• Home
  • Het Oude Jeruzalem is niet het Nieuwe Jeruzalem
3 december, 2022
Sheldon Emry

Waarom het Nieuwe Jeruzalem niet in de hemel(halverwege) of in het oude Palastijnse grondgebied is.

Historisch Jeruzalem is niet het profetische Jeruzalem

“Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord des Heren uit Jeruzalem” (Jesaja 2:3).

Jeruzalem – Er wordt de laatste jaren waarschijnlijk meer verward gepreekt over “Jeruzalem” dan over enige andere naam uit de Schrift, behalve misschien “Jood”.

Schriftgedeelten, zoals hierboven geciteerd, worden door een groot aantal christelijke predikanten gebruikt om de letterlijke stad Jeruzalem in het oude Palestina te bedoelen. Zij zeggen dat God daar Zijn Israël-volk zal herstellen en zal beginnen met het opzetten van Zijn aardse koninkrijk van waaruit Joodse zendelingen zullen uitgaan om het evangelie te verkondigen over de hele wereld! Andere predikanten beweren dat dit Jeruzalem een “hemelse” stad is, ergens anders gelegen dan op aarde.
Een van de grootste bronnen van verwarring in de prediking van vandaag komt van predikanten die niet in staat zijn om historische Bijbelse steden te scheiden van profetische steden van de Bijbel. Zij doen het vrij goed met Babylon, omdat de eigenlijke stad verwoest is en niet meer op aarde bestaat. Dus wanneer “Babylon” wordt gebruikt in de profetie, beseffen zij dat het iets anders moet zijn dan de oude stad.

Maar met Jeruzalem worden zij voor de gek gehouden. Omdat de oude stad nog bestaat en nog steeds haar oude naam draagt, nemen zij aan dat het profetische Jeruzalem iets te maken moet hebben met de oude stad Jeruzalem.

Het was Voltaire aan wie de uitspraak wordt toegeschreven: “Als u met mij wilt spreken, definieer dan uw termen.” Hij realiseerde zich dat woorden een begrijpelijke betekenis moeten hebben voor beide partijen in een gesprek, of men zou verward of misleid worden. En zo is het ook met “Jeruzalem.” Ik wil dat u mij volgt in de Schriften om Gods ware betekenis van Jeruzalem te vinden, wanneer Hij zegt: “Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord des Heren uit Jeruzalem.”

In Mattheüs 23:37-39 lezen we de woorden van Jezus Christus: “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!”

Christus sprak hier tot de stad Jeruzalem, waar Hij stond en keek naar Jeruzalem, de stad die Israëls profeten door de eeuwen heen had gedood; en Hij zei, Jeruzalem, “uw huis is u verlaten.” Hij kan niet gesproken hebben over het profetische Jeruzalem, want dat heeft een glorieuze toekomst!

De Heer zal Jeruzalem nog kiezen

Ik zal enkele Schriftverzen citeren die gebruikt worden door hen die volhouden dat de oude stad Jeruzalem het Jeruzalem zal zijn dat “uitverkoren” en “gezegend” zal worden door God. Ze staan in het eerste hoofdstuk van Zacharia. “Vervolgens zeide tot mij de engel die met mij sprak: Predik: zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade. Daarom, zo zegt de HERE: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt het woord van de HERE der heerscharen en het meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden. Predik verder: Zo zegt de HERE der heerscharen: Wederom zullen mijn steden overvloeien van het goede; nog zal de HERE Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen.” Dit zijn zinnen uit de verzen 14 tot en met 17, en degenen die ze citeren zeggen dat ze betekenen dat God de tempel zal oprichten(Zijn huis) op een toekomstig tijdstip in de oude stad Jeruzalem.

Maar er zijn andere zinnen in dezelfde verzen die moeten worden overwogen. Ik zal ze hier in hun context toevoegen. “Zo zegt de Here der heerscharen: Mijn steden zullen door voorspoed [goed] nog in het buitenland verspreid worden.” Dan volgt “en de Here zal Sion nog troosten, en Jeruzalem nog verkiezen.” Aangezien de uitdrukking “in het buitenland verspreid” werd gesproken door Zacharia terwijl hij in het oude Palestina was, zou het andere plaatsen kunnen betekenen dan het oude Palestina!

Christus gaf ook enige aanwijzing dat de steden van Israël in groten getale zouden zijn en een groot gebied zouden bestrijken. In Mattheüs 10 staan Zijn welbekende instructies aan de twaalf discipelen. In vers 6 zegt Hij hun “gaat liever naar de verloren schapen van het huis Israëls”, en dan in vers 23 zegt Hij: “Want voorwaar, Ik zeg u: gij zult de steden Israëls niet doorgetrokken hebben, totdat de Zoon des mensen gekomen is.” De discipelen hadden de steden in het oude Palestina in een paar weken kunnen doorkruisen, en zendelingen kunnen dat vandaag de dag nog steeds. Maar als de steden van Israël “verspreid moesten worden in het buitenland” en een groot aantal zouden worden, dan kon dat niet zo snel gebeuren.

Wij moeten ook in aanmerking nemen dat Zacharia, als profeet voor Israël, niet alleen sprak tot hen die in de Babylonische gevangenschap waren, maar tot de miljoenen Israëlieten die op dat moment in het Assyrische land waren en nooit naar Jeruzalem of Palestina zijn teruggekeerd. Dat Zacharia’s profetie hierboven niet werd vervuld door de terugkeer van minder dan 45.000 Joden uit Babylon onder Ezra en Nehemia zal duidelijk worden als we verder gaan. Ook wat het “Jeruzalem” is dat de Heer “nog zal kiezen” wordt duidelijker door verder te lezen in de volgende verzen van dezelfde profeet.

Een engel zal het nieuwe Jeruzalem opmeten

Lees verder in Zacharia 2:1-4 “En ik sloeg mijn ogen op en ik zag toe, en zie, een man met een meetsnoer in de hand.

2 Toen vroeg ik: Waar gaat gij heen? En hij antwoordde mij: Ik ga Jeruzalem opmeten en zien hoe groot zijn breedte en lengte zal zijn. En zie, toen de engel die met mij sprak, naar voren trad, ging een andere engel hem tegemoet, tot wie hij zeide: Snel heen, spreek tot die jongeling: als een open plaats zal Jeruzalem daar liggen vanwege de menigte van mensen en vee daarin.”

Dat is nogal een beschrijving. “Steden” (meervoud) en veel mensen en vee zouden erin zijn. Dit is het Jeruzalem van de profetie, en het is zo groot dat er een engel nodig was om het op te meten! Misschien was dit omdat het toen “in het buitenland was verspreid”, zoals was voorzegd in Zacharia 1:17.

In hoofdstuk 8 van Zacharia (en Zacharia heeft veel te zeggen over het profetische Jeruzalem) lezen we in vers 2: “Zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand.” Dus God zegt dat Hij zowel in Sion als in Jeruzalem zal zijn. Sion is de zetel van de regering; Jeruzalem is de hele natie.

“Zo zegt de HERE: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden.” (vers 3) Dit is vergelijkbaar met wat we hebben in Jesaja 2 en Micha 4, “de berg van de Heer.” Het zal u helpen profetie te begrijpen, als u weet dat berg gewoonlijk natie betekent. Micha, Jesaja, Zacharia en anderen zeggen eigenlijk dat het profetische Jeruzalem de natie van de Heer zal zijn.
Dan lezen we in vers 7 en 8 van Zacharia 8: “Zo zegt de HERE der heerscharen: Zie, Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon; Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn, in trouw en in gerechtigheid.” God zegt dat “Mijn volk” (Israël) door Hem naar dit Jeruzalem zal worden gebracht, en zij zullen Zijn volk zijn “in waarheid en in gerechtigheid.” d.w.z. zij zullen christenen zijn.

