• Home
  • De rijke man en Lazarus – Deel 1
30 december, 2022
Ben Williams

Een reactie van de vertaler

Ik(Sjouke) neem u mee in een studie wat bestaat uit 4 hoofdstukken. Ik ga al de 4 hoofdstukken in delen plaatsen zodat een ieder op zijn/haar eigen gemak dit kan lezen. Deze studie omvat schokkende stukken wat uw beeld drastisch kan veranderen. U zult merken dat uw geloof op de proef zal worden gesteld en dat wat u altijd hebt geloofd op zijn kop zal zetten.

Het is niet ons doel om u aan te vallen. Ons doel is om u uit uw slapende toestand te kunnen krijgen. Ons volk is momenteel bedekt met een sluier van onwetendheid.

In deze studie zullen vele misstanden naar voren komen. Mensen hebben onterecht in dingen gelooft die niet bestaan. Mensen zijn onterecht bang gemaakt voor een hel en een verdoemenis waardoor je steeds meer ziet hoe bang mensen zijn gemaakt voor de dood. Gelovig of ongelovig, beiden zullen uiteindelijk eindigen in een graf(sheol). In deze 4-delige studie nemen wij u mee en alleen vanuit de Bijbel laten wij u zien hoe predikanten en evangelisten tegenwoordig ons volk aan het misleiden zijn.

Het verhaal omtrent de Rijke man en Lazarus werd en wordt nog altijd gebruikt om daarmee aan te tonen dat er een hel en een hemel bestaat. In deze studie gaan wij juist laten zien welke beeldspraak in die gelijkenis zit verwikkeld. Verborgenheden worden geopenbaard en de misleiding over ons volk zal op een dag verdwijnen.

Omdat ik vroeger(voorheen) ook altijd heb geloofd in een hemel en een hel, ben ik nu op een punt gekomen waarin ik terdege besef hoe misleidt ik was. Jezus zegt immers zelf ook: zie dat niemand u misleide, dit betekend dat je als bekeerde Israëliet ook nog misleid kunt worden. Gelukkig heb ik nu de juiste mensen om mij heen waarmee ik nauw samenwerk en ik ben dankbaar dat God mij hierin heeft geholpen. Het is geen verdienste van mijzelf om de waarheid te mogen kennen, het is een gift wat ons gegeven kan worden indien we er naar zoeken.

Mijn koppigheid, het dwars tegen de draad in te gaan was blijkbaar een vereiste om tot de erkentenis van de waarheid te kunnen komen. Wie zich verzet en dwars tegen de huidige stelsel(Overheid en Kerk) in gaat is klaar om de waarheid te aanvaarden.

Hoofdstuk Een

Waar verhaal? Of gelijkenis?

We zullen hier in enig detail ingaan op het verhaal van “De Rijke Man en Lazarus,” zoals het door Jezus werd onderwezen en zoals het in Lukas 16 in de King James Bijbel staat opgetekend.

De meeste christenen hebben wel eens een boek gelezen of een preek gehoord waarin dit verhaal werd gebruikt. Bijna altijd zegt de spreker of de schrijver: “De rijke man werd getergd in het hellevuur en Lazarus was in de hemel.” Zij dringen er dan op aan dat dit verhaal hun leer “bewijst” dat “de meeste mensen na hun dood de eeuwige eeuwen schreeuwend en huilend zullen doorbrengen in grote hitte en vuur.”

Op het ogenblik zijn er miljoenen bladen en boeken in omloop in het Christendom, die de algemene bewering herhalen, dat dit verhaal, dat Jezus aan Zijn discipelen vertelde, eenvoudigweg gaat over “de gelukzaligheid van de hemel en de kwelling van de hel”.

Laten we eerst het hele verhaal lezen uit de King James Bijbel, Lucas 16: 19-31. Terwijl we lezen, zult u zien dat er andere mensen, dieren en voorwerpen in het verhaal voorkomen dan de rijke man en Lazarus. Deze worden door de predikanten zelf genoemd en bijna nooit uitgelegd.

