• Home
  • De christelijke doop – Moet ik daadwerkelijk gedoopt zijn?
17 december, 2022
Adam de Witt

INLEIDING

Hoe komt een mens in een goede positie voor God en zijn wet? Hoe benadert een zondig mens een rechtvaardige God? Doen we dat door middel van zelfgemaakte beelden, die als bemiddelaars optreden? Of door middel van de ene bemiddelaar tussen God en de mens, de mens Christus Jezus? In Christus hebben wij God die zich aan de mensheid manifesteert, in gesmede beelden hebben wij de zondige mens die probeert een rechtvaardige God te manifesteren. Jezus kwam om de Vader aan ons te openbaren. Hij is de ware bemiddelaar. Wanneer mensen Jezus Christus weigeren als hun enige bemiddelaar (het doel van een bemiddelaar is de mens aanvaardbaar te maken voor God, zodat wij Hem zonder vrees kunnen benaderen) wenden zij zich gewoonlijk tot substanties, vaak fysieke voorwerpen waarmee zij proberen het abstracte begrip God te begrijpen. Jezus zei dat Hij kwam om ons de Vader te openbaren, dus zij die die openbaring afwijzen, moeten een andere god scheppen naar hun eigen beeld. De Tabernakel in de woestijn gaf in zijn symboliek een beeld van de wettige benadering van God. Als men de voorhof van de Tabernakel binnenging, was het eerste waarmee hij werd geconfronteerd het koperen offeraltaar. Het bloed aangebracht op ons hart geeft ons rechtvaardiging. De volgende stap was het wasvat van water, waar de priesters zich wasten met stromend water. Tenslotte was binnen het voorhangsel de vurige aanwezigheid van God. Dat zijn in feite de drie stappen in de wettige benadering van God. Het wassen van het wasvat, hun doop, staat voor het gewassen en gereinigd worden door het water van het Woord. Het Levende Water dat over ons wordt uitgestort van boven.

Stephen E. Jones

SPRENKELEN

We lezen in Exodus 24:8, dat Mozes: “nam het bloed en sprenkelde het over het volk, en zei: Zie het bloed van het verbond, dat de HERE met u gesloten heeft over al deze woorden.”

Dit maakte hen in feite burgers van Gods koninkrijk. Dit was een type van het bloed van Christus, dat ons rechtvaardigt en ons ook tot burgers van Gods Koninkrijk maakt. Hebreeën 12:24 vertelt ons: “En tot Jezus, de Middelaar van het nieuwe verbond, en tot het bloed der besprenging,”

Merk op dat het bloed van Jezus op ons hart moet worden gesprenkeld in vervulling van het type Rechtvaardiging dat Mozes aan het volk gaf, in de besprenkeling van het bloed op het volk toen zij de wet bekrachtigden in Exodus 24. Petrus vertelt ons in 1 Petrus 1:2 dat de Israëlieten die verspreid waren over Klein-Azië: “uitverkoren naar de voorkennis van God de Vader door heiliging van de Geest tot gehoorzaamheid en besprenging van het bloed van Jezus Christus”.

We weten natuurlijk uit de 1e van Johannes dat “het bloed van Jezus Christus ons reinigt van alle zonde”.

Laten we nu eens kijken naar de ceremoniële reinigingen van het Oude Testament en de geestelijke principes daarachter. In Numeri 19 geeft God ons een heel hoofdstuk over de wet van zuivering, de wet van heiliging, of reiniging, wanneer iemand ceremonieel onrein werd.

Het voorbeeld wordt speciaal gegeven van iemand die een dood lichaam aanraakt en daardoor 7 dagen onrein wordt. Het voorschrift om in contact te komen met onze grootste vijand, de dood, is dat hij besprenkeld moet worden met water dat vermengd is met de as van een gescalcificeerde vaars. In feite werd er ook water gesprenkeld op zijn tent en al het meubilair en de vaten in de tent. We lezen in Leviticus 14 hoe melaatsen gereinigd moesten worden. Melaatsheid is het bijbelse symbool van zonde, omdat het de reputatie heeft ongeneeslijk te zijn. De melaatsen moesten zeven maal met water worden besprenkeld, waarna zij rein werden verklaard, want God zou hen genezen. In Ezechiël 36:25 voorspelt God de dag waarop Israël zich zou bekeren. God zegt: “Ik zal rein water over u sprenkelen en u zult rein zijn van al uw vuilheid, en van al uw afgoden zal Ik u reinigen”.

We hebben een goed voorbeeld van deze wet van ceremoniële reiniging in 2 Koningen 5. Dit is het verhaal van Naaman, de aanvoerder van het leger van de koning van Syrië. Deze man was toevallig melaats. Hij was ook een ware gelovige in de God van Israël, waarschijnlijk door het getuigenis van het dienstmeisje van zijn vrouw, die toevallig een Israëliet was. Hoe dan ook, zij overtuigde Naaman om naar de profeet in Israël te gaan voor genezing. Vers 10 vertelt ons: “En Elisa zond een bode (#4397 een plaatsvervanger, een boodschapper, een engel) tot hem, zeggende: Ga en was u zevenmaal in de Jordaan en uw vlees zal weer tot u komen en gij zult rein zijn.

Naaman was ongetwijfeld onwetend over de ceremoniële wetten van de reiniging, want hij verwachtte dat Elisa een of andere magie zou verrichten of zijn handen op de melaatsheid zou leggen en deze zou uitdrijven. Maar in plaats daarvan ging Elisa uit van “het Boek” van de wet en vertelde hem dat hij zich 7 keer moest wassen, zoals we lezen in Lev. 14.

Vers 14 zegt: “Toen ging hij naar beneden en doopte zich zevenmaal in de Jordaan, naar het woord van de man Gods. En zijn vlees werd weer als het vlees van een klein kind en hij was rein.

Nu is de vraag: Dompelde Naaman zich onder in de Jordaan of waste hij zich erin zoals de wet voorschreef? Hoe dan ook, het is niet zo belangrijk, geloof ik. Het gaat erom dat hij geloofde en gehoorzaamde en werd gereinigd. Maar het is misschien nuttig om dit nader te bestuderen, zodat we precies weten wat er gebeurde.

