• Home
  • De verwarrende kwestie van het bekeren van vreemdelingen – Deel 2

Dus wat zegt en doet Jezus?

Laten we verder lezen…

32 En voor hem zullen alle volken verzameld worden: En hij zal het zwoegen en de toewijding van zijn dienaren zegenen voor het brengen van alle naties en rassen voor zijn aangezicht en hij zal zeggen: dank u en ontvang een plaats aan mijn rechterhand van heerlijkheid voor het doen van dit …

Hmmmmm…. staat dat er?

Misschien staat er iets anders…

Dit is wat er in de tekst staat;

32 En voor Hem zullen alle volken verzameld worden, en Hij zal hen van elkander scheiden, zoals een herder zijn schapen van de bokken scheidt:

Nu zullen de kerken leren dat dit gaat over het scheiden van gelovigen van ongelovigen… maar dat is niet wat er staat… het gaat over mensen, de vraag van hun geloof komt er niet eens in voor. Voor hem staan vele volken…ETHNOS…de Griekse tekst zegt niet gelovigen of ongelovigen.

Dus, wat zal hij doen…hij zal ze van elkaar scheiden…dat betekent, de smeltkroes ongedaan maken…de zendingswerken ongedaan maken. We lezen over een christendom-brede Apartheid die wordt ingevoerd.

33 En hij zal de schapen aan zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan de linker.

34 Dan zal de Koning tot hen aan zijn rechterhand zeggen: Komt, gij gezegenden van mijn Vader, beërft het koninkrijk dat voor u bereid is vanaf de grondlegging van de wereld:

Dit komt overeen met Micha hoofdstuk 4 dat handelt over het einde van een tijdperk en door de context van het boek Micha wordt gesproken over het einde van de rijken waar Daniël het over had. Dus alle smeltkroesrijken eindigen en uit die lange geschiedenis komen de Israëlitische naties voort die worden opgericht als het Stenen Koninkrijk (Jezus is de Hoeksteen) en die worden verheven boven alles wat daarvoor is geweest. Als we naar vers 5 gaan lezen we…

5 Want alle mensen zullen ieder in de naam van hun god wandelen, en wij zullen wandelen in de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd.

Lees dat goed, er staat dat NADAT de rijken der mensen zijn gevallen, en dat is inclusief het kerkelijk tijdperk, er iets bijzonders gebeurt. Het is duidelijk dat voor dat einde, dat leidt tot een nieuw begin, andere rassen leven binnen dat systeem van rijken, meer nog, aan het einde van deze rijken. Er lijkt een soort religieus systeem te zijn binnen de grenzen van het laatste rijk in Daniëls visioen in die eindtijd, en één waar alle rassen hun goden hebben verlaten en één zijn geworden met een god die oorspronkelijk niet van hen was.

Wiens god is dit dan? Het is de joods-christelijke god, het smeltkroonsysteem van geloof. Dit is niet de Islam, of het Boeddhisme zoals het verhaal ons vertelt, het is binnen het Koninkrijksgebied. De volgelingen zijn degenen die voor Christus zijn gebracht als Joods-christenen omdat ze hun goden niet meer hadden, ze zijn bekeerd door religieuze fanatiekelingen. En het lijkt erop dat Israëlieten ook bekeerd zijn tot dit door de staat gesanctioneerde systeem. Het lijkt er dan op dat Israëlieten (de ‘wij’ in dit vers) ook dit geloofssysteem volgden en dat zij hun God niet volgden. Dan zien we een verschuiving, dezelfde verschuiving die we in Matteüs 25 lezen. De twee groepen, Israëlieten en niet-Israëlieten zullen van elkaar gescheiden worden zoals een herder schapen van bokken scheidt.

Die verschuiving betekent dat het judeo-christendom tot een einde komt omdat niemand het meer zal volgen omdat de Niet-Saksons zullen terugkeren naar de goden die de kerkzendelingen zo hard probeerden uit te roeien (dus hun terugkeer naar hun goden is wat God wil!!) en Israëlieten/Saksons zullen ook het judeo-christendom dumpen en christenen worden, namelijk terugkeren naar hun GOD, en ze doen dit door te leven naar Zijn wet die de wet van Saksondom wordt.

De kerken hebben verbluffend werk geleverd met het vervalsen of vernietigen van het woord van God met hun Tradities. Die ziekte is inderdaad niet nieuw, de Farizeeën deden hetzelfde en de Bijbel noemt hun leer zuurdesem.

