar jullie vaders. Zij deden NIET wat ik hen opdroeg. Jullie begrijpen dat er iets met jullie en jullie natie gebeurt omdat jullie volk zich generaties geleden heeft afgekeerd. Jullie kijken naar hen terug.

“Jullie vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij in eeuwigheid?

Maar mijn woorden en mijn inzettingen, die ik mijn knechten de profeten geboden heb, hebben die uw vaderen niet aangegrepen? En zij keerden terug en zeiden: Zoals de HEERE der heerscharen met ons meende te doen, naar onze wegen en naar onze daden, zo heeft Hij met ons gehandeld.” Zacharia 1:5-6

Met andere woorden, God herinnerde Zacharia eraan om tegen die mensen te zeggen: “Jullie vaderen dachten dat ze weg konden komen met wat ze deden. Jullie vaderen rebelleerden tegen Mij en volgden Mij niet. Kijk nu terug en zie wat er met hen gebeurde toen Ik met hen afrekende volgens hun (verkeerde) wegen.”

Stel je de huidige situatie in Amerika en Europa eens voor. Het is vele jaren geleden sinds de Tweede Wereldoorlog. Je zou denken dat met honderdduizenden van de beste jonge mannen in Amerika en Europa die werden afgeslacht in een oorlog die voor niemand van belang was (het enige wat het deed was mensen vernietigen), je zou denken dat mensen zich tot de Heer zouden zijn gaan wenden om te zien waarvoor we werden gestraft. Welnu, God zei in Zacharia tegen het Oude Israël: “Jullie vaderen dachten dat ze hiermee weg konden komen, maar het woord van de Heer haalde hen in en kijk wat er met hen gebeurde.”

Zacharia profeteerde vlak nadat ze naar Babylon waren gegaan. De hele Israëlische natie was vernietigd omdat de vaderen in Israël dachten dat ze zich van de Heer konden afkeren en ermee weg konden komen. Hoeveel mensen hebben we vandaag de dag in Amerika en Europa die niet begrijpen dat de zegeningen kwamen omdat we ons naar de Heer keerden, en dat de vloeken nu over ons komen omdat onze vaderen zich van de Heer afkeerden. De enige manier waarop ze dat kunnen begrijpen is door terug te gaan en te kijken naar wat de vaderen deden. Zacharia heeft het punt gemaakt dat ze er niet mee wegkomen.

DE ZONDEN VAN DE PREDIKERS

Maleachi geeft een profetie die volgens mij misschien wel actueler is dan eeuwenoud:

“En nu, ach priesters, dit gebod is voor u.” Maleachi 2:1

Jullie mannen die verantwoordelijk zijn voor het onderwijzen en prediken en het uitvoeren van de verordeningen en het onderwijzen van de wet van God, dit is voor jullie. Dit is geen profetie voor de leken. Dit is een profetie voor onze priesters in Israël.

“Indien gij niet zult horen, en indien gij het niet ter harte zult nemen, om Mijn Naam eer te geven, zegt de HEERE der heerscharen, zal Ik zelfs een vloek over u zenden, en Ik zal uw zegeningen vervloeken; ja, Ik heb ze reeds vervloekt, omdat gij het niet ter harte neemt.” Maleachi 2:2

Blijkbaar volgden de priesters in Israël de Almachtige Heer God niet; daarom zei God tegen hen: “Ik zal een vloek over jullie priesters en jullie dienaren zenden.”

“Zie, Ik zal uw zaad verderven en mest op uw aangezichten strooien, zelfs de mest van uw plechtige feesten; en men zal u daarmee wegvoeren. En gij zult weten, dat Ik dit gebod tot u gezonden heb, opdat Mijn verbond met Levi zij, spreekt de HEERE der heerscharen.” Maleachi 2:3-4

God sloot een verbond met het huis van Levi. Een duidelijk, specifiek verbond dat zij moesten zorgen voor de verordeningen van de Almachtige God. Zij moesten zorgen voor de bloedoffers. In dit einde van het tijdperk betekent dit dat ze geen dieren doden en het bloed offeren, maar dat ze het bloedoffer van de Heer Jezus Christus onderwijzen en prediken en dat ze de wet prediken, zoals je zult zien (of zoals ze verondersteld worden te doen). Hij gaat verder: “Mijn verbond is met hem,” en Hij heeft het over Levi, de vader van het priesterschap.

“Mijn verbond was met hem des levens en des vredes; en Ik gaf ze hem om de vrees, waarmede hij Mij vreesde, en bevreesd was voor mijn naam. De wet der waarheid was in zijn mond, en ongerechtigheid werd op zijn lippen niet gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en billijkheid, en keerde velen af van ongerechtigheid.” Maleachi 2:5-6

Nu heeft Hij het over de oorspronkelijke Levi, de zoon van Israël.