In vers 10 zegt Elisa tegen Naaman dat hij zich moet wassen. Het woord ‘wassen’ is het Hebreeuwse woord ‘rachats’ (#7364 om [het geheel of een deel van een ding] te baden, te wassen). Dit woord wordt vele malen gebruikt om iemands voeten of handen te wassen. Wij weten dat zij hun voeten en handen wasten door er water, stromend water, op te gieten. Hierbij moet worden vermeld dat het woord “stromend” in verband met “water” hetzelfde woord is dat in Genesis wordt gebruikt voor “levende” wezens. Dus het water dat zij gebruikten, stromend water, was eigenlijk “levend” water. Water dat in beweging is krijgt zuurstof en zal het leven in zee ondersteunen. Water in een zwembad of bak staat stil, omdat het niet in beweging is, en wordt dood, niet in staat om zeeleven te ondersteunen.

Gods Woord is “levend water” en Christus is het “levende” Woord. Dit wordt op minstens twee plaatsen aangetoond in 2 Koningen 3:11, we lezen dat Elisa “water uitgoot op de handen van Elia.” Met andere woorden, Elisa was degene die tot taak had Elia’s handen ceremonieel te reinigen. En in het Nieuwe Testament, toen Simon de Farizeeër Jezus bekritiseerde omdat hij de vrouw toestond zijn voeten te wassen met haar tranen, berispte Jezus Simon door te zeggen: “Gij hebt mij geen water aan mijn voeten gegeven.” In de KJV staat ‘voor mijn voeten’, maar in het oorspronkelijke Grieks staat ‘aan mijn voeten’. Het lijkt dus duidelijk dat Elisa tegen Naaman zei dat hij de lepravlekken op zijn lichaam moest wassen met water uit de Jordaan. Ziet u, deze Jordaan stroomde en was dus stromend water. Het was levend water, volgens de wet. Dit wassen zou gebeuren door sprenkelen of gieten. Naaman ging toen, en dompelde zich zeven keer onder in de Jordaan. Het woord ‘dompelen’ komt van het Hebreeuwse woord ’tabal’, wat een ander woord is. Volgens Young’s Concordance betekent het “bevochtigen” of “besprenkelen”.

Dit woord wordt op andere plaatsen gebruikt, zoals in Genesis 37:31, waar Jozefs broers een geit doodden en Jozefs jas in het bloed doopten. Nu zouden zij zeker niet al het bloed in een emmer hebben laten weglopen en vervolgens de jas erin hebben ondergedompeld. Als zij een volledig roodgekleurde jas naar Jakob hadden gebracht, zou hij iets hebben vermoed. Het is veel waarschijnlijker dat ze de mantel met bloed besprenkeld hebben, of er bloed over gegoten hebben, of hem met bloed ingesmeerd hebben, zodat het lijkt alsof een wild dier hem gedood heeft. Dit wordt ook bevestigd door de Septuagint vertaling van het vers, waar een Grieks woord wordt gebruikt dat betekent: bevuilen, bekladden of besmeuren met bloed. Natuurlijk is het woord “tabal” te algemeen om iets positiefs te zeggen, dus ik weet echt niet of Naaman zich zeven keer heeft gewassen volgens de wet of niet. Dit woord “tabal” werd echter vertaald in het Griekse woord “baptizo”, waaruit wij ons Engelse woord “baptism” halen.

We weten dus dat in de tijd van Christus de Grieks sprekende Israëliet dit voorval als een doop beschouwde. We hebben het hier dus eigenlijk over de soort doop die in de wet wordt voorgeschreven.

We hebben dus de rechtvaardiging, waar het volk werd besprenkeld met het bloed van het verbond, het wasvat waar ze hun lichaam wasten, en dan de zalfolie die werd toegediend door gieten of besprenkelen. Alle drie waren besprenkelingen in het Oude Testament. Uit het verhaal van Naaman blijkt dat zijn zevenmaal wassen in de Jordaan volgens de wet van Leviticus 14, die gaat over de reiniging van melaatsheid, door de Septuaginta van de Judeeërs een “doop” wordt genoemd. Deze vertaling was de standaard waarmee het volk in het Grieks sprak over Hebreeuwse begrippen. Met andere woorden, we kunnen met recht zeggen dat de Wet voorschreef dat melaatsen zevenmaal met water gedoopt moesten worden, waarna zij genezen zouden zijn. En deze doop werd toegediend door besprenkeling of overgieten. De reden was eenvoudig dat men levend water moest gebruiken in plaats van stilstaand of dood water (zoals in een zwembad, bad of tank). Het symboliseerde leven, niet dood.

Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden uit het Nieuwe Testament. In Lucas 11:37-38 lezen we dat een farizeeër, die Jezus had uitgenodigd om met hem te dineren, zich erover verbaasde dat hij zich niet eerst had gewassen voor het eten. Nu komt het woord ‘gewassen’ van het Griekse woord ‘Baptizo’ (Strong’s #907) dat letterlijk ‘gedoopt’ betekent. Nu verwachtte de man duidelijk niet dat Jezus naar het meer zou gaan om zich voor elke maaltijd onder te dompelen. Nee, het was gewoon een soort ritueel, dat ze hun handen wasten voor het eten. Hoe? Wel, door iemand water over hun handen te laten gieten, zoals toen de gewoonte was.

In Marcus 7 lezen we vanaf vers 1: “Toen kwamen de farizeeën en sommige schriftgeleerden uit Jeruzalem bij hem. En toen zij zagen dat sommigen van zijn discipelen brood aten met onreine, dat wil zeggen ongewassen, handen, stelden zij een verwijt. Want de Farizeeën en alle Judeeërs, behalve dat zij vaak hun handen wassen, eten niet, volgens de traditie van de ouderen. En wanneer zij van de markt komen, eten zij niet, tenzij zij zich wassen. En vele andere dingen zijn er, die zij hebben ontvangen om vast te houden, zoals het wassen *van bekers, en potten, en koperen schalen en van tafels” of letterlijk banken. We zien dus dat de traditie niet alleen eiste dat mensen hun handen doopten met water, voordat ze gingen eten, maar ook nadat ze thuiskwamen van de markt. Verder vertelt Marcus ons dat zij bekers, potten, koperen vaten en zelfs hun lange banken doopten, waarop zij plachten te liggen als zij op bezoek kwamen. Nu vind ik het niet haalbaar dat zij al hun huisraad voor elke maaltijd onderdompelden, net zo min als dat zij naar buiten gingen en zich voor elke maaltijd onderdompelden in het meer of ander stromend water. Er was toen eenvoudigweg niet genoeg water in Palestina om dat te doen, ook al was het handig. (* #909 baptismos)

