• Home
  • Geef de duivel zijn verdiende loon – De Zondige Natuur
2 december, 2022
Sheldon Emry

Romeinen zes spreekt over de gedoopte Christen. Paulus spreekt tot mensen die beleden hebben in Jezus Christus te geloven. Deze passage zal je laten zien wat macht heeft over de mens. Hoofdstuk vijf van Romeinen spreekt over rechtvaardiging door geloof. Het zegt dat de dood heerste na de zonde van Adam en dan eindigt het met:

“Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van een mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van een zeer velen rechtvaardigen worden. Maar de wet is er bijgekomen, zodat de overtreding toenam; waar evenwel de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden, opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here.” Romeinen 5:19-21

Paulus maakt een vergelijking tussen Adam, die zonde in dit ras bracht, en Jezus, die zonde wegneemt. Let op het gebruik van het woord “regeerde” in vers 21. Als we een stukje teruggaan in het hoofdstuk naar vers 14, vinden we het woord “heerste” weer:

“Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende.” Romeinen 5:14

Het woord “heersen” betekent heerschappij. Onthoud dit als we hoofdstuk zes lezen. In dit hoofdstuk spreekt Paulus over datgene wat nu heerst over de mensen, en in het verleden over hen heeft geheerst.

“Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn;” Romeinen 6:1-6

Sommige mensen pleiten voor een duivel die een apart wezen is en los van de mens bestaat, op grond van het feit dat over de duivel wordt gesproken als over een persoon. Met andere woorden, hij wordt gepersonifieerd door “Satan”, “de Duivel”, “hij”, enzovoorts te worden genoemd. Daarom moet hij een afzonderlijke entiteit hebben met leven in zichzelf.

In Romeinen spreekt Paulus over de verandering van het individu van het oude leven in het nieuwe leven in Christus en hij zegt dat de OUDE MAN met Christus gekruisigd is. Er is iets dat aan ons toebehoort dat gekruisigd is, weggedaan of weggenomen. In deze passage wordt het verpersoonlijkt en ONZE OUDE MAN.

“want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.” Romeinen 6:7

Dit spreekt tot christenen die bevrijd zijn van de zonde door hun aanvaarding van de dood en opstanding van Jezus Christus.

“Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen,” Romeinen 6:8-12

Wij mogen de begeerte om te zondigen, of de “duivel”, niet laten heersen of de heerser laten zijn in ons sterfelijk lichaam. Dat is logisch als we denken aan de uitdrukking “weerstaat de duivel en hij zal van u vlieden”. Weersta de lust om te zondigen en u zult niet zondigen.

“en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade. Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet! Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” Romeinen 6:13-16

Let op de verpersoonlijking van de zonde. Als je de dienaren van de zonde wordt, maak je jezelf gehoorzaam aan hem. Gehoorzaam aan wie? Gehoorzaam aan de zonde. Dus de zonde wordt verpersoonlijkt als de heerser die over jou heerst, wanneer jij jezelf aan hem overgeeft. Hij zegt dat u zelfs zijn (zonden) dienaren bent.

“Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.” Romeinen 6:17-18

U bent dus vrijgemaakt van de duivel, of van de begeerte om te zondigen, door in de Here Jezus Christus te geloven en een dienstknecht der gerechtigheid te worden, een dienstknecht van Jezus.

“en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid. Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging. Want toen gij slaven waart der zonde, waart gij vrij van de gerechtigheid. Wat voor vrucht hadt gij toen? Dingen, waarover gij u nu schaamt; immers, het einde daarvan is de dood. Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven. Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.” Romeinen 6:18-23

Hieruit blijkt heel duidelijk de theologie dat het loon van de zonde de dood is.

“Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen,” Hebreeën 2:14

De duivel en de zonde kunnen in de meeste van deze passages door elkaar worden gebruikt. Zowel de duivel als de zonde worden aangeduid als “hij”, “hem” en “het”. Jullie zijn “zijn” dienaren, jullie zijn “zijn” dienaren, enzovoort. Dus het argument dat de duivel een persoon moet zijn, omdat hij gepersonaliseerd wordt door “hij” en “hem” genoemd te worden, gaat niet op. Zoals we hier hebben gezien, wordt zonde ook “hij” en “hem” genoemd.

Er is een axioma in de natuurkunde dat dingen die gelijk zijn aan hetzelfde, gelijk zijn aan elkaar. De duivel en de zonde hebben beiden de macht en de sleutel tot de dood. De duivel en de zonde zijn beiden datgene wat in uw sterfelijk lichaam heerst als u zich tot de zonde wendt. De duivel en de zonde zijn beiden datgene wat u dient als u in zonde leeft. En de duivel en de zonde zijn beide datgene waarvoor Jezus kwam om te vernietigen. Hij stierf opdat de duivel, of de zonde, een einde zou hebben in uw sterfelijk lichaam.

Voordat we het onderwerp van dienstknechten en het dienen van datgene wat over je heerst verlaten, laten we een deel van Johannes 12 lezen. Jezus vertelt over Zijn komende dood.

“De vorst van deze wereld”

“Maar Jezus antwoordde hun en zeide: De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden.” Johannes 12:23

Terwijl Jezus zijn gebed beëindigt, wordt een stem gehoord:

“Vader, verheerlijk uw naam! Toen kwam een stem uit de hemel: Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken! De schare dan, die daar stond en toehoorde, zeide, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken. Jezus antwoordde en zeide: Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u. Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken. En dit zeide Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou.” Johannes 12:28-33

Jezus dood zou de vorst van deze wereld uitdrijven. Na verder onderwijs aan de discipelen over wat Hij zou gaan doen, wat er met Hem zou gaan gebeuren, en wat er zou worden volbracht, zegt Jezus:

“En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt. Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets,” Johannes 14:29-30

Jezus impliceert dat de “vorst van deze wereld” zal zegevieren, althans op dat moment. De vorst van deze wereld zou Pilatus kunnen zijn geweest, die de heerser was, of de vorst van het Romeinse Rijk in die tijd. Het had de opperpriester kunnen zijn, die de heerser was over Jeruzalem; of het had de dood kunnen zijn. De vorst van deze wereld zou de heerschappij over Jezus op zich nemen, althans tijdelijk.

Wat heerst er over de wereld? Ja, ik weet dat de mensen zeggen dat de duivel of Satan regeert. Maar wat is het principe waar we het net over hebben gehad dat heerst over de wereld? Zonde en dood zijn de heersers van deze wereld. Als je niet denkt dat zonde en dood heersen over deze wereld, dan heb je niet goed gekeken naar de wereld zoals die nu is. Iedereen gaat naar de dood toe. Allen hebben gezondigd en komen te kort aan de heerlijkheid van God. De uitdrukking “vorst van deze wereld” kan dus eenvoudig datgene betekenen wat over de mens in deze wereld heerst. Het hoeft niet een aparte entiteit te zijn met leven in zich.

In hoofdstuk 16 van Johannes lezen we over de Heilige Geest, of de Trooster, die zal komen:

“Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.” Johannes 16:7-11

In vers acht lezen we dat “Hij de wereld zal berispen over de zonde.” De Trooster zal de zonde oordelen, die de vorst van deze wereld is. Hoe doet de Heilige Geest dat? Lees verder:

“doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen.” Johannes 16:13-14

Met andere woorden, de Trooster zal u Gods Wetten leren. Hij zal u de juiste weg leren, Hij zal u de toekomende dingen tonen. Hij zal u “zonde” openbaren, die de vorst van deze wereld is. Hij zal u verwijderen van een dienaar van de zonde (of de vorst van deze wereld) te zijn, Hij zal u de betere weg tonen en u onder de heerschappij van Jezus Christus plaatsen.