Predikers verwarren Oude Stad met Nieuw Jeruzalem

Als we nu deze profetieën nemen en ze proberen te plaatsen in het kleine oude Palestina, dan zitten we in de problemen! Het is gewoon niet groot genoeg. Zoals deze Schriften laten zien, zal de Heer daar wonen, Sion zal daar zijn, velen uit het oostelijke land en het westelijke land, een schare mensen en vee, en het zal zich naar het buitenland uitbreiden en zo groot zijn dat engelen het zullen moeten meten.

Ik heb enkele statistieken over het door Joden bezette gebied van het oude Jeruzalem en Palestina, waaruit zal blijken dat het niet groot genoeg is voor een “menigte van mensen”. Jeruzalem, zoals het door de Verenigde Naties werd afgezet, is 289 vierkante mijl groot. Het is ongeveer 20 mijl lang en 15 mijl breed. Dat is ongeveer de grootte van Phoenix, Arizona en zijn voorsteden of tweemaal de grootte van Baltimore.

Het gehele land Palestina, zoals vastgesteld door het mandaat van de VN, was 7.993 vierkante mijl groot. Sinds de zogenaamde oorlog in 1967 is het gecontroleerde gebied aanzienlijk toegenomen, maar zelfs als zij de controle over verscheidene volledige Arabische landen zouden overnemen, zou het nog steeds kleiner zijn dan een gemiddelde Amerikaanse staat of het Europese grondgebied! Dat past toch niet bij de profetie van Zacharia?

Tempel in Oud Jeruzalem wordt als Shiloh

De verwarring onder predikanten wordt ook veroorzaakt door hun onjuiste overtuiging dat God de oude stad Jeruzalem eeuwig heeft uitgekozen als de plaats waar Hij Zijn Naam zou plaatsen. Maar net als in Shiloh, was God’s aanwezigheid daar afhankelijk van Israël’s gehoorzaamheid aan God. Dit wordt heel duidelijk gemaakt in Jeremia 7, waar we lezen: “Het woord, dat van de HERE tot Jeremia kwam: Ga staan in de poort van het huis des HEREN, predik daar dit woord en zeg: Hoort het woord des HEREN, o gans Juda, gij die door deze poorten binnenkomt om u neder te buigen voor de HERE”
God gaf Jeremia dus een gebod om te spreken tot allen die in de tempel aanbaden. Verzen 3 tot en met 10 geven de belofte dat als zij de Here gehoorzaamden, zij dan “dan wil Ik u op deze plaats, in het land dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, laten wonen van eeuw tot eeuw.”

Maar toen beschuldigde God hen van ongehoorzaamheid en zei: “Is dit huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? En Ik, zie, Ik heb het wel degelijk opgemerkt, luidt het woord des HEREN. Want, gaat naar mijn plaats die in Silo was, waar Ik in het eerst mijn naam deed wonen, en ziet wat Ik daarmede gedaan heb om de boosheid van mijn volk Israel.” (verzen 11-12).

Vervolgens kondigde God het lot van de tempel te Jeruzalem aan in vers 14: “daarom zal Ik met het huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, waarop gij uw vertrouwen stelt, en met de plaats die Ik aan u en uw vaderen gegeven heb, doen gelijk Ik met Silo gedaan heb,”

Om te zien wat God met Jeruzalem heeft gedaan, moeten we dus zien wat Hij met Shiloh heeft gedaan. Zijn geschiedenis als de plaats waar God Zijn naam had gevestigd, begint in Jozua 18:1 “En de gehele gemeente der Israelieten werd samengeroepen te Silo, waar zij de tent der samenkomst oprichtten, aangezien de streek onderworpen was en te hunner beschikking stond.” De ark van het verbond was daar, en het was daar dat de hogepriesters offerden aan de God van Israël.

Dit ging vele jaren zo door, want wij lezen in Richteren 18:30-31 “De Danieten stelden het gesneden beeld op, en Jonatan, de zoon van Gersom, de zoon van Mozes, hij en zijn zonen, waren priesters voor de stam der Danieten, totdat de bevolking in ballingschap werd weggevoerd. Zij richtten voor zich het gesneden beeld op, dat Micha gemaakt had, en het bleef daar zolang het godshuis in Silo was.”

God laat Shiloh in de steek

Dan lezen we in 1 Samuël het verhaal van Gods vertrek uit Shiloh, zoals Hij later ook Jeruzalem zou verlaten. Dit is vrij lang en vereist het lezen van alle hoofdstukken 2 tot en met 7. We zullen slechts een paar verzen citeren vanwege de beperkte ruimte.

Het verhaal begint in 1 Samuël 2:12 met de zonen van Eli: “De zonen van Eli nu waren nietswaardige lieden;” Vanwege hun gruweldaden en de zonden van Israël verscheen de Here aan Eli en zei hem onder andere: “Zie, de dagen komen, dat Ik uw kracht en die van uws vaders huis verbreken zal, zodat er geen oud man in uw huis zal zijn. Gij zult de nood van mijn woning moeten aanzien niettegenstaande alle weldaden, die Hij aan Israel bewijst, en in uw huis zal er nooit een oud man zijn. Maar de enkeling, die Ik niet zal verdelgen van bij mijn altaar, zal uw ogen verteren en uw leven doen verkwijnen; al wat uit uw familie stamt, zal op mannelijke leeftijd sterven. En wat uw beide zonen Chofni en Pinechas zal overkomen, zal u tot teken zijn: op een dag zullen zij beiden sterven.” (1 Samuël 2:31-34)

Dan vertelt God aan Eli wat zijn woning zal vervangen. “En Ik zal Mij een betrouwbaar priester aanstellen, die naar mijn hart en in mijn geest handelt en Ik zal voor hem een duurzaam huis bouwen, zodat hij te allen tijde voor het aangezicht van mijn gezalfde wandelen zal.” (vers 35) Dit was een verwijzing naar Samuel.

Shiloh Verlaten

God begon toen deze belofte van straf aan Eli uit te oefenen en Zichzelf te verwijderen uit Shiloh. In hoofdstuk 4 wonnen de Filistijnen een veldslag tegen de legers van Israël, en Israël nam een besluit (1 Samuël 4:3). “Toen het volk in de legerplaats terugkeerde, zeiden de oudsten van Israel: Waarom heeft de HERE ons heden de nederlaag laten lijden tegen de Filistijnen? Laten wij de ark van het verbond des HEREN uit Silo halen, zodat die midden onder ons kome en ons verlosse uit de macht onzer vijanden.” In plaats van hun vertrouwen op God te stellen, stelden zij hun vertrouwen op de fysieke ark.

Verzen 10 en 11 vertellen het resultaat: “Toen streden de Filistijnen en Israel werd verslagen. Ieder vluchtte naar zijn tent, en de slachting was zeer groot: van Israel vielen dertigduizend man voetvolk. Ook werd de ark Gods buitgemaakt en de beide zonen van Eli, Chofni en Pinechas, vonden de dood.” Gods belofte dat de vijand in zijn woonstede zou zijn en dat de zonen van Eli beiden op één dag zouden worden gedood, was uitgekomen.

