• Home
  • De Bijbelse duivel en satan gedefinieerd
12 aug 2022
Duivel
Sjouke van der naalt

“Met dit doel is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij om de werken van de duivel te vernietigen’ (1 Johannes 3:8).

Het belang van het onderwerp

Het bovenstaande citaat uit de Bijbel, benadrukt het belang van een goed begrip van wat de duivel en Satan betekend. Aangezien Christus geopenbaard werd om het werk ervan te vernietigen, is het duidelijk dat we Gods plan van verlossing niet zullen begrijpen, tenzij we een duidelijk en juist begrip hebben van wat met deze termen wordt bedoeld.

Helaas wijken de huidige ideeën over dit onderwerp af van de Bijbel. Men leert dat de duivel een bovenmenselijk monster is, een gevallen engel, die de geest van de mensheid beheerst en de mensheid tot zonde aanzet. Deze leer wekt angst voor de duivel op, en ook verschaft een excuus voor zonde door het aan hem te wijten.

De doctrine is niet alleen onbijbels, maar is ook een reflectie op Gods liefde en almacht. Zou een God van liefde toestaan dat de zwakke, sterfelijke mens beheerst wordt door een machtige, verdorven gevallen engel, als Hij de kracht heeft om hem te vernietigen? En als God almachtig is, waarom ontdoet Hij Zich dan niet van de duivel, als hij een gevallen engel in de hemel is?

Dus logica zou de normale leer over de duivel terzijde schuiven als ondeugdelijk en onwetenschappelijk.

En de leer van de Bijbel is in overeenstemming met deze verklaring. Het onthult dat de duivel een meer bekende figuur is dan normaal wordt herkend: niet een gevallen engel, maar een synoniem voor de menselijke natuur in zijn verschillende vormen. Het leert ons dat wij verantwoordelijk zijn voor de zonden die we begaan; maar verkondigt de middelen waardoor de zonde kan worden vergeven, en de menselijke natuur kan worden beheerst.

Dit is essentieel voor de redding van een ieder.

Het is duidelijk, daarom is het noodzakelijk voor ons om te weten wat de duivel is, als wij met succes zijn macht willen weerstaan.

Hoe de Bijbel de duivel definieert – De zending van Christus wordt als volgt uitgedrukt:

‘*Voorzover dan de kinderen (d.w.z. degenen die Christus kwam redden) deel hebben aan vlees en bloed, heeft ook Hij (Jezus Christus) zelf deel aan hetzelfde, opdat Hij door de dood hem zou vernietigen die de macht van de dood had, dat is de duivel, en hen bevrijden die door angst voor de dood hun leven lang aan slavernij onderworpen waren”? (Hebreeën 2:14-15).

Deze belangrijke verklaring van de Schrift leert dat:

(1) Christus kwam om de duivel te vernietigen.

(2) De duivel is datgene wat de macht van de dood had.

(3) Christus nam de menselijke natuur aan en stierf om de duivel te vernietigen.

(4) Door dit te doen bevrijdde hij anderen van de macht van de duivel en van de dood.

Als we in de Schrift kunnen definiëren wat Christus kwam te vernietigen, en dat wat de macht van de dood heeft, zullen we weten wat de duivel is.

Voor zover het de Bijbel betreft, leiden deze twee lijnen van onderzoek tot één antwoord: ZONDE!

Aanschouw het bewijs:

(a) – CHRISTUS KOMT OM ZONDE TE VERWIJDEREN. “Hij heeft de zonde weggedaan door het offer van Zichzelf”? (Hebr. 9:26). Christus stierf voor onze zonden’ (1 Kor. 15:3). *Hijzelf heeft onze zonden gedragen in zijn eigen lichaam aan het kruis* (1 Petr. 2:24). Hij is geopenbaard om onze zonden weg te nemen” (1 Joh. 3:5).

(b) – ZONDE WAS DE OORSPRONKELIJKE OORZAAK VAN DE DOOD. “Het loon van de zonde is de dood” (Rom. 6:23). Door één mens (niet een bovennatuurlijke duivel) is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood’ (Rom. 5:12). De engel des doods is de zonde’ (1 Kor. 15:56).

Uit deze bewijzen blijkt duidelijk dat Christus kwam om de zonde te vernietigen, en ook dat de macht van de dood in de zonde is. Logischerwijs volgt hieruit, dat de duivel een synoniem is voor zonde.

De misvatting van het idee dat de duivel een gevallen engel is, wordt duidelijk geïllustreerd door de definitie van de apostel in Hebreeën 2:14 hierboven. Hoe zou de dood van Jezus de vernietiging kunnen inhouden van een machtige, bovenmenselijke gevallen engel? Het zou hem machtiger dan ooit achterlaten!

Maar zodra erkend wordt dat de duivel te maken heeft met zonde, en dat zonde van binnenuit komt, zal erkend worden dat het verzoenend bloed van Jezus een machtig wapen is om het te verslaan en te vernietigen! Het verslaat de macht van de zonde door de middelen tot vergeving te verschaffen; het overwint de dood door de belofte van een opstanding tot het eeuwige leven (1 Kor.15:20-26).

Wat is zonde?

Zonde is in de eerste plaats ongehoorzaamheid (1 Joh. 3:4). De eerste zonde werd bestraft doordat de mens verwant werd aan de dood (Gen. 3:19), zodat sterfelijkheid een bijkomstigheid werd van de menselijke natuur.