Bovendien moest dat zuurdesem het hele kerktijdperk besmetten, vandaar dat Jezus in de gelijkenissen over het Koninkrijkstijdperk op het niveau van de Tarweoogst zei: “Weet gij niet dat een weinig zuurdesem de hele klomp zuur maakt? …Pas op voor het zuurdesem van de Farizeeën…”.

De farizeïsche kerkstructuur en doctrines hebben nu de ‘hele klomp’ van wat het christendom was, volledig gezuurd.

Zij hebben in de hoofden van de mensen de regels bepaald van wat wel en wie geen christen is, maar de ware regel om te bepalen wie wel en wie geen christen is, wordt bepaald door God…niet door de kerken. De Bijbel staat vol verzen om ons dat te leren en wat ik hierboven uit Romeinen heb geciteerd is slechts een greep uit de vele verzen, maar het boek Galaten heeft een prachtig hoofdstuk dat zo’n beetje het bepalende ‘woord’ is over de kwestie van wie wel en wie geen christen is.

Joods-christenen en christenen zijn twee totaal verschillende ‘groepen’ mensen.

Een Joods-christen is een categorie mensen die zegt dat we een gemeenschappelijk erfgoed delen met de Joden, vandaar Judeo… en dus zijn ‘Joods-christenen’, ook wel kerkgangers genoemd, tarwemeel vermengd met zuurdesem… het zuurdesem van de Farizeeën.

Christenen’ aan de andere kant zijn een kleine minderheid, historisch vervolgd door de kerken omdat ze durfden te zeggen dat de kerken het woord van God vernietigen met hun tradities. Christenen zijn degenen die zeggen: “haal dat Judeo uit mijn christendom!”. Christenen laten Jezus niet in hun hart toe omdat ze weten dat niemand Jezus in hun hart kan toelaten. Uitverkoren zijn betekent dat je het recht om te kiezen geeft aan degene die het soevereine recht heeft om te kiezen. Als we niet uitverkoren zijn, dan kunnen we onszelf niet uitverkiezen om uitverkoren te worden, want dat geeft ons het recht om te kiezen en neemt het weg van Jezus. Het principe van uitverkiezing is dat de uitverkorenen zichzelf nooit in een ambt stemmen. De bijbel maakt het heel duidelijk door de eenvoudige woorden: mijn uitverkorenen. Het zijn dus Gods uitverkorenen… Hij kiest, Jezus kiest, niet wij. Dus laten we nu nog eens kijken naar dat gebruik van dat simpele woordje ‘wij’ en wie er dan wordt gekozen en wie er dan als christen wordt beschouwd…

Galaten 3 King James Versie (KJV)

3 O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij de waarheid niet zoudt gehoorzamen, voor wiens ogen Jezus Christus (Christus is een woord dat betekent: de Gezalfde of de Geheiligde) klaarblijkelijk is voorgesteld, gekruisigd onder u?

Net als in Romeinen en in ALLE boeken van het NT richt de schrijver, in dit geval Paulus, zich tot een bepaalde groep mensen…waarom? Bavianen? Zoeloes? Arabieren? Koreanen? Eskimo’s? Wie? Galaten!

Wie zijn de Galaten? Wat betekent het woord Galaten? Het achtervoegsel -ians betekent die mensen van… Waarvan? Van Galat. Wat is Galat? Een variant van Gallië. Dus het volk van Gallië. Wie zijn de Galliërs?

Het woord Gallië kent vele variaties, Chel, Chelt, Gel, Geld, Cel, Kel, Celt, Kelt, Chal, en meer, elke variatie is het gevolg van de taalkundige wetten van Letterverschuiving. Ik zal hier niet ingaan op de rudimentaire taalwetten, want dat is een enorm, maar fascinerend onderwerp, maar voor nu is het genoeg om te weten dat variaties van dat woord in heel Europa en Klein-Azië voorkomen. Zoals Galicië, Gallië, Cheltenham, Gelderland en Galatië. Iedereen die iets weet over de etnische wortels van mensen in deze regio’s zou moeten weten dat de Galaten Kelten zijn (uitgesproken als Kelts en niet Selts dankzij de onwetendheid van voetbalfans en hun Celtic-United dat ze verkeerd uitspreken als Seltic United). De Bijbel vertelt ons dat Abraham een Chaldeeër was. Het woord Chald betekent ‘Hooglander’. Toch was Chalea een deltaland, een laag land, een onderland, geen hoogland. Dit komt omdat Adamitische Hooglanders naar Sumerië trokken en het koloniseerden en het naar zichzelf hernoemden, het Land van de Hooglanders…Chaldea. We zouden dan ook kunnen zeggen, het land van de Kelten. Abraham was een Kelt. De Galaten waren Kelten. We zien dat bevestigd in de geschiedenisles die Paulus hier geeft als het gaat om wie een christen is en aan wie de BELOFTE toebehoort. Als we zien dat Paulus hetzelfde deed met de Romeinen, dan delen de Romeinen dezelfde historische wortels.