In feite was er in de stad Jeruzalem een echt watertekort totdat Pontius Pilatus een pijpleiding aanlegde om water aan te voeren uit Bethlehem. Maar het punt is, dat deze ceremoniële besprenkelingen en overgietingen zowel in het Nieuwe Testament als in de Septuagint versie van het Oude Testament “dopen” werden genoemd. Verdere verificatie is te vinden in Josephus (Antiq.III, 6, 2). Zijn laatste zin in sectie 2 spreekt over het wasvat waar de priesters hun handen konden wassen en hun voeten konden besprenkelen.

Ga naar Hebreeën 9. Dit is misschien wel de belangrijkste passage in het Nieuwe Testament over de relatie tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De auteur heeft het gehad over de oudtestamentische typen en hoe die in het Nieuwe Testament in vervulling gaan. Vanaf vers 8 lezen we: “De Heilige Geest heeft dit gesignaleerd, dat de weg naar het allerheiligste nog niet openbaar is gemaakt. terwijl de eerste tabernakel nog stond: Die was een gestalte voor de toenmalige tijd, waarin zowel gaven als offers werden aangeboden, die hem die de dienst deed niet volmaakt konden maken, wat het geweten betrof; die alleen stond in spijzen en dranken, en verschillende reinigingen (#909 baptismos) [verschillende doopsels], en vleselijke verordeningen, opgelegd tot de tijd van reformatie.”

Merk op dat de schrijver van Hebreeën deze oudtestamentische reinigingen specifiek “dopen” noemt, zoals het wassen aan het wasvat, en het zevenmaal besprenkelen of uitgieten van water op melaatsen, enzovoort. Deze waren symbolisch voor de heiliging van het vlees, of het lichaam. Vers 11: “Maar Christus is gekomen als hogepriester van het goede dat komen gaat, door een grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat wil zeggen, niet van dit gebouw; noch door het bloed van bokken en kalveren, maar door zijn eigen bloed is hij eenmaal ingegaan in het heilige, en heeft voor ons de eeuwige verlossing verkregen. Want indien het bloed van stieren en bokken en de as van een vaars, die de onreinen besprenkelen, heiligt tot reiniging van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die zich door de eeuwige Geest vlekkeloos aan God heeft aangeboden, uw geweten reinigen van dode werken om de levende te dienen.

Merk op dat hij bevestigt dat het bloed op de mensen werd gesprenkeld voor reiniging. Dat was de methode. Hij verifieert dit een paar verzen later in vers 19: Want toen Mozes alle voorschriften volgens de wet tot het gehele volk gesproken had, nam hij het bloed van kalveren en bokken, met water en scharlaken wol en hysop, en besprenkelde zowel het boek als het gehele volk. Merk op dat dit werd gedaan met bloed en water. Merk ook op dat er staat: het hele volk!

Van de grootste tot de minste, allemaal. Niet alleen degenen die hun geloof hadden beleden. Vers 20 zegt: “Dit is het bloed van het testament dat God u heeft opgedragen. Bovendien besprenkelde Hij met bloed zowel de tabernakel, als alle vaten van de bediening. En bijna alle dingen zijn door de wet gezuiverd met bloed.”

Ja, sommige dingen werden gezuiverd en andere dingen door water en hysop enzovoort. Maar het bloed was de eerste en belangrijkste reiniger. Het was de eerste en belangrijkste stap om tot God te naderen.

Hier in Hebreeën 9 lezen we dus eerst van verschillende dopen, en later wordt ons uitgelegd dat deze dopen werden toegediend door middel van besprenkeling. Dit was in overeenstemming met nummer 19, waar de wet voorschrijft dat iemand die om welke reden dan ook onrein is, het water der afscheiding over zich moet laten sprenkelen om hem te reinigen of te heiligen. Dit hele hoofdstuk gaat over deze grote wet van besprenkeling, of deze wet van heiliging. Zij moesten een rode vaars nemen, die verbranden en de as met het water vermengen, en dat werd het water der afscheiding genoemd. Zij die in contact kwamen met de doden moesten dit levende water van scheiding over zich laten sprenkelen. Omdat wij allen verontreinigd zijn door de zonde, zijn wij allen in contact gekomen met de dood, en moeten wij dit water der afscheiding over ons laten sprenkelen voor onze reiniging. Nee, niet op de manier waarop ze dat toen deden, want de dood van Christus bracht een verandering in de wet, in dit deel van de wet. U herinnert zich dat toen Christus stierf en de soldaat zijn zijde doorboorde, er bloed en water uit die wond stroomde. Hij was dat type. En Hij vervulde dat type. Josephus schrijft over deze wet van besprenkeling in Antiquiteiten boek 4, hoofdstuk 4, sectie 6, en het Griekse woord dat hij gebruikt is het woord voor dopen. Het was in die tijd dus gebruikelijk om de oudtestamentische wet van besprenkeling te zien als doop.

HET NIEUWE TESTAMENT

De volgende voor de hand liggende vraag is: Hoe beïnvloedt dit de nieuwtestamentische wijze van dopen? Hoe werden de mensen van het Nieuwe Testament gedoopt? Wel, laten we eens kijken naar de voorbeelden die ons gegeven worden. Laten we allereerst kijken naar de doop van Jezus. Ga naar Mattheüs 3:13: “Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Maar Johannes verbood hem, zeggende: Ik moet van u gedoopt worden, en komt gij tot mij? En Jezus antwoordde en zei tot hem: Laat het nu zo zijn, want zo betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen leed hij hem. En Jezus, gedoopt zijnde, ging terstond uit het water op; en ziet, de hemelen openden zich voor hem en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op hem lichten: En zie een stem uit de hemel, zeggende: Deze is mijn geliefde Zoon, in wie ik een welbehagen heb.”