Maar zonde wordt in de Bijbel ook gebruikt met een secundaire betekenis. Van de mens wordt gezegd dat hij “zondaar gemaakt” is (Rom. 5,19), van Jezus wordt beschreven als zijnde “zonde voor ons geworden” (2 Kor.5,21), als “gestorven voor de zonde” (Rom. 6, 10), en als op het punt staand terug te keren “zonder zonde” (Hebr. 9,28).

Dit secundaire gebruik van het woord ”zonde” impliceert de staat van lichamelijke onvolmaaktheid die het gevolg was van feitelijke transgessie in het eerste geval (Rom. 5, 12). De mens is niet “gemaakt” tot overtreders van de wet; zij worden het door daadwerkelijk verkeerd te doen. Jezus zondigde niet, hoewel Hij geboren was in een staat van sterfelijkheid, met vleselijke verlangens die tot zonde konden leiden als hij had toegestaan dat ze de overhand zouden krijgen.

Hoewel deze staat van lichamelijke onvolmaaktheid door allen geërfd is (Rom. 5:17), zijn mensen er niet verantwoordelijk ervoor. Het is niet hun schuld dat zij een zwakke, zondige natuur hebben. Dit is een erfenis van Adam. Mensen worden alleen verantwoordelijk gehouden, als zij erkennen wat het is, maar de hulp van God afwijzen in het te beheersen en te overwinnen.

Het is de zwakke, menselijke natuur waarnaar de apostel verwijst wanneer hij verklaart: “Het loon van de zonde is de dood”? (Rom. 6:23), en toen hij schreef dat de duivel “de macht van de dood” is? (Heb. 2:14). Daarom wordt de menselijke natuur “zondig vlees” genoemd (Rom. 8, 3), omdat de dienstbaarheid daaraan tot zonde leidt.

Omdat de menselijke natuur de oorzaak van de zonde is, nam Jezus “deel aan dezelfde”, zoals Paulus leert, “opdat Hij door de dood hem zou vernietigen die de macht van de dood had, dat is de duivel” (Hebr. 2,14).

Hij deed dit door volmaakte gehoorzaamheid te bewijzen, zelfs tot in de dood, en zijn vlekkeloze gerechtigheid verzekerde zijn opstanding tot het eeuwige leven (Fil. 2:8-9; Hand. 2:24). Dus zowel in leven als in de dood overwon hij de duivel (de zwakke, menselijke natuur), en opende de weg voor een soortgelijke verovering (door vergeving van zonden) van hen die door Hem tot God komen.

Zonde in relatie tot de menselijke natuur

Dat zonde en menselijke natuur nauw met elkaar verbonden zijn, blijkt duidelijk uit Romeinen 7, waar Paulus deze zaken uitvoerig bespreekt. Er is niet de minste hint naar het bestaan van een bovennatuurlijke duivel die de mensheid verleidt; in plaats daarvan schrijft hij over:

“De zonde, die in mij woont” (v 17). De wet van de zonde, die in mijn leden is’ (v 23). Ik weet dat in mij (dat is in mijn vlees) geen goed woont; ik kan willen wat goed is, maar hoe het uit te voeren vind ik niet’ (v 18-R.V.). Paulus werd voortdurend blootgesteld aan een geestelijk conflict. Hij verlangde de wil van God uit te voeren, maar dit bracht hem in conflict met zijn eigen begeerten, en deze laatste waren zo sterk dat hij zich er soms aan overgaf. Hij schreef (vs.19):

Het goede, dat ik zou willen, doe ik niet; maar het kwade, dat ik niet zou willen, dat doe ik.Hij gaf de schuld van zijn falen aan de zwakheid van de menselijke natuur:

“O ellendig mens, die ik ben,” riep hij uit, “wie zal mij verlossen uit dit lichaam des doods? (vs.24-RSV). Het Evangelie gaf het antwoord. Hij dankte God dat de overwinning verzekerd was door Jezus Christus. Door Hem kon hij vergeving van zonden ontvangen, de kracht om het vlees te overwinnen (Fil. 4:13), en de zekerheid van een opstanding tot het eeuwige leven bij zijn komst (1 Kor. 15:22-23, 53-54). Hij leefde niet langer in slavernij van zonde en dood. De geest van Christus in hem (2Kor.13,5) zegevierde over de duivel in hem (de “wet der zonde in zijn ledenmaten” (Rom.7,23), en het geloof verving de vrees. Dat kan ook onze ervaring zijn.

Hoe de zonde is ontstaan

In het tijdperk van de schepping keek God naar alles wat Hij had gemaakt, “en zie, het was zeer goed” (Gen. 1:31). Zelfs de slang was “goed” naar zijn soort, want in dat stadium had hij Eva nog niet tot zonde verleid.

Maar als de beschrijving van ”zeer goed” van toepassing was op alles wat God had gemaakt, waar was dan de duivel? Die bestond niet!

Zelfs de menselijke natuur was toen anders dan wat het later werd.

Er is geen sprake van de duivel in de eerste hoofdstukken van Genesis, waarin wordt beschreven hoe de zonde in de wereld kwam. Zij onthullen echter wel, dat de mens niet in zijn oorspronkelijke “zeer goede” staat bleef, maar “kwade” neigingen ontwikkelde (Gen. 6:21).
Wat veroorzaakte deze verandering? Het antwoord is: zonde.