“Er was een zeker rijk man, die gekleed was in purper en fijn linnen, en zich elke dag weelderig vermaakte;

En er was een zekere bedelaar, Lazarus genaamd, die aan zijn poort lag, vol zweren, en verlangde gevoed te worden met de kruimels die van de tafel van de rijke man vielen; bovendien kwamen de honden en likten zijn zweren.

En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en door de engelen in Abrahams boezem werd gedragen; ook de rijke stierf, en werd begraven;

En in de hel sloeg hij zijn ogen op, terwijl hij in kwelling was, en zag Abraham van verre en Lazarus in zijn boezem.

En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm U over mij, en zend Lazarus, opdat hij het topje van zijn vinger in water doopt, en mijn tong verkoele, want ik word gepijnigd in dit vuur.

Maar Abraham zeide: Zoon, bedenk, dat gij in uw leven uw goede dingen ontvangt, en evenzo Lazarus slechte dingen; maar nu is hij getroost, en gij wordt gekweld.
En daarnaast is er tussen ons en u een grote kloof, zodat zij, die van hier tot u willen komen, niet kunnen passeren, evenmin als zij tot ons kunnen komen, die van daar willen komen.

Toen zeide hij: Ik bid u dan, vader, dat gij hem naar het huis mijns vaders wilt zenden;

Want ik heb vijf broeders, opdat hij hun getuigenis aflegge, opdat zij ook niet komen in deze plaats van kwelling.

Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten; laat hen naar hen horen.

En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar indien iemand uit de doden tot hen zou komen, zouden zij zich bekeren.

En hij zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook niet overtuigd worden, al ware het, dat iemand uit de doden opstond.”

Jezus Christus vertelde ons zorgvuldig dat de “rijke man” gekleed was in purper en fijn linnen. Wat heeft dit fijne linnen te maken met een man die sterft en naar de hel gaat? En waarom zei Jezus dat “. …hij elke dag rijkelijk gekleed was”? (Lucas 16:19-31)

Behalve de drie mannen en de hel worden ook genoemd: purper, fijn linnen, poort, zweren, kruimels, tafel, honden, engelen, water, vijf broeders, Mozes, en de profeten. Waarom heeft Jezus deze vermeld als ze geen betekenis hebben? Is dit alleen “een verhaal van hel en hemel”? Of gaat het over iets anders?

Ook, “Er was een zekere bedelaar…” Waarom was hij een bedelaar? Waarom was zijn naam Lazarus? Waarom lag hij aan zijn poort, dat wil zeggen aan de poort van het huis van de rijke man?

Wat waren de kruimels van de tafel van de rijke man die Lazarus begeerde? Verder is er een detail dat “. . . honden kwamen en zijn zweren likten.” Wat waren de honden, en waarom had Lazarus zweren?

Als deze man gewoon zou sterven en naar de hemel zou gaan, waarom zou Christus dan in hemelsnaam uw en mijn tijd verspillen met een verwijzing naar honden die de zweren van de bedelaar likten?

In vers 22 staat dat de bedelaar stierf en door de engelen in Abrahams boezem werd opgenomen. Misschien is u nooit verteld waarom de bedelaar in Abrahams schoot werd opgenomen, in plaats van in de hemel. Dit is iets wat altijd uitgelegd zou moeten worden, maar wat bijna nooit gebeurt.

De rijke man stierf ook, maar blijkbaar werd hij nergens heen gedragen. In plaats daarvan “werd hij begraven, en in de hel (dit komt van het woord hades) sloeg hij zijn ogen op, terwijl hij in kwelling was, en hij zag Abraham van verre en Lazarus in zijn boezem” (vs.22, 23). Blijkt hieruit niet, dat waar deze man ook was, hij niet alleen Lazarus kon zien, die in Abrahams boezem was opgenomen, maar ook Abraham! Deze man zei:

“Vader Abraham, ontferm U over mij en zend Lazarus, opdat hij het topje van zijn vinger in water doopt en mijn tong verkoelt…” (vs.24).