Nu werd jaren geleden de vraag gesteld: Waarom moest Jezus gedoopt worden? Maar een bevredigend antwoord is nooit gegeven. Nu het verband tussen de wet van God en de doop is vastgesteld, kan men tot een beter begrip komen. Vergeet niet dat dit voorval plaatsvond vóór de dood van Christus, en vóór het toneel van Pinksteren. Het was technisch gezien nog de tijd van het Oude Testament, voordat deze typen door Christus waren vervuld. Het antwoord op deze vraag, waarom Jezus gedoopt moest worden, is volgens mij te vinden op een paar plaatsen. Een daarvan is Numeri 8:5-7, “En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Neemt de Levieten uit het midden der kinderen Israëls, en reinigt hen. En zo zult gij hen doen: Sprenkel zuiveringswater over hen,” enz.

Het eerste wat in Gods wet werd vereist om priester te worden in Israël was dat men zich liet dopen met water. Ook hier zien we dat de wijze van dopen duidelijk besprenkeling is. Wanneer de priesters hun priesterlijke hoedanigheid of hun priesterlijke taken aangingen, werden zij onder andere ceremonieel besprenkeld met water. Dit gold ook voor de Hogepriester, zoals we zullen zien. Nu werd Jezus onze Hogepriester. Om dat volgens het voorschrift van de wet te zijn, moest Hij naar Johannes gaan en zich laten dopen. Hoe? Nou, als Hij dat deed volgens de Wet, moest het door besprenkeling zijn. En daarna, staat er, kwam Hij op uit het water. Nu moet hier staan dat Hij ‘uit’ het water kwam. Het Griekse woord is ‘apo’, dat in het Nieuwe Testament 372 keer vertaald wordt met ‘uit’. Deze doop is ook vastgelegd in Marcus 1:10 waar hij zegt dat Jezus direct uit het water ging. Hij gebruikt het woord ‘ek’ in plaats van ‘apo’. Nu wordt ‘ek’ 186 keer in het Nieuwe Testament vertaald met ‘van’. Deze twee Griekse voorzetsels kunnen mogelijk ook ‘uit’ betekenen, maar dat hoeft het niet te betekenen. De enige manier waarop we precies kunnen zeggen wat het betekent is naar de context te kijken, en de context is volgens mij in dit geval duidelijk de Wet van God die de wijze van besprenkeling voorschrijft. Dit wordt verder bevestigd door het feit dat onmiddellijk na Jezus’ doop met water, God Hem doopte met zijn Geest in de vorm van een duif, die neerdaalde op zijn hoofd; Hij werd niet ondergedompeld in olie, of Hij werd niet ondergedompeld door deze duif.

Lees Leviticus 8, dat is het hoofdstuk waarin Aaron de hogepriester werd ingewijd tot het ambt van hogepriester. U leest in vers 6, “En Mozes bracht Aaron en zijn zonen, en waste hen met water.” Dat was stap één. Dan staat er in vers 12: “En hij goot de zalfolie op het hoofd van Aaron en zalfde hem, om hem te heiligen.” Dit was de ceremonie van de wijding van de hogepriester. Eerst het water en dan de olie. Eerst de doop met water, dan de doop met de Heilige Geest, dat is de olie. Dit is precies hoe Jezus werd gedoopt door Johannes. Het was allemaal in overeenstemming met de Wet van God, in Jezus’ wijding tot het Hogepriesterschap over het Israëlische volk.

Opgemerkt zij dat Johannes de Doper in Mattheüs 3:11 verklaarde dat na hem een machtiger dan hem zou komen, die zou dopen met de Heilige Geest en met vuur. Dat dit in feite gebeurde staat in Handelingen 2:3, ”

En er verschenen hun tongen als van vuur, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest… “Zoals bij Christus en de Geest in de vorm van een duif die op Zijn hoofd neerdaalde, zo ook bij de discipelen met Pinksteren waar de tongen van vuur op hen zaten. Zij werden niet ondergedompeld in vuur, zij werden “gezalfd” met vuur.

De volgende vraag, en misschien hadden we die eerst moeten behandelen, is hoe Johannes de mensen doopte bij de Jordaan? Dompelde hij de mensen onder of besprenkelde hij de mensen? Welnu, we lezen in Mattheüs 3:6 over deze mensen die voor de doop kwamen, dat zij “door hem in de Jordaan gedoopt werden en hun zonden beleden”. De uitdrukking ‘in de Jordaan’ komt eigenlijk van 3 Griekse woorden, ‘eis ton Jordana’, wat simpelweg betekent ‘in de Jordaan’ of ‘bij de Jordaan’. Ik denk dat het moet worden weergegeven als “bij de Jordaan”. Het woord ‘eis’ in het Grieks is een zeer algemeen woord. Het is hier vertaald met ‘in’. Het is 131 keer in het Nieuwe Testament weergegeven met het woord ‘in’, dus het is een goede vertaling van het woord. Het is ook 571 keer vertaald met ‘in’. Het is echter ook vele malen weergegeven als “tegen”, “onder”, “bij”, “voor”, “dat”, “op”, “aan”, “naar”, “op”. Ik denk dat het in dit geval “bij” had moeten zijn. Nu zal ik u vertellen waarom, anders dan omdat de Wet voorschreef naar het water te gaan en het dan te gebruiken om het volk te besprenkelen.

In 1 Koningen 2:8 wordt ons verteld dat Shimei David tegemoet ging bij de Jordaan. De Griekse Septuagint vertaling van deze passage luidt ‘eis ton Jordanes’. Dit is woord voor woord dezelfde uitdrukking die in het Nieuwe Testament wordt gebruikt voor de doop van Johannes ‘in de Jordaan’. Gaan we nu volhouden dat David Shimei midden in de rivier ontmoette? Nee! Ze ontmoetten elkaar eerder in het midden van de Jordaan. Ze ontmoetten elkaar ‘bij’ of ‘aan’ de rivier, niet IN de rivier. Een ander voorbeeld staat in 2 Koningen 2:6 waar we lezen: “En Elia zei tot hem: Blijf, bid ik u, hier, want de HEER heeft mij naar de Jordaan gezonden” De Septuagint lezing hiervan is weer ‘eis ton Jordanes’ waaruit blijkt dat de Griekse zin betekent: naar de vinciniteit van de Jordaan, in plaats van in het midden van de Jordaan. En tenslotte lezen we in 2 Koningen 2:6 over Elisa en de zonen van de profeten, die grotere vertrekken moesten bouwen, zodat ze konden leven zonder zo overvol te zijn. Dus gingen ze wat bomen omhakken om hun blokhutten te bouwen, neem ik aan. Vers 4 zegt: “En toen zij bij de Jordaan kwamen, hakten zij hout om. “Nogmaals, de Septuagint vertaling van deze zin in het Grieks luidt: “toen zij kwamen ‘eis ton Jordanes’ hakten zij hout.” Moeten we erop staan dat Elisa bomen omhakt terwijl hij midden in de Jordaan staat? Nou, dat zou nogal ongemakkelijk zijn, zelfs als er midden in de Jordaan bomen groeiden. Dus, duidelijk niet!