Eli stierf toen hij het nieuws hoorde, en de weduwe van Phinehas was zo geschokt door de gebeurtenissen dat zij onmiddellijk van haar kind werd bevrijd. Dat zij de vreselijke ramp voor Israël onderkende, blijkt uit de naam die zij de baby gaf. “Zij noemde de jongen Ikabod en zeide: weg is de eer uit Israel; omdat de ark Gods was buitgemaakt en om haar schoonvader en haar man.” (vers 21). De Heer was weggetrokken uit Shiloh.

Rama – daarna Jeruzalem

Hoofdstuk 7 laat zien dat God Samuël daarna de heerschappij over Israël gaf, maar hij aanbad niet te Shiloh, want we lezen in de verzen 15-17: “Samuel nu was richter over Israel, zolang hij leefde. Hij maakte van jaar tot jaar een rondreis langs Betel, Gilgal en Mispa, en richtte Israel op al deze plaatsen; daarna keerde hij naar Rama terug, want daar was zijn huis en daar richtte hij Israel; en hij bouwde daar de HERE een altaar.”

Psalm 78:59-61 verifieert deze verlating van Shiloh op deze manier: “God hoorde het en werd verbolgen, en versmaadde Israel ten enenmale, Hij gaf de woning van Silo prijs, de tent die Hij onder de mensen had opgeslagen; zijn sterkte gaf Hij over in gevangenschap, zijn sieraad in de macht van de tegenstander.” Dan verwijzen de verzen 65-72 naar de plaatsing van Zijn tempel in Jeruzalem onder David en Salomo. De meeste bijbelstudenten kennen het verhaal, dus we zullen het hier niet herhalen. Maar de Psalmist verifieert wel dat Shiloh verlaten was. Dus, als Jeruzalem “als Shiloh” moest zijn, en als Gods Woord waar is, wat het is, dan is de oude stad Jeruzalem voor altijd verlaten en verlaten door de God van Israël!

Het oude Jeruzalem zal een vloek zijn voor alle volkeren der aarde

Maar opdat dezelfde bijbelstudenten volkomen duidelijk zouden begrijpen dat God de oude stad Jeruzalem nu heeft verlaten en Zijn tempel daar nooit meer zal herbouwen, wenden wij ons tot Jeremia 26:4-6. Opnieuw krijgt Jeremia de opdracht van de Heer om bij de ingang van de tempel in Jeruzalem te gaan staan en te zeggen: “Spreek dan tot hen: Zo zegt de HERE: Als gij niet naar Mij luistert en niet wandelt naar de wet die Ik u voorgelegd heb, en niet hoort naar de woorden van mijn knechten, de profeten, die Ik tot u zond, vroeg en laat, zonder dat gij gehoor gegeven hebt, dan zal Ik dit huis gelijk maken aan Silo, en Ik zal deze stad maken tot een vloek voor alle volkeren der aarde.” Dit is een dubbele waarschuwing aan de stad en een belofte van wat de oude stad Jeruzalem op een bepaald moment in de toekomst zou zijn.

Christus bevestigde deze beloften

“Ik bedoel namelijk, dat Christus ter wille van de waarachtigheid Gods een dienaar van besnedenen geweest is, om de beloften, aan de vaderen gedaan, te bevestigen,” (Romeinen 15:8). Deze vaders waren hier natuurlijk het volk Israël. En zo zien wij Christus dit einde van de tempel en van het oude Jeruzalem bevestigen als de plaats waar Zijn Naam zou zijn.

Wij lezen in Jeremia 7:11 “Is dit huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? En Ik, zie, Ik heb het wel degelijk opgemerkt, luidt het woord des HEREN.” Dit werd gevolgd door de belofte om het tot Shiloh te maken. In Mattheüs 21:12, 13 lezen we dat Christus persoonlijk de tempel te Jeruzalem binnenging, de tafels van de geldwisselaars omver gooide, en zeide: “En Jezus ging de tempel binnen en dreef allen uit, die verkochten en kochten in de tempel, en de tafels der wisselaars keerde Hij om en de stoelen van hen, die de duiven verkochten, en Hij zeide tot hen: Er staat geschreven: Mijn huis zal een bedehuis heten maar gij maakt het tot een rovershol.”

Na enige tijd in de tempel onderwezen te hebben, verliet hij de tempel en sprak tot de stad Jeruzalem: “Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!” (Matt. 23:38-39). Twee verzen later lezen we Zijn uitspraak over de tempel: “En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.”

Christus ging nooit meer terug naar de tempel, hij werd verwoest en tot de grond toe afgebrand in 70 na Christus. De tempel werd “als Shiloh,” en Jeruzalem als “Ichabod.” De belofte van God, door Zijn profeet Jeremia, werd vervuld door Christus, en de geschiedenis bevestigt de vervulling ervan. Niet alleen is de naam van de Heer (Christus) er niet meer, maar nu veel van de intriges en spanningen van de wereld geconcentreerd zijn in de Joodse staat die “Israël” wordt genoemd, wordt de oude stad nu “een vloek voor alle volken van de aarde”, zoals God had geprofeteerd! Predikanten die nog steeds volhouden dat de Joden de stad zullen herbouwen (wat zij kunnen) en dat God haar zal zegenen (wat Hij niet zal doen) hebben “een ijdel visioen gezien”, en “een leugenachtige voorspelling gesproken”.

Deze dwaze prediking dat de Joden Israël zijn

Een groot deel van deze absurde leer over het oude Palestina wordt veroorzaakt door de dwaze overtuiging van predikanten dat de Joden Israël zijn en dat de Joodse staat Israël de heroprichting is van de stammen van Israël. Ik vraag me af hoeveel predikanten er wel eens bij stilgestaan hebben dat er nu ongeveer evenveel Joden in het oude Palestina zijn als er Israëlieten waren tijdens de Exodus uit Egypte meer dan 3300 jaar geleden (3 millennia geleden!). En als er één ding was dat God aan Abraham, Izaäk en Jakob beloofde, dan was het om hun zaad te vermenigvuldigen!

Volgens Genesis 48:4 zei God tegen Israël, de vader van de twaalf mannen die de twaalf stammen van Israël werden: “zie, Ik zal u vruchtbaar maken, u vermenigvuldigen en u maken tot een menigte van volken; Ik zal dit land aan uw nageslacht geven tot een altoosdurende bezitting.” En in vers 19, sprekend over Efraïm, één van Jozefs zonen en Israëls kleinzoon, profeteerde Israël over deze ene man alleen dat, “en diens nageslacht zal een volheid van volken worden.” Efraïms nakomelingen alleen al zouden vele naties worden!

In Genesis 28:3 staat Gods profetie aan Jakob-Israël: “En de Almachtige God zegene u, en maakte u vruchtbaar, en vermenigvuldigde u, opdat gij een menigte van volken moogt worden.” Mozes, sprekend tot de twee miljoen of meer Israëlieten tijdens de Exodus, zei tot hen: “De HERE, de God uwer vaderen, voege er aan u nog duizendmaal zoveel toe als gij nu telt en zegene u, zoals Hij u beloofd heeft.” (Deuteronomium 1:11).