Heb je je afgevraagd waarom deze rijke man slechts het topje van Lazarus’ vinger in het water zou willen? Een man “die brandt in de hel” zou toch zeker vragen om een emmer of een oceaan van water, of niet? Is er iets aan dit verzoek dat nadere uitleg behoeft?

De rijke man gaat verder met te zeggen, “…want ik word gekweld in deze vlam. . .” De predikanten leggen dit steevast uit als “de vuren van de hel.” Zoals we later zullen laten zien, wordt dit woord, dat hier met “vlam” wordt vertaald, slechts zeven keer in de Nieuwe Schrift gebruikt, en op de andere zes plaatsen wordt het Griekse woord voor vuur eraan toegevoegd, om het een brandende vuurvlam te laten betekenen. Maar in Lukas 16:24 wordt het woord gebruikt zonder het extra woord dat “vuur” betekent. Het is dus heel eenvoudig in te zien dat dit woord “vlam,” het niet “vuur” doet betekenen. Waarom leggen de predikanten dit niet uit als ze door het verhaal gaan?

“Maar Abraham zeide: Zoon,… (Waarom noemde Abraham deze man “Zoon?”)… Gedenk dat gij in uw leven uw goede dingen ontvangt en Lazarus slechte dingen; maar nu is hij getroost en gij wordt gekweld.”

En daarnaast is er tussen ons en u een grote kloof, zodat zij, die van hier tot u willen komen, niet kunnen passeren; evenmin kunnen zij tot ons komen, die van daar willen komen. (verzen 25, 26)

Let wel, Abraham heeft de rijke man reeds geïdentificeerd met het woord “Zoon”, en toch zegt hij hem, dat zij, die van zijde willen veranderen, dit niet kunnen doen. Dit impliceert dat zij het niet kunnen, maar dat sommigen “zouden willen,” of er naar toe willen. Waarom zou iemand nu van deze “hemel” van de fundamentalisten willen afdalen naar hun “hel”?

Toen zei de rijke man, “…. Ik bid u dan, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt. ”

Waarom sprak hij Abraham aan als “vader” en vroeg Abraham dan Lazarus naar zijn vaders huis te sturen? “…. Want ik heb vijf broeders ….” Broeders en zusters, als Jezus’ verhaal slechts een voorbeeld was van twee mannen die stierven, waarbij één van hen naar de hemel ging en de ander naar een brandende hel, waarom zou Hij de man dan beschreven hebben als iemand die vijf broeders had? God zet geen betekenisloze dingen in Zijn Woord.

De rijke man wilde dat Lazarus zijn vijf broeders zou waarschuwen om zich te bekeren, maar Abraham weigerde. Waarom zei Jezus dat de broeders van de rijke man Mozes en de profeten hadden? En wiens opstanding hen niet zou overtuigen zich te bekeren?

Terwijl wij verder gaan in deze studie zullen wij trachten u alle onbeantwoorde vragen in dit verhaal te laten zien, die nooit beantwoord worden door hen die prediken dat het slechts een verhaal van hemel en hel is. Het is onze hoop dat we uw eetlust hebben opgewekt om de antwoorden te willen weten op deze vragen in dit vreemde verhaal dat in Lukas 16:4 staat.

Hoofdstuk Twee

Wie was de zekere rijke man?

Er was een zekere rijke man, die gekleed was in purper en fijn linnen, en die zich elke dag weelderig vermaakte: begon Hem te begroeten, Heil, Koning der Joden (Judeeërs). Om Jezus Christus te bespotten, deden de soldaten Hem een purperen gewaad aan om het koningschap voor te stellen, want purper is de kleur die door koningshuizen wordt gebruikt. (Lucas 16:19).