De meesten van ons is vanaf de kindertijd geleerd dat er een groot satanisch wezen is dat lang leeft en macht heeft om je geest en hart te beïnvloeden (hij zou van buitenaf komen en dit doen). De meesten van ons hebben nooit een argument gehoord tegen deze leer. Hetzelfde geldt voor de leer van de hel. We hebben er nog nooit een argument tegen gehoord. We horen het in de kerken, we lezen het in de bladen, we zien het in de films, we lezen het in de krant en iedereen met wie we ooit spraken vertelde ons dat wanneer mensen sterven ze naar de hel gaan en dat de duivel en zijn demonen hen steken met hooivorken, voor eeuwig en altijd. Wij geloofden dit omdat dat alles was wat we ooit gehoord hadden. Wij hadden nooit echt de Schriften onderzocht om te zien of deze dingen zo waren. En toch, wanneer wij de Schriften beginnen te onderzoeken, is deze leer er, vreemd genoeg, gewoon niet.

“De vorst van de macht van de lucht”

Wij hebben zojuist gezien dat het ding dat wij dienen “zonde” is, die “duivel” wordt genoemd. Het is dat kwade principe in de natuur van de mens, dat de heerschappij over de mens overneemt, totdat hij door Jezus Christus van de zonde (of de duivel) wordt bevrijd.

In Efeziërs spreekt Paulus tegen mensen die christen zijn geworden:

“Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,” Efeziërs 2:1-2

De fundamentalisten stoppen daar allemaal en zeggen: “Zij dienden allen de duivel, Satan, en de vorst van de macht van de lucht.” Laten we vers drie lezen:

“(trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns),” Efeziërs 2:3

Dit vertelt ons dat de “vorst van de macht van de lucht” staat voor de begeerten of verlangens van het vlees en van de geest. Het staat recht in de passage, maar de meeste mensen lezen alleen de verzen één en twee en ze lezen vers drie niet.

Paulus moet geweten hebben, toen hij aan de Efeziërs schreef, wat Jacobus wist toen hij deze woorden schreef:

“Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.” Jakobus 1:14-15

Dat is wat Jezus bedoelde toen Hij onderwees:

“Niets, dat van buiten de mens in hem komt, kan hem onrein maken, maar hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat is het, wat hem onrein maakt.” Markus 7:15

“En Hij zeide: Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein.” Markus 7:20-23

Onze ergste vijand zijn wijzelf

Wat gebruiken de vijanden en de bedervers van Israël tegen ons? Sommigen zullen zeggen dat ze drank gebruiken, pomografie, en allerlei dingen die ons verleiden. Wat lokken ze uit? Ze lokken de duivel of de lust tot zonde die in ons is. Als we Jezus’ heerschappij zouden aanvaarden, in plaats van de heerschappij van de duivel in ons, zouden deze vijanden geen vooruitgang maken met al de dingen die ze ons voorschotelen. Zij moeten datgene wat in ons is verleiden, wat ons vervolgens verontreinigt. Als wij de lust om te zondigen niet in ons zouden hebben, dan zouden al die mensen die ons in de volken van Israël tegenwerken, letterlijk niet in staat zijn om hun brood te verdienen. De meesten van hen verdienen hun brood door ons datgene te laten kopen wat de lust in ons opwekt. Als we deze inwendige duivel onder controle zouden krijgen, zouden onze vijanden geen macht meer over ons hebben. Er is niet een of ander groot, almachtig, of alwetend bovennatuurlijk wezen dat tegen ons opkomt en dat wij niet kunnen weerstaan. Zoals het gezegde luidt: wij zijn onze eigen ergste vijand.