Salomo had meer dan 2500 jaar geleden naar schatting meer dan vijftien miljoen Israëlieten in zijn koninkrijk en toch willen predikers ons vandaag de dag doen geloven dat minder dan vijftien miljoen Joden in de wereld van vandaag dit “vermenigvuldigde” zaad van Israël vormen (14.334.195 is de schatting uit 1976 van het Joods Statistisch Bureau, Dr. H.S. Linfield, Exec. Secretaris, 1976 World Almanac, blz. 214).

Predikanten die onderwijzen dat de ongeveer twee miljoen Joden in Palestina de Bijbelse profetie van de heroprichting van Israël vervullen, gaan volledig voorbij aan de beloften die God aan Abraham deed over de immense aantallen nakomelingen die bij die heroprichting zouden zijn.

Hun leer is in feite een belediging voor God, maar miljoenen kerkgangers geloven en steunen deze dwaze prediking. Jeremia had werkelijk gelijk toen hij over onze tijd zei: “Ontzettend en afschuwelijk is wat er voorvalt in het land; de profeten profeteren vals en de priesters verschaffen zich gewin nevens hen, en mijn volk heeft het gaarne zo. Maar wat zult gij doen, als het op een einde loopt?” (Jeremia 5:30-31).

Evangelie dat gepredikt moet worden, beginnend in Jeruzalem

Na Zijn opstanding onderwees Christus de discipelen, en in Lukas 24:45 staat: “Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.” Salomo zei: “Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit.” (Spreuken 4:7). Aangezien wij kunnen zien hoe belangrijk inzicht is, wat was het dat Christus de discipelen gaf te begrijpen?

In de verzen na Lukas 24:46-47 lezen wij: “En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem.” Niet eindigend bij Jeruzalem, maar beginnend bij de stad Jeruzalem, en niet beginnend 2000 jaar later wanneer een volk dat zichzelf “Joden” noemt de stad bezet, maar beginnend op dat moment. “En gij zijt getuigen van deze dingen. En zie, Ik zend de belofte van Mijn vader over u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat u kracht uit de hoogte zal worden toegedragen.”

it wordt bevestigd door het verslag in Handelingen 1:8 “maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.” In Handelingen 2 staat het grote verhaal van Pinksteren, de uitstorting van de Heilige Geest op Israël, te beginnen in Jeruzalem. Petrus noemde het: “dit is wat gesproken is door de profeet Joël” (vers 16). Daarna citeerde hij Joël 2:28, wat natuurlijk een profetie was aan Israël.

Weid mijn schapen (het huis van Israël)

Laten we de instructies van Christus na Zijn opstanding vergelijken met de instructies die Hij Zijn discipelen gaf tijdens Zijn bediening. Na Zijn doop gaf Jezus de twaalf discipelen de opdracht te gaan “naar de verloren schapen van het huis Israëls” (Mattheüs 10:6). Het woord “verloren” is hier vertaald uit het Grieks “apollumi,” wat betekent: “apo” (“weggezet”) en “ollumi” (“gestraft”) … Het betekent een vrijwillig verliezen, wat natuurlijk juist is, daar God Israël opzettelijk wegzette in de Assyrische gevangenschap als een straf (zie 2 Koningen 18 & Hosea). “Apollumi” wordt 13 keer gebruikt in het Nieuwe Testament, en elke keer wordt het gebruikt in verband met het huis van Israël. (Zie Strong’s Concordance #622).

Na Zijn opstanding zei Christus driemaal tegen Simon Petrus: “Weid Mijn lammeren … weid Mijn schapen … weid Mijn schapen” (Johannes 21:17). Als Petrus en de anderen nu Christus zouden gehoorzamen en de “schapen van het huis Israëls” zouden voeden, dan zouden zij naar de plaats moeten gaan waar de schapen van het huis Israëls waren, nietwaar?

De vraag hier is dus – en je kunt het verschil tussen het oude Jeruzalem en het nieuwe Jeruzalem niet begrijpen als je niet het juiste antwoord op deze vraag hebt – hebben de discipelen gehoorzaamd aan Christus’ uitdrukkelijke instruc- ties om “naar de verloren schapen van het huis Israëls te gaan” en “Mijn schapen te voeden,” eerst in Jeruzalem, dan in Judea, dan in Samaria, en dan tot in de verste uithoeken van de aarde, of hebben ze dat niet gedaan? Ik zeg dat zij het deden!

Christelijke Geschiedenis – De Ontplooiing van Israël Profetie

De geschiedenis en de Schrift bevestigen dat de discipelen het Evangelie eerst in Jeruzalem predikten, daarna in Judea, daarna in Samaria, en daarna tot in de verste uithoeken van de aarde waarheen de Israëlieten waren gegaan. Britse, Romeinse en andere Europese historische documenten tonen aan dat sommige van de discipelen die Jezus in levende lijve hadden gekend, rechtstreeks naar de Britse eilanden gingen. Paulus predikte in Spanje, Frankrijk en Engeland.

Jozef van Arimathea stichtte een kerk in Engeland binnen 5 jaar na Jezus’ dood. Anderen die naar Engeland gingen waren Maria Magdalena, Maria (moeder van Jezus), Maximin, Trophimus, Lazarus, Simon Zelotes, Clements, Martial, Sidonius, Zacchaeus, en Maria (vrouw van Cleophas).

Timotheüs, die door Paulus was gewijd, doopte zijn eigen neef, de Britse koning Lucius, op 28 mei 137 n.Chr. Diezelfde koning verklaarde vervolgens heel Engeland christelijk in 156 A.D. op de Nationale Raad te Winchester! (Voor een meer volledige studie van dit fascinerende onderwerp zie mijn “Paulus en Jozef van Arimathea, Missionarissen voor de ‘heidenen'”).

Informatie zoals die in de bovenstaande para- graaf is volledig uit onze school-, kerk- en seminarieboeken gewist. Christenen kennen de christelijke geschiedenis van hun ras niet! Als ze dat wel wisten, zouden ze beseffen dat ze Israël zijn. Ons ras reageerde precies zoals Christus zei dat zijn Israëlische schapen zouden doen. Wij hoorden Zijn stem, en wij volgden Hem. Ons ras werd bekend als de “Christen-volkeren” en zijn nu de grote Christelijke naties van de wereld, inclusief onze eigen land, Nederland. Wij zijn het enige ras dat op deze manier op Christus heeft gereageerd.

Pas rond 1500 na Christus, nadat het gehele blanke ras de gelegenheid had gehad om het Evangelie van Jezus Christus te horen, is de profetie vervuld dat het evangelie in de wereld verkondigd zou worden, precies zoals Hij had gezegd dat zij dat zouden doen. Zij gehoorzaamden.

Christus zei dat de Joden niet van God zijn

Ministers die prediken dat de Joden Gods uitverkoren volk zijn, tarten de duidelijke leer van de Here Jezus Christus. Toen Christus tot de Joden sprak, zei Hij: “Wie uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij uit God niet zijt.” (Johannes 8:47). En om er zeker van te zijn dat wij begrijpen dat de Joden niet Zijn schapen zijn, staat in Johannes 10:26 dat Hij tot de Joden zei: “maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort.”

Nadat Jezus de Joden had gezegd dat zij niet Zijn volk waren, beschreef Hij hoe Zijn ware Israëlitische schapen zouden reageren als zij Zijn Woord hoorden: “Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij” Welk ras heeft Jezus gevolgd met uitsluiting van alle andere goden? Er is er maar één – Gods ware Israël, het Angelsaksische ras.

