• Home
  • Bestaat de duivel? – Deel 4

Sprookjesfiguur?

Zoals bekend en reeds gezegd wordt de verleiding van Eva en Adam toegeschreven aan de duivel. De satan zou de gedaante van een reptiel (slang) hebben aangenomen. In Genesis 1-3 wordt echter nergens naar een duivel verwezen, die als gevallen engel zich in een slang zou veranderd hebben. De Bijbel gebruikt het woord Nachash, die met Eva sprak en haar om de tuin leidde. Nachash is de eigennaam van een rechtopstaand wezen met spraakvermogen. Zijn naam betekent zoveel als schrander, sissen, slang, het was dat innerlijke stemmetje van Eva. Eva was een rechtopstaand wezen, persoon. Daarmee ís het nog geen reptiel! U kunt met uw achternaam wel Snoek, Vis, Timmerman, etc. heten, maar daarmee is niet aangetoond dat u letterlijk een vis of ambachtsman bent!

De duivel wordt in de Bijbel omschreven als de diabolos, de boze, de vijand, de vader der leugen, de overste dezer wereld, etc. Dit zijn in werkelijkheid géén persoonsnamen, maar functie beschrijvingen. Belial is echter wel een naam. Alleen is het de vraag wie daarmee wordt bedoeld.

In het boek Job wordt de satan omschreven als een wezen dat regelmatig een bezoekje brengt aan de “rondetafelconferentie” van de Godheid, en God om permissie zou ontvangen om Job in diepe ellende te storten, ter beproeving. Het boek Job is waarschijnlijk een mythe waarin het gaat over de wijze hoe wij om kunnen gaan met onverdiend lijden. De duivel, zoals ons deze later door de kerkvaders wordt voorgesteld, is zo onschuldig nog niet. Tijdens de Middeleeuwen was hij springlevend. Overal zag men de hand van de duivel in, wat véél ellende teweeg heeft gebracht. Zie voorbeelden van de reformatoren Luther en Calvijn. Luther in zijn boek “De Brief aan de Galaten” beschrijft voorvallen waarin hij in een griezelduivel gelooft, die mensen lastig valt, etc. En Calvijn geloofde dat de duivel tijdens de pest in Genève aan heksen en aan sommige mensen een brouwsel had gegeven dat samengesteld was uit diens uitwerpselen, wat vervolgens op de deurkrukken der inwoners zou zijn gesmeerd, waardoor zij de pest kregen. Verdachten werden opgepakt en verbrand, wel meer dan 65 personen die op deze wijze geëxecuteerd werden.

De duivel zoals mensen zich hem voorstelden en nog soms voorstellen is een soort sprookjesfiguur, half mens, half dier, dus een waar bastaard wezen. Indien hij werkelijk zou bestaan, is het de vraag of mensen hem in die belichaming ooit hebben gezien? Het waren juist de kerkelijke propagandisten die de onwetende mensen met een sprookjes-duivel bang maakten. Zij beweerden dat de duivel de bron van alle kwaad en ellende was in deze wereld. Hij zou van bovennatuurlijke oorsprong zijn. Door zulk een duivel te creëren kon de kerk het kwaad van zichzelf en van anderen op hem projecteren, zodat elk mens zich achter de duivel kon verschuilen als zondebok. De mens zou onmachtig zijn tot het goede, en het kwaad wat hij deed kon op rekening van de duivel worden geschreven. Satan zou de mens verzoeken en aanzetten tot het kwaad, zodat de mens ontoerekeningsvatbaar zou zijn. Hierdoor wordt de eigen verantwoordelijkheid ondermijnd.

Wat de Bijbelse duivel in werkelijkheid is, lezen wij o.a. in Hebreën 2:14 Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel; (op de proef steller)

Het is de zonde in het vlees. Als dit zo is, moet de duivel een wezen zijn van vlees (en bloed, nl. de mens). Het tegendeel beweert de kerk, nl. dat hij een gevallen geest zou zijn. En ook de zonde, indien de zonde als bron de duivel heeft, waarom moet de zonde dan veroordeeld worden in het vlees, zoals Romeinen 5:12,21 en 6:23 zegt? Zonde komt immers niet van buitenaf, maar van binnenuit, uit het hart, zie Romeinen 3:10

Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een; 11  Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. 12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog;slangenvenijn is onder hun lippen. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid; Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;

16 Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;

17  En den weg des vredes hebben zij niet gekend.

18  Er is geen vreze Gods voor hun ogen.

In Jakobus 1:8 en 4:1 wordt de enige échte duivel aangewezen:

8  Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen. De dubbelhartigheid wijst naar de dualiteit van ons mensen.

4:1 Van waar komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten, die in uw leden strijd voeren?

2  Gij begeert, en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen, en kunt ze niet verkrijgen; gij vecht en voert krijg, doch gij hebt niet, omdat gij niet bidt.

3  Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt.

4 Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld. Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid?

Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.

Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel (zie vers 1, de wellusten), en hij zal van u vlieden.

En ook in Marcus 7:15-23, Jeremia 17:9, Spreuken 9:3 staat dat ons eigen hart de bron is van het kwaad, dus wij de tegenstander (satan) zijn, zoals Jesjoea Petrus eens een satan noemde Mattheüs 16:23.

Opmerkelijk dat het Jodendom en Christendom de onzichtbare ruimte in twee delen verdeelt, nl. in een hemel die voor de Godheid en de goeden is, en in een onderwereld (hel) die voor de duivel en de bozen is. Het is de joodse tekst in het Slavische boek Henoch waarin het ontstaan van de duivel wordt beschreven, wat door de vroege christelijke kerk is overgenomen. De duivel zou een gevallen engel zijn, Lucifer genaamd, die viel vanwege hoogmoed, waarbij men Jesaja 14 aanhaalt, waarin de val van de morgenster wordt beschreven. Deze vorm van de duivel is niet meer weg te denken uit het christendom, want wie naar God zoekt, zal zeker de duivel op zijn weg tegenkomen. Hij zou de figurant zijn tussen God en de mens, die bestreden dient te worden. De vroege christenen moesten plechtig bij hun doop door onderdompeling beloven dat zij ferm tegen de duivel zouden strijden. En inderdaad, wij weten het dat de échte duivel heel gevaarlijk kan zijn en overwonnen dient te worden. Echter, niet een externe, maar een interne duivel! Daarover gaat het in de brief van Jakobus! Het gaat om de mens zélf als vlezen duivel. Zie tevens Romeinen 13:14 14  Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.

Zonde wordt door Paulus echter óók gezien als een macht die van buitenaf in de mens kan komen, Rom.7:17, en ook in Lukas 22:3. In de Bijbel worden aan de zonde en het kwaad soms persoonlijke eigenschappen toegekend, zoals ook aan God persoonlijke eigenschappen worden toegekend, hoewel Hij de ongeziene Geest is. Men spreekt wel over de “hand” van God, en over de “ogen” van de Almachtige, etc.

Abonneer dan nu op onze nieuwsbrief

en ontvang deze in jouw mailbox!

Abonneer nu!

Meer informatie

>