Telkens wanneer Israël in zonde en ongerechtigheid verkeerde, zond God een profeet naar hen toe en beschuldigde de Israëlieten. Hij beschuldigde niet de duivel, of Satan of Israëls vijanden van zonde en ongerechtigheid. Hij beschuldigde altijd het volk zelf. Israëlieten zijn altijd persoonlijk verantwoordelijk geweest voor hun eigen zonden. Daarom bad David in Psalm 19: “Reinigt Gij mij van geheime gebreken.” David had de zonde van overspel begaan en in Psalm 51 zegt hij:

“Voor de koorleider. Een leerdicht van David, toen de Edomiet Doeg aan Saul mededeling was komen doen en tot hem gezegd had: David is in het huis van Achimelek gekomen. Wat beroemt gij u op het kwade, gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch de ganse dag. Gij zint op verderf, uw tong is als een scherpgeslepen scheermes, gij, die bedrog pleegt. Gij hebt het kwade lief boven het goede, leugen boven waarheid spreken. sela Gij houdt van allerlei verderfelijke taal, van een bedrieglijke tong.” Psalmen 51:1-4

“Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw;” Psalm 51:7

David beweerde niet dat de duivel het hem had laten doen of dat iemand anders hem was komen verleiden. David zei: “Ik heb gezondigd, God vergeve mij.”

Ook al prediken veel predikanten uit de Wet en proberen zij mensen te overtuigen van zonde, toch laten zij deze alwetende geest hier als de oorzaak van hun zonde; in plaats van de oorzaak te leggen waar die is: midden in onze eigen verdorven geest en hart. Als wij ons realiseren wat WIJ zijn, dan is het gemakkelijk voor ons om te begrijpen waarom God ons zegt dat wij degenen zijn die zich moeten bekeren.

God vertelt ons wat de lust om te zondigen doet:

“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.” 2 Korintiërs 4:3-4

Eén soevereine Schepper God

Het is de begeerte om te zondigen in het vlees die de mensen verblindt voor de waarheid. Het is dat wat in de mens is dat hem verblindt. Het is niet een duivel of Satan die een vloek over hem uitspreekt. Als je gelooft dat er een grote Satan is die dit allemaal doet en die de oorzaak is van al deze slechte en verdorven dingen die gebeuren, wat zegt dat dan over Gods soevereiniteit? En wat zegt dat over Jezus’ uitspraak dat Hem alle gezag in hemel en op aarde is gegeven? Het vernietigt het!

Wat verblindt de mensen? Hun zondige natuur! Wie gaf de mensen hun zondige natuur? God, de Schepper!

Uiteindelijk hebben we het over de soevereiniteit van God. We hebben het over de vraag of er één God is of vele goden. De waarheid die naar buiten moet komen is dat er ÉÉN God is. Hij heeft ons gemaakt zoals we zijn, met wat we een fout zouden kunnen noemen, maar God deed het opzettelijk.

Ik moet denken aan een nieuw boek dat iemand me onlangs gaf. Het is getiteld Wereld Mythologie. Het behandelt alle beschavingen en volkeren van de aarde van het verleden tot het heden. Het is een beetje verbazingwekkend om alleen al door zoiets heen te bladeren en naar de afbeeldingen van heidense goden te kijken. Mensen aanbidden werkelijk die kleine beeldjes, stukjes steen, snijwerkjes van ivoor, en gietwerkjes van goud. Deze “goden” hebben namen gekregen en hebben krachten toegeschreven gekregen. Er zijn lange verhalen, die wij tegenwoordig mythologie noemen, waarin de heidenen geloofden. Een groot deel van de wereld gelooft nog steeds in dit soort dingen.

In de mythologie zijn er goden voor alles. Er zijn goden voor de schepping, voor rampen, voor aardbevingen en voor het weer. De heidenen hebben goden die de wind en de zee beheersen, goden die hen oogsten geven of hun oogsten vernietigen, en goden van oorlog en vrede. Zij hebben goden die leven en gezondheid schenken en ziekte en dood brengen. Sommige van hun goden schenken kinderen, terwijl weer andere rijkdom of armoede schenken.