Het eenvoudige verhaal van Genesis vertelt hoe God Adam en Eva in de hof van Eden plaatste, hen de beginselen van gerechtigheid leerde, hen onder een wet plaatste, en hun de hoop op eeuwig leven gaf als de beloning van gehoorzaamheid aan Hem. Maar Eva, die door de verleidelijke redenering van de slang werd meegesleept, brak de Goddelijke wet en zondigde (Gen. 3:1-7); en bracht daarna haar echtgenoot ertoe hetzelfde te doen.

Werd dit veroorzaakt door een bovennatuurlijke duivel? Integendeel. Toen alle partijen voor de engel van God werden gebracht om zich voor hun misdaad te verantwoorden, gaf ieder de ander de schuld. Adam gaf zijn vrouw de schuld; Eva gaf de slang de schuld; maar de slang had niemand iets te verwijten (vs.12-14).

Hij werd als enige verantwoordelijk gehouden voor de invoering van de zonde!

Als het anders was, waarom zei het dat dan niet? Het had een tong; het bezat een uitstekend redeneervermogen!

Het had de duivel de schuld kunnen geven! Maar het had niemand om de schuld te geven.Sommigen, die de moeilijkheid erkennen die dit oplevert voor hun theorie van een bovennatuurlijke duivel, beweren dat hij daar was in de vorm van de slang. De misvatting van een dergelijke bewering wordt echter geïllustreerd door de straf die aan de slang werd opgelegd, die zonder enige twijfel bewijst dat het slechts een dier was:

Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt boven alle vee en boven alle dieren des velds; op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten al de dagen uws levens’ (Gen. 3:14).

Zulke taal kan niet van toepassing zijn op een gevallen engel. Door te luisteren naar de stem van de slang, werden de neigingen in Adam en Eva aangewakkerd (zie Gen. 3:6), en hebben sindsdien actief gewerkt in het vlees van de mens, en hem geleid tot zonde. Omdat dit werd veroorzaakt door de leer van de slang, werd deze het symbool van zondig vlees (Matt. 23:33); en de verzoenende dood van Jezus (waardoor de duivel kan worden vernietigd – Hebr. 2:14) verkondigde dat het vlees moet worden beheerst. Het is veelbetekenend dat de kruisiging van de Heer werd gesymboliseerd door een slang die op een kruis werd gehesen (Num. 21:9; Joh. 3:14), want het toonde duidelijk wat figuurlijk van zijn volgelingen; gehoorzaamheid aan de wet van God, resulterend in kruisiging van de genegenheden en begeerten van het vlees (Gal. 5,24).

Christus wees de weg. Zijn zondeloos leven was een overwinning op het vlees van de zonde (Joh.6,62), en Zijn dood aan het kruis legde Zijn dood aan het kruis, legde de impulsen ervan het zwijgen op, voor zover het Hem betrof (Rom. 8,3). Op die manier bracht Hij de duivel ter dood.

De zonde ontstaat van binnenuit

Hoewel de zonde oorspronkelijk werd opgewekt door verleiding van buitenaf, worden haar sterkste impulsen sindsdien van binnenuit gestimuleerd.

De natuurlijke gedachten en neigingen van het vlees moeten getuchtigd worden als wij God willen behagen. Zij vormen wat Paulus omschrijft als “de wet der zonde in onze leden” (Rom. 7, 23). Op een andere plaats legt hij het zo uit:

“Christus is gestorven … opdat zij, die leven, niet ZULLEN LEVEN DOOR ZICHZELF, maar DOOR Hem, die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Kor. 5:15).

“Voor onszelf leven” is in zonde leven; onder de macht van de duivel zijn! Christus leerde:

Zijt gij ook zo zonder verstand? Ziet gij niet, dat al wat van buiten komt in de mens, het hem niet kan verontreinigen. – Wat uit de mens komt, dat verontreinigt de mens. Want van binnenuit, uit het hart van de mens, komen voort boze gedachten, echtbreuk, hoererij, moord, diefstal, hebzucht, boosheid, bedrog, godslastering, hoogmoed, dwaasheid; al deze boze dingen KOMEN VAN BINNENUIT en verontreinigen de mens” (Marcus 7:18-23).

Als al deze tekortkomingen van binnenuit komen, blijft er weinig over voor een duivel van buitenaf om te doen! Merk ook op dat Christus leerde dat de mensheid verontreinigd wordt door inwendige gedachten, niet door invloeden van buitenaf. Hij geloofde duidelijk niet in een bovenmenselijke duivel, maar waarschuwde Zijn hoorders tegen de kwade neigingen van binnen.

Paulus onderwees eveneens:

“De werken des vleses zijn haat, tweedracht, toorn, twist, opruiing, afgunst, moord, dronkenschap en dergelijke” (Gal. 5:17-21).

Dit zijn de “werken van het vlees”, niet de invloed van een gevallen engel. Ze kunnen op één lijn gesteld worden met de “werken van de duivel die Christus kwam vernietigen (1 Joh. 3:8).

Ieder mens wordt in verzoeking gebracht wanneer hij door zijn eigen begeerte (niet door een gevallen engel) en verleid wordt. Als dan de begeerte bevrucht is, brengt zij zonde voort…” (Jakobus 1:14-15). Dit is de toestand van de mens, waarom dan de zonde wijten aan de verleidingen van een bovennatuurlijke duivel? En dat dit de staat van de mens is kan ieder voor zichzelf testen door een beetje nuchter hart-onderzoek.

Waarom zondigen wij? Om onszelf te bevredigen! Dat is de oorzaak van de kwalen van deze tijd. Mensen doen slechte dingen omdat ze die willen doen, en niet vanwege de invloed van een bovenmenselijk monster.

