• Home
  • Het evangelie in Ezechiël
7 mei, 2023
Sieuwerd Isachastra

Vandaag stuitte ik op een Schriftgedeelte dat me nieuwsgierig maakte. Het heeft betrekking op het Evangelie van Christus. Zoals de meesten van jullie weten, betekent het Hebreeuwse woord basar “evangelie, goed nieuws, blijde boodschap”. Zo wordt het vertaald in Jesaja 61:1, waar staat: “De Geest van de Heer God is op mij, want de Heer heeft mij gezalfd om goed nieuws [basar] te brengen aan de verdrukten.”

Jezus citeerde dit vers in Lucas 4:18, waar het Griekse woord “evangelie” wordt vertaald. Jezus paste de passage op zichzelf toe aan het begin van zijn aardse bediening. Het “evangelie” is het “goede nieuws”.

We merken ook op dat basar een dubbele betekenis heeft, omdat het meestal ook vertaald wordt met “vlees”. Zie bijvoorbeeld Genesis 2:21 en 23. Ik heb er in het verleden op gewezen dat Jezus daarom in Johannes 6:56 zegt dat wij Zijn vlees moeten eten. Dit moet natuurlijk niet letterlijk worden genomen. Hij bedoelde dat wij het Evangelie, dat Zijn vlees is, moeten geloven en opnemen.

Vandaag kwam ik Ezechiël 11:19, 20 tegen, een belofte van God aan Israël, nadat de Assyriërs de Israëlieten in ballingschap hadden gebracht bij de Kaspische Zee. De passage luidt:

19 En ik zal hen één hart geven en een nieuwe geest in hen leggen. En Ik zal het hart van steen uit hun vlees [basar] nemen en hun een hart van vlees [basar] geven, 20 opdat zij in Mijn inzettingen wandelen en Mijn verordeningen bewaren en doen. Dan zullen zij Mijn volk zijn, en Ik zal hun God zijn.

In wezen is dit Gods belofte om hun het evangelie te brengen, om hun het “vlees van Christus” te geven, waardoor de Heilige Geest aan hen kan worden gegeven. Hun “hart van steen” zou worden verwijderd en vervangen door een “hart van vlees”. Met andere woorden, hun verharde harten zouden buigzaam worden door het evangelie van Christus.

Het doel hiervan is dat “zij Mijn volk zullen zijn en Ik hun God”. De goddelijke bedoeling kon niet worden bereikt door het Oude Verbond (Exodus 19:8), want dit verbond hing af van de wil van de mens en zijn vermogen om zijn gelofte na te komen. Maar het tweede verbond veertig jaar later was gebaseerd op de wil van God alleen, zeggende in Deuteronomium 29:12, 13:

12 opdat u het verbond met de Here, uw God, en zijn eed die de Here, uw God, vandaag met u sluit, zult aangaan, 13 opdat Hij u vandaag als zijn volk zal vestigen en opdat Hij uw God zal zijn, zoals Hij tot u gesproken heeft en zoals Hij gezworen heeft aan uw vaderen, aan Abraham, Izaäk en Jakob.

De eed die God zwoer aan Abraham, Izaäk en Jakob was een eed of belofte van het Nieuwe Verbond, volledig gebaseerd op Zijn vermogen om hen tot Zijn volk te maken en hun God te zijn. Al Gods beloften zijn gebaseerd op het Nieuwe Verbond.

Dus toen God de Israëlieten uit het land verdreef en de Assyriërs inschakelde om hen in ballingschap te brengen, was dat omdat zij hun Oude Verbondsbelofte in Exodus 19:8 niet hadden vervuld. Daarom hadden zij een herinnering nodig dat God ook het Nieuwe Verbond had ingesteld, dat gebaseerd was op “Zijn eed” en Zijn vermogen om het te vervullen door de raad van Zijn eigen wil.

In Ezechiël 11:19, 20 herinnerde de profeet hen aan dit Nieuwe Verbond, hier beschreven in termen van de Heilige Geest en een verandering van hart. Met andere woorden, Gods eed zal inderdaad vervuld worden, en het hart van het volk zal op een gegeven moment inderdaad veranderd worden. Hoe? Door middel van het evangelie (basar). Het volk zal inderdaad het vlees van Christus eten en het evangelie geloven, het goede nieuws dat Jezus Christus kwam verkondigen aan de verdrukten.

Op dit moment heeft slechts een overblijfsel(Restant/uitgeroepenen) de beloften van God vervuld (Romeinen 11:1-7), omdat het doel van het huidige tijdperk is de enkeling te roepen om de velen te zegenen. Na het grote Witte Troon-oordeel zal de rest van de Israëlieten worden opgewekt. Elke knie(Israeliet) zal zich dan buigen, en elke tong zal dan Christus belijden (exomologeo, “erkennen”) (Filippenzen 2:9-11). Zij zullen Zijn vlees gaan eten, en het evangelie zal dan hun harten veranderen totdat de hele schepping “bevrijd is van haar slavernij aan het verderf tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods” (Romeinen 8:21).

Ik heb deze onderwerpen in het verleden al vaak behandeld, dus ik zal er hier niet verder op ingaan. Het punt is dat Ezechiël 11:19, 20 ons nog een stukje van de puzzel geeft. Het toont het effect van het evangelie in het transformeren van verharde harten (van steen) naar harten die het evangelie van Christus weerspiegelen. De profeet maakt duidelijk dat het volk door het evangelie inderdaad Gods volk zal worden. God kan dit garanderen, omdat het gebaseerd is op Zijn belofte en niet op de beloften van mensen.

Wij zullen Zijn volk zijn en Hij zal onze God zijn, omdat God in staat is dit te laten gebeuren, ondanks het falen van de mensen en hun natuurlijke vijandschap jegens God. Ezechiël zette de belofte van God uiteen in een tijd waarin alle hoop verloren leek. Dat is natuurlijk de tijd waarin het volk het meest behoefte had aan een woord van hoop.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>