Waarom beschreef Jezus Christus deze man als gekleed in purper en fijn linnen? Sommigen van u herinneren zich misschien het oude gezegde dat wij gebruiken als wij het over een persoon van hoge klasse hebben: “Wel, hij moet in het purper geboren zijn.”

Toen de Midjanieten Israël hadden veroverd, liet God Gideon opstaan om Israël te bevrijden en de macht van de Midjanieten te vernietigen. Toen de oorlog voorbij was, lazen we dat Gideon alle rijkdommen van de Midjanieten verzamelde:

En het gewicht van de gouden oorringen was duizend zevenhonderd sikkelen goud, naast de ornamenten, en de halsbanden, en het purperen vaandel, dat de koningen van Midjan omhadden, en naast de ketenen, die om hun kemelshalzen waren. (Richteren 8:26)

Merk op dat de koningen van de Midjanieten purper droegen.

U zult zich ook herinneren dat Jezus bij de kruisiging door Pilatus werd genoemd: “De Koning der Joden (Judeeërs).” We lezen in Marcus 15:16-18 dat de soldaten. . . “Hem bekleedden met PURPEL en een doornenkroon vlechtten en die om Zijn hoofd plaatsten. Niet alleen was de zekere rijke man gekleed in purper om het heerserschap over het volk voor te stellen, maar hij was ook gekleed in fijn linnen. Toen het priesterschap in Israël werd ingesteld, instrueerde God Mozes in Exodus 28:

En neem tot u, Aäron, uw broeder, en zijn zonen met hem, uit het midden der kinderen Israëls, opdat hij Mij het priesterambt bediene, namelijk Aäron, Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aäron.

En gij zult voor uw broeder Aaron heilige klederen maken tot heerlijkheid en tot schoonheid.

En gij zult spreken tot allen, die wijs van hart zijn, die Ik vervuld heb met de Geest, dat zij voor Aaron klederen maken om hem in te wijden, opdat hij Mij het priesterambt kan bedienen.

Dit zijn de klederen, die zij maken zullen: een borstlap, en een efod, en een mantel, en een mantel van breigoed, een mijter en een gordel; en zij zullen voor uw broeder Aaron en zijn zonen heilige klederen maken, opdat hij Mij het priesterambt bedienen zal.

En zij zullen goud, en blauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen. (Exo. 28:1-5)

Leviticus 6 en Leviticus 16 zeggen ons ook dat de priesters een gewaad van fijn linnen moesten dragen, en de hogepriester een broek van fijn linnen. Ezechiël 9 en Daniël 10 en 12 vertellen ons dat de boodschappers van God, die deze profeten visioenen van de Almachtige God gaven, ook met fijn linnen waren bekleed. Openbaring 15:4-6 zegt:

Wie zal U niet vrezen, o Heer, en Uw naam niet verheerlijken, want Gij alleen zijt heilig; want alle volken zullen komen en zich voor Uw aangezicht aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

En daarna zag ik, en zie, de tempel van de tabernakel der getuigenis des hemels werd geopend; en de zeven engelen kwamen uit de tempel, hebbende de zeven plagen, gekleed in Puur WIT Linnen, en met hun borsten omgord met gouden gordels.

Openbaring 19:8 vertelt ons dat kleding van fijn linnen symbool staat voor de gerechtigheid van de heiligen. Volgens alle vier de evangeliën werd het lichaam van Jezus Christus voor zijn begrafenis in linnen gewikkeld. Dus we zien dat veel van wat betrekking heeft op Gods priesters, Gods boodschappers en Gods heilige volk dat in Hem gelooft en voor Hem werkt, bekleed is met fijn linnen.

Dus, wanneer Lukas 16 ons vertelt dat de zekere rijke man bekleed was met fijn linnen, moet dit ons vertellen dat de man voor God werkte – of verondersteld werd te werken – in het priesterschap.