Aan de andere kant, de waarheid in Christus is ontworpen om gelovigen mentaal en moreel te transformeren als voorbereiding op de fysieke verandering die plaats zal vinden bij de wederkomst van Christus, en die deze karakters zal bestendigen in een natuur van onvergankelijke heerlijkheid (Fil. 3:21). Zo zal de overwinning worden behaald over de menselijke natuur met zijn “wet van zonde en dood”, en de duivel zal worden vernietigd.

Paulus onderwees:

“Indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de geest (de waarheid – 1 Johannes 5:7) de daden van het lichaam verstilt, zult gij leven” (Rom. 8:13).

Wat de woorden “duivel” en “satan” betekenen Het woord “duivel” is gebruikt als vertaling voor twee totaal verschillende Griekse woorden diabolos en daimonion. Het eerste woord komt voor in de verzen die gebruikt worden om het bestaan bestaan van een bovenmenselijke duivel. Als woord betekent het “lasteraar,” “verrader,” “valse aanklager,. Hoewel het over het algemeen met “duivel” is vertaald, heeft het ook “lasteraars” genoemd (1 Tim. 3:11), en “valse beschuldigers” (2 Tim. 3:3; Titus 2:3).

In geen geval heeft het betrekking op een gevallen engel, zoals een zorgvuldige een zorgvuldige beschouwing van het bewijsmateriaal zal aantonen. Daimonion wordt ook vertaald met ”duivel” maar betekent “demon”. Het is een heel ander woord dan diabolos, en wordt gebruikt om een persoon te beschrijven die bezeten is van een ziekte, zoals we zullen laten zien.

Aan de andere kant is satan een Hebreeuws woord, getranslitereerd in de Engelse taal, en betekent “tegenstander. Het woord wordt vaak op die manier vertaald, in bepaalde passages, maar het geloof in een bovennatuurlijke duivel zorgde ervoor vertalers om het in andere delen van de Bijbel als Satan te vertalen.

Een voorbeeld van deze vooringenomenheid is te vinden in Psalmen 109:6, waar luidt: “Stel een goddeloze over hem, en zet Satan aan zijn rechterhand. De vooringenomenheid heeft zich zelfs uitgebreid tot het veranderen van Satan tot een zelfstandig naamwoord met een hoofdletter. Toch wordt hetzelfde Hebreeuwse woord weergegeven als “tegenstanders” in de verzen 4, 20 en 29 van hetzelfde hoofdstuk!

Het zou ook zo moeten worden weergegeven in vers 6. In feite staat er in de Revised Standard Version als volgt: “Stel een goddeloze man tegen hem; laat een aanklager hem voor de rechter brengen.”

In die versie wordt ”Satan” veranderd in ”aanklager,” een woord dat overeenkomt met de Engelse betekenis van de Hebreeuwse uitdrukking. Bijbelgebruik van het woord “satan” laat zien dat het gebruikt wordt voor zowel goede als kwade tegenstanders, hoewel de vertalers het het alleen als “Satan” hebben weergegeven wanneer de tegenstander duidelijk een kwaadaardig is.

Bijvoorbeeld, het woord komt voor in Numeri 22:22, 32 in verband met de engel die gezonden was om de boze profeet Balaam te berispen, maar daar wordt het weergegeven als “tegenstander” en “weerstaan”. In 1 Samuël 29:4 en 2 Samuël 19:22 wordt het vertaald met tegenstanders. In 1 Koningen 5:4 komt het voor in de uitspraak: ”Er is geen tegenstander (Heb. satan) noch boze verschijning”.

Het Hebreeuwse woord Satan moet consequent worden weergegeven als tegenstander, waar het ook voorkomt; in geen geval heeft het betrekking op een gevallen engel.

Toen God Satan was

In één gebeurtenis, opgetekend in het Oude Testament, verscheen zelfs God in de rol van satan, of tegenstander. Het incident wordt op twee plaatsen beschreven: 2 Sam. 24:1 en 1 Kronieken 21:1.

De eerste plaats zegt:

De toorn des Heren werd ontstoken tegen Israël, en Hij bewoog David tegen hen om te zeggen: Ga heen, tel Israël en Juda. Maar het parallelle verslag in de laatste plaats (1 Kron. 21:1) vermeldt:

Satan stond op tegen Israël, en ontlokte David om Israël te tellen. In het eerste citaat, wordt de actie toegeschreven aan God; in het tweede, aan satan!

Wat is juist?

Zij die leren dat het woord satan een gevallen engel betekent die de mensheid tot zonde verleidt, worden geconfronteerd met een tegenstrijdigheid, of de opportuniteit van het onderwijzen dat God werkte door zijn aartsvijand! Beide verklaringen zijn onbevredigend; en ook nogal overbodig.

Laten we begrijpen dat het woord “satan” “tegenstander” betekent. En laat het erkend worden dat God op dat moment Israël in die tijd, en de moeilijkheid is weggenomen.

Als een tegenstander van Israël, overheerste God de gebeurtenissen om omstandigheden teweeg te brengen die David deed vrezen voor tegenstand tegen zijn regime. Dit veroorzaakte dat hij zijn strijders begon te tellen, wat resulteerde in zijn vertrouwen in hen in plaats van in God. Zo viel hij in zonde.