Het boek Galaten is dus gericht aan Kelten. Maar deze Kelten leefden in de Helleense wereld (systeem) en waren dus gehelleniseerd. Ze spraken Grieks.

Aangezien Abraham een Kelt was, en de Izaäk zonen van Abraham kwamen en de Israëlieten dus van Izaäk zijn, dan zijn de Israëlieten allemaal Kelts. Maar deze leefden buiten Judea en werden dus geen Judeeërs genoemd, maar Grieken. Houd dat allemaal in gedachten als je leest, er is geen verschil tussen Griek en Jood, dus Hellen of Judeeër. De Bijbel zegt nooit dat er geen verschil is tussen Griek of Zoeloe, of Griek of Arabier, of Griek of Koreaan. De Bijbel is heel specifiek.

Aangezien er onder de Judeeërs Judahieten waren (die van de stam van Juda) dan waren de Judahieten, ook van Abraham, Kelten van etniciteit.

Daarom is er geen verschil tussen Grieken en Judeeërs. Het enige verschil was dat zij die in Judea geboren waren, onder de jaarlijkse reinigingsrituelen van de Tempeldiensten vielen en dus rein werden geacht en dat alle andere Israëlieten / Kelten daardoor niet gereinigd werden en dus onrein werden geacht. Maar Jezus stierf voor ‘allen’ allen van wat? Alle Israëlieten, rein of onrein, en maakte zo de onreinen rein. Hij was het ultieme tempeloffer dat ‘ALLE’ Israëlieten kon bedekken, ongeacht waar ze in de wereld verspreid waren. Noem daarom geen ‘mens’ onrein…Mens…Adamiet. Dit betekent dan dat hij verlost is, dit is het concept van EIGENDOM dat gekocht is, ook verkozen is om gekocht te worden.

De te kopen ‘goederen’ kiezen er niet voor om gekocht te worden, de koper doet het kiezen. Het goed kan de koper niet in zijn hart sluiten. Evenzo heeft de klei niet te zeggen wat het voor de pottenbakker moet zijn. Dit brengt ons terug bij het vers om te prediken aan ALLE schepselen, al die schepselen die voorbestemd waren om EIGEN te worden door teruggekocht te worden.

Laten we dus verder lezen in Galaten…

2 Dit alleen wil ik van u leren: Hebt gij de Geest ontvangen door de werken der wet, of door het gehoor des geloofs?

3 Zijt gij zo dwaas? Zijt gij, nadat gij in de Geest begonnen zijt, nu door het vlees volmaakt geworden?

4 Hebt gij zovele dingen tevergeefs geleden? Indien het nog tevergeefs is.

5 Die u dan de Geest verkondigt, en wonderen onder u doet, doet hij dat door de werken der wet, of door het gehoor des geloofs?

6 Gelijk Abraham God geloofde, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.

7 Weet dan, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn.

Tegen wie richt Paulus zich? Galaten, geen Zoeloes enzovoort. Hij spreekt dus tot verwanten van Abraham en hij zegt dat zij kinderen van het geloof zijn.

8 En de Schrift, voorzeker, dat God de heidenen door het geloof zou rechtvaardigen, predikte vóór Abraham het evangelie, zeggende: In u zullen alle volken gezegend worden.