Waar komen al deze goden vandaan? Zij komen uit het binnenste van de geesten van de mensen. De Bijbel noemt ze “geen goden”. Het zijn dingen die mensen in hun hart en geest verzinnen en die ze dan aan andere mensen leren.

Een instrument van priesterlijke beheersing

Er is één reden voor dit alles. Als je de oude geschiedenis kent, zul je herkennen dat de verhalen die door de priesters over goden werden verteld, maar één doel hadden: het volk onderwerpen aan de priester. Het verhaal heeft altijd hetzelfde einde: “Hier zijn al deze goden. Ik, de priester, heb contact met hen allemaal. Ik weet hoe ik met ze moet praten. Ik zal boodschappen van hen krijgen en zal offers aan hen brengen om hun toorn weg te nemen, of ik zal tot hen bidden om jullie goede dingen te geven. Wat moet je doen? Je moet me je geld geven, je trouw, je gehoorzaamheid aan mijn bevelen.”

De geschiedenis van de wereld is de geschiedenis van mensen in gevangenschap van mensen die hen valse verhalen over goden leerden. Laten we dat eens overzetten naar de moderne tijd. Dient de duivel hetzelfde doel? De predikant is de priester die contact heeft met God. De mensen wordt verteld dat er een razend monster in de wereld is, dat hen zal vernietigen tenzij deze predikant tussenbeide komt bij God om hen te redden. Ons wordt verteld dat als we de dominee niet gehoorzamen, we naar die plaats zullen gaan waar de duivel is en we voor eeuwig en altijd gemarteld zullen worden.

Wat is het resultaat van deze leer? Hele naties en hele volkeren komen onder het juk van een priesterschap, dat het bestaan leert van een boze god die niet bestaat. Het enige verschil is dat jaren geleden de priesters leerden dat er honderden goden waren, terwijl vandaag de dag, wat voor het christendom doorgaat, slechts twee goden lijkt te prediken: de goede en de slechte. Het principe is nog steeds hetzelfde. Het resultaat is nog steeds hetzelfde. Mensen komen onder slavernij van een priesterschap. In het Christendom verpakt de geestelijkheid dit alles in Bijbelse bewoordingen, en zij gebruikt zelfs de naam van Jezus. Maar hun thema is nog steeds hetzelfde: “Jullie moeten komen en doen wat ik zeg, anders zullen jullie worden overgeleverd aan deze duivel en in de hel zal hij jullie voor eeuwig kwellen. Ik ben de enige die jullie kan redden.”

De rooms-katholieke kerk regeert, tot op grote hoogte, over een groot deel van de aarde met deze valse leer, die vertelt over een niet bestaande god die de macht heeft om mensen kwaad te doen. Kunt u zich voorstellen hoe de wereld er uit zou zien en hoe ons volk er uit zou zien als het geleerd werd, en werkelijk geloofde, dat er maar ÉÉN God is, die alle macht heeft en dat wij ons tot Hem kunnen wenden voor hulp, voor levensonderhoud en voor bevrijding van de begeerte om in onszelf te zondigen?

In Exodus bevrijdde God Israël uit de Egyptische slavernij. Hoofdstuk 12 verhaalt over het geven van het Pascha, dat een symbool was van het vergoten bloed van Jezus Christus, dat de verzoening en de verlossing van onze zonden is. In de verzen 11 en 12 lezen we:

“En aldus zult gij het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand; overhaast zult gij het eten; het is een Pascha voor de HERE. Want Ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel van mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik, de HERE.” Exodus 12:11-12

Toen God de eerstgeborenen van de heersende klasse in Egypte vernietigde, vernietigde God de macht van de goden van Egypte. Hij vernietigde de mensen en het resultaat was dat Hij de goden vernietigde.