Zoals uit dit incident blijkt, betekent het woord “satan” “tegenstander en de context van elke verwijzing bepaalt of de tegenstander in kwestie goed of slecht was, of dat de term betrekking had op een persoon, een regering, de begeerte van het vlees, of een negatieve ervaring. Allen worden in de Bijbel voorgesteld als Satan, maar in geen enkel geval leert de Bijbel dat de term een bovenmenselijk monster dat mensen tot zonde verleidt.

Het verschil tussen ”duivel” en ”satan” kan kan worden samengevat door te erkennen dat, terwijl de eerste betrekking heeft op een kwaadaardige tegenstander, de laatste slechts tegenstander betekent, de context bepaalt of het goed of slecht is.

Manifestaties van de duivel en Satan

Hoewel de duivel in principe betrekking heeft op de menselijke natuur, of de lusten van het vlees, manifesteert hij zich in verschillende vormen. Voor bijvoorbeeld, een regering kan een politieke manifestatie worden van het vlees worden, als het in strijd is met de wegen van God. Aldus Petrus schreef:

“Weest nuchter, weest waakzaam, want uw tegenpartij, de duivel, is als een brullende leeuw die rondloopt, zoekende wie hij kan verslinden” (1 Petr. 5:8).

In dit vers is “duivel” in het Grieks diabolos, en betekent “valse aanklager,” en het woord “tegenstander” is antidikos, wat “een tegenstander in recht” betekent. De “tegenstander in recht”, een “valse aanklager” van de Christenen was geen bovennatuurlijke duivel, maar de vervolgende burgerlijke autoriteiten van die tijd. Zij worden vergeleken met “een brullende leeuw” vanwege hun roofzuchtige felheid.

Om een soortgelijke reden schreef Paulus dat hij was “bevrijd uit de muil van de leeuw” (2 Tim. 4:17). Met andere woorden, hij ontsnapte aan de gevangenisstraf die tegen hem bedreigd werd.

Christus verwees ook naar de burgerlijke autoriteiten als “de duivel”. Hij zei tegen zijn volgelingen: “De duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen; zijt gij getrouw tot in de dood, en Ik zal u een kroon geven van het leven” (Openb. 2:10).

Deze “duivel” was zeker niet een gevallen engel, maar de burgerlijke autoriteiten die zich verzetten tegen de verspreiding van het christendom.

Met betrekking tot dezelfde vals beschuldigende tegenstanders, schreef Paulus:

“Wij worstelen niet tegen vlees en bloed, maar tegen overheden, tegen machten (of overheden), tegen de heersers van de duisternis van deze wereld (Gr. eeuwen), tegen geestelijke boosheden op hoge plaatsen” (Ef. 6:12).

Deze uitspraak wordt vaak gebruikt om het bestaan te bewijzen van de duivel als een gevallen engel, maar de grootste tegenstander en valse beschuldigers van de Christenen in die dagen waren de Joodse en heidense autoriteiten. Zij vervolgden de gelovigen bitter, waardoor Paulus hen waarschuwde om op hun hoede te zijn voor de “listen van de duivel’ (vs.11) of valse beschuldigers. Hij dacht aan de gewetenloze strategieën van mannen met gezag die bereid waren om elk middel te gebruiken om een veroordeling tegen hen te verkrijgen. “Wij zijn niet onkundig van zijn listen”, verklaarde hij (2 Kor. 2:11). Hij kon dit goed schrijven, want hijzelf bekleedde ooit zo’n positie, door volgelingen van de Heer valselijk te beschuldigen, “ieder huis binnen te gaan, en mannen en vrouwen arresteerde en hen in de gevangenis stopte” (Handelingen 8:3). Maar zijn bekering tot Christus veranderde dat alles.

De heidense wereld belasterde vaak, of beschuldigde valselijk de volgelingen van Christus, en wordt daarom in de Schrift aangeduid als de duivel. De gewetenloze tegenstand die gelovigen kregen van hun heidense buren kon hen gemakkelijk aanzetten tot daden die de Heer, die zij probeerden te volgen. De apostelen onderkenden het gevaar, en vermaanden hen om niet te bezwijken voor de vijandige omgeving waarin zij leefden. Ze spoorden hen aan om behoedzaam te wandelen ten opzichte van degenen “die buiten zijn,” en om discretie te gebruiken bij de benoeming van functionarissen in hun gemeenten. Zij vestigden de aandacht op de gevaren van het plaatsen van een novice in een positie van belang in de gemeenschap: “opdat hij, hoog verheven niet door hoogmoed vervalt in de verdoemenis van de duivel” (1 Tim. 3:6-7).

Zou de duivel van de theologie iemand die hoogmoedig is “veroordelen”? In geen geval. Zo’n monster zou hem er eerder toe aanzetten om “op zijn waardigheid te staan,” en zou proberen om zijn trots te vergroten. Aan de andere kant, zouden “buitenstaanders” niet geneigd zijn om volgelingen van de Heer te veroordelen voor daden van inconsistentie? Natuurlijk zouden zij dat doen, en doen zij dat ook. Zij belasteren en lasteren degenen die proberen de juiste handelwijze te handhaven, en toch op een moment vallen. En omdat dit aanleiding geeft “aan de vijanden van de Heer om te lasteren” (zie 2 Sam. 12:14), waarschuwde Paulus de gelovigen om op hun hoede te zijn.

De ”duivel” waartegen hij hen waarschuwde vormde de heidense, sociale en politieke wereld die geregeerd werd door het vlees.

De term “duivel” is ook toegepast op individuen.

Christus noemde Judas Iskariot een duivel (Johannes 6:70), en beschreef Petrus als “satan”, omdat “hij niet de dingen begeerde die van God, maar die van mensen’ (Matt. 16:23; Markus 8:33).