We zien dus dat het heel goed mogelijk is om te concluderen dat wanneer mensen naar Johannes kwamen voor de doop, hij hen doopte ‘bij de Jordaan’, in plaats van ‘in de Jordaan’. Natuurlijk is het heel goed mogelijk dat hij voor het gemak aan de rand van de oever ging staan, of zelfs hun voeten nat maakte. Ik weet het niet. Maar het punt is dat hun doop niet hoeft te gebeuren door onderdompeling in de rivier. En omdat het niet door onderdompeling in de rivier hoeft te gebeuren, concludeer ik dat zij gedoopt moeten zijn volgens de wettige methode zoals voorgeschreven in Leviticus en Numeri, namelijk door besprenkeling of door overgieten met levend water.

Keer nog eens terug naar Mattheüs 3. In vers 11 zegt Johannes tegen het volk: “Ik doop u met water tot bekering: Die term ‘met water’ is ‘en hudatos’, waarvan sommigen zeggen dat er ‘in water’ moet staan, omdat het woord ‘en’ ook ‘in’ betekent, net zoals ‘eis’ ook ‘in’ kan betekenen, zoals we eerder zagen. Dus de vraag is, doopte Johannes ‘in’ water, of ‘met’ water? Nou, ik kan je laten zien dat dit soort zinnen ook gebruikt wordt om zalving met olie te beschrijven. We hebben veel voorbeelden van de uitdrukking ‘en elaion’, wat ‘met olie’ betekent. Gezalfd ‘en elaion’. Als we nu die uitdrukking nemen en vertalen met ‘in olie’, dan moeten we concluderen dat de priesters niet echt met olie gezalfd werden, maar ondergedompeld in olie. Bijvoorbeeld: Psalm 23:5, David zegt van God:Gij zalft mijn hoofd met olie.” De Septuagint vertaling in het Grieks luidt: “Gij zalft mijn hoofd ‘en elaion’. Betekent dit dat hij zijn hele hoofd in een emmer met olie stak? Natuurlijk niet! Er staat dat hij gezalfd werd met olie. In het Griekse Oude Testament vindt u dezelfde uitdrukking over olie gebruikt in 2 Samuël 1:21, Psalm 89:20, Psalm 92:10 en Ezechiël 16:9. Hieruit blijkt onomstotelijk dat de Griekse uitdrukking “en elaion” geen onderdompeling leert, dus ook “en hudatos”, met water. Alleen als mensen in olie werden ondergedompeld, kunnen we ook concluderen dat mensen ook in water werden ondergedompeld.

Dus, als Johannes zegt dat hij ‘en hudatos’ doopte, begrijpen wij net als de vertalers van de King James dat hij ‘met’ water dopen bedoelde, niet ‘in’ water. Ga naar Johannes 3:23. Dit is heel belangrijk. We lezen: “En Johannes doopte ook in Aenon bij Salim, omdat daar veel water was; en zij kwamen en lieten zich dopen”. De uitdrukking ‘veel water’ water is soms een struikelblok voor mensen, ze zeggen: Zie je wel, dit betekent dat er voldoende water was zodat hij de mensen kon onderdompelen. Welnu, de Griekse uitdrukking is ‘polus hudatos’, en het had moeten worden weergegeven als ‘vele wateren’ of ‘vele bronnen’. In feite zijn er veel plaatsen in Openbaring waar ‘polus hudatos’ letterlijk vertaald wordt met ‘vele wateren’. De naam Aenon is een Chaldee woord dat een plaats van bronnen betekent. Dr. Robinson, die de plek bezocht, zegt hierover: “De plaats ligt ongeveer zes mijl ten noordoosten van Jeruzalem. U ziet dat Johannes daar doopte omdat er vele bronnen uit de rotsspleten ontsprongen. Ze waren zeker niet diep genoeg om mensen onder te dompelen, maar er was genoeg water om ze te besprenkelen. Dus volgens de wet van reiniging. Dit zijn geen rivieren, dit zijn gewoon kleine bronnen die uit de rotsen komen. Johannes zou er nooit heen zijn gegaan als hij mensen in water moest onderdompelen. Er was gewoon geen water beschikbaar.

STOP, EN DENK NA

Zoals je weet was de olie het symbool van Gods Woord, daarom zei Johannes dat hij weliswaar met water doopte, maar dat er Eén zou komen die de mensen zou dopen met de Heilige Geest. En opnieuw komt het woord ‘met’ van het Griekse woord ‘en’. Dopen met de Heilige Geest. De Schrift vertelt ons dat God zijn geest over alle vlees zou uitstorten, zoals Hij water zou uitstorten over wie dorst heeft. We lezen nooit dat God ons zou onderdompelen in water, of in olie, of in bloed. Er wordt altijd gesproken over het sprenkelen van het bloed over het volk, het sprenkelen van schoon water over u, en het zalven van uw hoofd met olie.