Dus deze zekere rijke man was een priester, en hij behoorde tot de heersende klasse. De derde en meest voor de hand liggende beschrijving van de man is dat hij RIJK was. Vinden we in de Schriften enige aanwijzingen om ons te helpen deze zekere rijke man te identificeren? Openbaring 16:1-3 zegt:

En er kwam een van de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom hier, ik zal u het oordeel tonen van de grote hoer, die op vele wateren zit;

Met wie de koningen der aarde hoererij hebben gepleegd, en de inwoners der aarde dronken zijn geworden van de wijn van haar hoererij.

Toen voerde hij mij in de geest mee naar de woestijn; en ik zag een vrouw zitten op een scharlaken gekleurd beest, vol namen van godslastering, hebbende zeven koppen en tien horens.

Nu ga ik in deze studie niet de beesten identificeren, want op dit punt zijn we alleen geïnteresseerd in de “vrouw”. Hier is haar beschrijving:

En op haar voorhoofd was een naam geschreven: GEHEIMENIS, BABYLON, DE GROTE, DE MOEDER DER HOEREN EN DER GRUWELEN DER AARDE.

En ik zag de vrouw, dronken van het bloed der Martelaren van Jezus, en toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote bewondering. (Openb.17:5-6)

In vers 18 van hetzelfde hoofdstuk lezen we:

En de vrouw, die gij gezien hebt, is die grote stad, die regeert over de koningen der aarde.

Dan beschrijft vers 16 haar val en ondergang, en de kooplieden zeggen:

O wee, o wee, die grote stad, die gekleed was in fijn linnen, en purper en scharlaken, en versierd met GOUD en kostbare stenen en paarlen.

We zien dus dat Mysterie Babylon voldoet aan de beschrijving van een zekere rijke man, met zijn purper, fijn linnen en goud. Het woord rijk duidt op grote financiële macht en wijst op de miljardairs en geldheersers van de wereld. Purper past bij de koningen der aarde, en fijn linnen past bij de grote hoer die RELIGIE heet – de grote wereldkerk – die zich vermomt in kledij van gerechtigheid om de mensen te misleiden.

De religieuze leiders van vandaag, gekleed in hun “fijn linnen”, steunen de niet-christelijke heersers door het volk te vertellen dat deze goddeloze heersers in werkelijkheid “goede mensen zijn die vrede in de wereld proberen te brengen”. Zij waarschuwen de christenen niet dat de meeste wereldleiders niet-christenen zijn, zelfs antichristen.
.
Wij hebben uit de Schrift gezien dat purper de kleding van het koningschap is en dat het gezag aanduidt. We hebben ook gezien dat fijn linnen staat voor het priesterschap, of de religieuze leiders van het volk. Laten we eens kijken of er in de tijd van Christus mensen waren die aan Jezus’ beschrijving voldeden.

Het is onbetwistbaar dat de Schriftgeleerden en Farizeeën de priesterlijke klasse waren in Christus’ dagen. Gekleed in fijn linnen en purper, moeten zij zich vreselijk zelfbewust hebben gevoeld, terwijl Jezus de kleding van de “zekere rijke man” beschreef. Sprekend tot de scharen en tot Zijn discipelen in Mattheüs 23:2, zei Jezus: “De schriftgeleerden en de Farizeeën zitten op de stoel van Mozes. ”

Mozes was de burgerlijke heerser van het land. Vandaag de dag zou hij “President” of “Premier” genoemd worden. Jezus zei dat de Joodse schriftgeleerden en Farizeeërs zowel religieus als civiel gezag hadden over de mensen in Judea.

Al wat zij u dan zeggen na te leven, dat doet gij na; maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen en doen niet.

Jezus Christus geeft hier aan dat deze schriftgeleerden en Farizeeën wettelijk of heersend gezag hadden over het volk. Verzen 4 en 5 zeggen:

Want zij binden zware lasten om gedragen te worden, en leggen ze op de schouders van de mensen; maar zelf willen zij ze niet met een van hun vingers bewegen.