Nee, mijn vrienden, de discipelen gingen niet naar een heidens ras. Zij gehoorzaamden hun Meester en gingen naar de verloren schapen van het huis Israëls. Het Nieuwe Testament noemt ons “heidenen”, dat betekent stammen of naties. Wij waren de heidenen onder de heidenen, de verloren stammen van Israël na de verstrooiing.

Fouten in het onderwijs zijn zeer ernstig

Mijn christelijke vrienden, er is nog een andere ernstige kant aan deze onschriftuurlijke leer dat wij Israël niet zijn. Als uw predikant leert dat de Joden Israël zijn, het uitverkoren volk van God, en de Angelsaksische, Keltische, Germaanse en andere Europese Kaukasiërs niet, dan zegt uw predikant dat alle discipelen ongehoorzaam waren aan hun Heer Jezus Christus en dat het Evangelie bloeide in ongehoorzaamheid! Dat is niet Schriftuurlijk. In feite is het een zeer slechte manier om gehoorzaamheid aan Christus te demonstreren.

De Samaritaanse Vrouw

Om onze studie over Jeruzalem voort te zetten, gaan we naar Johannes 4 voor een zeer symbolische ontmoeting tussen Christus, de Verlosser van Israël, en een Samaritaanse vrouw. Zij ontmoetten elkaar bij een bron, in vers 6 aangeduid als “Jakobs bron”, en de vrouw identificeerde zichzelf als een afstammeling van Jakob in vers 12 door Jezus te vragen: “Zijt Gij soms meer dan onze vader Jakob, die ons de put gegeven en zelf eruit gedronken heeft met zijn zonen en zijn kudden?”

“Jezus antwoordde en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal weder dorst krijgen; maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven.” Zij antwoordde onmiddellijk: “De vrouw zeide tot Hem: Here, geef mij dit water, opdat ik geen dorst heb en niet hierheen behoef te gaan om te putten.” Dit is niet het antwoord van een Jood aan Christus; noch is het het antwoord van een heiden. Het is het antwoord van een Israëliet.

Voordat we verder gaan in Johannes 4, zal ik citeren wat de concordantie achter in mijn Bijbel zegt over de Samaritanen in de tijd van Christus: “De Samaritanen waren een gemengd ras, samengesteld uit geïmporteerde kolonisten en de Israëlieten die achterbleven toen het grootste deel van de tien stammen in gevangenschap werd afgevoerd. Zij hadden een tempel voor God op de berg Gerizim, hun heilige berg, zij aanvaardden Mozes als hun wetgever en de Pentateuch als hun wet, maar zij verwierpen de tradities en regels van de Farizeeën. Zij namen het ritueel van de besnijdenis in acht, de voorschriften van de sabbat, en weigerden Jeruzalem te aanvaarden als de enige plaats waar de tempel van God moest staan”.

Israëlieten woonden dus in Samaria, zij aanbaden God, de God van Israël, maar wisten genoeg van profetie om te weigeren het Joodse priesterschap met zijn tradities of het werk in Jeruzalem te aanvaarden (zouden predikanten vandaag de dag zoveel weten!). Deze vrouw was een Israëlitische, en in deze ontmoeting is zij symbolisch voor geheel Israël dat Christus ontmoet, hun Messias.

Israël de hoer

In vers 16 tot en met 18 zegt Jezus tot haar: “Hij zeide tot haar: Ga heen, roep uw man en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Terecht zegt gij: ik heb geen man; want gij hebt vijf mannen gehad en die gij nu hebt, is uw man niet; hierin hebt gij de waarheid gesproken.” Zij had geen man en zij had vele echtgenoten. Wie, in de Bijbel, had geen man, en had vele echtgenoten? Israël natuurlijk, dat haar eerste man, haar God, verliet, en zoals de Schrift zegt: “zij hebben een hoererij onder hun God bedreven” (Hosea 4), en “Doch gij hebt ontucht gepleegd met vele minnaars!” (Jeremia 3:1).

De aanbidding moet ophouden in Jeruzalem

Toen vroeg zij Hem iets uit te leggen. “Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.” Hij antwoordde: “Jezus zeide tot haar: Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden.”. Dit is een getuigenis van Christus Zelf, dat de aanbidding van God zou ophouden in het oude Jeruzalem en het oude Palestina!

Daarna legde Jezus uit hoe de aanbidding vanaf die tijd zou zijn. “maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.”(vers 23-24)

Jezus zei tot haar dat dit oude Jeruzalem geen plaats van aanbidding mocht zijn. Als we deze Schriften lezen en naar het oude Jeruzalem kijken, kunnen we zien dat dit is uitgekomen. In de Joodse staat Israël kan iemand zelfs geen burger worden als hij een belijdend christen is! Het staat in hun wetten geschreven. Het werd een paar jaar geleden getest door een “raciale” Jood. Hij ging naar Israël en vroeg het staatsburgerschap aan. Hij bewees zijn raciale afstamming, maar verklaarde dat hij in Jezus Christus geloofde als de zoon van God. Zijn zaak kwam voor de rechter, en zijn verzoek om staatsburgerschap werd afgewezen. Alleen atheïsten of aanhangers van het jodendom wordt het Israëlische staatsburgerschap verleend. Onlangs zijn in Israël aanvullende wetten en verordeningen aangenomen die het meeste christelijke zendingswerk aldaar beperken of beëindigen. Jezus zei dat de aanbidding van God zou ophouden in het oude Jeruzalem en in Samaria, en dat is ook gebeurd.

Jeruzalem een bezwarende steen

Laten we eens kijken naar Zacharia 12:1 “Godsspraak, het woord des HEREN, over Israel. Aldus luidt het woord van de HERE, die de hemel uitspant en de aarde grondvest, en de geest des mensen in diens binnenste formeert. Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem.” Dit is Jeruzalem in profetie, maar toekomstig, zoals we kunnen zien in het volgende vers. “Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natien moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.” God noemt Jeruzalem een “steen” en geeft aan dat het zijn vijanden zal vernietigen.

In Mattheüs 21:43-44 spreekt Jezus Christus tot de Overpriesters en Farizeeën, en Hij zegt: “Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen.” Dezelfde terminologie – hetzelfde zal gebeuren met de mensen die zich verzamelen tegen het profetische Jeruzalem als zal gebeuren met hen die strijden tegen de natie waaraan Christus het Koninkrijk zal geven. En zowel de natie als Jeruzalem worden een steen genoemd, Gods Stenen Koninkrijk! Het profetische Jeruzalem is hetzelfde als het Koninkrijk.

Mensen verzamelen zich tegen het nieuwe Jeruzalem

In Zacharia lezen we dat “alle volken der aarde tegen haar verzameld zullen worden”. Waartegen worden de volken der aarde verzameld? Het profetische Jeruzalem, natuurlijk! Dat enorme Jeruzalem dat zo groot is dat er een engel nodig is om het te meten, dat een menigte van mensen en vee heeft (Zacharia 2), het Jeruzalem waar God woont, het Jeruzalem dat Hij “Sion” noemt. Dat is wat zij bijeenbrengen om te vernietigen.

En ze proberen niet allemaal het door Joden bezette Jeruzalem te vernietigen. In feite kwamen alle naties van de wereld (inclusief de communistische naties) in 1947 samen in de Verenigde Naties en creëerden de huidige natie die wij kennen als Israël. En het idee dat Rusland Joods Israël probeert te vernietigen, houdt bij nader inzien geen stand. Het waren de Russische communisten die de Egyptenaren in 1967 verleidden om al hun legers naar de Sinaïwoestijn te verplaatsen, waar zij volledig waren overgeleverd aan de genade van Israëlische vliegtuigen. En de Russen hebben nooit een hand uitgestoken om de Arabieren te redden.