Wie zijn dan alle volken? Alle als in elk ras of elke stam? Dat Griekse woord waaruit naties is vertaald heeft verschillende betekenissen, variërend van stammen tot rassen, dus de echte kwestie voor iedereen met enig gezond verstand is om te beslissen welke betekenis toepasselijk is. Dat kan alleen gedaan worden door de context te begrijpen. De context in dit hoofdstuk is dat de verwanten van Abraham worden aangesproken. Dus daarom is de betekenis hier stammen, ofwel clans, dus verwanten. We zien immers dat de context in de eerste verzen wordt vastgelegd… namelijk de Galaten. En het is duidelijk dat niet alle rassen gezegend kunnen worden, want Esau heeft God gehaat, zoals we hebben gelezen in Romeinen, de woorden geschreven door dezelfde man, Paulus. Bovendien weten we dat het hele Huis van Ezau zal worden weggevaagd, dat is nauwelijks een zegen. Dus alle volken kan niet alle rassen betekenen, het kan in de context alleen maar alle stammen betekenen. Lees dat hele hoofdstuk van Romeinen nog eens, dan hoef ik niet alle uitleg over te typen.

9 Dus zij die gelovig zijn, zijn gezegend met de trouwe Abraham. (want hij is hun voorvader, hij is niet de voorvader van de Zoeloes enzovoort).

10 Want zovelen als van de werken der wet zijn, die zijn onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet volhardt in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om die te doen.

Nu hebben we hier bevestiging over welke volken hij sprak, wat ik bedoel is; stammen of rassen? Duidelijk stammen, want ALLEEN de stammen van Israël waren onder de wet en hadden dus als gevolg van het breken van deze wetten, de vervloekingen van de wet. GEEN ANDER ras had dit probleem, alleen de stammen van Israël.

11 Maar dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt in de ogen van God, dat is duidelijk; want de rechtvaardige zal door het geloof leven.

Dus degenen die onder de wet waren, moesten door geloof leven. Dit betekent niet dat elke tweevoeter een Israëliet kan worden door geloof te leven, het betekent dat het leven door geloof ALLEEN van toepassing is op hen die ONDER de wet waren. Een bepaalde bijbelleraar, wiens naam ik niet zal noemen, heeft gedeeltelijk gelijk als hij zegt dat we geen Israëlieten zijn door ras maar door genade, maar die genade is, zo vergeet hij, alleen van toepassing op degenen van een bepaald ras, omdat alleen dat bepaalde ras genade kan krijgen door uit de genade te vallen. Degenen die nooit onder die specifieke wet waren, kunnen die wet nooit breken en dus nooit uit de genade vallen, en kunnen dus geen genade krijgen door geloof. We kunnen het bekijken in de zin van training. Paarden trainen om koetsen te trekken is wat ervoor zorgt dat die paarden hun werk doen. En het kan alleen gedaan worden met een bepaald type paard. Maar niet alle paarden van dat type worden zo getraind. Dat trainingsprogramma werkt alleen voor dat type, het zal niet werken op andere types zoals Zebra’s. Dus wordt het geloof geplaatst in die paarden onder de wet van die training.

12 En de wet is niet uit het geloof, maar: De mens die ze doet, zal daarin leven.

Nogmaals, van wie was die man dan een soort die deel uitmaakte van een volk dat onder de wet leefde? Die van Isaak.

13 Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, doordat Hij voor ons een vloek gemaakt heeft; want er staat geschreven: Vervloekt is een iegelijk die aan een kruis hangt:

Wie heeft Jezus verlost? De ‘ons’. Wie is de ‘ons’? De mensen tot wie hij spreekt. Wie zijn dat? Galaten. En ze werden opnieuw gekocht. Het volk van EIGENDOM, de Ktisis, die EIGENDOM-schepselen.

14 Opdat de zegen van Abraham over de heidenen zou komen door Jezus Christus; opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.

Wie zijn de heidenen? De gehelleniseerde ‘Ktisis’.

15 Broeders, ik spreek naar de wijze der mensen; al is het maar een verbond van een mens, toch, als het bevestigd is, maakt niemand het ongedaan, of voegt er iets aan toe.

16 Aan Abraham en zijn zaad zijn de beloften gedaan. Hij zegt niet: En aan zaden, als aan velen, maar als aan één: En aan uw zaad, dat is Christus.

Nogmaals, wie? Wie zijn dan de kinderen van het geloof aan wie de beloften zijn gedaan? Zagen we het antwoord niet in Romeinen? Ja, en we zien het antwoord ook hier in dat vers. De nakomelingen van Abraham. Dus de etnos voor het woord volken in de hele context hier is die stammen van Abraham, niet andere rassen, en zoals we zwart op wit kunnen lezen: “Hij zegt niet: En tot zaad, als van velen, maar als van één… en dat zaad is van Christus (of beter gezegd; de gezalfde – dus van het geheiligde volk – van de Israëlieten en de entbare verwanten).”

