• Home
  • Eindtijd – De Preteristische kijk
7 september, 2023
Sieuwerd Isachastra

Er bestaat tegenwoordig een kijk op Bijbelprofetie die bekend staat als het Preterisme. Het belangrijkste kenmerk is dat het gelooft dat de profetieën van Jezus in Matteüs 24 allemaal vervuld werden in 70 na Christus, toen Jeruzalem werd verwoest door de Romeinen. Zuivere preteristen zeggen dat alle profetieën in de Bijbel vervuld waren op het moment dat Jeruzalem werd verwoest en dat de tweede komst van Christus op dat moment plaatsvond.

Daarnaast geloven zij dat het beloofde Koninkrijk werd ingehuldigd op de Pinksterdag. De “duizend jaar” van Openbaring 20:5, 6 moeten volgens hen niet als een letterlijke tijdsperiode worden opgevat, maar zijn representatief voor het Koninkrijkstijdperk zelf. Dit Koninkrijk, zeggen zij, werd bekrachtigd door Pinksteren, en dit is alles wat we nodig hebben voor de kerk om het Koninkrijk te vestigen.

Deze visie vindt enige steun onder de vroege (Griekse) kerkvaders die in wezen de eerdere Hebreeuwssprekende kerkvaders vervingen, zoals de oorspronkelijke apostelen en hun directe discipelen. Het tijdperk van de Hebreeuwse visie stierf bijna uit tegen het midden van de tweede eeuw, waardoor de Griekse visie op de Schrift dominant werd in de kerk.

Het Hebreeuwse gezichtspunt

Het is mij duidelijk dat de evangelieschrijvers, inclusief Matteüs en Johannes, schreven met een Hebreeuwse kijk op de dingen. Toen Johannes over de duizend jaar schreef in Openbaring 20:5, 6, lijkt het mij dat hij de gewone Joodse leer van het grote sabbatmillennium weerspiegelde. Die Grote Sabbat stond op scheppingsniveau algemeen bekend als “Het Tijdperk”, het hoogtepunt van de grote werkweek van 6000 jaar sinds Adam.

Omdat die opvatting zo wijdverbreid was, zou het buitengewoon zijn als hij naar de duizend jaar verwees zonder enige correctie om duidelijk te maken dat de Joodse opvatting onjuist was. Bovendien is het hele boek Openbaring gebouwd op de profetische manifestatie van de Hebreeuwse kalender, dus het is duidelijk (voor mij) dat de Hebreeuwse denkwijze van Johannes het hele boek beheerste.

Het boek Openbaring presenteert 7 zegels alsof het 7 jaren op de kalender zijn – een complete sabbatcyclus. In het 7e zegel zijn 7 bazuinen. De priesters bliezen op een bazuin om het begin van elke nieuwe maand aan te geven, zodra de nieuwe maan ’s avonds werd gezien. De 7e bazuin was dus het feest van de bazuinen. De 7e maand zelf was de maand van het Loofhuttenfeest, waar zeven dagen lang een drankoffer van nieuwe wijn werd uitgeschonken. Deze worden afgebeeld in de zeven schalen met wijn die worden uitgegoten in Openbaring 16.

Met andere woorden, de Openbaring van Johannes is gebouwd op het patroon van de Hebreeuwse kalender, met als hoogtepunt het Loofhuttenfeest. Dit suggereert dat de val van Babylon verbonden is met de laatste dag van Loofhutten. De wijn betekende het oordeel over Babylon.

De priesters goten ook drinkoffers van water samen met de wijn om de uitstorting van de Heilige Geest op het Loofhuttenfeest aan te geven. Er waren dus twee dingen tegelijk aan de gang, een negatieve en een positieve.

Ik heb hier uitgebreid over geschreven in mijn commentaar op De Openbaring.

Het punt is dat ik geen serieus bewijs vind dat Johannes’ “duizend jaar” zou afwijken van het Hebreeuwse standpunt. Daarom neem ik het als een letterlijke tijdsperiode. Sommigen maken het punt dat chilioi, het Griekse woord dat “duizend” vertaalt, meervoud is. Dat is waar, maar alleen omdat de Griekse grammatica eiste dat het overeenkwam met het woord dat het modificeert (“jaren”). Hetzelfde geldt voor het Spaans, waar een bijvoeglijk naamwoord als meervoud wordt geschreven als het een meervoudig zelfstandig naamwoord beschrijft. Dus la estrella (“de ster”) wordt in het meervoud geschreven als las estrellas. Maar dit wordt in het Engels niet vertaald als Thes stars. We schrijven the voor zowel enkelvoud als meervoud.