Nu hebben we in Handelingen 2 de Pinksterdag voor ons vastgelegd, waarbij op één dag drieduizend mensen in Jeruzalem werden gedoopt. Dit is dus duidelijk een goed voorbeeld voor ons om te volgen. Dit volgde op de scène waar de apostelen werden gedoopt door de geest, door tongen van vuur die neerdaalden en op hun hoofd rustten, net als een zalving van olie. Stop nu en denk na. Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen op één dag in water zijn ondergedompeld? Denk eens na! Dat zou hen behoorlijk bezig hebben gehouden. Maar waar konden al deze mensen heen voor deze doop als het door onderdompeling was geweest? Ongeveer de enige plek zou de poel van Siloam bij Jeruzalem zijn geweest, die de belangrijkste watervoorziening van de stad was. Denkt u nu dat de farizeeën en de priesters de vervuiling van de watervoorziening van de stad door deze onreine christenen zouden hebben toegestaan? Denkt u dat zij de hele dag zouden hebben toegekeken terwijl deze drieduizend mensen daar werden ondergedompeld? Water was een zeer kostbaar goed in de oude stad Jeruzalem. zeker dat alle drieduizend en twaalf van hen het volgende jaar in de gevangenis zouden hebben doorgebracht.

Maar het probleem is gemakkelijk opgelost als ze met water werden besprenkeld in plaats van ondergedompeld.

Nu hoop ik dat ik het punt heb kunnen overbrengen dat de doop de ervaring van het wasvat in de Wet is, en niet de ervaring van het koperen altaar. Christus was ons offer (luister voor meer over dit punt naar tape #7003 Christ’s Blood For The Kingdom, waaruit blijkt dat Jezus niet alleen stierf voor individuen, maar voor het hele Koninkrijk). Met andere woorden, de doop staat symbool voor de Wet van God die wij moeten volgen omdat wij (Israëlieten) christenen zijn, niet om christenen te worden. Ik wilde ook de symboliek laten zien in deze tweede stap in onze toenadering tot God, om u hierin een diepere betekenis te geven. Nu geloof ik niet dat iemand besprenkeld of met water overgoten moet worden om gedoopt te worden. Het is niet de methode die telt. God kijkt naar de harten. Velen zijn ondergedompeld denk ik, en ik vind het niet nodig om opnieuw gedoopt te worden. De doop is een gelofte om de wet van God te gehoorzamen, en onze kinderen te leren hetzelfde te doen. Zolang ik geloof dat de Wet van God de norm voor gerechtigheid is die ik in gehoorzaamheid aan God moet nastreven, geloof ik dat mijn doop door God wordt geëerd. Als wij de wet wegwerpen, maken wij de wet ongeldig, dan is ook onze doop ongeldig en ongeldig in de ogen van God. God kijkt naar het hart, niet naar het uiterlijke ritueel. Zolang ik met Christus ben gestorven en met Hem ben begraven in de doop, ben ik op de goede weg, geloof ik. Zie je, de wet doodt. Ze veroordeelt tot zonde. Als ik het eens ben met de Wet van God, dan ben ik inderdaad de dood waardig en dan sterf ik door geloof met Christus, om op te staan in nieuwheid van leven, dan heb ik de Wet van de doop vervuld. Ik heb het water op mijn handen en voeten aangebracht.

Overigens dacht ik vroeger dat de term ‘met Hem begraven’ in de doop betekende: ondergedompeld worden in water, zoals wanneer wij tegenwoordig mensen onder de grond begraven. Ik dacht nooit dat ik de westerse cultuur toepaste op de Bijbelse symboliek. Ze begroeven mensen toen niet zoals tegenwoordig. De Romeinen cremeerden mensen bovengronds en strooiden dan hun as rond. De Indianen in Amerika legden de doden op een hoog platform, terwijl de Hebreeën mensen op een tafel in een grafkelder boven de grond legden. Er zijn dus veel verschillende manieren van begraven, maar wij hebben eigenlijk niet het recht om onze westerse manier van begraven tot basis van de bijbelsymboliek te maken. De doop symboliseert veeleer de wet die op onszelf wordt toegepast, wanneer wij het met de wet eens zijn dat wij zondaars zijn en de dood waardig. Als dat de houding van ons hart is, zijn we werkelijk gedoopt, ongeacht de gekozen uiterlijke vorm. In dat geval zijn we in een toestand van “besnijdenis van het hart” gekomen, die geprofeteerd was om de besnijdenis van de vloek te vervangen (Deut. 30:6, Jer. 4:4).

BESNIJDENIS

Datzelfde water is ook het water des levens, het Levende Woord. Het is Jezus zelf die niet alleen stierf, maar daarna weer werd opgewekt als overwinnaar van de dood, dus moeten wij ook met Hem opstaan en wandelen in nieuwheid des levens. Met andere woorden, handel alsof je je geestelijke, onomkoopbare lichaam al van tevoren hebt ontvangen. Wandel in de geest, nu! Ik geloof dat de dag aanbreekt waarop Jezus komt om te heersen in Zijn Koninkrijk hier op aarde. Dat alleen degenen die verlangen dat Christus over hen regeert en die ermee instemmen Zijn wetten te leren en te gehoorzamen, het Koninkrijk van God zullen mogen binnengaan. Met andere woorden, dit zal een christelijke natie zijn die bestaat uit mensen die hun hart hebben laten besprenkelen met het bloed van het Nieuwe Verbond (besnijdenis van het hart). Ik geloof ook dat de burgerschapsceremonie voor immigranten de christelijke doop zal zijn, die hun bereidheid moet symboliseren om de wet te gehoorzamen zodra zij burgers zijn geworden. Ik geloof dat het zal worden toegediend door middel van het sprenkelen van water over hen. De heerschappij over het Koninkrijk is natuurlijk voorbehouden aan hen die de zalving met olie hebben ontvangen en zij zullen de eerste opstanding beërven. Zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem duizend jaar regeren. Zij zullen aan Zijn tafel zitten en de hoge roeping hebben.

Wij weten en begrijpen dat immigranten die een land binnenkomen, na verloop van tijd burgers kunnen worden met alle bijbehorende rechten. In sommige gevallen zullen het individuen zijn die burgers willen worden, in andere gevallen zullen het echtparen zijn, of hele gezinnen, huishoudens die de ceremonie zullen doorlopen om “genaturaliseerd” te worden.

Moeten alleen volwassen individuen de ceremonie om burger te worden ondergaan, of moeten ook huishoudens, inclusief kinderen, worden toegelaten?