Het woord voor Christus is natuurlijk Christos en het betekent niet Jezus. Maar het kan wel verwijzen naar Jezus zoals hij gezalfd is. Maar het verwijst ook naar de Galaten en alle stammen van Abraham tot en met Izaäk die op deze manier gezalfd zijn en dus Christos worden, vandaar christenen. Dus door duidelijke taal, kunnen alleen degenen van Abraham tot Izaäk christenen zijn… “En aan uw zaad, dat Christus is”…geen ander ras. En we zullen verderop meer redenen zien waarom.

17 En dit zeg ik, dat het verbond, dat eerder van God in Christus bevestigd was, de wet, die vierhonderddertig jaar daarna was, niet ongedaan kan maken, dat het de belofte van geen kracht zou maken.

Dus de belofte is niet van nul en generlei waarde, ondanks wat de Joodse christenen doen.

18 Want indien de erfenis van de wet is, is zij niet meer van de belofte; maar God heeft haar aan Abraham gegeven door de belofte.

19 Waarom dient dan de wet? Zij is toegevoegd vanwege overtredingen, totdat het zaad zou komen aan wie de belofte is gedaan; en zij is door engelen verordend in de hand van een middelaar.

20 Een middelaar nu is geen middelaar van één, maar God is één.

21 Is dan de wet tegen Gods beloften? God verhoede het; want indien er een wet gegeven was, die leven had kunnen geven, waarlijk, de gerechtigheid zou door de wet geweest zijn.

22 Maar de Schrift heeft allen onder de zonde gesloten, opdat de belofte door het geloof van Jezus Christus gegeven zou worden aan hen die geloven.

Door dit ene vers te gebruiken, ondanks alles wat hiervoor is gezegd, hebben Judeo-christenen dit vers op de een of andere manier gegoocheld om tegen alle andere verzen in het hoofdstuk te spreken door te proberen het te laten zeggen… ‘alle rassen’. Maar er staat niet ‘alle rassen’. Er staat ‘alle’ en het ‘alle’ als woord wordt gebruikt in de grotere context van wat hier wordt uitgelegd… bijna tot het punt dat het pijnlijk wordt uitgelegd… het ‘alle’ zijn allen van Abraham die geloven!

Waren alle rassen onder de zonde? Nee. Allen in de context, anders zou Paulus tegen zichzelf spreken.

23 Maar voordat het geloof kwam, werden wij onder de wet gehouden, opgesloten tot het geloof dat naderhand geopenbaard zou worden.

Hier zien we dan weer de context, “WIJ” waren onder de wet. Wie is de ‘wij’? Galaten en andere verwanten van Abrahams zaad door Izaäk. Zij zijn de “allen” die worden aangesproken.

24 Daarom was de wet onze leermeester om ons tot Christus te brengen, opdat wij door het geloof gerechtvaardigd zouden worden.

Let nu goed op dit ene vers dat door de meeste Joods-christelijke christenen zo wordt verdoezeld!

Om een christen te zijn zijn er verschillende kwalificaties, zoals hierboven vermeld en men moest van Abrahams zaad zijn, en alleen het ene zaad en via Izaäk, maar er is meer… de leermeester.

Die naties, als men het woord naties wil gebruiken om andere rassen dan de stammen van Israël aan te duiden, ZIJN NOOIT onder de Schoolmeester geweest. Dus nooit onder de Wet. En de enige manier om christen te zijn is om wat er met een volk is gebeurd? Onderworpen zijn aan de Schoolmeester, “…de wet was onze leermeester om ons tot Christus (of tot de Zalving) te brengen, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof.” Als een ras dat niet had, dan kunnen ze niet tot Jezus of de ‘zalving’ gebracht worden, omdat de enige weg naar Jezus of om ‘gezalfd’ te worden (d.w.z. een christen te zijn) via de Schoolmeester was, daarom kan elk ras dat dat niet als hun culturele training had, geen christen zijn. Ze kunnen natuurlijk wel Joods-Christelijk zijn omdat Joods-Christenen een andere Jezus hebben, een Hippy Jezus zonder de Schoolmeester. Ze hebben een Jezus van hun eigen makelij, ze hebben Jezus naar hun eigen beeld gemaakt, dat beeld is hun wens en wensdroom dat ze kunnen bekeren wat ze maar willen, variërend van mussen tot eskimo’s, afhankelijk van bij welke sekte men hoort.