“Maar gij zijt van de weg afgeweken; gij hebt velen doen struikelen over de wet; gij hebt het verbond van Levi verdorven, zegt de HEERE der heerscharen.” Maleachi 2:8

Broeder en zuster, als er iets is in de hedendaagse prediking in Amerika waardoor mensen struikelen, dan is het wel over de wet van de Heer. De predikanten proberen wanhopig te onderwijzen en te prediken dat de wet van de Heer niet meer van kracht is. Het is allemaal weg. Het is weggedaan. Ze zeggen dat we het niet hoeven te lezen, dat we het niet hoeven te bestuderen, dat we de wet niet moeten DOEN omdat we niet onder de wet zijn, we zijn onder genade.

Welnu, broeder, zuster, de wet werd gegeven door de genade van God. Hij hield van Israël, daarom gaf Hij hen een vurige wet (Deut 33:2) van de Almachtige Heer God. Hij zegt tegen deze predikanten: “Jullie hebben het verbond verdorven, want jullie hebben hen doen struikelen over de wet. Daarom heb Ik u ook verachtelijk en onwaardig gemaakt voor het hele volk, omdat u mijn wegen niet hebt gehouden, maar partijdig bent geweest in de wet.” Keer op keer herhaalt hij hetzelfde. Het is de wet die je hebt afgeschaft. Het is de wet die jullie verdorven hebben. Het is de wet waarover je mensen hebt laten struikelen. Je bent partijdig geweest in de wet.

Hij gaat verder:

Hebben wij niet allen één vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij verraderlijk, een ieder tegen zijn broeder, door het verbond van onze vaderen te ontheiligen?” Maleachi 2:10

Jullie Levieten, jullie willen de wet niet prediken en jullie ontheiligen de verbonden van jullie vaderen. Als je er eens over nadenkt, de predikanten in het Amerika van vandaag weten niet eens dat God een verbond heeft met onze vaderen. Weet je dat? Er is niet één predikant op honderd predikers die preekt in de kerken van Amerika en vraagt: “Wisten jullie dat de Almachtige God een verbond had met jullie vaderen?” Nee, ze vertellen hen dat de Almachtige God een verbond had met de vaders van de Joden! – een ander volk. En onze mensen zitten hier, niet eens wetende dat de vaders in dit Boek hun vaders zijn.

Hoe kun je deze kinderen van Israël, deze mensen, deze Angelsaksische, Keltische en aanverwante volken, die de fysieke, letterlijke afstammelingen zijn van het Huis van Israël, hoe kun je hen in hemelsnaam terugvoeren naar hun vaders, als de voorgangers hen vertellen dat dit niet eens een boek over hun vaders is? Dit zijn de vaders van andere mensen. En vergeet niet dat Maleachi zei: “Hij zal het hart van de vaders naar de kinderen keren en het hart van de kinderen naar hun vaders, opdat…” Als dat niet gebeurt, zegt God: “Ik zal komen en de aarde met een vloek slaan.”

Nu, broeder, zuster, we praten over berouw, nationaal berouw, mensen keren naar het woord van de Heer. We willen opwekking. We bidden hiervoor en we bidden hiervoor. Weet je wat ik denk dat er moet komen in deze natie? Ik denk dat men in dit land moet gaan inzien dat wij de kinderen van de vaderen zijn. Als we niet eens weten dat we kinderen van de vaderen zijn, hoe kunnen we ons dan omkeren en net als Jesaja, Daniël en Ezechiël, door het woord van de Heer, de zonden van onze vaderen belijden? We moeten begrijpen wat zij verkeerd deden, zodat wij niet hetzelfde verkeerd doen; en terugkeren naar de goede dingen van de Heer, zoals gegeven in de wet en de profeten?

Er is Elia voor nodig om dingen te veranderen, en ik denk dat dat hier in Amerika en Europa gaat gebeuren. En broeder, zuster, het is goed nieuws voor ons, maar het is verschrikkelijk nieuws voor die Levieten, de moderne predikanten die ons volk van de wet hebben afgekeerd en hen van hun vaderen hebben afgekeerd! Want dat is wat er is gedaan. Ze hebben onze kinderen, de kinderen van Israël, afgekeerd van onze vaderen, ze hebben ons verteld dat de Bijbel de geschiedenis van de Joden is; dat het een geschiedenis van iemand anders is; zelfs dat het een verzameling mythen en legenden kan zijn! Ze hebben er alles aan gedaan om te voorkomen dat we iets over onze vaders zouden begrijpen; en God zegt: Kijk naar Abraham, uw vader, en naar Sara, die u gebaard heeft. Welnu, ik ga jullie laten zien dat de vervulling van Elia sommige kinderen zal terugvoeren naar hun vaders, en broeder, zuster, het zal met geweld gebeuren – met geweld! Maar het zal gebeuren in de geest van de Heer. En loof de Heer, het kan één van die dingen zijn die Amerika en Europa enorm naar God zal doen keren.