Webster’s Dictionary uit 1828 zegt over het onderwerp Doop: “Het aanbrengen van water op een persoon, als sacrament of religieuze ceremonie, waardoor hij wordt ingewijd in de zichtbare Gemeente van Christus. Dit gebeurt gewoonlijk door besprenkeling of onderdompeling.” Verder stelt hij onder het kopje Baptist: “Als samentrekking van ‘ANABAPTIST’, iemand die de leer van de kinderdoop ontkent, en volhoudt dat de doop alleen aan volwassenen moet worden toegediend door onderdompeling van het lichaam in water.” Onder het kopje Dopen stelt hij: “Het sacrament van de doop toedienen; dopen. Bij sommige kerkgenootschappen wordt de doop uitgevoerd door onderdompeling van het hele lichaam in water. Meer in het algemeen wordt de ceremonie uitgevoerd door water te sprenkelen op het gezicht van een persoon, of dat nu een zuigeling of een volwassene is, en in het geval van een zuigeling, door hem een naam te geven, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, wat ‘dopen’ wordt genoemd.

De geïllustreerde Bible Dictionary heeft dit te zeggen onder het kopje Infant Baptism: “Werd de kinderdoop toegepast binnen het christendom van de 1e eeuw? Er zijn geen directe verwijzingen naar de kinderdoop in het Nieuwe Testament, maar de mogelijkheid dat er kinderen waren binnen de huishoudens die gedoopt werden in Handelingen 16:15 en 33; 18:8; en 1 Kor 1:16 kan niet definitief worden uitgesloten. Dat zuigelingen van gelovigen deel uitmaken van het huishouden van het geloof kan gemakkelijk worden volgehouden op basis van 1 Kor 7:14, om nog maar te zwijgen van Marcus 10:13-16. Anderzijds betoogt Paulus in Gal 3 specifiek dat het lidmaatschap van Christus niet voortvloeit uit fysieke afstamming [de ‘gentiliseerde’ uitgevers wisten niet van hun Israëlitische afkomst] of afhangt van een rituele handeling (besnijdenis), maar komt door het geloof en het is afhankelijk van niets anders dan het geloof en van de gave van de Geest ontvangen door het geloof. (misschien is een geplakte boodschap van dominee Emry over “By Whose Decision Are You Saved?” tape #7725 nuttig! Kortom, hoe meer de doop wordt gezien als de uitdrukking van het geloof van de dopeling, hoe minder gemakkelijk het is om vast te houden aan de kinderdoop. Maar hoe meer de doop wordt gezien als de uitdrukking van goddelijke genade, hoe gemakkelijker het is om voor de kinderdoop te pleiten. Hoe dan ook, christenen moeten oppassen voor overwaardering van de doop zoals de judaïsanten de besnijdenis overwaardeerden.

Als het juist is de doop toe te dienen aan zuigelingen (samen met de ouders tegelijk, of alleen, als de ouders eerder gedoopt zijn), dan moet de betekenis van de doop voor zuigelingen dezelfde zijn als voor volwassenen. Het kan voor beiden geen verschillende betekenis hebben. Wij hebben gezien hoe de doop kan worden beschouwd als de “naturalisatie”-ceremonie voor het burgerschap in Gods Koninkrijk. Het staat buiten kijf dat het verbond dat God met Abraham sloot ook de zuigelingen omvatte. Dus onder het oude bloedverbond van de besnijdenis werden alle mannelijke kinderen die geboren werden in de natie Israël, als Gods volk, op de achtste dag besneden. Behalve in de tijd onder Jozua, vlak voor de intocht in het beloofde (Koninkrijks)land, toen alle mannen van 40 jaar en jonger besneden moesten worden (Jozua 5). Dus alle mannen in een huishouden zouden vanaf 40 jaar tot 8 dagen besneden zijn. Op dezelfde manier werden de huishoudens in het Nieuwe Testament gedoopt, omdat het bloed van de fysieke besnijdenis achterhaald was door het bloed van Christus. In beide gevallen was de besnijdenis van het hart een toestand die men geacht werd te ontwikkelen of in te groeien door onderricht te worden in de voorschriften van de Wet van God.

Altijd werd het volk Israël opgedragen wat zij wisten over God en de wonderen die Hij had verricht, en de leer van Zijn Wet, door te geven aan hun kinderen. Zoals God had gezegd: “Want Ik ken hem (Abraham), dat hij zijn kinderen en zijn huisgezin na hem zal bevelen, dat zij de weg van de HEERE zullen bewaren, om recht en gerechtigheid te doen; opdat de HEERE over Abraham brenge wat Hij van hem gesproken heeft. (Genesis 18:19)… om hem te zegenen en tot een zegen te maken (zie ook Deut 6:7; 4:9-10). De apostel Petrus bevestigt dit in het Nieuwe Testament met deze woorden: “Want de belofte is aan u, en aan uw kinderen, en aan allen die veraf zijn (verderop, toekomstige generaties), ja, zovelen als de HEERE, onze [Israëls] God, zal roepen.”

Het roepen of kiezen doet God, het is Zijn beslissing en niet die van de mens (Joh 6:44, 15:16). Daarom profeteerde Mozes dat de besnijdenis iets was dat God aan de harten zou doen.

Petrus’ woorden herhalen de belofte die God gaf in Genesis 17:7 “En Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw zaad (nageslacht) na u in hun geslachten tot een eeuwig verbond om u en uw zaad (nageslacht) na u tot een God te zijn.”

Niets kan duidelijker en overtuigender aantonen dat dit beginsel van Gods genadig bestuur, waarbij kinderen samen met hun ouders de bezitters zijn van Gods verbondsbelofte, zowel in het Nieuwe Testament als in het Oude volledig werkzaam is, dan dit simpele feit dat Petrus ter gelegenheid van Pinksteren het refrein van het Oude Verbond overnam en zei: “De belofte is voor u en uw kinderen.”

Hieruit blijkt dat God het zaad (posteriteit/kinderen/zuigelingen) in zijn verbond wilde opnemen. Christus bevestigde dit ook toen moeders hun zuigelingen bij Hem brachten en de discipelen hen probeerden te verhinderen. Jezus zei tegen hen: “Laat de kleine kinderen tot Mij komen en verbiedt ze niet, want van dezulken is het Koninkrijk Gods.” (3 getuigen: Mat 19:14, Mc 10:14, Lc 18:16).