25 Maar nadat het geloof is gekomen, zijn we niet langer onder een schoolmeester.

Nogmaals, ‘wij’ niet ‘zij’ en ‘hen’ of alle schepselen groot en klein. Nee mensen, het zijn de ‘wij’ die onder de schoolmeester stonden, onze voorvaderen van EEN zaad, van Abraham via Izaäk… begint het duidelijk te worden vraag ik me af?

26 Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.

Wie zijn de kinderen? De JULLIE tegen wie hij het heeft.

27 Want zovelen van u als in Christus gedoopt (gezalfd) zijn, hebben Christus (gezalfd) aangedaan.

28 Er is geen Jood noch Griek, er is geen slaaf noch vrije, er is geen man noch vrouw, want gij zijt allen één in Christus Jezus.

Ik heb de kwestie ‘Jood noch Griek’ hierboven al beschreven…

29 En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij Abrahams zaad en erfgenamen naar de belofte.

Dus nogmaals, volgens de belofte…en wie zei deze zelfde apostel in Romeinen dat de kinderen van de belofte waren? Als het niet tot je doordringt, herlees dat hoofdstuk dan nog eens en dat van Romeinen.

De lezer komt dan met de volgende verzen en verschillende andere over de kwestie van ‘vreemdelingen’ en welk deel zij met ons hebben als de verzen lijken te hinten dat we met hen verbonden kunnen worden. Ik hoef echter niet op elk vers in te gaan dat hij heeft gepresenteerd. Slechts een paar van deze goed beantwoordde verzen zullen ook de andere verzen behandelen en kunnen beantwoord worden met dezelfde gevolgtrekkingen en woordzoekerij in de oorspronkelijke teksten.

Dus hij schrijft en citeert;

“Zie Ezechiël 47:22-23 “En het zal geschieden, dat gij het door het lot zult verdelen tot een erfdeel voor u, en voor de vreemdelingen (woord 1616), die onder u verblijven, en zij zullen u zijn als geboren in het land onder de kinderen Israëls; ZIJ zullen erfdeel met u hebben onder de stammen Israëls. 23 En het zal geschieden, in welke stam de vreemdeling woont, daar zult gij hem zijn erfdeel geven, spreekt de Here God.”

Welnu, dit is een van de vele lievelingsverzen van de Joods-christelijke christenen, die zo zwaar leunen op de vertalingen van hun geestverwanten. Met andere woorden, zoals het gezegde luidt: de Winnaar schrijft de geschiedenis. Of in dit geval, de Joods-Christenen die een andere Jezus hebben, herschrijven de bijbel door middel van vertalingen die passen bij hun smeltkroes idealen. Lees mijn werk over Openbaring ontcijferd en daar leg ik met Openbaring de geschiedenis van de kerken uit en hoe zij al heel vroeg in hun geschiedenis de leer van Balaam volgden (die gaat over het laten accepteren van de smeltkroes door de kinderen van Israël). Dus toen deze Joods-christelijke christenen de oorspronkelijke tekst vertaalden, vertaalden ze gewoon teksten verkeerd om bij hun tradities te passen… wie zou het immers weten? De meeste mensen konden niet eens lezen. Dus ze zijn weggekomen met onbetrouwbare vertalingen…nou het spel is uit. De originele teksten vertellen een heel ander verhaal. Hier zijn dan die verzen in de originele tekst. En onthoud dat de Massora Tekst niet de originele Hebreeuwse tekst is. De meest originele tekst is de LXX en het is de tekst die Jezus en de apostelen gebruikten, dus door hen bekrachtigd en een betere autoriteit kun je niet vinden.

Dus hier is dan Ezechiël 47:22-23 in de originele tekst…

Vers 22

βαλε τε αὐτὴν ἐν κλ ρῳ ὑμ ν καὶ το ς προσηλ τοις το ς παροικο σιν ἐν μ σῳ ὑμ ν οἵτινες ἐγ νησαν υἱοὺς ἐν μ σῳ ὑμ ν καὶ ἔσονται ὑμ ν ὡς αὐτ χθονες ἐν το ς υἱο ς το Ισραηλ μεθ ὑμ ν φ γονται ἐν κληρονομ ᾳ ἐν μ σῳ τ ν φυλ ν το Ισραηλ

Vers 23

καὶ ἔσονται ἐν φυλ προσηλ των ἐν το ς προσηλ τοις το ς μετ αὐτ ν ἐκε δ σετε κληρονομ αν αὐτο ς λ γει κ ριος θε ς

Zoals je kunt zien heb ik een bepaald woord gemarkeerd, en dat is προσηλ τοις wat NIET ‘vreemdelingen’ betekent, en zeker niet in de context van die van ‘een ander ras’.