Zo is het ook in het Grieks. Het bijvoeglijk naamwoord chilioi is meervoud omdat het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft meervoud is. Het vertalen als “duizenden” is geen goede grammatica. Vertalers weten dit. Daarom staat er in vrijwel alle Bijbelvertalingen “duizend jaar”.

Profetieën over de verwoesting van Jeruzalem

In Matteüs 24 profeteert Jezus over de verwoesting van Jeruzalem, die natuurlijk plaatsvond in 70 na Christus. De stad was ook verwoest in 586 voor Christus, maar was herbouwd. Zelfs toen Jeruzalem in 70 na Christus werd verwoest, werd de stad herbouwd en is tot op de dag van vandaag bij ons.

Maar Jeremia 19:10, 11 voorspelt de volledige en totale vernietiging van de stad. De profeet illustreerde zijn punt door een oude aarden kruik kapot te slaan in de vallei van Ben-hinnom, die in het Grieks Gehenna wordt genoemd.

10 Dan moet je de kruik breken voor de ogen van de mannen die je vergezellen 11 en tegen hen zeggen: “Zo zegt de Heer der heerscharen: ‘Zo zal ik dit volk en deze stad breken, zoals men een pottenbakkersvat breekt, dat niet meer hersteld kan worden; en zij zullen begraven worden in Topheth, omdat er geen andere plaats is om te begraven’.”

Deze oude kruik stelde Jeruzalem en Juda zelf voor. Het stond in contrast met de kruik van natte klei die het huis van Israël voorstelde in Jeremia 18:6. Het huis van Israël was het noordelijke koninkrijk. Het huis van Israël was het noordelijke koninkrijk dat bestond uit de tien stammen die een eeuw eerder door de Assyriërs waren gedeporteerd. God moest van hen een nieuw en verbeterd vat maken. Maar de oude kruik van klei die Jeruzalem voorstelde, kon niet meer worden herbouwd of gerepareerd nadat het in Gehenna was verbrijzeld.

Zij die het verschil tussen de twee koninkrijken (Israël en Juda) niet begrijpen, zullen de profetieën van Jeremia altijd verkeerd toepassen. De huidige staat “Israël” is helemaal niet het Bijbelse Israël. Het is een Joodse staat. Het woord Jood is een afkorting van Juda, niet van Israël. De moderne staat Israël werd opzettelijk een verkeerde naam gegeven om christenen te laten denken dat de profetieën over het herstelde Israël op de Joden van toepassing waren. Het was niets anders dan een politieke truc.

Maar serieuze Bijbelstudenten zijn in staat om de Bijbelse geschiedenis te bestuderen en kennis te nemen van het verschil tussen Israël en Juda, zodat ze profetieën op de juiste manier kunnen toepassen.

Door dit te begrijpen, kunnen we zien dat Jeremia 19 de totale verwoesting van Jeruzalem voorspelt. Dit werd slechts gedeeltelijk vervuld in 586 voor Christus toen de Babyloniërs de stad verwoestten. Waarom? Omdat de stad herbouwd werd. Jeremia zei dat het “niet hersteld kon worden”. Maar dat gebeurde wel.

In 70 na Christus herhaalden de Romeinen wat de Babyloniërs hadden gedaan. Maar opnieuw was de vervulling van de profetie onvolledig, want de stad werd opnieuw hersteld. De uiteindelijke vervulling van Jeremia’s profetie is dus nog toekomstmuziek, en dit is iets wat het preterisme niet begrijpt. Het preterisme gaat ervan uit dat de Romeinse verwoesting van Jeruzalem de vervulling was van alle eindprofetieën in de Schrift. Jezus kwam en Zijn heerschappij begon door de kerk. Dat is wat zij zeggen.

Er waren christenen in de vroege kerk die er zo over dachten. Naar mijn mening waren ze te optimistisch over de kracht van de Pinksterzalving. Een paar eeuwen later, vooral in de vroege jaren 900 na Christus, werd de kerk zo corrupt dat de kerkhistorici zelf (meestal bisschoppen en aartsbisschoppen) dat tijdperk de Gouden Eeuw van de pornocratie noemden. Dat wil zeggen, de kerk werd geregeerd door immoraliteit.