De enige natie die de hele wereld bijeenbrengt om te vernietigen zijn de landen waar de Israël volkeren zitten. Zelfs onze zogenaamde bondgenoten zoals de regeringen van Zweden, Frankrijk en Engeland (en de Amerikaanse regering) helpen de anti-God vijanden. Toch kijken misleide Christelijke predikanten naar het oude Jeruzalem en noemen de Joodse bezetters ten onrechte “Israël”. Nee, mijn vrienden, “alle volkeren der aarde” zijn verzameld tegen het Nieuwe Jeruzalem, de ware Israël volkeren die Gods Koninkrijk vormen, ofwel het Nieuwe Jeruzalem, dit zijn de ware nakomelingen van de twaalf stammen van Israël.

Nieuw Jeruzalem – In Palestina? In de Hemel? Op aarde?

\We hebben gezien dat Zacharia aangaf dat “alle volken van de aarde” zouden worden verzameld tegen het profetische Jeruzalem. En we hebben ook gelezen dat Christus tegen de Joden zei: “Het Koninkrijk Gods zal van u weggenomen worden en aan een volk gegeven …” Laten we bij het lezen van enkele specifieke beschrijvingen van het Nieuwe Jeruzalem in gedachten houden dat Jezus “het evangelie van het Koninkrijk” onderwees, niet alleen een evangelie van persoonlijke verlossing, zoals sommigen denken. Alle vier de Evangeliën maken dat duidelijk in het begin van Zijn bediening. Lees Mattheüs 4:17, Marcus 1:15, Lucas 4:43, Johannes 3:3 en andere.

In Johannes 3:3 legt Christus het verband uit tussen persoonlijke verlossing en het koninkrijk: “Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.” Het uiteindelijke doel van het volbrachte werk van Christus aan het kruis was om de mens de middelen te verschaffen om het koninkrijk binnen te gaan.

Jezus Christus zei: “Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de hemel niet, omdat hij de troon van God is; 35 bij de aarde niet, omdat zij de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het de stad van de grote Koning is;” (Mattheus 5:34-35). De stad van de grote Koning!

Zie Openbaring 3:12, waarin de wedergeboren gelovige wordt verbonden met de stad van God, het nieuwe Jeruzalem. “Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam”.

Gods nieuwe naam is Jezus Christus. De naam die op de inwoner van het nieuwe Jeruzalem geschreven zal worden is Zijn nieuwe naam, “Christusmens,” of “Christen!” De “stad(steden, landen) van mijn God,” Nieuw Jeruzalem, zal een christelijke plaats(omgeving) zijn, een plaats van wedergeboren gelovigen, waar de Verlosser Jezus Christus wordt geloofd en geprezen , niet een oude stad die dezelfde naam heeft, waar Christus wordt gehaat en ontkend.

Het nieuwe Jeruzalem, de bruid

Openbaring 21:1-2 “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. [“zee” in de profetie betekent menselijke beroering]. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God…” Dit is hetzelfde als Openb. 3:12. Het is heel duidelijk dat het nieuwe Jeruzalem niet in de hemel is, maar dat het uit de hemel “komt”! Zoals men kan zien, passen deze Schriftplaatsen niet in de leer dat het Nieuwe Jeruzalem of het Koninkrijk ergens anders is dan op aarde.

Laten we verder lezen …. “getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.” De “bruid” van de profetie! Dit zijn de eerste 2 verzen, maar mijn christelijke lezer moet verder lezen in vers 8 voor de prachtige beschrijving van het koninkrijk.

In vers 9 en 10 zegt Johannes: “En er kwam een van de zeven engelen met de zeven schalen, die vol waren van de laatste zeven plagen, en hij sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams. En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg, en hij toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God;” De engel toonde Johannes de bruid. En wat was de bruid? “Het heilige Jeruzalem.” De Kerk wordt in de Bijbel nooit “Nieuw Jeruzalem” genoemd, maar toch leren predikanten dat de kerk de bruid is. Als u geleerd is dat de bruid van Christus een soort “heidense kerk” is, moet u Openbaring 21 nog eens lezen totdat u de waarheid ziet.

Israël de bruid

Johannes beschrijft dit Nieuwe Jeruzalem, de bruid van het Lam, als volgt: “en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente[hier is die steen weer], als de kristalheldere diamant, En zij had een grote en hoge muur en zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf engelen, en namen op de poorten geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen der kinderen Israels.” En wat waren de namen die geschreven stonden op de poorten van dit Nieuwe Jeruzalem? “Dat zijn de namen van de twaalf stammen der kinderen Israëls!”

Ja, Israël is de bruid, en zij zal gezuiverd worden van zonde en verderf, want zij is gewassen in het bloed van haar Verlosser, de Here Jezus Christus. Israël zal niet langer een hoer zijn, de gescheiden vrouw van de grote God. Israël werd inderdaad weduwe door de dood van haar Echtgenoot, die haar straf op Zich nam aan het kruis van Golgotha (Jesaja 53, 54). Toen ontving zij de Heilige Geest en werd zij gedoopt tot vergeving van haar zonden, en werd zij de nieuwe, gereinigde en gereedgemaakte maagdelijke bruid van Christus. Dit is het Israël met de wet in haar hart geschreven:

“Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israels na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.” (Hebreeën 8:8 en Jeremia 31:31). Ja, Israël is de bruid!

We zullen nog een paar verzen van Openbaring 21 lezen voordat we ons wenden tot een van Gods profeten om deze studie van het Nieuwe Jeruzalem af te ronden. Vers 15: “En hij, die met mij sprak, had een gouden meetstok, om de stad op te meten, en haar poorten en haar muur.” Dit is duidelijk dezelfde engel waarnaar verwezen wordt in Zacharia 2 die Jeruzalem opmeet. De Schriften zijn altijd consistent; er is geen discrepantie wanneer het Woord wordt gebruikt om het Woord te interpreteren. En dat het Nieuwe Jeruzalem op aarde is, wordt bevestigd door vele Schriftverzen, waaronder vers 24 van Openbaring 21 “En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar;”

Er zal een nieuwe tempel komen in het nieuwe Jeruzalem

Tegelijkertijd moeten christenen de aard van de tempel begrijpen die in het Nieuwe Jeruzalem gebouwd zal worden (en die God zal zegenen!). Iedere christen zou dit moeten weten (maar zij doen dat niet), zodat zij niet misleid zullen worden door predikanten die “leugenachtige veterinaries” prediken over het oude Jeruzalem en de Joden. Het Heilige Woord maakt duidelijk uit welke substantie deze nieuwe woonplaats van Christus gebouwd zal worden. “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en dat de Geest Gods in u woont? . . want de tempel Gods is heilig, welke tempel gij zijt.” (1 Corinthiërs 3:16-17). “Weet gij niet, dat uw lichaam de tempel is van de Heilige Geest, Die in u is. … want gij zijt duur gekocht” (1 Corinthiërs 6:19-20).