Dat woord betekent; Proselyte! “een persoon die zich van de ene mening, religie of partij tot een andere heeft bekeerd”. Dat betekent dus niet ‘een ander ras’ het betekent iemand die bekeerd is en in de context, van je eigen soort.

En om dit verder te bevestigen, lees de hoofdstukken die ik hierboven gaf en ga dan een paar bladzijden terug in de Bijbel naar het hoofdstuk met het vers Ezechiël 44:7 om inzicht te krijgen in de kwesties in volledige context. Dit is een hoofdstuk dat voorafgaat aan hoofdstuk 47 met het ’troetelvers’… Dan lezen we in hoofdstuk 44…

7 “Omdat gij vreemdelingen in mijn heiligdom hebt gebracht, onbesneden van hart en onbesneden van vlees, om in mijn heiligdom te zijn, om het te verontreinigen, zelfs mijn huis, wanneer gij mijn brood offert, het vet en het bloed, en zij hebben mijn verbond verbroken vanwege al uw gruwelen.”

Wie zijn dan de vreemdelingen hier? Grieks: ἀλλογενής (allogenēs), gebruikt in de Septuagint, wat betekent “[van] een andere familie/natie, vreemdeling” van Grieks allogenes “van een ander ras, vreemdeling,” van allos “ander, anders” (zie allo-) + -genes “geboren” (zie -gen) + -ic.

Dit is dus raciale vreemdeling. Het vers maakt deel uit van een bredere uitleg van de ziekte van de leiders die de wet en orde moeten handhaven binnen de Israëlitische gebieden, en wijst op het algehele bestuur van het koninkrijk en wat dat betreft, op elk koninkrijkniveau in de geschiedenis van genoemd volk. God berispt deze leiders omdat ze niet discrimineren en niet het gezonde verstand hebben om het verschil te zien tussen naties-als-stammen of naties-als-rassen.

Het woord Allogenes had niet vertaald moeten worden als ‘vreemdelingen’, maar als vreemdelingen.

En het woord προσηλ τοις had niet vertaald moeten worden als ‘vreemdelingen’, maar als Proselieten.

Maar de vertalers hebben deze woorden verkeerd vertaald, niet één keer, maar elke keer, dus het was niet per ongeluk, maar met opzet.

En omdat het met opzet was, hebben we de Allogenes, de raciale vreemdelingen, lange tijd in het heiligdom gebracht. Wat is het Heiligdom in het NT? Het is de Tempel die zonder handen gemaakt is. Het is dus ONS volk en waar we wonen. En de priesters hebben niet het verschil gemaakt tussen ‘wij’ en ‘zij’ door te zeggen dat ze ‘allen’ tot Christus hebben gebracht.

De schrijver vraagt dan: “Hoe zit het met 1 Koningen 8:41-43?”

41 En aangaande een vreemdeling (5237), die niet uit uw volk Israël is, maar uit een ver land komt om uws naams wil; 42 (want zij zullen horen van uw grote naam, en van uw sterke hand, en van uw uitgestrekte arm;) wanneer hij zal komen en bidden tot dit huis; 43 hoor naar uw woning in de hemel, en doe naar alles waartoe de vreemdeling tot u roept: Opdat alle volkeren der aarde Uw Naam kennen, om U te vrezen, gelijk ook Uw volk Israël, en opdat zij weten, dat dit huis, dat ik gebouwd heb, met Uw Naam genoemd wordt.

Het Griekse woord hier is ἀλλοτρ ῳ wat betekent; van een ander, van anderen, vreemd, buitenlands. Dit vers heeft niets te maken met het bekeren van de vreemdeling, het gaat over God die hen hoort.