Volgens deze uitspraak staat het proeven van de dingen van de mensen (het vlees) gelijk aan het zijn van een “satan”. Wanneer het vlees een persoon overheerst met uitsluiting van de dingen van God, zal hij oppositie tonen tegen alles waar Christus voor staat. Hij zal zijn als Judas: een duivel, een bittere tegenstander van de wegen van gerechtigheid en waarheid. Hij zal terecht worden genoemd: “een kind van de duivel’ (een product van het vlees – zie Handelingen 13:10). De Joodse leiders in de dagen van de Heer, gaven hier een voorbeeld van hiervan. Zij beweerden de zonen van de getrouwe Abraham te zijn en God in waarheid te aanbidden, maar Christus verklaarde: “Gij zijt van uw vader, de duivel, en de begeerten uws vaders zult gij doen” (Johannes 8:44).

Zij waren mensen van het vlees, beheerst door zijn begeerten, en daarom het nageslacht van de duivel.

Toen Johannes schreef: “Wie de zonde begaat, is van de duivel: want de duivel zondigt vanaf het begin” (1 Johannes 3:8), leerde hij dezelfde waarheid. Het zijn de begeerten van het vlees geweest die de mens vanaf het begin tot zonde hebben gedreven. Christus kwam om “de werken van de duivel te vernietigen. Hij kwam om de zonde te vernietigen; en deed dat door een weg te openen voor vergeving en verlossing. Johannes’ commentaar moet in overeenstemming zijn met de leer van de Heer Jezus: “‘Van binnenuit, uit het hart van de mens komen kwade gedachten,” enz. Het offer van Christus is bedoeld om te openbaren dat het vlees figuurlijk gekruisigd moet worden als de mensheid God op aanvaardbare wijze wil dienen. Zo onderwees Paulus:

“Zij, die van Christus zijn, hebben het vlees gekruisigd met de genegenheden en begeerten” (Gal. 5:24).

Zulken verloochenen zichzelf opdat zij Christus zouden kunnen dienen. Door dit te doen wordt de duivel verslagen, want hij vormt de onwettige begeerten van het vlees, die oorlog voeren tegen de eisen van God (Rom. 8:7-8; 1 Joh. 2:15-16).

De wereld buiten ons wordt geïdentificeerd als Satan. In 1 Tim. 1:20, schreef Paulus over twee ketters: “Ik heb hen aan Satan overgeleverd opdat zij leren niet te lasteren”. Zou de ”duivel” van populaire concept iemand leren om niet te lasteren? Zou Paulus iemand daaraan overleveren? In geen geval, eerder het tegendeel. Paulus verwees naar de discipline van excommunicatie die waarvan hij hoopte dat het hen een les zou leren, zodat ze zouden leren niet te lasteren.

Paulus’ doelstellingen bij excommunicatie waren het corrigeren en de dwalende partijen te corrigeren en te herstellen, alsmede anderen te beschermen van hun valse leer. Hij hoopte dat zijn actie ertoe zou leiden dat zij hun theorieën zouden herzien, zodat zij weer de waarheid in haar volheid zouden omhelzen in de gemeente (1 Kor. 5:1-5, 13; 2 Kor. 5:5-7; 7:8-12).

Nogmaals, tot gelovigen in Pergamos, Azië, verklaarde Christus:

Ik weet uw werken, en waar gij woont, zelfs waar Satan’s zetel is … waar Satan woont” (Openb. 2:13). Satans zetel! De woonplaats van Satan! In Pergamos? Zo Christus onderwees! Hoe was dat mogelijk? Lees de context.

Merk op hoe sterk de krachten van dwaling in die stad waren (Openb. 2:14-16). Het bevatte het hoofdkwartier van hen die tegen de Waarheid waren door hun dwalingen. Een andere stad, Smyrna, stond bekend om de “synagoge van Satan” die er gevonden werd (Openb. 2:9). De term omschrijft een godsdienstige gemeenschap die zich tegen de waarheid verzet; maar als men leert dat Satan een bovenmenselijk monster is, zouden dergelijke uitdrukkingen betekenen dat hij in Pergamos woonde (Openb. 2:13), een godsdienstige bijeenkomst in Smyrna leidde, en ook de leiding had over de gevangenis (verzen 8-13).

Job’s Satan

De Satan uit het boek Job was zeker een bovenmenselijk wezen!” wordt ons vaak verteld. Hij wordt voorgesteld als “‘op en neer gaand op de aarde, of zichzelf presenterend voor de Heer, en in gezelschap van andere “zonen van God”.

Hoe zou hij zich voor de Heer kunnen vertonen als hij niet in de hemel was?” wordt soms gevraagd. Of: “Heeft de term zonen Gods niet betrekking op onsterfelijke engelen?

In antwoord hierop benadrukken wij dat het boek Job duidelijk aantoont dat Satan geen macht had om Job te kwellen; zijn lijden werd toegebracht door God. God verklaarde: “Gij beweegt Mij tegen hem, om hem zonder oorzaak te vernietigen” (Job 2:3). Job zelf, erkende dat ”de hand van God hem had aangeraakt” (Job 19:21). De verslag stelt duidelijk dat “de Heer dit kwaad over hem bracht’ (Job 42:11).