Dat de tempel (christenen) niet verontreinigd mag worden door omgang met ongelovigen wordt overvloedig duidelijk gemaakt in 2 Korintiërs 6:14-18, inclusief het vaak geciteerde “weest gij afgescheiden” en Gods belofte: “En Ik zal u tot een vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochters zijn, spreekt de almachtige Heer.”

Dat Gods nieuwe woonstede zal bestaan uit alle gelovigen wordt door Paulus bekendgemaakt in Efeziërs 2:19-22 “Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods; gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is, In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here; in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.”. Moet de nieuwe tempel er een van steen zijn, gebouwd in het oude Jeruzalem? Nauwelijks.

Jezus Christus heeft de inhoud van de nieuwe tempel en zijn nieuwe locatie geverifieerd. “Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. [Christus]” (Openbaring 3:12).

Het is niets meer of minder dan pure godslastering om te leren dat de niet-christelijke Joden een stenen tempel gaan bouwen in het oude Jeruzalem, en dat God die dan zal zegenen en die oude stad tot Zijn Nieuwe Jeruzalem zal maken. In feite zijn er in de 100 jaar van de kruistochten tienduizenden christenen gestorven in een verkeerde en vergeefse poging om terug te keren en de tempel in Jeruzalem te plaatsen. God verhinderde dit. Het oude Jeruzalem werd 1900 jaar geleden verlaten!
Waar staan wij vandaag?

Wat we zojuist hebben gelezen is echter nog niet voltooid. Het zal pas voltooid zijn na de wederkomst van onze Heer Jezus Christus. Laten we ons daarom wenden tot één van Gods profeten om te zien waar we ons in de huidige wereldgeschiedenis bevinden. God gaf al Zijn profeten visioenen van Zijn koninkrijk, maar wij zullen deze studie beëindigen met Micha 4.

“En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN [en vergeet niet dat “berg” profetisch is voor natie, dus Micha spreekt over de natie van het huis des Heren] vaststaan als de hoogste der bergen, [boven alle naties], en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. [kleine naties]; En volkeren zullen derwaarts heenstromen. en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem.”

Wat zei Zacharia dat Nieuw Jeruzalem zou heten? “De berg van de Here der heerscharen.” (Zacharia 8:3).

De natie van het nieuwe Jeruzalem

Verder lezend in Micha 4:2, “en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem.” Dat is waar we onze studie begonnen. En we zijn niet in de oude stad Jeruzalem! Dan in vers 7: “En Ik zal het kreupele stellen tot een overblijfsel en het verdrevene tot een machtig volk, en de HERE zal Koning over hen zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid.” Wie werd er verdreven? Israël werd verstoten in de Assyrische gevangenschap, en werd vervolgens naar het noorden en westen gedreven in Europa om de grote christelijke naties van Europa te worden.

Daarna werden vertegenwoordigers van alle stammen verzameld in de grote smeltkroes-natie, de grootste natie die ooit heeft bestaan in alle opgetekende geschiedenis, de enige natie die gesticht is door hen die geloofden in de Here Jezus Christus als de maagdelijk geboren Zoon van God, alle Israël volkeren die tevens het Koninkrijk vormen!

God heeft ons gemaakt tot een “sterke natie; en de Here zal over hen heersen op de berg Sion, van nu aan, ja tot in eeuwigheid. En gij, o toren van de kudde, de vesting van de dochter van Sion (niet de oude moeder; de dochter!), tot u zal het komen, ja, de eerste heerschappij . . .” En wat zal er komen? “Het koninkrijk zal komen tot de dochter van Jeruzalem!”

De zuivere blanke natiën – Niet Israëlisch

Ja, de zuivere blanke natiën zijn die grote natie die beloofd is aan het zaad van Abraham, Izaäk en Jakob (Genesis 18:18 e.a.). Het is die grote natie waarover Christus sprak, toen Hij tot de Joodse priesters in het oude Jeruzalem zei: “Het koninkrijk Gods zal van u weggenomen worden en gegeven aan een volk dat de vruchten daarvan voortbrengt.”

Laten wij enkele van de namen en bijbelse termen overlopen die gebruikt worden om het nieuwe Jeruzalem of het Koninkrijk te beschrijven: “de bruid van Christus, de heilige stad, de stad van de grote God, het nieuwe Jeruzalem, de bezwarende steen, deze steen, een stad die engelen meten, de steden zonder muren vanwege de veelheid van mensen en vee daarin, de stad der waarheid, de berg van de Here der heerscharen, het grote Sion, een natie die de vruchten daarvan voortbrengt, het huis met een tussenmuur” en ga zo maar door. Is dat de oude stad Jeruzalem die we zien in Palestina onder de Joden? Is het die oude stad op enig toekomstig tijdstip? Neen! Wat je ziet in het oude Kanaänsland, in het oude Palestina, is de stad “die de profeten doodt”, de stad die nu “als Shiloh” is!

Zelfs onze problemen getuigen van onze identiteit

Met alles wat we gelezen hebben in gedachten, en gezien de huidige situatie van de Verenigde Staten van Amerika, omringd door de naties onder de controle van het wereldcommunisme, een regering geïnfiltreerd door en onder de controle van anti-christelijke mensen, laten we de rest van Micha 4 lezen. We zullen zien dat deze profetie nu de huidige geschiedenis van Amerika is.

Vers 9, “Nu, waarom schreeuwt gij zo luide? Is er geen koning bij u? Of is uw raadsman omgekomen, dat weeen als van een barende u hebben aangegrepen?” We lijken zeker zonder goede raad in de regering te zitten! “Want benauwdheden hebben u gegrepen als een barende vrouw. Heb pijn, en werk om voort te brengen, o dochter van Sion, als een barende vrouw.” Er zal iets geboren worden uit al deze beproevingen en tegenspoed die we doormaken. “Want nu zult gij uitgaan uit de stad [Gods wetten verlaten], en gij zult wonen op het veld [in anarchie, burgerlijke wanorde, revolutie en geweld], en gij zult zelfs naar Babylon gaan.”

Dit stuit altijd op degenen die niet de juiste identiteit van de “dochter van Sion” kennen. Het betekent eenvoudigweg dat we onder de controle komen van de internationale geldmachten die in de Schrift bekend staan als “En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis(mysterie): het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde.” (Openbaring 17:5)
Verlossing komt op het moment van de nederlaag!

Maar juist op het moment dat de internationale samenzweerders denken dat ze ons in hun greep hebben, zullen we gered worden! “Geloofd zij de Here, de God van Israel, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht, en heeft ons een hoorn des heils opgericht, in het huis van David, zijn knecht, (gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige profeten van oudsher) om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen, die ons haten,” [zie Lukas 1: 68-71]. “Nu zijn ook vele volken tegen u verzameld [alle profeten hebben dit geprofeteerd], die zeggen Laat haar verontreinigd worden, en laat ons oog op Sion vallen.” Alle volken van de aarde worden verzameld tegen de Israël volken die verstrooid zijn geraakt over de gehele wereld, Gods grote Zion-natie. Je kunt het zien aan de manier waar alle vreemde volkeren(zogenaamde vluchtelingen) heengaan.

Maar God gaat verder door Zijn profeet: “Maar zij kennen de gedachten des Heren niet, noch begrijpen zij Zijn raad; want Hij zal hen verzamelen als schoven in de grond.” Dan wordt ons bevolen ten strijde te trekken: “Sta op en dors, o dochter van Sion, want Ik zal uw hoorn van ijzer maken en uw hoeven van koper, en gij zult vele volken in stukken slaan; en Ik zal hun gewin aan de Here wijden, en hun bezittingen aan de Here van de gehele aarde.”