De eerste van de Tien Geboden luidt:

“Toen sprak God al deze woorden: Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.” Exodus 20:1-3

In het verbond dat God op de berg sloot, lezen we:

“Ten aanzien van alles, wat Ik u bevolen heb, zult gij op uw hoede zijn; de naam van andere goden zult gij niet noemen, hij zal uit uw mond niet gehoord worden.” Exodus 23:13

“Want mijn engel zal voor uw aangezicht gaan en u brengen naar de Amoriet, de Hethiet, de Perizziet, de Kanaaniet, de Chiwwiet en de Jebusiet, en Ik zal hen vernietigen. Gij zult u niet nederbuigen voor hun goden noch hen dienen en gij zult niet doen naar hun werken, maar gij zult ze volkomen vernielen en hun gewijde stenen zult gij geheel verbrijzelen.” Exodus 23:23-24

“Gij zult noch met hen noch met hun goden een verbond sluiten. Zij zullen in uw land niet blijven wonen, opdat zij u niet tegen Mij doen zondigen, doordat gij hun goden gaat dienen, want dit zou u tot een valstrik zijn.” Exodus 23:32-33

Als u het woord “goden” in uw concordantie opzoekt, zult u zien dat Israël zich altijd en eeuwig neerboog en andere goden diende, of vereerde. Het resultaat was altijd hetzelfde: verovering en dienstbaarheid aan andere volken. Telkens wanneer Israël het in zijn hoofd en hart kreeg dat er een andere god dan God was, werden zij door andere volken gevangen genomen.

Jeremia de profeet werd naar Israël gezonden toen zij in zonde en ongerechtigheid verkeerden.

“Zwerft rond in de straten van Jeruzalem, ziet toch en speurt na, zoekt op zijn pleinen, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die oprechtheid betracht, dan zal Ik haar vergeven.” Jeremia 5:1

Jeremia gaat door met hen te veroordelen omdat zij een zondig volk zijn:

“Waarom zou Ik u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij en zweren bij niet-goden. Toen Ik hen verzadigd had, pleegden zij echtbreuk, ja, in het hoerenhuis zijn zij thuis.” Jeremia 5:7

“Zie, Ik breng over u een volk van verre, o huis Israels, luidt het woord des HEREN; een volk van eeuwen is het, een overoud volk, een volk, waarvan gij de taal niet kent en de spraak niet kunt verstaan; zijn pijlkoker is als een geopend graf, allen zijn het helden. Verslinden zal het uw oogst en uw brood, verslinden zal het uw zonen en uw dochters, verslinden zal het uw schapen en uw runderen, verslinden zal het uw wijnstok en uw vijgeboom; vergruizelen zal het uw versterkte steden, waarop gij uw vertrouwen stelt, door het zwaard. Doch, ook in die dagen, luidt het woord des HEREN, zal Ik niet voorgoed met u afrekenen. En het zal geschieden, wanneer gij zegt: Waarvoor heeft de HERE, onze God, ons dit alles aangedaan? zeg dan tot hen: Gelijk gij Mij hebt verlaten om vreemde goden te dienen in uw land, zo zult gij vreemden dienen in een land dat het uwe niet is.” Jeremia 5:15-19

Israël diende andere goden, dus liet God Israël andere mensen dienen.

“Maar dit volk heeft een weerbarstig en weerspannig hart, zij zijn afgeweken en heengegaan, zij hebben niet bij zichzelf gezegd: Laat ons toch de HERE, onze God, vrezen, die regen geeft, de vroege en late regen, op zijn tijd, die de vaste oogstweken ons bewaart.” Jeremia 5:23-24