WAT LIGT VOOR ONS?

Amerika en Europa (Israël aan het einde van het tijdperk) heeft zich niet bekeerd tot het evangelie, de wet en de profeten van hun vaderen. Ze proberen de toekomst in te gaan. Veel predikers zeggen: “O, wij zijn christenen van het Nieuwe Testament en wij gebruiken alleen het Nieuwe Testament.” Maar let in het Nieuwe Testament op enkele zeer bekende verzen die Paulus schreef in 1 Cor 10. Hij vertelde de geschiedenis van Israël in de eerste tien verzen; toen zei hij,

“Al deze dingen zijn hun geschied tot voorbeeld, en zij zijn geschreven tot onze vermaning, over wie de einden der wereld komen.” 1 Korintiërs 10:11

EEN BEETJE GESCHIEDENIS

Paulus zei dat deze geschiedenis van Israël voor ons geschreven is. Sommigen denken dat de geschiedenis van Israël voor Oud-Israël is geschreven, maar dat is niet waar, want de geschiedenis van Oud-Israël werd pas na 1500 na Christus aan een groot aantal leken gegeven. Je weet dat het volk (leken en gezinnen) lange tijd geen geschreven bijbels had, tot na de uitvinding van de drukpers; dus het Oude Testament werd pas vanaf 1500 tot nu in Israël in grote mate gelezen.

In het vijftiende hoofdstuk van Romeinen schreef Paulus in vers 4:

“Want al wat vroeger geschreven is, is tot onze lering geschreven, opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften hoop zouden hebben.” Romeinen 15:4

De Oude Schriften zijn voor ons geschreven opdat wij hoop zouden hebben. Laten we dus teruggaan naar de Oude Schrift om meer te weten te komen over wat de profetie voor Elia zou kunnen zijn. Laten we teruggaan naar de hoofdstukken 16, 17 en 18 van 1 Koningen , maar eerst zullen we in de voorgaande hoofdstukken net genoeg lezen om een idee te geven van hoe de situatie in Israël was toen deze gebeurtenissen plaatsvonden. Eerst in het 16e hoofdstuk:

“In het eenendertigste jaar van Asa, de koning van Juda, begon Omri te regeren over Israël, twaalf jaar; zes jaar regeerde hij te Tirza.” 1 Koningen 16:23

We lezen de geschiedenis van een verslag dat plaatsvond na de verdeling van de koninkrijken, en dit gebeurde met Israël. Het Woord zegt dat Omri over Israël begon te regeren.

“Maar Omri deed kwaad in de “ogen van de HEERE, en deed erger dan allen die vóór hem waren.

Want hij wandelde op den weg van Jeróbeam, den zoon van Nebat, en in zijn zonde, waarmede hij Israël deed zondigen, om den HEERE, den God Israëls, tot toorn te wekken door hun ijdelheden.” 1 Koningen 16:25-26

Deze koning Omri was erger dan degenen voor hem.

Omri nu sliep bij zijn vaderen, en hij werd begraven te Samaria; en Achab, zijn zoon, regeerde in zijn plaats. En Achab, de zoon van Omri, deed kwaad in de ogen des HEEREN, boven allen, die vóór hem waren.” 1 Koningen 16:28,30

We zien dat in de tijd van Elia de vader van Achab het slechter doet dan wie dan ook voor hem, en dan komt Achab, en nu is hij de koning, en hij doet het slechter dan de rest. Blijkbaar was het burgerlijke en politieke leiderschap in Israël zo slecht als het maar kon zijn. Ze deden alles tegen de Heer in.

“En het geschiedde, alsof het hem licht was geweest in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, te wandelen, dat hij Jezebel, de dochter van Ethbaal, de koning van de Zidoniërs, tot vrouw nam, en Baäl ging dienen en hem aanbad. En hij richtte voor Baäl een altaar op in het huis van Baäl, dat hij in Samaria gebouwd had. En Achab maakte een bos; en Achab deed de HEERE, de God Israëls, meer vertoornen dan alle koningen van Israël, die vóór hem waren.”

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>