God zegt dat hij zelfs de roep of behoeften van mussen hoort, dat betekent niet dat hij ze tot christenen wil bekeren. In een smeltkroesrijk, en de geschiedenis van de wereld bestaat uit zulke rijken, zullen er vreemdelingen in ons land zijn omdat de priesters het woord van God hebben vernietigd met hun tradities. Dat betekent niet dat God de vreemdelingen haat. Hij heeft ze geschapen. Maar Hij heeft ze geschapen om ‘hen’ te zijn en niet ‘ons’. Het betekent dat God hoort wat ze bidden, maar Hij zal niet luisteren als een geest in een fles om hun bevelen tegen ons uit te voeren, tenzij we zondigen en te kort zijn geschoten in genade, maar dat is een ander studiegebied op zichzelf.

Ik zal ook ingaan op dit vers dat de lezer stuurde en ik denk dat dit elk vers zou moeten dekken dat gaat over de verschillende woorden die in de bijbel verspreid staan en vertaald zijn als Vreemdelingen, terwijl de woorden beter vertaald hadden kunnen worden…

Hij vraagt, Exodus 12:48 “En wanneer een vreemdeling (1616) bij u zal verblijven, en het Pascha voor de Here zal houden, laat dan al zijn mannen besneden zijn, en laat hem dan naderen en het houden; en hij zal zijn als iemand die in het land geboren is, want geen onbesnedene zal daarvan eten.”

De Griekse tekst is;

ἐὰν δ τις προσ λθῃ πρὸς ὑμ ς προσ λυτος ποι σαι τὸ πασχα κυρ ῳ περιτεμε ς αὐτο π ν ἀρσενικ ν καὶ τε προσελε σεται ποι σαι αὐτὸ καὶ ἔσται ὥσπερ καὶ ὁ αὐτ χθων τ ς γ ς π ς ἀπερ τμητος οὐκ ἔδεται ἀπ αὐτο

Hier zien we dat het woord Proselyte is…het betekent iemand die bekeerd is en ten tijde van Exodus begrepen de Israëlieten volledig dat de wet die Mozes hen vertelde dat het bekeren van raciale vreemdelingen verboden was, daarom waren degenen die bekeerd waren tot ‘De Weg’ heidense raciale verwanten en geen raciale vreemdelingen waren. Dus nogmaals zeg ik…DENK mensen…DENK! De zogenaamde Hebreeuwse tekst met de Strong’s code 1616 is Ger, en daar geeft Strong de betekenis aan, als ‘gast’ maar dat vind ik een beetje te wazig. De LXX is het gezaghebbende laatste woord, en de LXX zegt, Proselyte, en alleen verwanten mochten bekeerd worden en alleen zij waren bedoeld om ‘onder de wet’ te zijn. Dus dit is meer dan een gast, het is een bloedverwant die op “de Weg” wordt gebracht.

Dit is weer een geval waarin de vertalers niet eerlijk zijn geweest.

De Masoretische Tekst gebruikt het woord “ger”, wat betekent “medereiziger”, van het stamwoord “geyr”, wat betekent “een gast”. Natuurlijk is de Griekse versie meer gezaghebbend.

We hebben het dus over iemand die vervreemd was van de Wet, dus iemand wiens stam onder de wet viel of ‘entbare’ verwanten waren die op een bepaald moment heidens waren geworden (zoals alle Saksons/Kelts nu zijn, een paar uitgezonderd), maar die zich voortaan bekeert tot de wet die speciaal voor hun soort en hen alleen is gemaakt. Dus een verloste, ‘een ktisis’.

Tot slot

Judeo-christenen hebben andere rassen bekeerd die ooit heel gezond waren met de oorspronkelijke religies die God hen gaf… en door hen te bekeren tot een niet-religie, waarmee ik bedoel, een kunstmatige religie genaamd Judeo-christendom, hebben deze kerkmensen iedereen tot waanzin gedreven door dingen te geloven die hen nooit door God zelf zijn opgedragen. In zulke krankzinnige doctrines worden krankzinnige visioenen gegeven omdat ze een leugen zouden geloven. Op een dag zal God deze puinhoop moeten opruimen en wanneer Hij dat doet, zal het judeo-christendom, een Frankenstein-religie, tot het verleden behoren en zal elk ras terugkeren naar de goden die God hen gaf, en ons volk zal terugkeren naar de Wet (god) die ONZE God (Wet/wetgever) aan onze voorouders gaf.

Dus laat het laatste woord gaan naar Micha, het vers dat eerder werd genoemd…

Want alle (andere) mensen zullen ieder in de naam van zijn god wandelen, en wij (ons volk) zullen wandelen in de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>