De laatste strijd

Hiermee sluiten wij deze studie van de twee Jeruzalems af, want het is niet mijn doel hier de strijd te beschrijven waarin Gods Israëlieten in het Nieuwe Jeruzalem zullen worden gered van hun vijanden. Maar de meeste Bijbelstudenten weten dat alle profetieën wijzen naar een tijd waarin gestreden zal worden tussen Israël en Israëls vijanden, tussen Christus en anti-Christus, de grote strijd die vaak “Het conflict der eeuwen” wordt genoemd. Dat die strijd op het Noord-Amerikaanse continent zal worden gestreden, is overduidelijk voor hen die zowel de geschiedenis als de profetie begrijpen. Want wij, de blanke, Angelsaksische, Keltische, Germaanse en verwante volkeren, hier bijeen in Europa, de Verenigde Staten, Canada en elders in de wereld, zijn dat Israël-volk.

De zegevierende afsluiting van die strijd onder de banier van Jezus Christus zal Gods grote Koninkrijk op aarde inluiden, de duizendjarige heerschappij van onze Heer en Verlosser Jezus Christus. En Zijn Koninkrijk is niet beperkt tot één natie, want wanneer “uit Sion de wet zal uitgaan en het Woord des Heren uit Jeruzalem”, dan “En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.” (Openbaring 11:15).

Waarom christenen dit niet hebben geweten

Ik realiseer me dat deze Bijbelstudie veel dingen aan het licht heeft gebracht die sommige Christelijke lezers nog nooit hebben gehoord. Daarom moet ik duidelijk maken dat, hoewel ik het niet eens ben met veel van de prediking over Israël en de twee Jeruzalems, ik de foutieve leringen meer wijt aan de seminaries dan aan de predikanten. Ik heb boek na boek gelezen of gezien dat door seminaries wordt gebruikt, en ze zijn gevuld met duizenden pagina’s verhandelingen, thema’s, essays, eisen, argumenten, studies en “bewijzen” dat het volk dat tegenwoordig bekend staat als de Joden, Gods uitverkoren volk Israël is. Het is eenvoudig niet zo; maar ik kan het een predikant niet helemaal kwalijk nemen die is opgevoed in een kerk die deze dwaling onderwees, die vervolgens naar een seminarie ging dat hem honderden uren onderricht in deze dwaling gaf, en die hem vervolgens uitzette om om te gaan met andere predikanten die ook dezelfde dwaling onderwezen hebben gekregen.

Henry Ford, een groot christelijk leek, schreef in zijn monumentale en bijna vergeten boek, “The International Jew”: “De lezing van de Schriften die de stam van Juda verwart met Israël, en die elke vermelding van Israël interpreteert als betekenend de Joden, ligt aan de wortel van meer dan de helft van de verwarring en verdeeldheid die in christelijke leerstellige uitspraken te vinden is. De Joden zijn niet het uitverkoren volk, hoewel praktisch de gehele Kerk is gezwicht voor de propaganda die verklaart dat zij dat wel zijn.” Hij schreef dat in 1921. Onze seminaries zijn het slachtoffer van “Want er zijn zekere mensen binnengeslopen (reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven) goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen.” (Judas 1:4).

De Heilige Geest

Paulus legde uit hoe wij de dingen van God moesten leren kennen. “Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.” (1 Corinthiërs 2:14). God maakt Zijn Woord duidelijk aan hen die Hem om begrip vragen, en Jezus Christus heeft ons uitgelegd hoe wij toekomstige gebeurtenissen door de Geest kunnen begrijpen. “Wanneer Hij, de Geest der waarheid, zal gekomen zijn, zal Hij u in alle waarheid leiden; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij horen zal, zal Hij spreken; en Hij zal u de toekomende dingen tonen. Toekomst! De toekomstige geschiedenis zal door de Heilige Geest worden getoond. Hoe? Door visioenen, tekenen en wonderen? Nee! God openbaart Zich door Zijn Woord – geïnterpreteerd door de Heilige Geest. Dus vraag alstublieft de Heilige Geest om leiding, in plaats van een dominee die alleen herhaalt wat hij op het seminarie heeft geleerd. En lees uw Bijbel!

Israël Identiteit de Sleutel tot het Bewijzen van de Bijbel

Hoe kunt u als Christenen en ouders uw kinderen overtuigen van de Waarheid van de Bijbel en de trouw van onze God, tenzij u hen de waarheid van onze Israël Identiteit leert? Voorgangers vertellen miljoenen van onze jongeren dat de Joden “Gods uitverkoren volk” zijn, dat er vandaag de dag minder Israëlieten zouden zijn dan meer dan 2000 jaar geleden, en dat het Oude Testament over andere mensen gaat, de Joden. Zij zijn totaal niet in staat om de relevantie van de Schrift voor ons ras, onze natie of onze tijd aan te tonen, terwijl de waarheid van de zaak is dat de Schrift in de eerste plaats over ons ras, onze natie en onze tijd gaat! “Hoort, gij doven, en kijkt, gij blinden, opdat gij ziet. Wie is blind, behalve Mijn dienaar?”

Laten we onze kinderen de waarheid vertellen over Israël, dat wij de Angelsaksische, Keltische, Germaanse, en aanverwante volkeren de ware afstammelingen zijn van de twaalf zonen van Israël, en dat onze grote natie en de grote christelijke naties van Europa de naties zijn die beloofd zijn aan het zaad van Abraham, Izaäk en Jakob. Laten wij hun bewijzen dat wij een God hebben die zich aan het verbond houdt, dat de Bijbel het Woord van God is, dat het waar is, en dat wij verlost zijn door het bloed van de Here Jezus Christus. Als predikant kan ik zeggen dat niets de Bijbel zal openen, of de Waarheid ervan zal bewijzen, zoals de ware identiteit van Israël vandaag!

Het oude Jeruzalem zal door de Vijand worden bezet aan het einde van het tijdperk
We hebben al gezien dat God Jeruzalem tot Shiloh zou maken. Eén van de dingen die met Shiloh zou gebeuren was: “en gij zult een vijand zien in Mijn woonstede” (1 Samuël 2:32). Dit gebeurde met Shiloh, en als Gods Woord waar is, moet het ook gebeuren met de oude stad Jeruzalem.

Ezechiël zag hetzelfde, want wij lezen in Ezechiël 36:1-2 “Gij nu, mensenkind, profeteer over de bergen van Israel en zeg: Bergen van Israel, hoort het woord des HEREN. Zo zegt de Here HERE: omdat de vijand van u gezegd heeft: ha, eeuwige hoogten zijn in ons bezit gekomen” Nu, wie bezit de plaatsen van aanbidding van het oude Israël? Niet het ware volk Israël, maar de Joden. God zegt verder in vers 5: “daarom, zo zegt de Here HERE, voorwaar, in het vuur van mijn naijver heb Ik gesproken tot het overblijfsel der volken en tot geheel Edom, die met hartgrondige vreugde en diepe minachting mijn land voor zichzelf ten erfdeel hadden bestemd om het volkomen uit te plunderen”
De Jewish Encylopedia, Vol. 5, blz. 41, 1925, zegt: “Edom ligt in het moderne Jodendom.” Nogmaals, wie heeft het oude Jeruzalem, Palestina, en de “oude hoge plaatsen” in zijn bezit?

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>