In feite is er niets bovenmenselijks verbonden met de Satan die in het Boek Job wordt beschreven. Deze conclusie zal worden versterkt, wanneer men erkent dat de term “zonen van God” geen betrekking heeft op engelen, maar vaak gebruikt wordt voor sterfelijke gelovigen:

“Zovelen als Hem (Christus) aangenomen hebben, aan hen heeft Hij macht gegeven zonen Gods te worden, hun die in zijn naam geloven” (Johannes 1:12).

“Zie, welk een liefde heeft de Vader ons geschonken, dat wij zonen van God genoemd worden. . . Nu zijn wij de zonen van God” (1 Johannes 3:2).

Deze verwijzingen (en er zouden er nog meer kunnen worden aangehaald) laten duidelijk zien dat de term “zonen van God” betrekking heeft op sterfelijke gelovigen. Verder wordt een persoon beschreven als iemand die zich voor God bezighoudt in aanbidding. Een voorbeeld wordt gegeven in Deuteronomium 19:17, waar wordt gezegd dat iemand “voor de Heer staat”‘ wanneer hij voor de aangestelde priesters en rechters die in Israël waren ingesteld.

Nu, wanneer deze feiten worden samengevoegd en beschouwd in het licht van de term Satan die “tegenstander” betekent geeft het eerste hoofdstuk van Job een beeld van een niet met name genoemde tegenstander van Job, die zich bij anderen voegt in aanbidding voor God, en en Job beschuldigt van hypocrisie. Hij schijnt een veel gereisd man (zie Job 1:7) met een minderwaardigheidscomplex kleingeestige, jaloerse metgezel van de rechtvaardige Job, die kwaadwillig zijn naam te belasteren.

Het drama van Job heeft zich sindsdien vaak afgespeeld. Zelfs in het gezelschap van de apostelen van de Heer, “de zonen Gods” genoemd zonen van God’ (1 Johannes 3:2), bevond zich Satan in de persoon van Judas Iskariot. De Heer beschreef hem als “een duivel” (Joh. 6:71), vanwege zijn op handen zijnde verraad aan de Heer.

Wij hebben zorgvuldig elk argument persoonlijk onderzocht uit de Bijbel om het bestaan te bewijzen van een bovenmenselijke duivel, en hebben geen van hen afdoend gevonden. Zulke passages als Ezechiël 28:13-15; Jesaja 14:12-15; Openbaring 12:7-9, worden voortdurend aangevoerd, maar ondersteunen de theorie niet – wanneer de feiten worden overwogen. Ezechiël 28 is “‘een klaagzang over de koning van Tyrus’ (vers 12); Jesaja 14 is een ”spreuk tegen de koning van Babylon (vers 4); Openbaring 12 is een profetie tegen Rome.

Het is waar dat Openbaring 12 een ”oorlog in de hemel” beschrijft (vers 7), maar in hetzelfde hoofdstuk wordt ook gesproken over een geboorte van een mensenkind ”in de hemel” (vs. 1-2), zodat de taal duidelijk symbolisch is. De duivel (valse aanklager) en satan (vijand) wordt beschreven als “een draak” (vers 9), “die zeven koppen heeft en tien horens” (vers 3), wiens staart een derde van de sterren van de hemel hemel trok en ze op de aarde wierp!

Dat dit zeer symbolische taal is, die betrekking heeft op de politieke orde van Rome, wordt zonder enige twijfel bewezen door de uitleg die gegeven wordt in Openbaring 17:9-10, die het systeem identificeert met “die grote stad, die heerst over de koningen der aarde’ (Openb. 17:18). De stad die de wereld regeerde in de dagen dat de Openbaring werd opgetekend was de stad Rome.

Het is duidelijk dat de duivel en satan van Openbaring 12 betrekking hebben op het politiek-religieus systeem van Rome.

Hoe zit het met de Demonen?

We wezen er eerder op dat er twee Griekse woorden zijn vertaald zijn met “duivel,” waarvan de tweede het woord diamonion. Parkhurst, in zijn Grieks Lexicon, zegt dat dit woord betekent:

“Een mindere god, de geest van overleden mensen die de macht had een persoon te bezitten en hem zo te kwellen.”

Het woord is ontstaan uit bijgeloof, een bijgeloof dat nog steeds bestaat onder onwetende mensen. Sommige achterlijke mensen geloven nog steeds dat bepaalde ziektes te wijten zijn aan de kwaadaardige geest van een overleden mens, die bezit neemt van de getroffen persoon.

In sommige oosterse landen, blijft hetzelfde idee bestaan, en vinden artsen dat hun gebruik van moderne wetenschappelijke methoden vaak nutteloos is tenzij de hypothetische “duivel”, een creatie van verbeelding en bijgeloof, eerst wordt “vernietigd” of “verdreven.” Het is niet ongebruikelijk voor moderne medici in het Oosten om in alle ernst te spreken over het “uitdrijven van een duivel” wanneer als ze het hebben over de genezing van zo’n geteisterde persoon. Zij passen hun beschrijving aan een uitdrukking die iets overbrengt op de geest van de inboorlingen.

Hippocrates, de arts uit het oude Griekenland, schreef een stuk over epilepsie, die de “heilige ziekte” werd genoemd omdat de mensen de leer van de priesters geloofden, dat epileptici bezeten waren, en priesters, magiërs en bedriegers aanzienlijke inkomsten haalden uit pogingen om de ziekte te genezen door boetedoeningen en betoveringen. De opstel werd geschreven om deze misleiding te ontmaskeren, hij probeerde te bewijzen dat deze ziekte niet goddelijker of heiliger was dan enige andere.