De prediking in de meeste kerken vertelt hoe de duivel heerst over u, over koninkrijken, en over de hel. Dit bouwt een andere god op die niet bestaat. Dus wordt Israël gedwongen “de duivel” te vrezen. Daarom zegt deze passage ons dat zij niet in hun hart zeggen: “Laten wij nu de Heer vrezen die ons regen geeft.” Zij vrezen de Here niet, in plaats daarvan vrezen zij de duivel. Velen van ons Israël-volk zijn, letterlijk, onder de slavernij van een godsdienstig systeem. Die slavernij ontstaat omdat hun is geleerd te vrezen in de handen van een boze, goddeloze god te worden geplaatst, als zij dat godsdienstige systeem niet gehoorzamen. Dat is waar God het over heeft in de volgende verzen:

“Zou Ik hierover geen bezoeking doen, luidt het woord des HEREN, of zou Ik aan een volk als dit Mij niet wreken? Ontzettend en afschuwelijk is wat er voorvalt in het land; de profeten profeteren vals en de priesters verschaffen zich gewin nevens hen, en mijn volk heeft het gaarne zo. Maar wat zult gij doen, als het op een einde loopt? Jeremia 5:29-31

Welke middelen gebruiken de priesters om de heerschappij in handen te nemen? Zij gebruiken valse leringen. Het is vandaag de dag waar dat Gods volk in Israël de grofste ongerechtigheden en zonden in hun land toelaat, omdat zij van de predikanten hebben geleerd dat Jezus de Wet heeft weggedaan. Deze predikanten profeteren vals.

Ons wordt door deze valse profeten verteld dat God je zal vervloeken als je je tegen een Jood verzet. Het resultaat is dat Joodse oplichters, zwendelaars, aandelenmanipulatoren, landfraudeurs en Joodse vernietigers van ons ras en onze cultuur de controle hebben overgenomen van onze samenleving en zelfs van onze regering. De profeten profeteren vals. Wat zal God met je doen als je iets tegen de Joden doet? De predikanten zeggen: Hij zal je naar de hel sturen en je in de klauwen van de duivel brengen, die je voor eeuwig en altijd zal kwellen. Die angst leeft bij miljoenen van ons volk. Als zij wisten dat God alleen bestaat en dat God barmhartig is, zouden zij niet in zulke onzin trappen.

Laat mij ter illustratie hiervan een ervaring vertellen die ik enige tijd geleden had. Ik woonde een bijeenkomst bij aan de westkant waar Archeoloog Ray Capt een film vertoonde. Ik had de bijeenkomst geopend met gebed en gesloten. Toen ik wegging, volgde een stel mij naar de parkeerplaats. Ze stelden me enkele vragen over wat voor geheime organisatie wij waren. De vrouw nam het woord en zei: “Ik ben naar andere bijeenkomsten zoals deze geweest en ze praten allemaal over de Bijbel, maar als ze dan eindelijk ter zake komen zeggen ze dat de Joden geen Israëlieten zijn. Dat lijkt hun belangrijkste boodschap te zijn.” Ik antwoordde: “Nou, wij zijn geen geheimen. Ik heb een kerk in Scottsdale en een radio bediening. Niemand verbergt iets. Het is gewoon dat we weten dat de Joden anti-Christ zijn en zij zijn niet het Israël volk. Zij zijn niet God’s ‘uitverkoren volk’.” Toen ik dit zei, trokken zij zich fysiek zo’n twee meter van mij terug en lieten een zeer hoorbare hijg horen. Ze zeiden, “Oh, je gaat naar de hel als je dat gelooft over de Joden.”

Denk je dat deze angst voor de duivel en de hel geen controle mechanisme is? Dat is het wel. Het zorgt ervoor dat onze mensen dingen laten gebeuren in het land die niet zouden gebeuren als ze de waarheid over de duivel en over de hel kenden. Dit echtpaar was eigenlijk bang dat God hen aan de duivel zou overleveren. We spraken nog enkele ogenblikken en het was duidelijk dat ik met hen geen enkele waarheid kon bereiken omdat zij bang waren om “naar de hel te gaan”. De doctrine van de duivel had hen het contact met de werkelijkheid doen verliezen.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>