Vandaag de dag kunnen we met een realistischer en beter onderbouwde blik terugkijken op het zogenaamde kerktijdperk dan de vroege kerkvaders aan het begin van dit tijdperk hadden. Pinksteren was een geldig feest en was heel goed; het Koninkrijk kon echter niet volledig gevestigd worden met Pinksteren. Het moest wachten op de grotere zalving van het Loofhuttenfeest. Ik geloof dat we binnenkort de vervulling van Loofhutten in onze tijd zullen zien, en samen met deze gebeurtenis zal de uiteindelijke verwoesting van Jeruzalem plaatsvinden.

De factor van koning Saul

Koning Saul was het primaire profetische type van de kerk in het Pinkstertijdperk. Pinksteren was een feestdag die in de wet bekend stond als het Wekenfeest (Exodus 33:22), waarop de priester de eerste vruchten van de tarweoogst aan God offerde. Niemand mocht zijn tarwe oogsten vóór het offer van de eerste vruchten met Pinksteren. Daarom stond Pinksteren bekend als de dag van de tarweoogst.

Saul werd gekroond op de dag van de tarweoogst (1 Samuël 12:17). Daarom was hij een profetisch type van de kerk in het Pinkstertijdperk. Saul regeerde 40 jaar. Het Pinkstertijdperk was een cyclus van 40 Jubilea, of 1.960 jaar van 33 tot 1993 na Christus. We gingen toen de overgangsperiode in naar het Loofhuttentijdperk.

De regering van Saul zette het patroon voor de kerk. Elk jaar in de regering van Saul was als een verkorte versie van een Jubeljaarcyclus in de kerkgeschiedenis. Als we de kerkgeschiedenis bestuderen, kunnen we gemakkelijk de parallellen zien met de regering van Saul. Het Gouden Tijdperk van de pornocratie is bijvoorbeeld de 18e Jubeljaarcyclus van het kerkelijk tijdperk en het komt overeen met het 18e regeringsjaar van Saul – het jaar dat hij door God werd afgewezen en gediskwalificeerd voor het hebben van een duurzame dynastie (1 Samuël 15:23).

Hetzelfde gebeurde met de Romeinse kerk in haar 18e Jubeljaar. Dat was de tijd waarin de roeping van God verschoof naar de overwinnaars (“David”). Sindsdien zijn de overwinnaars opgewekt om de troon te bestijgen zodra de heerschappij van “Saul” ten einde kwam.

Preterisme weet weinig of niets over de feestdagen, dus erkennen preteristen geen Pinkstertijdperk dat een tussentijd is naar het Koninkrijkstijdperk. Onthoud dat Saul een koninkrijk had, net als David. Maar Sauls koninkrijk was niet hetzelfde als Davids koninkrijk. Evenmin is de Pinksterzalving hetzelfde als de Loofhuttenzalving. De Kingdom Now visie is slechts gedeeltelijk waar. Om het volledige plaatje te krijgen, moet je onderscheid maken tussen de twee koninkrijken.

Er was een Pesach tijdperk van Mozes tot Christus. Er was een Pinkstertijdperk in de tussentijd tussen de twee komsten van Christus. Er is een Loofhuttentijdperk dat nog moet komen. Het preterisme lijkt hier niets van af te weten en dat is zijn zwakte. De kracht (dat moet gezegd worden) is dat het ziet hoe Mattheüs 24 grotendeels vervuld werd in 70 na Christus. Het zou het idee moeten verwerpen dat alle profetie vervuld was ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus. Er wacht nog steeds een meer volledige verwoesting van Jeruzalem in de toekomst.

Bovendien is het door het erkennen van de beperkingen van Pinksteren en door de associatie met de regering van Saul duidelijk dat Pinksteren gefaald heeft in het vestigen van het Koninkrijk volgens het patroon van David. Dit was vanaf het begin in het goddelijke plan ingebouwd, maar we zullen dit waarschijnlijk missen tenzij we zien dat Saul een profetisch type was van het Pinksterkoninkrijk.

Ons doel is om meer openbaring van het woord te geven, zodat we een beter perspectief krijgen op de aard van God en het goddelijke plan in profetie. De plaats om te beginnen is het bestuderen van de feestdagen, hun profetische betekenis en wat ze ons leren over de aard van God.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>