Maar al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden; zij maken hun schanddaden breed, en vergroten de randen van hun klederen.

De uitdrukking, “grenzen van hun klederen,” betekent hun wet, hun gezag, hun heerschappij. Jezus gaat verder:

En houden van de bovenste kamers bij feesten, en de voornaamste zetels in de synagogen.

En de begroetingen op de markten, en om van de mensen genoemd te worden: Rabbi, Rabbi.

Sommigen zullen op dit punt volhouden dat de Romeinen in de tijd van Christus in Palestina regeerden, en dat het helemaal niet de Joodse schriftgeleerden en Farizeeën waren die daar regeerden. Maar, Jezus Christus zei dat “de schriftgeleerden en Farizeeën op de stoel van Mozes zitten!”

Dit wordt ook bewezen in Johannes 11:47 en 48, toen deze schriftgeleerden en Farizeeën samen overlegden om Christus te doden:

Toen verzamelden de overpriesters en de Farizeeën een raad en zeiden: Wat doen wij? Want deze man doet vele wonderen.

Als wij Hem zo alleen laten, zullen alle mensen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen en zowel onze plaats als ons volk wegnemen.

Ja, zij waren bang dat als het volk in de Here Jezus Christus zou gaan geloven, het Romeinse gezag, dat het militaire bezettingsleger was, de Farizeeërs de heerschappij over het volk zou ontnemen Zij waren bang om hun godsdienstig en burgerlijk gezag te verliezen en misschien zelfs door de Romeinen uit het land te worden verdreven.

Een artikel van Associated Press, gepubliceerd op 27 september 1969, begon met deze kopregel: “Joodse poging om Jezus van executie te redden verteld.” Het artikel begon met: “Joodse functionarissen probeerden Jezus te redden van de Romeinse executie, maar Hij wilde niet meewerken, zegt een bekende autoriteit op het gebied van de eerste eeuwse Joodse en Romeinse wet.” Vervolgens identificeert hij deze “bekende autoriteit” als rechter Haim Cohen, van het Israëlische Hooggerechtshof. Het artikel vervolgt met te zeggen dat Haim Cohen verklaarde dat de Joden Christus voor het Sanhedrin brachten, om Hem te redden van de Romeinse executie. Het artikel vervolgt: “In plaats van ingegeven te zijn door zuiver eithisch-religieuze overwegingen, echter, ‘waren hun motieven realistisch en politiek. . .’ gericht op het herwinnen van een deel van hun verloren invloed onder het volk. Niets kon verder van hun bedoelingen af staan of schadelijker voor hun doel zijn geweest, dan de ontevredenheid en onvrede van het volk op te wekken door een handje te helpen bij de executie door de Romeinen van iemand uit hun midden. Aan de andere kant “zou iedere actie van hun kant om een dergelijke executie te voorkomen, indien succesvol, waarschijnlijk het applaus van het volk hebben gewekt en hen in de ogen van het volk als HUN NATUURLIJKE EN WETTELIJKE LEIDERS hebben hersteld.” ”

Uit het bovengenoemde artikel blijkt dat deze hedendaagse Jood toegeeft dat WAT de Joden in die tijd ook met Jezus Christus deden, het niet moreel was, maar ‘realistisch en politiek’ zou zijn geweest, en zou zijn gedaan om zichzelf opnieuw te positioneren als de LEIDERS VAN HET VOLK, d.w.z. om hun ‘plaats en natie’ te redden!