Vandaar dat wanneer het gezin wordt gedoopt als teken van burgerschap, ook het “zaad” of de nakomelingen worden inbegrepen. Elk nageslacht dat na de ceremonie wordt geboren, zou na de geboorte een eigen ceremonie krijgen, zoals men tegenwoordig de geboorte registreert. Het is voor ons het zegel van Zijn wonderbaarlijke goedheid dat Hij niet alleen een God is voor Zijn volk (Israël), maar ook voor hun nageslacht.

Volgens Halley’s Bijbelhandboek werd de besnijdenis ingesteld als teken van Gods volk. Dus ook toen al lieten ouders door het feit dat zij hun kind voor de besnijdenis brachten zien dat zij (de ouders) de beloften en verantwoordelijkheden aanvaardden die God aan zijn volk Israël had opgelegd. Dit is de uiterlijke zichtbare handeling. De besnijdenis van het hart van het individu zou later moeten komen, nadat zij onderwezen waren en jaren van inzicht hadden gekregen.

HUISHOUDELIJKE DOPEN

Het woord “huis” in Handelingen 18:8, en “huishouden” in Handelingen 16:15 en 1 Korintiërs 1;16 komt van hetzelfde Griekse woord (oikos #3624) dat een woning betekent [min of meer uitgebreid, letterlijk of figuurlijk]; bij implicatie een familie [min of meer verwant, letterlijk of figuurlijk]. Zo lezen we Handelingen 18:8, “En Crispus, de overste van de synagoge (een vergadering van personen), geloofde in de HEERE met heel zijn huis; en velen van de Korinthiërs hoorden, en werden gedoopt”.

Handelingen 16:15, “En toen zij en haar huisgezin gedoopt waren, verzocht zij ons, zeggende: Indien gij…enz.

1 Kor. 1:16, “En ik heb ook het huisgezin van Stephanus gedoopt; bovendien weet ik niet of ik nog iemand anders heb gedoopt.

Uit deze passages blijkt dus dat wanneer het hoofd van het ‘huis’/’huishouden’ geloofde, alle leden van zijn gezin werden gedoopt.

Het is opmerkelijk dat er in het Nieuwe Testament zo weinig gevallen van christelijke doop zijn opgetekend, twaalf in feite: Handelingen 2:41; 8:12; 13, 38; 9:18; 10:48; 16:15, 33; 18:8 19:5; 1 Kor 1:14, 16. Het is heel verhelderend dat in minstens drie van deze gevallen sprake is van huishoudelijke doop. Het lijkt er dus op dat gezinsdopen in de apostolische tijd vrij veel voorkwam. Het lijkt onmogelijk te geloven dat er in geen van deze huishoudens zuigelingen waren. De zuigelingen in een huishouden behoorden tot dat huishouden en werden als zodanig gedoopt. Aan Abraham was opgedragen dat ieder kind dat in het huis geboren werd, besneden moest worden (Gen. 17:12). In Handelingen 10, het verhaal van Cornelius, moet worden opgemerkt dat in vers 47 staat “dat deze (meervoud)”, waaruit blijkt dat het waarschijnlijk is dat dit ook een “huishoudelijke” doop was. Hetzelfde geldt voor de Filippusdoop in Handelingen 16:33, waar staat: “hij en de zijnen”, waarmee kennelijk zijn “huishouden” wordt bedoeld. Het is ook interessant op te merken dat nadat Paulus en Silas tot zijn hele huis hadden gesproken, de gevangenbewaarder hun strepen waste en in bijna dezelfde adem werden gedoopt. Misschien besprenkeld uit een extra schaal met schoon water, die niet gebruikt was om hun strepen te wassen?

Paulus wijst er ook op dat alle voorvaderen van Israël zich lieten dopen: “Bovendien, broeders, ik wil niet, dat gij onwetend zijt, hoe al onze vaderen onder de wolk waren, en allen door de zee gingen; en allen tot Mozes gedoopt werden in de wolk en in de zee;”.

We weten allemaal dat toen Israël Egypte verliet, ze alles meenamen. Dus de kinderen en zuigelingen zouden hierboven zijn opgenomen. Ik vind het interessant om op te merken dat, terwijl er staat dat Israël werd gedoopt [zij gingen door op het droge], Farao en zijn leger degenen waren die werden ondergedompeld!

Sommigen zullen tegenwerpen dat de doop een geloofwaardige en intelligente geloofsbelijdenis veronderstelt, en dat zuigelingen dat niet kunnen. Maar wie kan ons verzekeren dat bij het dopen van huishoudens iedereen die gedoopt werd, een intelligente en geloofwaardige geloofsbelijdenis moest afleggen? Uit de genoemde gevallen blijkt namelijk dat alleen het gezinshoofd een dergelijke belijdenis deed, en dat hij als gezinshoofd de verantwoordelijkheid voor zijn huis op zich nam. Dit is iets wat in de moderne feministische geïndoctrineerde maatschappij, en door de overheid gecontroleerde individuen, verloren lijkt te zijn gegaan in plaats van sterke bijbels gefundeerde zelfbesturende (patriarchale) gezinnen.

Zeggen dat er geen garantie is dat de zuigelingen, eenmaal gedoopt, op “De Weg” zullen voortgaan, is geen relevant argument, want er moeten er inderdaad heel veel zijn, die hun geloofsbelijdenis hebben afgelegd en als volwassenen zijn gedoopt, maar ook niet op “De Weg” zijn voortgegaan!

Zeggen dat zuigelingen niets te zeggen hebben is ook niet relevant, want de besnijdenis werd gedaan bij zuigelingen die geen keuze hadden, wat suggereert dat de doop op dezelfde manier gedaan kan worden.

Zolang mensen erkennen dat geen enkele vleselijke handeling ons kan rechtvaardigen van zonde, en dat deze dingen ons alleen maar bekeren en leren van de houding van het hart, zou er geen probleem moeten zijn. Zijn u EN uw kinderen gedoopt?

De hierin opgenomen informatie is grotendeels afkomstig van een transcriptie van tape #7923 door Stephen E Jones met toegevoegde opmerkingen uit het boek CHRISTIAN BAPTISM door John Murray, samengesteld en uitgegeven door: CHRISTIAN IDENTITY, MINISTRIES

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>