Daarom heeft de Bijbel, door termen te gebruiken als “duivels uitdrijven ” slechts zijn uitdrukkingen aangepast aan de huidige venaculair. Een duivel “uitdrijven” was een ziekte genezen. Dus, komen uitdrukkingen voor als: “Jezus bestrafte de duivel . . . en het kind werd genezen’ (Matt. 17:18).

Gewoonlijk heeft de term “bezeten door een duivel” betrekking met geestelijke ziekten. Bijvoorbeeld, toen Jezus de Joden vroeg:

“Waarom wil je mij doden? antwoordden zij: “Jullie hebben een duivel (daimonion), die op het punt staat u te doden! De uitspraak, “Je hebt een duivel,” is gelijk aan de moderne uitdrukking: “Je bent gek!”

Hoewel de discipelen de term daimonion gebruikten, betekent dit niet dat zij het heidense idee onderschreven van de geesten van overledenen die de mensen op aarde bewonen, net zo min als wij de letterlijke betekenis van woorden die een alledaagse betekenis hebben.

Bijvoorbeeld, het woord “krankzinnige” betekent “aangetast door de maan,” maar als we het gebruiken hebben we niet die betekenis in gedachten. We spreken van een pandemonium dat heerst wanneer wanorde plaatsvindt, maar we onderschrijven niet de letterlijke betekenis van het woord, dat betekent dat de wanorde te wijten is aan de kwaadaardige invloed van demonen. We spreken van iemand “behekst” te zijn, zonder in heksen te geloven. We maken dergelijke ideeën gebruikelijk onder de Birmezen.

Norman Lewis schrijft in een boek over Birma, getiteld “Golden Earth”, dat naar de “St. Vitusdans”, zonder acht te slaan op de werkelijke betekenis van de term. Zo ook met het gebruik van het woord daimonion. Het wordt in de volksmond gebruikt door de Joden om iemand te beschrijven die “bezeten” is door een ziekte.

Christus gebruikte de taal van zijn tijd, zonder noodzakelijk het bijgeloof te accepteren. Hij verwees naar Beëlzebub, de god van de vliegen die aanbeden werd door de Filistijnen van Ekron, alsof deze god een levende persoonlijkheid had (Matt. 12:27), alleen maar om een punt van discussie terug te draaien naar zijn tegenstanders.

Hij onderschreef zeker niet het geloof in de god als een levend wezen.

Hoe de duivel te overwinnen

Wij hebben aangetoond dat de duivel verband houdt met de zondige neigingen van het vlees. Deze zijn alleen actief in een levend lichaam, zodat toen Christus stierf aan het kruis, dit ook stierf. Toen hij opstond tot eeuwig leven, had de zonde in het vlees geen plaats in de onkreukbare natuur waarin hij veranderd was (Rom. 6:4, 7; 1 Kor. 15:54).

Zijn offer illustreert de manier waarop wij de duivel kunnen overwinnen. Wij zondigen en hebben vergeving nodig, en die is te verkrijgen in Christus Jezus. Zo vermaande Petrus bij de prediking van het evangelie:

“Bekeert u en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden …” (Handelingen 2:38).

Door contact te maken met de Heer Jezus door geloof en doop(verdieping), zetten wij de eerste stappen in het verslaan van de duivel; want in Christus alleen kunnen wij vergeving van zonden ontvangen. Johannes schreef:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven, en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Johannes 1:9). De vergeving van zonden legt de basis waarop wij een leven kunnen opbouwen naar het voorbeeld van de Heer Jezus. Door de kracht die van Hem komt, kunnen wij, in mate, overwinnen het vlees.(Fil. 4:13). Paulus onderwees:

“Christus is voor allen gestorven, opdat zij die leven (d.w.z. in nieuwheid van leven door doop – Rom. 6:5) voortaan niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven en opgewekt is” (2Kor.5,15).

Nogmaals:

Ik ben met Christus gekruisigd, maar toch leef ik, en niet ik, maar Christus leeft in mij; en het leven, dat ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof van de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven” (Gal. 2:20).

Door het voorbeeld van Christus te volgen, worden wij geleid tot een hogere manier van leven, één die gedomineerd wordt door Goddelijke principes en niet de begeerten van het vlees. Op die manier bouwen wij in ons Goddelijke eigenschappen in ons leven in, zoals die werden geopenbaard door de Heer Jezus, en worden wij in staat gesteld te leven in de hoop dat wij bij Zijn Goddelijke natuur zullen ontvangen die Hij nu bezit (2 Petr. 1:4).

Paulus schreef:

Wij zien uit naar de Heiland, de Here Jezus Christus, die ons verachtelijke lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam”? (Fil. 3:20).

Onsterfelijk leven in het Koninkrijk Gods dat op aarde zal worden opgericht (Dan. 2:44) is de hoop die voor ons ligt. Om dit te bereiken moeten we de duivel overwinnen, of de zonde in het vlees. De eerste stap naar dat doel is een begrip van het doel van God in Christus, inclusief zijn verovering van de duivel. Laten we de duivel duidelijk identificeren en dan zijn we beter in staat om het probleem van de zonde aan te pakken waarmee wij geconfronteerd worden. Laten we onze eigen zwakheid erkennen, en leren dat we het vlees kunnen overwinnen tot glorie van God; en door dit te doen de basis leggen voor het eeuwige leven bij de komst van de Heer.

Wij hebben alle Bijbelstudies op deze website geplaatst zodat u deze op elk moment, op uw gemak, kunt lezen. 

>