Hij heeft gelijk, maar zij probeerden niet hun “plaats en natie” over de Israëlieten in Palestina te behouden door het LEVEN van JEZUS te BEHOUDEN, zij probeerden het te doen door JEZUS te VERMOORDEN, zoals de Evangeliën getuigen. (Voor meer bewijs zie mijn boek, “Who Killed Christ?” – zie de Sheldon Emry Memorial Library op: www.sheldonemrylibrary.com

Jezus beschuldigde ook de schriftgeleerden en Farizeeën:

Daarom, zie, Ik zend u de profeten, en wijzen en schriftgeleerden; en sommigen hunner zult gij doden en kruisigen; en sommigen hunner zult gij geselen in uw synagogen, en hen vervolgen van stad tot stad.

Opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat op de aarde vergoten is, van het bloed van de rechtvaardige Abel, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Barachias, die gij gedood hebt tussen de tempel en het altaar, zodat zij “verschenen als een wit graf”, of graven.

In Lukas 11:44 zei Jezus Christus opnieuw tot de Farizeeën: “Zo zal het gaan bij de voleinding der wereld. De engelen zullen uitgaan om de bozen uit het midden der rechtvaardigen af te zonderen”

Zeer gelijkend op de schriftgeleerden en farizeeën is het Mysterie Babylon van Openbaring 18, dat ook rijk is, gekleed in purper, en op dezelfde wijze beschuldigd:

En in haar werd gevonden het bloed der profeten en der heiligen en van al wat op de aarde gedood was. (Openb. 18:24)

De Bijbel stelt alleen de schriftgeleerden en Farizeeën en Mysterie Babylon verantwoordelijk voor het bloed van de profeten, heiligen en ALLE mensen die op aarde gedood zijn. De Farizeeën zijn zelfs vandaag de dag de controleurs van het Mysterie Babylon, het economische wereldsysteem, de financiers van beide zijden van alle oorlogen.

Jezus Christus beschreef ook de “rijke man” in Lukas 16 als een persoon die stierf. Klopt dit met wat Jezus Christus zei over de schriftgeleerden en Farizeeën? Mattheüs 23:27, 28 zegt:

Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want gij zijt als een wit vergoten graf, dat uitwendig wel schoon schijnt, maar van binnen vol is van doodsbeenderen en van alle onreinheid.

Zo schijnt ook gij uitwendig rechtvaardig voor de mensen, maar van binnen zijt gij vol huichelarij en ongerechtigheid.

Jezus Christus zei dat de Farizeeën, die purper en fijn linnen droegen, “van binnen vol doodsbeenderen” waren en “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want gij zijt als graven, die niet verschijnen, en de mensen, die er overheen lopen, beseffen ze niet.”

Jezus zegt tot de Joodse schriftgeleerden en Farizeeën: “Gij zijt geestelijk en zedelijk dood en begraven in uw graven, maar de mensen weten het niet, zelfs als zij onder u wandelen.”

In Lukas 16 zei Jezus dat de “rijke man gestorven was,” maar hij bleef klagen over zijn “kwelling,” en vroeg om hulp terwijl hij Lazarus benijdde om zijn plaats in Abrahams boezem.

De man was rijk, hij heerste over het volk, hij was geestelijk dood maar lichamelijk levend, hij wilde geen water (het Woord), dat hem “levend” zou hebben gemaakt, en hij klaagde over zijn toestand. Is het toeval dat de Joden van vandaag grote rijkdom en macht hebben, het Woord van God weigeren, voortdurend klagen over “vervolging” (kwelling), en proberen vol te houden dat christenen (Abrahams kinderen) alle Joden moeten helpen? (Zij doen dat door Gen. 12:1-3 aan te halen en erop aan te dringen: “God zal een ieder vervloeken die ons Joden niet helpt”).

Ja, Jezus identificeerde niet een bepaalde MAN, maar een bepaald VOLK, en Jezus’ beschrijving van de “bepaalde rijke man” past alleen bij de Joodse schriftgeleerden en Farizeeën.

Met deze identificatie van “de rijke man”, kunnen we “de rijke man” vandaag identificeren en zien dat Jezus’ verhaal een parabel is die profetisch betrekking heeft op het einde van dit tijdperk.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>